Westpunt (deel 1)
Di Watamula te Punta Kayon is een oude gezegde om Curaçao van Oost- naar Westpunt aan te duiden: Watamula ligt namelijk tussen het uiterste noorden en het uiterste westen van het eiland en Punta Kayon (Punt Kanon) is het meest oostelijke punt van Curaçao.
Watamula ligt bij Westpunt. Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt dit voormalig vissersdorp dus in uiterste noorden van Curaçao. Alle bario’s op Curaçao die aan zee liggen hebben baaien- als ze aan de rustige zuidkust liggen – of boka’s, diepe inhammen – als ze aan de woeste noordkust liggen. Westpunt is- door haar ligging op het eind van het eiland – een uitzondering en heeft zowel baaien – Playa Piskadó, Playa Fòrti, Playa Gépi en Playa Kalki en wel 11 boka’s. Van deze boka’s liggen een aantal in het Shete Boka Natuurpark dat door Carmabi wordt beheerd. ( zie kaart voor de boka’s van Westpunt)
De naam Westpunt komt rond 1700 al voor in de archieven van de West Indische Compagnie , WIC. Volgens het buurtprofiel omvat het de wijken Sabana-, Papaya- en Zorgvliet bij Westpunt, Coral, Mishé en verder ook de bovengenoemde woeste noordkustlijn met de 11 boka’s. De voormalige plantage Zorgvliet maakt tegenwoordig deel uit van het Christoffelpark bij Savonet
Westpunt – in de volksmond ook Wèspén of Papaya genoemd is een van de dunst bevolkte wijken van Curaçao. Al sinds 1816 werd Westpunt bewoond door vrije lieden, slaaf gemaakten die zich hebben vrijgekocht en met toestemming van het eilandsbestuur en – ‘na vooraf consent der buren.’ Zich daar mochten vestigen. In tegenstelling tot de meeste dorpen/ wijken op Banda bou heeft Westpunt geen plantage-verleden gekend en heeft er hier ook nooit een landhuis gestaan. Na afschaffing van de slavernij in 1863 vestigde zich een grotere groep ex- slaafgemaakten op Westpunt, waarschijnlijk afkomstig van nabijgelegen plantages zoals Santa Cruz, Knip en Savonet. Rond 1850 woonden 300 mensen op Westpunt die zich vooral met de visserij bezighielden, maar ook landbouw (bij naburige plantages) en veeteelt bedreven. Ook verkreeg men inkomsten uit het plukken van dividivi peulen, snijden van aloë, het branden van houtskool en kalk en door het vlechten van hoeden, manden, touwen en visnetten. Verder wist men vrij zelfstandig te leven door timmer-, metsel-, smid – en slagerswerkzaamheden.
De katholieke kerk en de laatste eigenaar van Savonet, Mathias Erasmus van der Dijs, speelden tenslotte een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van Westpunt.
Door de opkomst van de fosfaat-en olie- industrie en nevenactiviteiten en de handel bij Santa Barbara en in de stad, trokken aan het begin van de 19 e eeuw veel bewoners weg op zoek naar een beter inkomen.
Papaya
Papaya of Papayatuin is een streek ten zuidwesten van Westpunt, ten oosten van Zorgvliet en op de grens met Knip. Het heette vroeger ook wel Wel te Vrede of Fourth July. De eigenaar kreeg ten tijde van de Engelse overheersing in 1814 toestemming tot het houden van ‘‘ a herd of horned cattle and a flock of sheep”. Door deze privilege voor het weiden van vee was de taxatiewaarde van Papayatuin in 1862 veel hoger dan je van zo’n klein plantage zou verwachten. Ook stonden er bij Papaya veel Divi divi bomen waarvan de peulen als exportproduct werden gebruikt voor het looien van leer. Te Seru Papaya staan thans veel luxueuze (weekend)huizen, restaurants en vakantie-appartementen.
Ruzie om water
Inwoners van Westpunt waren in het verleden voor drinkwater ooit afhankelijk van een waterput bij Papaya, dat later eigendom was van een zekere Gracia. Gracia vond eens dat maar weinig bewoners van Westpunt waren komen opdagen bij een geplande schoonmaak van de put. Ze besloot daarop de put te vergiftigen door manzaliñatakken erin te gooien. Bewoners van Westpunt waren hierdoor gedwongen een lange omweg te maken om in Kenepa of Savonet water te gaan halen. Maar omdat de put aan openbare, niet omheinde grond stond en iemand per ongeluk van het water zou kunnen drinken, werd ze van hogerhand gedwongen deze snel weer schoon te maken.
Het was niet de eerste keer dat het putwater onbruikbaar a was gemaakt. En dus werd middels de pastoor een verzoek gedirigeerd aan de districtmeester om voor eigen rekening een put te mogen graven.
De eerste kerk
De allereerste heilige mis op Westpunt werd op 21 september 1849 gehouden in het huis van Petronella Boelbaai. Later in datzelfde jaar kwam de eerste kerk van Westpunt te Papaya. In februari 1849 kreeg monseigneur Niewindt namelijk toestemming van de koloniale overheid om hier een kerk te bouwen. Naast de pastor, Gregorius van Gastel en zijn altaartje konden alleen maar 10 mensen in het kerkje, de rest stond buiten. Dus werd binnen enkele dagen door parochianen een afdak van 13 meter lang met een dak van stro tegen het pastoorshuisje aan gebouwd.
Spirituele ontwikkeling
De nabij gelegen Savonet van der Dijs was in die tijd een van de best producerende plantages op Curaçao, dankzij onder andere vooruitstrevende en moderne landbouwmethoden die hier werden toegepast. Van der Dijs bezat naast Savonet en Papaya ook de nabijgelegen plantage Zorgvliet en een stuk grond bij de baai van Westpunt. Hij schonk een stuk grond in de zuid-westhoek van Papaya en grenzend aan de baai van Westpunt aan de Katholieke kerk, bestemd voor de bouw van een kerk en een school. Op 1 december 1849 stond hier onder één dak de nieuwe kerk met pastorie, uiterst eenvoudig gebouwd uit klei en hout en met maisstro bedekt. En gewijd aan Sint Petrus. De vorige twee kerkgebouwen waren meer lemen hutten met strooien daken. Voor het bouwen van een stenen kerk schonk van der Dijs wederom een stuk grond bij Papaya. De stenen kerk was een initiatief van monseigneur Niewindt, die persoonlijk naar Westpunt kwam om officieel – na opmeting door de overheid- de schenking in ontvangst te nemen. Alle parochianen van Savaneta, Kenepa, Lagun, Papaya, Coral en Sabana stroomden naar Westpunt om Niewindt te begroeten. De parochie bestond toen uit 300 vrije lieden en 500 slaafgemaakten.
Ook zijn rond 1850 circa 19 slaafgemaakten door van der Dijs vrijgemaakt en kregen zij ‘van Thijs’ als achternaam.
Stenen op hoofden
Met moker en pikhouweel werden rond 1850 stukken uit rotsen gehakt en in manden en bakken op het hoofd naar de bouwplek vervoerd. Karren en ezels voor vervoer van bouwmateriaal kreeg men pas later van Abraham de Veer, destijds waarnemer van plantages Kenepa en Lagun. Er werd klei afgegraven en alle hout werd gratis door tot slaaf gemaakten van van der Dijs aangeleverd. Ook andere plantage- eigenaren lieten hun personeel meehelpen zodat 5 maanden later de kerk al was voltooid.
Voor het bouwen van kerken, school en pastorie werd door de pastor steeds permissie gevraagd om hout te kappen en kalk te branden aan het strand van Playa Kalki om aan bouwmaterialen te komen. Dit gebeurde in 1850 om de kerk te bouwen. En in 1862 voor de school en een regenbak en in ook in 1872 om de huidige stenen pastorie te bouwen.
De regenbak deed het goed: in een goed regenjaar verkocht de pastoor maandenlang water voor 2,5 cent per blik uit de volle regenbak bij de pastorie.
In 1854 werd op aandringen van de overheid een kerkhof aangelegd. Men vreesde namelijk een cholera-epidemie en was bang dat er niet genoeg begraafplaatsen zouden zijn. In 1872 vroeg de bisschop een stuk grond aan ter uitbreiding van het kerkhof in oostelijke richting.
Sociaal-cultureel centrum
De kerk was het centrum van het sociaal- cultureel gebeuren te Westpunt. Het contact met Willemstad, zoals mededelingen van de overheid, verliep via de pastor, evenals informatie over welke vrachtschepen er in de baai van Westpunt zouden afmeren, en welke producten er verkrijgbaar zouden zijn. Alles werd tijdens de mis in Westpunt bekend gemaakt.
Het was er gezellig: Reeds vanaf het begin gebruikte men – bij gebrek aan een orgel – al instrumenten zoals viool, gitaar en kuarta en soms zelfs tamboerijn ter begeleiding van de zang.
De heren kwamen op ezels die op het kerkplein- Plenchi Buriku- werden vastgebonden. Sommige dames kwamen na vaak urenlang te hebben gelopen vanuit Kenepa en Lagun. Vlakbij de kerk werden de stoffige alpargata’s verwisseld voor nette schoenen en werd het hoofd afgedekt met een veil: Met ontbloot hoofd liep je kans geen Heilige communie te mogen ontvangen.
Na de Heilige mis bleven de parochianen nog napraten en werden nieuwtjes uitgewisseld onder het genot van een kopje koffie of chocolade op het kerkplein waar ook lokaal snoepgoed werd verkocht.
Religieuze feesten zoals kerst, pasen, eerste heilige communie waren tevens ook de gelegenheden voor sociaal- culturele activiteiten.
San Pedro
Vooral op de viering op 29 juni, verjaardag van San Pedro, Prins der apostelen, patroon der vissers en van de parochie van Westpunt, kwamen bezoekers van heinde en verre om de zeewijding bij te wonen. Bij deze gebeurtenis wordt het versierde beeld van San Pedro in een opgetuigde boot vervoerd naar Playa Grandi vanwaar de menigte in processie- optocht naar de kerk loopt.
Pastoor te Riele had, bij langdurige droogte, eens een zwaar stenen beeld van San Pedro door 12 vissers in processie rond de kerk laten dragen. Op het moment dat de processie de kerk weer binnentrok, begon het onmiddellijk te regenen.
Dia di San Pedro wordt nog steeds elk jaar gevierd door de inwoners van het vissersdorp, waarbij de monseigneur naar Westpunt komt om de zee in te zegenen. Het beeld van San Pedro, links voor het kerkgebouw, is een cadeau van de familie de Jongh aan de parochie. Om discussies te voorkomen of het beeld met het gezicht naar de kerk of naar de zee zou moeten staan, werd het zodanig geplaatst dat de heilige zowel de kerk als de zee kan zien. Naar verluidt zou het beeld verder zodanig zijn geplaatst dat de schaduw ‘smiddags over het altaar zou vallen.
Rechts voor het kerkgebouw stond vroeger het schuttershuis en landden vroeger helikopters in verband met militaire trainingen. Ook staat hier een trap vanwaar men naar Playa Grandi kan afdalen.
Armoede
De pastoor was de centrale figuur in het dorp. Hij vroeg, kreeg en beheerde overheidsgeld om putten te graven. Of om wegen te verbeteren als werkverschaffing ten tijde van weinig regen en mislukte oogsten.
In tijden van droogte in 1902 en 1903 stonden mensen in rijen bij de pastorie, smekend om geld en voedsel. Met giften van de bisschop aan de pastoor kon de armoede enigszins worden verlicht. In 1915 kreeg de pastoor van Westpunt iedere maand 50 gulden van de overheid om te verdelen onder de armen en in 1919 nog maismeel om aan arme schoolkinderen uit te delen.
Van Koolwijk
Westpunt kreeg in 1878 een bijzondere pastoor, een wereldheer: A.J. Van Koolwijk die meeleefde met zijn parochianen en veel uitbreidingen aan de kerk bracht. Maar hij was daarnaast vooral een wetenschapper: Zo deed hij veel onderzoek op plaatsen waar indianen hebben gewoond zoals op de hoge rotsen aan zee, tussen Westpunt en Knip. De locatie was ongeveer 2 hectare groot en bezaaid met fragmenten van schelpdieren zoals de karkó en vele potscherven. Van Koolwijk onderzocht ook inheemse woonplaatsen op Ascencion en San Juan.
Oude kerk wordt nieuwe school
Pater Smitz, pastoor te Westpunt vanaf 1886 tot 1869, liet een put, Poos Marie- in de volksmond Po’i Marí- graven die jarenlang de gehele bevolking van water voorzag. Pastoor van de Pavert, de achtste pastoor van Westpunt verzamelde materiaal voor een nieuwe grotere kerk door stevige rotsen op te laten blazen. Zij opvolger pater de Bruyn begon in 1897 met de bouw van de tegenwoordige kerk van Westpunt. Hij was architect, aannemer, timmerman, metselaar en smid tegelijk en leidde jongelui op Westpunt ook meteen op in die ambachten.
De oude kerk werd grotendeels tot de ‘nieuwe school’ ingericht. Op 7 december 1898 vond de inwijding plaats van de huidige, vierde kerk van Westpunt waarbij de pastoors van Barber en Willibrordus ook aanwezig waren.
In 2025 nam pastoor Alphonsus Baak afscheid van de parochie op Westpunt om op Bonaire te gaan werken. Gedurende de 4 jaar op Westpunt had hij de pastorie gerenoveerd en de garage omgetoverd in een lunchroom waar toeristen een hapje kunnen eten. De lunchroom moet inkomsten genereren voor de kerk die ook toegankelijk is voor de buitenlandse bezoekers.