Brakkeput

Brakkeput

Wat we vandaag kennen als Montaña heette rond 1855 nog ‘Plantage Vaerscheput oftewel Varse Put in de zin van ‘verse’ of zoet (drink)water. Rijst dan de vraag of het nabijgelegen Brakkeput verwijst naar brak of zilt putwater. Maar volgens diverse auteurs die geschiedkundig onderzoek hebben verricht naar de herkomst van de naam, ligt het niet zo eenvoudig.
Zij geven aan dat de namen ‘brak’ en dus ook Bracapoti, Bragapoti oftewel Brakka Put, waarschijnlijk afkomstig is van het jacht De Brack dat in 1634 in de Caracasbaai lag. Het schip was onderdeel van de vloot die in 1634 Curaçao aandeed, aangevoerd door Johannes van Walbeeck en Pierre Le Grand. De Brack was een zogenaamde ‘snelle jacht’ en werd gebruikt om, na verovering van Curaçao, de Spanjaarden en de inheemse bevolking naar het Latijnse vasteland te vervoeren. Ook werd het gebruikt om de Venezolaanse kust te verkennen en om zoet water vanuit de ‘Krakebaai’ (Caracasbaai) naar Willemstad te vervoeren.
Brenneker verhaalt dat het jacht ‘ De Brack ‘ vroeger water putte op de grote plantage ten noorden van het Spaanse Water. De naam Cunucu Pos op oudere kaarten zou volgens hem “Grootte Bracke Putt” kunnen zijn geweest. Brakkeput was tot 1828 namelijk nog één grote plantage.
Het Spaanse Water dankt zijn naam aan het feit dat hier het bestuur over het eiland was gevestigd ten tijde van de Spaanse overheersing (1499-1634). En wel te Santa Barbara om precies te zijn.

Brakkeput

Brakkeput kent diverse vroegere indianenwoonplaatsen. In 1828 was de plantage eigendom van de familie Ellis, waar 22 tot slaaf gemaakten werkzaam waren. Het landgoed werd in 1836 verdeeld in drie plantages met dezelfde naam. In de 19de eeuw was er hierdoor veel verwarring in de overdrachtsdocumenten en zo kwam men tot de oplossing door de Papiamentstalige toevoegingen: Ariba, Meimei en Abou (Boven, oftewel oostelijk-, midden- en zuidelijk Brakkeput).
Brakkeput Ariba
Brakkeput Ariba – ook bekend als Nooitgedacht- was eens eigendom van één van de rijkste ingezetenen van het eiland, M. Penso, een hypotheekgever die ook eigenaar was van Nijdrust, alias Casa Grandi. De Isla di Penso is een schiereilandje in het Spaanse Water, de langste uitloper van Brakkeput Ariba. Het ligt ten zuiden van Brakkeput Ariba en is naar hem vernoemd.
Maria Martha
In 1803 is Maria Martha, een vrije kleurlinge, eigenares van Brakkeput Ariba. De plantage was haar geschonken door de joodse eigenaar David Raphaël, samen met 40 tot slaaf gemaakten en een behoorlijke veestapel. Maria Martha was dus niet bepaald onbemiddeld toen ze in datzelfde jaar besloot ook de plantage Saliña Abou te kopen. Zelf bleef ze liever op Brakkeput Ariba wonen, want ze stelde iemand anders aan als beheerder van haar nieuwe bezit.

Brudernan di Brakapoti

Brakkeput Ariba zou in de 20e eeuw een ongewone bestemming krijgen: het zou verbouwd worden tot een ‘ jongensstad’,een locatie voor opvang en scholing van jongens uit arme gezinnen. Monseigneur Verriet stelde in 1937 de terreinen ter beschikking van de Stichting Johannes Bosco en de Kruisvaarders van Sint Jan die daar gingen wonen. Vanaf dat moment stond de plantage bekend als Brakkeput di Brudernan.

De Stichting is vernoemd naar de 19e eeuwse Italiaanse priester Giovanni (Johannes) Bosco, ook bekend als Don Bosco. Hij ontwikkelde wereldwijd een eigen onderwijssysteem, met bijzondere aandacht voor vorming van de jeugd. Don Bosco is in 1934 heilig verklaard.
Onder leiding van de broeders op Curaçao werd een werkkamp en een internaat opgericht voor katholieke jongens die niet naar een ambachtsschool konden. Zij werden hier opgeleid tot onder andere timmerman en automonteur. Op het internaat verbleven ook jongens uit Aruba, Bonaire, de Bovenwindse eilanden en uit Bándabou die in Punda en Otrobanda naar school gingen. Maar het plan om de voorzieningen uit te breiden ging niet door omdat de broeders overgeplaatst werden naar ontwikkelingslanden in Zuid-Amerika.
Heel bekend bij de jongeren uit de omgeving was het Vèlt di Brakapoti, een sportveld dat was aangelegd door de broeders. Ook het schiereiland van Brakkeput Ariba was jarenlang een visplek voor jongens uit de buurt.

Kinderoorden Brakkeput

In 1962 werden de vrijgekomen ruimtes weer gebruikt voor opvang van kinderen, ditmaal onder leiding van Stichting Kinderopvang Brakkeput, waar meisjes en kleuters van nul tot zestien jaar, op sociale indicatie werden geplaatst. De drie paviljoenen op Brakapoti Ariba werden ingericht als dag- en slaapverblijf voor meisjes en kleuters, een keuken met eetzaal en ook een dag- en slaapverblijf voor oudere jongens uit arme gezinnen.
Later werden alleen nog jongens opgevangen op Kinderoorden Brakkeput. Tot 2024, toen wegens gebrek aan financiële middelen, de jongens in overige internaten op Curaçao werden ondergebracht. En hiermee helaas ook een einde kwam aan de jeugdwelzijnsvoorzieningen, die eens waren opgezet door de Brudernan di Brakapoti. Dankzij de Brudernan di Brakapoti en het Kinderdagverblijf Brakkeput, kregen vele minderbedeelde kinderen betere kansen in onze gemeenschap.
Na vertrek van de Brudernan di Brakapoti richtte de stichting Don Bosco zich op “financiële ondersteuning van projecten ten behoeve van sociaal zwakkeren in de samenleving, met speciale aandacht voor kansarme jongeren” zoals op haar website te lezen is. Daarbij hoort ook de verhuur en verkoop van kavels op de voormalige plantage.

Melkhandel

Aan de voet van het heuveltje met het landhuis Brakkeput Ariba stond het grootste melkhandelsbedrijf op Bándariba en eens liepen hier wel honderden koeien rond. Aan beide zijden van de weg naar het landhuis waren kurá’s di baka aangelegd waar de koeien verzorgd werden door Portugezen en waar grote hoeveelheden melk en yoghurt werden afgeleverd. De uitgestrekte velden ten oosten van het landhuis tot aan plantage Jan Sofat waren beplant met kleine mais ten behoeve van de koeien.
Aan de oostzijde van de weg tussen de koeienkralen bevindt zich nog een grote waterbak die Bak’i Bion werd genoemd. De bekende radiocommentator Carlito Bion was er eens in gevallen. Hij was elke zondag te beluisteren op de Radio Hoyer en sloot het programma steevast af met de zin: “Ami ta Carlito Bion!”.

Kima Kalki

Aangezien Montaña niet aan de zee grensde, leerden veel jongeren uit de wijk zwemmen op Brakkeput, bij Kima Kalki. Dit is een gedeelte van het Spaanse Water waar nu een kleine jachthaven is gevestigd.
Een unieke plek omdat hier vroeger kalk werd verbrand (kima kalki). De gemetselde kalkoven waar dit gebeurde staat er nog, het is een van de twee nog bestaande kalkovens op Curaçao. Ook aan de binnenbaai van Sint Marie staat een dergelijke kalkoven, zij het in vervallen staat.
Die bij Kima Kalki is behouden omdat de broeders de kalkoven met aanbouw hadden verhuurd en de huurder dit als een weekendhuisje had ingericht. Koraalsteen werd vroeger tot ongebluste kalk verbrand en met water overgoten om gebluste kalk te krijgen. Dit was de basis voor verf en kalksteencement dat gebruikt werd in de woningbouw.
Een andere, grotere jachthaven is de Curaçao Yacht Club waar door de elite vistoernooien worden gehouden. Deze jachthaven is aangelegd op een nep-schiereiland bij Brakkeput Ariba waarop ook een woonwijk is aangelegd. Dit schiereiland was vroeger een eiland maar is via een rijstrook op een demping bereikbaar gemaakt. Hier vlakbij ligt de Isla di Willemberg, een eilandje in het Spaanse Water, ten noorden van de

Kabrietenberg

Tenslotte lag bij Brakkeput Ariba ook een hofje, direct gelegen naast dat van Brakkeput Meimei .
Brakkeput Meimei
Brakkeput Meimei alias Klijne Bracke Putt, (met dubbele ‘t’ ) was 82 hectare groot. Het fraai gerestaureerde landhuis heeft de karakteristieke trekken van het Curaçaose landhuis, maar de kern is in U vorm gebouwd. Op de oost- en westzijde liggen fraaie terrassen met geweldig uitzicht op het Spaanse Water. Ook de bijgebouwen zijn volledig gerestaureerd. Brakkeput Meimei was geen rendabel bedrijf, in 1833 vroeg de eigenaar toestemming om kalk te branden om mais te kunnen kopen en de plantage werd meerdere malen op de veiling verkocht.
Eens was ook hier een werkkamp gevestigd voor jongens, opgezet door het Leger des Heils en ondersteund door de overheid en de olieraffinaderij.

Zeilhaven Asiento

In 1929 kocht de olieraffinaderij de plantage en werd het ingericht als recreatiegebied met clubgebouw en jachthaven voor de hogere employees. In de grote vakantie organiseerde de Shell daar voor kinderen van de employees een vakantiekamp als onderdeel van een Vakantieplan. Deelname was vrijwillig, maar bijna alle kinderen deden er enthousiast aan mee. Naast het bijgebouw aan de westkant is een ingang tot het vrij grote groene hofje dat naar Zeilhaven Asiento leidt. Deze is gelegen aan het Spaanse Water en wordt beheerd door de voormalige Shell-vereniging Asiento. Diverse ex-werknemers van de raffinaderij hebben hier hun boten liggen.
Het plantagehuis van Brakkeput Meimei is nu als restaurant ingericht en de overige voormalige plantage is tegenwoordig volgebouwd met resorts en luxe villa’s.

Brakkeput Abou

Brakkeput Abou, ook wel Bragapoti Abou, Rust en Vrede of Rust van Bonayre (met ‘y’) genoemd, is het meest westelijk gelegen en de kleinste van de Brakkeput-plantages. Het plantagehuis is in de 18 eeuw gebouwd en daarna gerestaureerd. De bijbehorende plantage was 41 hectaren groot en in 1828 waren hier slechts zes tot slaaf gemaakten werkzaam.
Rond 1940 werd de plantage gekocht door James van Henneigen, afkomstig van de Bovenwinden en Margo Mercelina. Naast hun beroep als kleermaker en hoedenvlechtster waren zij ook actief in de commercie waardoor ze de plantage konden kopen. Brakkeput Abou werd een veeplantage met koeien, schapen, geiten en kippen. Ook hadden ze wel zevenhonderd Lahara boompjes, die het basisproduct leverden voor de alom bekende Curaçaose Likeur.
De voormalige plantages Brakkeput Ariba en Brakkeput Abou zijn privé – eigendom.

Bronnen:
J. Neder Helman, Namen in en rond het Spaanse water;
J. van Soest, Olie als water;
J. van Ditzhuijzen, Landhuizen van Curaçao. – Juwelen uit het verleden;
W.E. Renkema, Het Curaçaose plantagebedrijf in 19de eeuw;
P.Brenneker, Sambumbu, diverse edities
Met dank aan Francois van der Hoeven, Frensel Mercelina, André Rancuret,Carel de Haseth en Christel Monsanto.