Chèr Asil
Chèr Asil, oorspronkelijk Chère Asile, in de volksmond Sarasil, betekent ‘geliefd toevluchtsoord’. Hier lag volgens de auteur Junnes Sint Jago het oorspronkelijke oude herenhuis ‘Vianen’, omgeven door drie houten loodsen. Omdat het huis buiten de bebouwde kom lag, installeerde de overheid hier het isolatiecentrum ‘Chère Asile’, in de volksmond de Kas di Broera, ter verzorging van slachtoffers van de pokkenepidemie (broera). De epidemie, die in mei 1862 uitbrak, maakte vele slachtoffers in vooral Panda, Otrobanda en Pietermaai. Het isolatiecentrum werd opgezet door pastoor Kieckens en beheerd door zusters van het in 1855 geopende Sint Elisabeth gasthuis. Van mei tot einde december zijn daar zeven zusters met de verpleging bezig geweest, waarvan er één zelf door de ziekte overleed. In die maanden raakten ongeveer 800 personen besmet, waarvan er 390 stierven. Ook in het ziekenhuis werden sommige personen, die in mindere mate aan de ziekte leden of reeds herstellend waren, verpleegd.
Toen het ‘pokkenhuis’ in de Velpstraat vol raakte werd het quarantainegebouw te Santa Barbara erbij gehuurd. Koning Willem de derde stuurde later een dankbrief naar Pastoor Kieckens en zijn staf voor hun bijstand tijdens de epidemie- uitbraak.
De graven op Chèr Asil
Tijdens de orkaan van 1877 werd het huis Chère-Asile totaal verwoest; alleen de ruïne bleef nog jarenlang staan. Daarbij werd ook een deel van de graven, die lange tijd in de buurt van de Kas di Broera lagen, door de modderstroom meegevoerd. Een deel van de graven was naar het kerkhof overgebracht maar volgens Pater Eeuwens moeten er nog vele graven liggen onder vloeren en op erven van diverse woningen te Chèr Asil en Monte Verde, dat ten westen daarvan ligt. Pas rond 1830 was men verplicht doden op officiële plaatsen te begraven.
Te Monte Verde lag ook de laatste rustplaats van de Commandant der Artillerie W. Schmidt, die op 18 augustus 1819 stierf en op wiens graf nog een marmeren plaat met inscriptie was aangebracht.
Monumentaal pand
Op de hoek van de Oosterbeekstraat en de Arnhemstraat staat een monumentaal pand dat veel weg heeft van een klein landhuis. Het is een van de weinige oude gebouwen in de buurt, maar het staat al jaren leeg en is sterk verwaarloosd. Het verschijnt helaas ook (nog) niet op de lijst van Archeologische Monumenten.
Bekend is wel dat het gebouwd en bewoond is door de Amerikaanse ex-militair Benjamin, de laatste eigenaar van de voormalige plantage Santa Catharina.
J. Sint Jago: artikel:’ De opkomst van de Curacaosche wijk Nieuw Nederland’.
P. Brenneker: Sambumbu, diverse edities
Met dank aan: Junnes Sint Jago en Jeroen Heuvel
Zie ook: Nieuw Nederland 1 en 2 en de Oranjestraat