Over ons
Begrippenlijst
Bario = wijk, buurt
Bándabou = westelijk deel van Curaçao, vanaf Grote Berg naar Westpunt
Bándariba = oostelijk deel van Curaçao, vanaf Santa Rosa naar Oostpunt
Boka = inham
Brenneker, Paul (1912-1996): maatschappelijk betrokken pater die de Curaçaose cultuur beschreef in de Sambumbu-reeks
Buriek = ezel
Faha = laag stenen muurtje in een waterstroomgebied om het regenwater te reguleren
Hòfi = hofje
Kabes di Kòrsou = uiterst oostelijk punt van Curaçao
Kabriet = geit
Koraal = omheining
Kueba = grot
Kunuku, knoekje = landbouwgrond
Kunukero = landbouwer
Mangasina, mangazina = graanopslagplaats, magazijn
Mirador, miradó = uitkijkpost
Mondi = wildernis, vaak met stekelige struiken
Nooyen, R. Henricus (1919-2017): missionaris, auteur van publicaties over lokale geschiedenis, cultuur en toponiemen
Pos (di pia) = (inloop)put
Rooi / roi = natuurlijke waterloop
Saliña = zoutpan
Seru (di) of Ser’i = heuvel (van)
Shon = plantage-eigenaar, tegenwoordig mevrouw of meneer
Tanki = natuurlijk regenwaterreservoir
Trankeer = afrastering
Vitó = plantage-opzichter
Watamula = uiterst noordelijk deel van Curaçao
W.I.C. = West-Indische Compagnie