Cabo Vèrde

Cabo Vèrde

Kobèrdè (Cabo Vèrde)

De voormalige plantages Cabo Vèrde oftewel Kobèrdè, Seru Fortuna en Stenen Koraal oftewel Kurá (di) Piedra vormden samen eens plantage De Zeegening.

Dit is de geschiedenis van Kobèrdè, een voormalige kleine plantage aan het einde van de Rooseveltweg, net vóór de bocht naar Hato. Het wordt verder begrensd door de wijken Seru Fortuna in het noorden, Stenen Koraal in het oosten en ten zuiden door Goede Hoop (Speransa).

De naam Cabo Verde refereert naar de Kaap Verdische eilanden, die bij het uiterste westen van het Afrikaans continent liggen. Het werd door Portugezen veroverd en speelde een belangrijke rol in de slavenhandel. Bekend is dat de taal die op deze eilanden wordt gesproken veel overeenkomst vertoont met ons Papiamentu.

Zowel Curaçao als deze eilandengroep hadden in het verleden ook te maken met een zeer ongewenste gast: Jacques Cassard.

Nico Eigenhuis verhaalt op Google dat de hoofdstad van de Kaap Verdische eilandengroep in 1712 werd verwoest door de Franse vrijbuiter Jacques Cassard. Een jaar later viel diezelfde Cassard Curaçao binnen, belegerde het eiland een aantal dagen en vertrok pas nadat hij juwelen en losgeld had ontvangen dat onder de burgers werd ingezameld.

Plantashi

Ook in Suriname bestond al sinds 1677 een suikerplantage aan de Surinamerivier met de naam Cabo Verde. De gelijknamige plantage op Curaçao was één kunuku met veel mondi en ook manzaliñabomen, die gewoonlijk alleen in waterrijke gebieden groeien.

Op het landgoed Cabo Verde en het nabijgelegen Goede Hoop waren er zeker drie dammen, waarvan de bekendste wel de Dam di Señora di Michelle werd genoemd omdat de dam ten oosten van haar huis liep. Señora di Michelle was een Libanese dame die hier een houten winkeltje had, wat schapen en koeien hield en verder ook betonblokken verkocht vanuit een magazijn opgetrokken uit zinkplaten. Niemand wist haar echte naam, ze werd altijd met ‘de vrouw van Michelle’ aangeduid. Haar huis stond op de plek van de huidige KFC aan de Rooseveltweg en het latere huis van familie Luis de Lannooy en de (inmiddels opgeheven) winkel Dovester waren in haar voormalige kunuku gebouwd.

Verderop aan de Rooseveltweg , op de rand van Cabo Verde en ter hoogte van Mahuma, staan ook negen zogenaamde

‘onderwijzershuizen‘. Deze zijn gebouwd op het terrein dat verkocht was aan het Rooms Katholiek Schoolbestuur. De meeste van deze huizen zijn nu verbouwd in verband met commerciële doeleinden en niet meer als woningen herkenbaar. Dergelijke huizen staan ook op een rijtje aan de oostkant van de Seru Fortunaweg, schuin tegenover de school te Santa Maria.

Wowo di awa

Kobèrdè was zeer waterrijk, dankzij de overvloed aan water afkomstig van Seru Fortuna. Deze stroomde door het huidige Muizenberg en via Kobèrdè en Goede hoop/Speransa naar Mahuma. Aan de andere kant stroomde er ook regenwater ten oosten van de Ser’i Mahuma af naar Tanki Kobèrdè, een natuurlijke wateropvang, waar regenwater voor lange tijd bleef staan. Naar verluidt waren er te Kobèrdè een Tanki grandi en een Tanki chikí, waarvan deze laatste gedempt is ten behoeve van woningbouw. Op het waterrijke terrein ontstonden na regentijd spontaan diverse bronnetjes welke wowo di awa werden genoemd.

Pos di Kobèrdè

Ook stond hier in de kunuku een grote put, de Pos di Kobèrdè, waar wijkbewoners en buurtwijken zoals Kurá Piedra (Stenen Koraal), Mahuma, Santa Maria en zelfs Buena Vista water kwamen halen. Zelfs gedurende de grote droogteperiode rond 1930 stond er nog water in de put. Met de verkoop van het terrein aan de overheid in 1976 werd deze echter gedempt. Ook moest, vanwege de zachte kleigrond, een deel van het terrein met diabaas worden opgevuld bij de bouw van 105 nieuwe volkswoningen. Een ander deel van de plantage werd aan particulieren verkocht, maar het hart van de oorspronkelijke plantage Kobèrdè wordt nog steeds bewoond door de families Rojer en Pablo, erfgenamen van de opmerkelijke Ma Nene di Kobèrdè .

Ma Nene

De joodse planter Abraham Henriquez Juliao was eigenaar van de plantage De Zeegening die verdeeld werd in de gronden die thans bekend staan als Cabo Verde, Seru Fortuna en Stenen Koraal. In zijn laatste testament in 1848 vererft Juliao het stuk grond genaamd Cabo Verde onder andere aan Seferina Agnes Gomes (een kleindochter van Rosa Florina Juliao). Abraham Juliao had al eerder het stuk grond Betlehem aan zijn buitenzoon, Felix Marten Henriquez Juliao, gegeven. Betlehem alias Louis Paula, is een plaats aan de Weg naar Hato. Volgens Brenneker is dit bij de huidige Hondurasweg 46, waar nog lang de fundamenten van een kerkje te zien waren.

De rest van zijn bezittingen in Kurá Piedra vererfde Juliao aan zijn echtelijke kinderen.

Zakenvrouw

De plantage Kobèrdè behoorde aldus aan de familie Juliao-Gomez, voorouders van Jeannette Juliet–Pablo. Zij vertelt: “Rosa Florina Juliao was volgens de overlevering een zwarte vrouw en mijn betovergrootmoeder. In 1874 vond de boedelscheiding plaats en erfde haar kleindochter, Seferina Agnes of Angela –Ma Nene- Gomes het landgoed van haar grootvader. Ma Nene was in haar tijd één van de weinige vrouwen die kon lezen en schrijven en stond bekend als een welgestelde dame. Als zakenvrouw had ze ook een huis in Otrobanda waar ze voor zaken verbleef als ze zich per kitoki -paardenkar- naar de stad liet vervoeren.

Zij was getrouwd met Willem Hendrik –Shon Wein- Rojer. Christel Monsanto, die zich verdiept heeft in de genealogie van families op Curaçao vertelt: “De vader van Willem Hendrik Rojer was Johannes Martinus Polder Rojer (1819 – 1900). Hij was niet getrouwd en verzon de naam Rooispruit voor zijn tot slaaf gemaakte partner, Eliza. In 1853 maakte Rojer zijn partner en hun tien kinderen vrij met de naam Rooispruit. Zij droegen dus de naam van hun moeder. Pas later in hun leven werden ze allen bijna vanzelfsprekend Rojer.”

Banban di Kobèrdè

Zo komt ook Ma Nene in sommige documenten voor als ‘Seferina Agnes Gomez, getrouwd met Willem Hendrik Rojer / Rooispruit. Jeannette Juliet – Pablo: “Een bekende zoon van Ma Nene was Abraham –Banban– di Kobèrdè, die een deel van het terrein als kunuku exploiteerde. Banban liet hier ook zijn koeien en geiten grazen en water drinken uit de Tanki Kobèrdè. Hij verkocht melk, eieren en landbouwproducten en beheerde een maïsmolen waar velen uit de wijde omgeving gebruik van maakten.

Banban was een markante persoonlijkheid, een knappe verschijning die vaak te paard of met een paardenkar rondreed” aldus Juliet- Pablo.

Verse melk

Hij was waarschijnlijk goede buren met zijn overbuurman Zjèn Koítu, die in de bocht van Seru di Mahuma net vóór de ingang van de grotten van Hato woonde. Zjèn Koítu, (Manke Zjèn), was een Arubaans-indiaanse paardentemmer die mank liep omdat hij ooit van een paard was gevallen. Dit hinderde hem echter niet om het werk te blijven doen.

Ook aan de overkant van Kobèrdè, aan de Rooseveltweg woonde de latere auteur, wijlen Carlos-Papa-Baromeo. Hij vertelde: “Elke dag, vroeg in de ochtend, kon je horen wanneer Banban zijn koeien ging melken. Hij liet dan een luide kreet horen en wij buurtjongens trokken in een groep naar Kobèrdè, glazen en kommetjes in de hand om die met warme melk te laten vullen. Daarna werd de melk te Kobèrdè in twee grote kannen gevuld.”

Windhoos

Ook vertelde Baromeo over een windhoos die eens over Mahuma raasde en diverse daken en kippenhokken had meegesleurd: ”In de huidige Schonegevelstraat sneed Jan di Wimpy de staart van de windhoos met twee gekruiste kuchú hulandes af. De verzwakte windhoos dreef toen over Mahumaweg richting Kobèrdè. Banban lostte hier een aantal schoten in kruisvorm op de windhoos die hierna een langzame dood stierf in de Tanki Kobèrdè.” De tanki di Kobèrdè staat tegenwoordig droog.

Een neef van Banban was Nicolaas Rojer, Tachi di Kobèrdè, één van de eerste moderne automonteurs die zijn garage te Kobèrdè had gevestigd. Hij was tevens de oprichter van de Unie van Vrachtrijders. Andere familieleden zijn Julio Abraham Rojer, die districtsmeester was te Dokterstuin en één van de eerste Curaçaose rechters en Josefa “Fina” Pablo-Rojer, een toegewijde verpleegster en actief lid van de katholieke kerkgemeenschap van Santa. Maria.

Zout terrein

Tussen de afslag naar Campo Alegre en de Caboverdeweg ligt een flink stuk mondi dat ook deel uitmaakt van Kobèrdè. Maar hier kon nooit verbouwd of gebouwd worden. Ten gevolge van veel regenwater gedurende duizenden jaren en de directe nabijheid van Laman di Nòrt (de noordkust) raakte de bodem verzilt en werd het al eerder aan de overheid overgedragen.

Met dank aan: Jeannette Juliet- Pablo, Christel Monsanto, Jeroen Heuvel en Mongui Maduro Library.