Chobolobo
Chobolobo stond eerder bekend als De (Grote) Zoutpan, Groote Pan, Groot Salienja, Goed Heenkomen of De Uitzicht. Hoewel beschouwd als een zoutplantage en vroeger omringd door vele zoutpannen, ( saliña’s) is bij Chobolobo nooit sprake geweest van belangrijke zoutoogsten. Zoutplantages behoorden tot de meest florissante ondernemingen in hun tijd, maar De Grote Zoutpan raakte zelfs verschillende malen in verval.
De naam Saliña voor deze wijk houdt echter verband met de vele zoutpannen die hier lagen. Het water liep soms zo hoog op dat er een dam moest worden aangelegd bij Zeelandia: de Dam di Saliña. De dam is weg, de naam Saliña bleef voor altijd verbonden aan deze buitenwijk van Willemstad. En op de gedempte zoutpannen is door de jaren heen heel veel gebouwd. Maar even terug naar de geschiedenis.
Rachel Bueno Vivas
Een bekende eigenaresse van De Zoutpan was Rachel Bueno Vivas, de weduwe van David de Isaac Bueno Vivas en één van de eerste joodse families die in het Ruiterkwartier neerstreken. Rachel bezat in 1757 De Zoutpan, en had 2 slaafgemaakten. In 1763 kocht ze ook de plantage Koningsplein, inclusief 8 slaafgemaakten. Daarnaast was ze in 1772 eigenaresse van het commercieel schip Clara. Na een jaar verkocht ze Koningsplein weer en kocht een stukje grond ‘Eigen Verdriet’ in het Ruiterkwartier en het stuk grond Eendracht, ook bekend als Coral Patín *, dichtbij SintJoris. In 1768 verkoopt Rachel De grote Zoutpan aan Nicolaas Evertsz, lid van de bekende ruiter familie in ‘het Ruyter Quartier’.
Sebollobo
In 1796 duikt plotseling de mysterieuze naam Sebollobo op in verkoopdocumenten als de vrij mulattin Anna Matthew de plantage koopt. Sebollobo verbastert daarna tot Chobolobo. Aangenomen wordt dat Anna een indiaanse is gezien de gelijkenis met Choloma (tussen Groot -en Klein Sint Joris gelegen) en Chinchorro (Sint Joris) die typische indiaanse namen zijn. Uiteindelijk verbleekt ‘De Uitzicht’ als officiële naam van de plantage die iedereen nu als Chobolobo kent.
In het landhuis van Chobolobo is de stokerij gevestigd ter productie van het Curaçao likeur, waarbij men nog steeds gebruik maakt van 128 jaar oude ketel. Dus even oud als de likeur zelf. De stokerij wordt jaarlijks bezocht door duizenden toeristen die aan het eind ven de rondleiding ook een slokje mogen proeven van onze beroemde likeur.
* Een patientje was vroeger een muntstuk
Zie ook: Het Ruiterkwartier en Klein Kwartier