Tucacas
Het verhaal van Tucacas leest als een lokale, ‘krioyo’ roman, inclusief historische en culturele ingrediënten zoals de mysterieuze wijknaam, het plantageverleden, een voormalige slaafgemaakte vrouw met diverse bezittingen, vrouwelijke eigendom en overdracht van gronden, onduidelijke familieverbanden, veranderende achternamen, vervaagde kadastergrenzen tussen wijken, typische culturele gewoontes en gebruiken in verband met Tera di famia en (interraciale) liefdesverhoudingen die verbintenissen leggen naar omliggende wijken, zoals Vetter, Ma Louisa, West Groot Sint Joris en Rust en Vrede.
De naam Tucacas
Aangenomen wordt dat het woord Tucacas stamt uit oude verdwenen talen die gesproken werden door indiaanse Caiquetios volkeren. Zij leefden zowel op de ABC‑eilanden als langs de Venezolaanse kust, waardoor namen en plaatsaanduidingen zich gemakkelijk konden verspreiden via handel en migratie. Een officiële betekenis van het woord Tucacas is echter niet bekend.
Daarnaast is het ook mogelijk dat de naam via Sefardisch‑Joodse handelsroutes naar Curaçao is overgewaaid. De voorouders van deze joden, afkomstig uit Portugal en Spanje, waren gevlucht omdat ze daar gedwongen werden zich tot het christendom te bekeren.
Sefardische Joden vestigden zich vanaf de 17de eeuw vanuit Nederland op Curaçao. Ze hadden een grote handelsvloot en onderhielden intensieve relaties met de Venezolaanse kuststreek, waaronder de regio rond Tucacas. Zo werd in 1693 Tucacas, in de huidige deelstaat Falcón, een belangrijk tussenstation gevestigd ten behoeve van handel, landbouw, cacao, zoutwinning en kustvaart. In Tucacas waren voorts ook diverse kopermijnen te vinden.
Marques de Tucacas
Curaçaose families en Joodse handelshuizen hadden structurele economische en sociale banden met deze kustplaats en de naam komt meerdere malen voor in archiefstukken van deze families. De Joodse leiders werden door de Spanjaarden zelfs aangeduid als Marques de Tucacas en Señor de las Tucacas en het commercieel centrum was in de 18de–19de eeuw algemeen bekend in de regio. De Joodse nederzetting Tucacas werd in 1720 echter door de Spanjaarden vernield.
Caribisch sfeertje
Tucacas was voorts een locatie waar veel slaafgemaakten naartoe zijn gevlucht en kenmerkend voor de stad is tegenwoordig de kleurrijke Caribische architectuur. Het dorp is verder populair om haar kristalheldere water met wit zand, koraalriffen, kleurrijke onderwaterwereld, mangroven en populaire eilandjes, zoals Cayo Sombrero.
Dus hoe de naam precies op Curaçao terechtkwam is onbekend. Maar het past in een breder patroon waarin Curaçaose knoekjes, terreinen en buurten namen kregen van buitenlandse plaatsen waarmee men handeldreef of familiebanden had. Het is dus historisch aannemelijk dat de naam Tucacas, van Caiquetio‑oorsprong, gecombineerd met de Venezolaanse nabijheid en de Joodse handels- en migratierelaties in de orale traditie van Curaçao terechtkwam. Zelfs als er geen directe schriftelijke bron is die het expliciet bevestigt.
Tucacas op Curaçao
En zo ligt ten noorden van Santa Rosa, een stuk grond dat officieel Tucacas wordt genoemd. Ook wel als Tocaca, Toccaca, Toekaka, Tokaka (1826) of Tucaca, geschreven,want in de loop der tijd veranderde niet alleen het eigendom, maar ook de naam: Tokaka werd Tucacas. Ondanks deze naamsverandering blijft het gebied herkenbaar als één samenhangend geheel.
Het wordt officieel omschreven als “een onroerende zaak gelegen ten noorden van Noord-Santa Rosa en ten westen van Rust & Vrede, groot ruim 9 hectare”.
De kaart van Werbata geeft een nauwkeuriger omschrijving van de ligging: Het wordt in het noorden begrensd door de voormalige knoekjes Sint Christoffel en Rust en Vrede, in het oosten door Ma L(o)uisa, in het zuiden door Kent U zelf en in het westen door een stukje grond dat ook Rust en Vrede* maar later Tucacas Chikí werd genoemd. (zie Werbatakaart). De bario Tucacas behoort volgens de zone-indeling op Curaçao tot de zone Santa Rosa.
Juridische status
In het Plantageregister van het kadaster van de Stichting Kadaster en openbare registers Curaçao is Tucacas voorts onder nr. 125 als volgt geregistreerd:
“Een plantage genaamd “Tokaka” (Tucacas) groot 91.770 m2 ten name van M. Martha (overleden), met de bijzondere vermelding “Geen titel van aankomst bekend in de openbare registers ten kantore van bovengemelde stichting”.
Maria Martha is geboren te Curaçao op 19 januari 1814 en overleden op 23 maart 1903.
‘Geen titel van aankomst’ is een juridische term om aan te duiden dat in dit geval Maria Martha nog steeds eigenaresse is van Tucacas, ofschoon zij al lang geleden is overleden. Het is een teken van informele overdracht binnen families die niet altijd volledig in officiële registers is vastgelegd.
Dit roept natuurlijk de vraag op wie tegenwoordig eigenaar is van (de grond van) Tucacas
Tera di famia
Tucacas is een zogenaamde ‘Tera di famia’, familiegrond, een cultureel-institutionele vorm van grondbezit die algemeen voorkomt bij burgers van Afro-Caribische afkomst. Het komt voor in het gehele Caribisch gebied en dus niet alleen op Curaçao.
Familieleden, doorgaans nauw verwant aan de overleden eigenaar, wonen dicht bij elkaar op familiegrond, een situatie dat vaak teruggaat tot de periode van afschaffing van de slavernij in de eerste helft van de 19e eeuw.
Door afstamming erven alle nakomelingen van de oorspronkelijke eigenaar als groep de eigendom van grond.
De grond wordt bij overlijden niet verdeeld onder de erfgenamen, maar wordt gezamenlijk gehouden door alle rechtmatige erfgenamen als een gedeeld recht op het gehele perceel. Rechtmatige erfgenamen, althans zoals ze door de familie worden beschouwd en dit is niet altijd identiek aan degenen die door de autoriteiten als eigenaar worden aangewezen.
Tucacas is naar de wet een langdurig onverdeeld gebleven boedel: een onroerende zaak (terrein, kavel, pand) waarvan de laatst bekende eigenaar die in de officiële registers staat, is overleden en waar sindsdien geen scheiding en deling van de zaak is toegepast. Met andere woorden: de overerving is niet geregeld.
Tucacas in archieven
De oudste bekende schriftelijke vermeldingen van het gebied dat later Tucacas zou worden genoemd, dateren uit het einde van de achttiende eeuw. In archiefstukken wordt gesproken over een stuk grond met de naam Tokaka dat in 1790 wordt overgedragen van wijlen Pieter van Eijken aan Cornelis van Eijken. De aanduiding “wijlen” maakt duidelijk dat het hier geen vrije verkoop betreft, maar een overdracht in het kader van een nalatenschap.
Uit genealogisch onderzoek blijkt dat Pieter en Cornelis vrijwel zeker dezelfde personen zijn als de broers Van Eijken die in 1734 in Leiden werden gedoopt. Daarmee staat vast dat de oorspronkelijke Van Eijkens blanke Nederlanders waren die zich in de koloniale samenleving van Curaçao vestigden — een voorbeeld van hoe Europese namen zich vermengden met lokale familiegeschiedenissen.
Een tweede vroege overdracht volgt in 1804, wanneer Tokaka opnieuw na overlijden wordt overgedragen, ditmaal aan Carel Gillebrodus Meijer. Deze vroege vermeldingen tonen aan dat Tucacas al vóór 1800 als herkenbaar stuk grond bestond en deel uitmaakte van een netwerk van familiebezit en boedelafwikkeling. Een bevestiging ook dat Tucacas duidelijk geen moderne wijknaam is, maar geworteld is in een oudere perceel-geschiedenis.
Een gebied in beweging
Vanaf 1811 wordt de geschiedenis van Tokaka beter zichtbaar in de archieven. Transportakten uit dat jaar en later bevatten uitgebreidere beschrijvingen van het terrein, de bebouwing en de omliggende gronden. In de loop van de negentiende eeuw wisselt Tokaka meerdere malen van eigenaar, maar opvallend is dat het perceel steeds binnen een relatief beperkte kring van personen en families blijft circuleren.
Volgens een notariële akte van 14 augustus 1837 wordt het terrein eigendom van Juana Goestina (ook als ‘Augustina’ geschreven) een slaafgemaakte die vrij werd verklaard en diverse bezittingen had, zoals de nabijgelegen Plantage Vetter en dus ook Tucacas.
Op 3 maart 1845 komt Tucacas uiteindelijk in handen van haar dochter Maria Martha. Deze overdracht onderstreept dat vrouwelijke eigendom en overdracht een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van deze en veel Curaçaose kunuku gebieden, maar in wijkgeschiedenissen vaak onderbelicht blijft.
Maria Martha
Maria Martha, (1814 – 1903), officieel eigenaresse van Tucacas, speelt een cruciale rol in de geschiedenis en de sociaal-culturele ontwikkeling van de bario. De meeste bewoners van de wijk zijn namelijk directe afstammelingen uit haar twee huwelijken.
Als eigenaresse van Tucacas trouwt zij voor het eerst in 1840 en wel met een buurman, de visser Johannes Clement, alias Johannes van Eijken, een achternaam die eerder al voorkwam als eigenaars van Tucacas. Deze Johannes van Eijken is een zoon van Maria Louisa, alias Ma Louisa, eigenaresse van de belendende gronden ten oosten van Tucacas, die nog steeds haar naam dragen.
Eerste huwelijk
Uit dit huwelijk van haar zoon met Maria Martha werd een dochter geboren, namelijk Ersilia Martina.
Ersilia had 7 kinderen die in Tucacas woonden maar waarvan drie zich al vanaf het begin in Ma Louisa hadden gevestigd. Vandaag de dag komt het nog steeds voor dat buiten de kadastrale grenzen van Tucacas, maar grenzend aan de gronden van Ma Louisa, percelen voorkomen met Tucacas als adressering. En omgekeerd vestigen mensen uit Ma Louisa zich nog steeds in Tucacas. De scherpe grenzen op officiële kadasterkaarten zijn in de praktijk vervaagd door de historische band, ontstaan ten gevolge van het eerste huwelijk van Maria Martha.
Oost-Tucacas
Opvallend en niet bekend is waarom deze grote groep nakomelingen Martina hebben als achternaam en niet Van Eijken zoals hun stamvader. Bij families rondom Tucacas is vaak te zien dat de officiële achternaam wegvalt en een vrouwelijke middelste naam als achternaam wordt gebruikt. Misschien past dit binnen de Curaçaose traditie waarin familienamen vaak van moeders of grootmoeders afstammen, zoals ook blijkt uit een CBS‑analyse: Martina, Martha, Francisca en Maria zijn typische matroniemen, dus uit vrouwelijke voornamen ontstaan*. De Martina’s zijn hoe dan ook geconcentreerd in het oosten van Tucacas en wonen naast Ma Louisa soms ook in het aangrenzende Kent U Zelf.
De derde dochter van Ersilia, Paulina Ermita was een alleenstaande moeder van acht kinderen. Als ze de zestig al is gepasseerd trouwt ze met een buurman, Emilio Pieters, ook een zestiger en eigenaar van de bekende Hòfi Pieters in West-Groot Sint Joris. En op hun trouwdag erkende hij ook alle acht kinderen van Paulina en kregen zij zijn achternaam.
Tweede huwelijk Maria Martha
Als haar eerste man in 1842 overlijdt, trouwt Maria Martha voor de tweede keer in 1849, nu met Alexander Carlo (Karel). Het echtpaar krijgt 5 kinderen:
- Poulina Denisia Pedro
- Phelipe Antonio Pedro
- Antonia Elisa Calvo
- Romano Nicolaas Karel
- Maximi Vincent Karel
De oudste dochter uit dit tweede huwelijk, Poulina Denisia, trouwt met Clement Martes, de buurjongen en zoon van Guillermo Martes. Guillermo was in 1869 de laatste eigenaar van het aangrenzende knoekje Rust en Vrede ten westen van Tucacas, ook wel bekend als Tucacas Chikí. Hier ligt nu een villawijk, eerst Santa Rosa Resort, later Liverpool Resort genaamd.
Dit echtpaar krijgt 7 kinderen waarvan de nakomelingen zich vooral in het westen van Tucacas concentreerden. Zij dragen vooral de achternaam Martes, een naam die binnen deze familietak generaties lang is doorgegeven en vandaag de dag nog steeds veel voorkomt in het westelijk deel van de wijk.
Eén van hun kinderen was Norberto Pablo Martes, geboren in 1893 en beheerder van de zeer bekende Hòfi di Shon Pa in Tucacas. Shon Pa had ook een broer, Cristoval Flores*, grootvader van de bekende zanger en muzikant Rignald -Mister Icho-Alexina van de muzikale groepering La Perfecta.
Een ander kind uit dit tweede huwelijk van Maria Martha is Romano Nicolaas Karel, in 1857 geboren en in 1904 getrouwd met Barbolina Nanooi*. Eén van hun negen kinderen is Marcelino Cleto Karel (Mai Spiro) geboren in 1902, de andere bekende hòfi-beheerder in de wijk. Vóór het huwelijk had Barbolina al kinderen die bij het huwelijk ook erkend werden door Karel.
Twee generaties
En zo gebeurde het dus dat twee 2 generaties nakomelingen van Maria Martha-— uit haar beide huwelijken — onwetend van hun afkomst, samen zijn opgegroeid in de wijk. De Martina’s uit Oost-Tucacas en de Martis’ uit West-Tucacas wisten wel dat ze familie van elkaar waren, maar niet hoe de vork precies in de steel zat. Dit zou pas aan het licht komen ten tijde van de gerechtelijke procedures omtrent Tucacas als onverdeelde boedel en het daarbij behorende stamboomonderzoek.
Oorspronkelijk terrein
Mensen weten vaak verrassend weinig over de wijk waarin zij wonen of zijn opgegroeid. Straatnamen, perceelsgrenzen en buurtnamen worden als vanzelfsprekend ervaren, terwijl hun oorsprong vaak eeuwen teruggaat. Zeker in wijken die zijn ontstaan uit oude, langdurig onverdeelde boedels -tereno di famia- is die geschiedenis niet altijd zichtbaar, laat staan bekend. Tucacas vormt daarvan een treffend voorbeeld.
In de vroeg 19de-eeuwse bronnen wordt Tokaka niet aangeduid als plantage, maar als een kunuku of kanoekje: een relatief klein landbouwperceel, vaak met een eenvoudige woning. Zulke percelen lagen in het buitengebied, omgeven door savannegrond* en werden begrensd door trankeren -omheiningen van steen, cactus of pita- en natuurlijke herkenningspunten.
Ruimtelijke ordening
Het landschap bestond uit open terrein, doorsneden door paden en wegen. De precieze grenzen waren minder belangrijk dan het feitelijke gebruik en de onderlinge afspraken tussen buren. Deze wijze van grondgebruik heeft blijvende sporen nagelaten in de latere ruimtelijke structuur van Tucacas.
Wie vandaag door Tucacas loopt, ziet een woonwijk zoals zovele op Curaçao: geen planmatige ruimtelijke ordening, huizen van familieleden die dicht op elkaar zijn gebouwd, onregelmatige perceelsgrenzen en een bebouwing die zich in de loop van generaties lijkt te hebben gevormd.
Wat men niet direct ziet, is dat dit gebied zijn wortels heeft in een veel oudere landschappelijke en juridische werkelijkheid. Grond werd hier niet strak afgebakend zoals later in het kadaster, maar omschreven aan de hand van gebruik, buren en herkenningspunten in het landschap. De grenzen van Tucacas worden in de praktijk anders ervaren dan op papier en de wijk draagt vandaag sporen van een verleden dat nooit strak is vastgelegd, maar van generatie op generatie is doorgegeven.
Juist daardoor is een belangrijk deel van het verleden van Tucacas uit het collectieve geheugen verdwenen.
Hofjes, dammen en water
Tucacas ligt in een dal, waardoor al het regenwater uit de omgeving naar het westen stroomde. Deze natuurlijke ligging maakte het gebied ideaal voor wateropvang voor de productie van groenten en fruit.
Tucacas telde zeker vijf officiële dammen, herkenbaar aan genummerde damhoofden. Twee van deze dammen lagen bij de hofjes van Shon Pa en Mai Spiro, dankzij hun gunstige ligging in het laagste deel van het dal.
Voordat er waterleiding bestond, waren bewoners aangewezen op de waterputten van deze hofjes — vooral die van Shon Pa dat ter hoogte van de huidige Kaya Matrimonial te Santa Rosa lag.
Dit veranderde toen de regering publieke wateraftappunten aanlegde, de bekende tanki di awa. Aan de weg, vlak bij het huis van Tan Chichi, bevond zich zo’n tanki di awa waar bewoners water konden halen voor de huishouding.
Helaas zijn als gevolg van betwisting van het eigendom van Tucacas als tera di famia binnen de families veel dammen vernietigd en is de oorspronkelijke structuur van paden en afscheidingen verdwenen. Dat dit niet zonder gevolgen bleef, bleek toen orkaan Thomas over het eiland trok: het water kon niet meer op de traditionele wijze worden opgevangen en afgevoerd.
Beheer van Tucacas
Naar traditie was degene die een kopie van de koopbrief bezat de beheerder van de grond. Hij kon naar eigen inzicht familieleden toestemming geven voor bijvoorbeeld woningbouw of het afbakenen van een perceel. Dit leidde soms tot fricties door willekeur, een bekend verschijnsel in oude tereno di famia-gebieden waar formele kadastergrenzen ontbraken en gezag vooral berustte op familieafspraken en mondelinge traditie.
Shon Pa zou traditioneel de beheerder van de koopbrief van de familiegrond moeten worden, maar weigerde omdat hij toch geen kinderen had en het beheer van de meetbrief veel meningsverschillen met zich mee zou brengen.
De meetbrief kwam daardoor bij een zoon van één van de ouderen in de wijk, Tan Chichi terecht, een beslissing waar achteraf niet iedereen blij mee was. Ten gevolge hiervan staat nu op het terrein van Tucacas een grote zendmast, waarvan niet alle familieleden vooraf op de hoogte waren gebracht.
Aan de willekeurige terreintoekening kwam pas een eind toen een stamboom werd opgesteld in verband met gerechtelijke procedures bij de onverdeelde boedel Tucacas.
Opvallende personages
Marcelino Cleto Karel a.k.a. Mai Spiro was zeer vooruitstrevend voor zijn tijd en plantte in zijn hofje en kunuku volgens de maanstand. Omdat hij vaak ’s avonds bij volle maan in zijn kunuku aan het werk was en daardoor op een spiritu- geest- leek, werd hij door de jongelui in de wijk Mai Spiro genoemd. Hij was tenger, droeg altijd een donkere bril waardoor je zijn ogen niet kon zien en kinderen waren bang van hem. Mai Spiro woonde zelf in het aangrenzende Abrahamz.
Ook bekend uit het westen van Tucacas was Yenchi die een grote geitenkoraal had, vlakbij het hofje van Shon Pa. Na het overlijden van Yenchi was er veel geruzie over wie de geiten mochten houden.
In het oosten van Tucacas staat het huis van Tan Marí (Maria Andrea Martina, 1870–1945), een kleindochter van Maria Martha. Het huis is ongeveer 400 jaar oud en wordt vandaag de dag nog steeds bewoond door haar achterkleindochter Lies Ricardo.
Vlak daarnaast staat het knoekhuisje van Tan Chichi (Felicia Johanna Rosalina, 1884–1978), schoonzus van Tan Marí. Hoewel het huis van Tan Chichi kleiner is, is het even oud als dat van Tan Marí — dit is duidelijk te zien aan de voorgevel. Ooit stond hier ook en grote dam.
Uit het huwelijk van Tan Chichi met Francisco Martes Martina werden acht kinderen geboren, waaronder Boeboe di Mimina (Jockey) en Tan Petra, stammoeder van de Carolina‑familie. Tan Petra is tevens de overgrootmoeder van Alvin Eugenio Inecia, beter bekend als Tio Ali, de bekende kinder- entertainer die naam maakte met ritmische poëzie op Curaçao, Aruba en Bonaire.
Familietraditie
Bij vroegere generaties werd bij overlijden anders gehandeld dan nu. Door het tropisch klimaat en het ontbreken van koelvoorzieningen moesten overledenen zo snel mogelijk worden begraven. Het was gebruikelijk dat een lichaam thuis werd opgebaard, vaak slechts enkele uren, waarna de begrafenis volgde. Binnen families in Tucacas zijn meerdere gevallen bekend waarin deze traditie tot in de 20e eeuw werd voortgezet.
‘Traha den Popo’
Vele inwoners van Tucacas verdienden de kost als landbouwwerkers te Popo, een vrij grote plantage ten oosten van Tucacas gelegen.
Voor huishoudelijke inkopen was men aangewezen op Wan kibrá oftewel Wan Mankaron die een winkel beheerde in Ma Louisa. Wan was zwaar lichamelijk gehandicapt en moest zich slepend voortbewegen maar dat hinderde hem niet om zijn winkeltje draaiende te houden en elke zondag traditioneel vers geitenvlees aan te bieden. Voor de kinderen had hij altijd wel een snoepje en tegen het jaareinde werden bij hem in de buurt altijd Tambufeestjes georganiseerd.
Rust en Vrede bij Tucacas
Deze wijk, die ten westen van Tucacas ligt, heeft naar verluidt haar naam te danken aan het feit dat ten tijde van de ‘kabouterziekte’ oftewel Spaanse griep rond 1918, een groot aantal mensen daar begraven zijn. De ‘kabouterziekte’ was een besmettelijke ziekte (waarschijnlijk gele koorts) die wereldwijd veel slachtoffers heeft gemaakt. Op Curaçao werden veel van de bewoners die besmet waren naar het ‘Leprozen Gesticht’ te Zakitó verwezen.
De wijk werd ook Pe’i Chi genoemd, naar een vrouw met vrij groot postuur, getrouwd met Pe, maar werd ook Tucacas Chikí genoemd. Tucacas Chikí is een zeer waterrijk gebied en hier was dan ook een grote dam gebouwd. Die is afgebroken in verband met de bouw van de villawijk, het Santa Rosa Resort.
Huidige juridische situatie
Met ingang van april 2007 is een nieuwe wettelijke regeling in het Burgerlijk Wetboek van kracht, met als doel een oplossing mogelijk te maken voor het probleem van langdurig onverdeeld gebleven boedels uit het verleden.
Ook voor Tucacas is eind 2016 een procedure op grond van die regeling in gang gezet om de grond verdeeld te krijgen
onder de erfgenamen en andere gerechtigden die daarvoor in aanmerking komen.
Daarmee zal ook een einde komen aan de al decennia durende onderlinge twist over het eigendom van Tucacas.
Uiteindelijk is het de rechter die bepaalt wie recht heeft op een perceel grond in Tucacas.
Het laat zich verstaan dat een oplossing van het probleem van een onverdeelde boedel als Tucacas ook een verbetering
van de sociaaleconomische positie van betrokkenen zal betekenen. De door hun bewoonde boedels worden hierdoor immers in economische zin opgewaardeerd, iets wat ook de economie van Curaçao ten goede zal komen.
*Vwb de genealogie op Curaçao is het bekend dat er een district meester is geweest die -om onbekende redenen –steeds achternamen wegliet bij de registratie van ingezetenen.
*Mogelijk is er een verband tussen deze Barbolina en Hòfi Barbolina, dat dichtbij Tucacas ligt en door de familie Barbolina(!) wordt beheerd. En zou Cristoval te maken hebben met Sint Christoffel, het aangrenzende knoekje met dito heuvel ten noorden van Tucacas?
Met speciale dank aan Noraly Lovert en Sigfried Martina.
Met dank aan: Icho Alexina, Tio Ali, Christel Monsanto, Suzy Martina en Semiramis van der Veen.
Bronnen:
- Ministerie SOAW: Buurtprofiel Santa Rosa
- dutchcaribbeanheritage.org
- Langenfelt: Plantages , Tuinen en ‘kanoekjes’ en hun eigenaren tussen 1780 en 1885
- Notariële akten uit OAC (Oud) – en NAC (Nieuw Archief Curaçao)
- Brenneker: Sambumbu, diverse edities
- Dr. mr. Bastiaan van der Velden, Open University, Faculty of Humanities and Law Heerlen