Koningsplein

Koningsplein

“…. al was het maar de helft zo groot als het Koningsplein” is een fragment uit het verzoek van Gerard Lulss aan de West Indische Compagnie om een stuk landbouwterrein te mogen krijgen. Volgens pater Nooyen die zich in de geschiedenis van het Ruiterkwartier heeft verdiept, was dit de eerste keer dat de naam ‘Koningsplein’ werd genoemd.

De huidige locatie van het tegenwoordige hooggelegen Koningsplein oftewel ‘Koningsplijn’ heeft volgens hem een bijzondere historische betekenis omdat van hieruit de kolonisatie van het eiland door de Nederlanders begon: van Walbeeck en de zijnen landden in 1634 bij deze in het oosten van het Schottegat gelegen plek en trokken hier langs  wat later Pos Kabai en Bever zou worden verder ‘landinwaarts’.

Nooyen zou best eens gelijk kunnen hebben: bij de aanleg van de Dokmaatschappij stuitte men op een bakstenen scheepshelling , een installatie waarover schepen te water worden gelaten. Het was  bedekt met delfts blauwe tegels en werd waarschijnlijk nog lang na 1634 gebruikt voor scheepsreparatie.

Plantage Koningsplein is waarschijnlijk al in de 17e eeuw aangelegd, het landhuis dateert in ieder geval uit 1650. Het behoorde tot de kleinere plantages in de middendivisie – 35 hectare- en wqs in het bezit van de West Indische Compagnie. Bij het Koningsplein hoorde ook het ‘Eilandje Koningsplein’ of Schapeneiland waarop nu de Curacaose Dokmaatschappij is aangelegd. Eerder waren er ook plannen om op het eiland het leprozengesticht en later een zeemanshuis te bouwen.Ten zuiden van Koningsplein, lag de Isla di Meeuwchi, het meeuweneiland.

Pinda’s en pontjes

De directeur van de West Indische Compagnie,  Jonathan van Beuningen , was rond 1717 eigenaar van Koningsplein. Volgens Nooyen bedacht hij dat pinda’s weleens als eten voor slaafgemaakten en als proviand aan boord van schepen konden dienen. En zodoende werd in dat jaar op het landgoed van Koningsplein de eerste pinda’s op Curaçao uitgezaaid. Veel landbouw is er nooit bedreven op Koningsplein hoewel de plantage rond 1720 in handen kwam van Jan Evertsz, behorende tot de bekende ruiterfamilie die ook planters waren. Sinds 1763 werd het gekocht door opeenvolgende joodse families en werd hier wat kleinvee en koeien gehouden. Maar Koningsplein was toch vooral een waterplantage: Izaak Pinedo, rond 1877 eigenaar van de plantage plaatste advertenties waarin hij het zuivere drinkwater van zijn plantage aanprees en daarbij aangaf dat hij als leverancier aan het garnizoen nooit klachten had ontvangen over de kwaliteit. Er waren diverse putten en rechts voor het landhuis te Koningsplein stond een grote regenbak dat het water via een buis naar de waterkant voerde. Daar werd het nog tot vroeg in de 20e eeuw, op houten pontjes ingeladen en naar Scharloo vervoerd.

Yerba Bragas

Te Scharloo woonde ook de familie Maal, bekende planters en eigenaars van de plantages Fuik, Oranjeberg, Oostpunt, Duivelsklip en Klein Sint Joris. In 1885 kopen zij Koningsplein dat meer als weekendhuis en voor feestjes werd gebruikt. Wel was er nog steeds wat kleinvee en stonden er 3 koralen met schapen die ook op het naar hen vernoemde Schapeneiland graasden. Maal liet tijdens droge perioden ook paarden en koeien vanuit hun plantages in het oosten des eilands overkomen om te grazen op het Schapeneiland waar een speciaal soort gras, de Yerba Bragas, in overvloed groeide. Volgens Arnoldes zakflora groeien er op Curaçao 3 soorten brakgras, namelijk de brakgras marga, brakgras salu, en de brakgras dushi. Van de brakgras dushi werd een aftreksel gemaakt dat aangevuld met water gedronken werd tegen ontsteking (pa freska i baha inflamashon)

Schapen, koeien en paarden maakten later plaats voor de installaties van een droogdok van de olieraffinaderij. Het Schapeneiland werd in 1941 namelijk met het vasteland verbonden, toen de raffinaderij het samen met plantage Koningsplein – totaal 41 hectare- opkocht voor 45.000 gulden. De kooptransactie in 1923 was echter niet tussen de familie Maal en de Shell zoals algemeen werd verondersteld.

Miskoop

Volgens Nooyen koopt Corneille Willemszoon Jonkheer op 15 december 1923 de plantage ‘met opstal van huizingen, magazijnen en privilegie van schapenkoralen, gelegen in het Ruiterkwartier voor 35.000 florin’ van de familie Maal. Op 21 december van datzelfde jaar verkoopt Jonkheer het aan de oliemaatschappij die in die tijd diverse plantages aan het Schottegat opkocht voor het verkrijgen van water en voor de vestiging van haar installaties. De oliegigant telde 45.000 florin neer voor Koningsplein…

De plantage bleek achteraf een miskoop en de Shell probeerde  tevergeefs het in te ruilen voor een terrein dichtbij Valentijn waar haar installaties stonden. Wel bouwde zij in 1948 te Koningsplein een verwerkingsfabriek voor asfalt uit de asfaltmeer, om goedkopere brandstof te verkrijgen voor schepen en de raffinaderij te Pernis, maar door terugloop van de vraag werd de fabriek in 1952 definitief gesloten. Ook werd het Schapeneiland eens gebruikt als tijdelijke opslagplaats voor de buizen van de pijpleiding die van Asiento naar Caracasbaai werd gelegd.

Kinderrijke familie

Om het landhuis niet leeg te laten staan mochten hier regelmatig personeelsleden wonen zoals de laatste bewoner, de wachtcommandant Hendrik Smeins. Hij mocht van Shell- directeur, D. van Nijmegen Schonegevel*, vanaf 1936 te Koningsplein wonen dat zeker voldoende ruimte bood voor het gezin met 24 kinderen. Koningsplein was toen geen waterplantage meer, er moest zelfs water worden aangedragen want de grote regenbak stond droog. Smeins ging wel door met de kleinveeboerderij tot hij in 1979 met zijn vrouw naar Nederland vertrok.

Eerder woonde op Koningsplein ook Willem de Windt die betrokken was geweest bij de slag te Waterloo (1815). Hij  had zich hier gevestigd met zijn gezin en de familie bezat, na op Koningsplein te hebben gewoond, onder andere ook de gebieden die nu bekend staan als Sun Valley (vroeger  Waterloo genaamd !) Rancho, Suffisant en de plantages Noordkant en Rooi Canarie. Het kerfhofje van de familie de Windt is nog steeds te zien bij de ingang van Sun Valley.

Nieuwe haven

Omdat Shell Koningsplein toch niet gebruikte, vroeg en kreeg de overheid in 1952 een stuk terrein voor de aanleg van Nieuwe haven en voor industrie- ontwikkeling. Vanaf toen veranderde het aangezicht van Koningsplein volkomen: In 1954 kwam nieuwe haven gereed, aangelegd op twee kleine eilandjes tussen Saliña Abou en Parera: De eerste is Isla di Briem, later een schiereilandje, waar in 1960 de Amstelfabriek werd gebouwd. Het werd eerder ook Isla di Oroplano, vliegtuigen- of SCADTA- eiland genoemd, naar een basis dat hier was aangelegd. SCADTA (Sociedat Colombo-Alemana de Transportes Aéreos), was een Colombiaanse onderneming die Curaçao als hub voor haar commerciele vluchten gebruikte. Het is de voorloper van Avianca.

De eerste SCADTA vlucht naar Curacao vond plaats in 1925 met een watervliegtuig, zo meldt de Museo Aeronautiko van de heer Cedric Bronswinkel. Ook Lindbergh landde eens op het SCADTA eiland, dus dat verklaart ook de namen Lindberghweg en de Fokkerweg in de omgeving: het heeft met dit vliegveldje te maken.

Dit schiereilandje werd in 2025 nog gebruikt voor opslag van de enorme onderdelen van de windturbines voor het windmolenpark te Koraal Tabak.

Briem is verder een woonwijk ten zuiden van de Nieuwe Havenweg dat vroeger ook Lescht den Dorst werd genoemd. Vroeger stond het water tot aan de huizen, en werden aldaar in kanasters veel Pancho Briem, een vissoort gevangen. Het andere eiland, Isla Pabou, ligt ten westen van Isla di Briem.

Economische ontwikkelingen

Met de aanleg van de Nieuwe haven rond 1960 was ongeveer 20 miljoen gulden gemoeid. Het werd de eerste vierbaans “snelweg” op Curaçao, later de Rjkseenheidboulevard of Emancipatieboulevard genoemd, naar het autonomie monument dat aan het begin van de boulevard staat. Deze bestaat uit 6 uitvliegende vogels die de eilanden van de Nederlandse Antillen symboliseren. De auteur J. Hartog vertelt dat dit een ontwerp is van de op Curaçao wonende architect, J. Fresco en de Dienst Openbare werken. De onthulling vond plaats op 19 oktober 1955 door Koningin Juliana en het randschrift is ontleend aan een fragment uit haar toespraak: “Steunend op eigen kracht doch met de wil elkander bij te staan”.

De Emancipatieboulevard heet tegenwoordig Dominico ‘Don’ F. Martina Boulevard, naar de oud-premier van de Nederlandse Antillen. Dankzij de boulevard hoeft men niet meer vanuit de stad om het Schottegat heen te rijden om bij Groot Kwartier te komen.

In 1968 werd de schouwburg Centro Pro Arte afgebouwd op de grens tussen Koningsplein en Pos Cabai en in 1971 het gebouw van de vakbondscentrale, de SSK. Het landhuis Koningsplein is thans omringd door de Curacao Drydock op het Schapeneiland, de Nieuwe Havenweg en de vrije zone die onder het beheer staan van Curinde, Curaçao Industrial and International Trade Development. De overheid NV, dat sinds 1984 belast is met het beheer van onder andere de vrije zones en industrieterreinen op Curaçao, heeft haar hoofdkantoor in landhuis Koningsplein.

Door bovengenoemde ontwikkelingen is de plantage, die altijd 35 hectaren groot was, nu beperkt tot het klein stukje terrein dat nog rond de heuvel met het landhuis ligt.

*Weten we nu waar de naam Schonegevelstraat in Mahuma vandaan komt. Ook Jan Noorduyn was eens directeur van de Shell.   

Zie ook: Het Ruiterkwartier