Cas Abou

Cas Abou

Cas Abou is niet alleen één van de oudste maar ook één der kleinste en één van de meest verkochte plantages op Curaçao. Ook de zoutpannen zijn één van de oudste op het eiland evenals het landhuis dat zeker nog vóór 1750 was gebouwd. En verder ligt hier één van de mooiste zandstranden op het eiland en is het tegenwoordig een populaire toeristische attractie op Bándabou.

De voormalige plantage Cas Abou alias Engelenberg werd ook Engelsberg , Engubèr  of Hansje* genoemd en ligt tussen Porto Marie en San Juan. Het is in 1686 aangelegd door een commissaris van het eilandbestuur, Willebrord van Engelen. Hij was ook eigenaar van de plantage van Engelen, dichtbij Mahaai.

Cas Abou is door de eeuwen heen niet verkaveld, behalve het gedeelte dat rond 1730 als cadeau werd weggegeven, vandaar dus ook de naam ‘Giftenberg’. Het huis dat hier verrees werd later e cas abou (laag huis of lagergelegen huis) genoemd en verdrong uiteindelijk de oorspronkelijke Engelenberg als naam van de plantage. De naam Cas Abou werd zeker al in 1910 gehanteerd voor de plantages Giftenberg en Engelenberg die  sinds 1835 weer zijn samengevoegd.

Punt Halvendag   

Van Engelen ging bij de aanleg van de plantage trouwens net iets te ijverig te werk bij het kappen en bevond zich op gegeven moment op het overheidsterrein tussen Engelenberg en zijn naaste buren van plantage San Juan. Die hadden zijn activiteiten met argusogen gevolgd en trokken met succes aan de bel bij het eilandsbestuur. Van Engelen, die toen al anderhalve dag op verboden terrein had gekapt, werd gedwongen te stoppen. De naam anderhalve dag is verbasterd tot (Punta) Halvendag en leeft voort op deze locatie tussen beide plantages.…

Een andere verklaring voor de naam is dat men per zeilschip een halve dag nodig had om van dit punt naar Willemstad te varen.

Wordt Cas Abou begrensd door San Juan in het oosten, in het westen grenst het aan Porto Marie. Op de grens van deze plantages liggen muren waartussen een patrouille pad liep. Deze was aangelegd door de toenmalige overheid ten behoeve van patrouilles zodat deze, ongestoord door soms lastige plantage- eigenaars, de kust konden bereiken.

Woongroepen

De Werbatakaart van 1909 vertoont drie groepen huisjes op Giftenberg en zowel ten noorden als ten zuiden van het landhuis zijn de funderingen nog te zien: Steeds een stenen huisje met daarnaast strooien woningen. Niet duidelijk is of dit familie-nederzettingen zijn geweest, iets dat nog steeds heel gebruikelijk is op Bándabao. De Werkgroep Archeologie vond hier heel veel artefacten, waaronder flessen maar ook een ‘Plaja’: een bijzondere vloer van vingerkoraal die vroeger diende om de was te laten drogen. Naast de woongroepen staat dichtbij het landhuis ook een tweede grote mangasina.

Investering

De plantage was circa 400 ha groot en naast zoutwinning werd hier ook gemengd landbouw gedreven. Cas Abou ligt tussen twee heuvels in een vallei/wateropvang-gebied dat het regenwater naar de Playa di Shon afvoert. Men heeft hier in het verleden vele dammen, putten, tanki’s, drinkbakken voor het vee en andere waterwerken aangelegd. Ook werd er indigo verbouwd, waaruit blauwe kleurstof werd gewonnen voor het verven van textiel.

Cas Abou was vaak eigendom van kooplieden die het als een investering beschouwden waardoor het dus vaak werd verkocht als men om cashflow verlegen zat. Het landhuis was lange tijd een ruïne door verwoesting tijdens de grote opstand van slaafgemaakten en door de Engelse inval in de 19 e eeuw.

Restauratie

Het is in 1970, evenals de nabijgelegen mangasina aan de noordzijde, gerestaureerd onder leiding van de architect Serge Alexenho. Gevels, dakkapellen en ramen zijn hierbij gewijzigd. Binnen in het huis is overal origineel materiaal gebruikt en met name het houtwerk van plafond, deuren en trap naar de bovenverdieping zijn indrukwekkend.

Zoals gebruikelijk in oudere huizen op het eiland is de keuken in de zuidwesthoek gesitueerd opdat de kookluchtjes met de wind worden meegevoerd. Dichtbij de keuken, in dezelfde hoek, is een tweezits toilethuisje gebouwd. Een bijzonderheid want toiletfaciliteiten waren schaars bij landhuizen en behalve Cas Abou stond ook Savonet bekend om deze faciliteiten op Bándabou en op Bándariba was het Jan Sofat.

Volgens groots opgezette plannen zou het huis ingericht worden als countryclub en zou de toegang van de zee naar de oude zoutpan omgetoverd worden in een jachthaven. Maar rond 1980 werd alleen de Seru Wea di Awa ( waterpot) ontwikkeld voor de bouw van een villawijk.

Ook opvallend op Cas Abou en de nabijgelegen Porto Marie is de bijzondere bolcactus die men niet vaak tegenkomt op Curaçao. Op Cas Abou groeit het juist uitbundig op de kalkbodem maar ook op afgebroken rotsblokken: het is de   Mammilaria mammilaris oftewel de Milon di seru di tete: een   bolcactus met op tepels lijkende uitstulpjes.

Curaçao kent verder nog een wijk met de naam Cas Abou: een kleine kunuku op Seru Fortuna bieu waarvan het grootste gedeelte nog onbebouwd is (zie Seru Fortuna).

*niet te verwarren met Hansje tussen Santa Cruz en Barber.

Bronnen: M.A.Visman De herkomst van onze streek- en plantagenamen,

Werkgroep Archeologie, Cas Abou, diverse verslagen 2012.

Met dank aan de Werkgroep Archeologie, Michèle van Veldhoven, François van der Hoeven,Helma Maduro – Molhuijsen en Frensel Mercelina.