Daniël & omstreken

Daniël & omstreken

De plantage Daniël maakt deel uit van de zone Tera Kòrá te Bándabou. Deze zone omvat:

  • Twee grote woonbuurten, Grote Berg en Tera Kòrá;
  • De kleinere wijken Dominguito, Martha Koosje, Sosiegu bij Kleine Berg, Castelita, Bai Klaas, Pos di Wanga, Duzu, Shon Manuela en Krakeel;
  • Verder ook de voormalige plantages Daniël, Fontein, Harmonie, Kleine berg, Kunuku Abou (tegenwoordig Kashutuin), Kunuku Largu en Siberie.

Op deze Page: Daniël en omstreken, beginnende bij Kunuku Largu (nabij Malpais) tot en met Bahada di Daniël.

Op de Page Tera Kòrá en omstreken volgt de rest van de zone. (zie ook schematische kaart)

Siberie en Fontein komen aan de orde op hun respectievelijke pages.

Achtereenvolgens liggen dan, van oost naar west aan de Weg naar Westpunt:

Kunuku Largu

Net voor de Grote berg, tegenover Landhuis Papaya, direct naast de landfill en het zenderhuisje, ligt Daanchi Bon, ook bekend als Cunucu Largu di Malpais. Daar woonde eens een zekere Daniël, die door zijn goedhartigheid Daanchi Bon werd genoemd. Daarnaast ligt een kunukuweg haaks op de hoofdweg. Dat was in de 17e en 18e eeuw de hoofdweg van Willemstad naar Banda Abao. Hier staat een verlaten varkensfokkerij en op het heuveltje ten westen daarvan liggen fundamenten van een aantal kunukuhuizen waar weinig over bekend is en zelfs niet op de nauwkeurige Werbatakaart staan. Mogelijk maakten zij deel uit van de vroegere kunuku Daanchi Bon.

De huidige Weg naar Westpunt langs Julianadorp en Zegu werd pas in de 19e eeuw aangelegd.

Grote Berg (Grootberg, Groote(n)berg,Ceroe Grandi)

De rotsachtige berg, een kalksteen plateau, is tijdens de vrijheidsstrijd in 1795 door slaafgemaakten bezet om de communicatie tussen (het koloniaal bestuur in) Punda en Bandabou te verbreken. Het was hun meest vooruitgeschoven post in het begin van de strijd. De slaafgemaakten zouden van hieruit naar de stad trekken om van het koloniaal bestuur hun vrijheid te eisen. Bij Grote Berg kwam het echter tot een treffen en zij moesten tenslotte het onderspit delven tegen het koloniale leger en zich terugtrekken naar Fontein en omgeving.

Het landhuis, een verdiepingsgebouw, dateert uit de 19e eeuw en werd als een landmark beschouwd: alle plantages ten westen hiervan werden de Westelijke plantages genoemd. Grote Berg had een behoorlijke veestapel, was echter niet rendabel en werd vaak geveild ten gevolge van opeenvolgende misoogsten. Het monumentale pand staat tegenwoordig leeg.

Asfaltfabriek

Ook te Grote Berg, ten zuiden van het landhuis, staan de ruïnes van een voormalig asfaltfabriekje, aangelegd door de Amerikanen tijdens de WO 2. De kleine ruïne is een stevig betonnen bouwsel met twee kleine vierkante ruimten waar vroeger een dak op stond. Elke ruimte heeft twee gaten en het geheel is met een goede kwaliteit teer bedekt, waarin ouderwetse elektriciteitsdraden vastzitten. Het is een asfaltcentrale uit WOII is, die de Amerikanen gebruikten voor de aanleg van de verharde Weg naar Westpunt.

Harmonie, alias Ramel Josa*

Deze voormalige plantage is van Grote berg afgescheiden toen de eigenaren, twee broers, ieder hun eigen deel wilden hebben. Ze zijn later weer bijeengevoegd en maken tegenwoordig, samen met een deel van Daniël, deel uit van de verkavelingsplannen van projectontwikkelaar Halabi. Harmonie had een eigen landhuis op het uiterste puntje van het rotsplateau. De ruïne daarvan is - op het fundament en de vloer na - afgebroken - toen men stenen nodig had voor het herstellen van de Weg naar Westpunt. Het archeologisch instituut, de NAAM heeft samen de Werkgroep Archeologie onderzoek gedaan bij het voormalig landhuis van Harmonie.

Kleine Berg (Seru Chikitu)

Kleine Berg is een knoek en ligt voorbij Harmonie en ten noordwesten van Grote berg aan de weg naar Westpunt.Te Sosiegu, een kleine kunuku tussen Grote- en Kleine Berg staat Landhuis Kleine Berg, althans zo staat het ingeschreven bij het hypotheekkantoor. Volgens François van der Hoeven van de Werkgroep Archeologie, die zich baseert op de Werbatakaart uit 1911, zou de voormalige plantage Kleine Berg het hele gebied van en rond Tera Kòrá bestrijken, inclusief de kunuku’s Shon Manuela, Bai Klaas, Doesoe, Pos di Wanga, Dominguito en Martha Koosje.

Martha Koosje, Marta Koshi, Marta Cosje (1835)

Volgens van der Hoeven kocht het gouvernement de plantage aan het begin van de 20 e eeuw en maakte mogelijk een uitzondering voor het landhuis van Kleine Berg – iets wat vroeger wel vaker gebeurde. Kleine Berg staat in de volksmond beter bekend als Martha Koosje en is zo genoemd naar een voormalige eigenaar Martha Kosse. Het landhuis was vroeger een soort herberg waar reizigers vanuit de stad naar Bándabou en vice versa zich konden opfrissen, een hapje eten en van vervoer konden wisselen alvorens hun reis te vervolgen. Zowel landeigenaren als slaafgemaakten maakten gebruik van de faciliteiten van Martha Koosje.

Ook vertelde men dat Martha weggevluchte slaafgemaakten hielp door hen te verbergen. Kleine Berg stond verder bekend om haar grote geitenkoraal. Aan landbouw kon, vanwege de klips- en kleigrond niet veel worden gedaan. Wel maakte men in de grond dammetjes waarin het regenwater zelfs een jaar lang kon blijven staan. Zo had men bij het landhuis een eigen dam aangelegd voor alledaags gebruik.

Te Martha Koosje zijn nu een restaurant, appartementen en een duikcentrum gevestigd.

De taille van Curaçao

Curaçao is bij Kleine Berg op zijn smalst: men kan aan beide kanten de zee en Bonaire zien. De ideale plek dus om een ‘grenspost’ neer te zetten. Hier passeerde alle verkeer vanuit het westen van het eiland naar de stad en vice versa en dus stond hier een politiepost waar men onder andere de vervoersbiljetten van landbouwproducten naar de stad controleerde. Desondanks was er diefstal van dividivi-peulen, houtskool en zelfs geiten en passeerde hier ook drank- dat via baaien op Bándabou aan land was gesmokkeld. Het verkeer dat de politiepost passeerde bestond onder andere uit rijtuigen met paard(en), osse- en (muil) ezelskarren en het was er behoorlijk druk.

Ter illustratie: Tussen 5 juli tot en met 4 augustus 1887 passeerden hier: 100 rijtuigen met paard,12 rijtuigen met 2 paarden, 80 ossenkarren, 631 muilezelkarren,20 ezelskarren,50 bereden paarden,11 bereden muilezels,1304 bereden ezels, 30 onbereden paarden,6 onbereden muilezels en 914 onbereden ezels….

Op Kleine Berg staat nog steeds het gebouw van de politiepost tussen voormalige, gerestaureerde politiewoningen. En aan de overkant, middenin de mondi, de voormalige kleine politiecel.

De post werd tijdens de WO2 ook door Amerikaanse militairen gebruikt. Zo ontdekte de Werkgroep Archeologie dat de garage voor de politieauto van de politiepost Kleine Berg gebouwd is met de typische bouwblokken die de Amerikanen in WO2 op Curaçao gebruikten. De garage bleek eerst een barak te zijn geweest.

Voor wat betreft de rest van de zone-indeling: zowel Sosiegu als Dominguito zijn kleine kunuku’s tussen Grote - en Kleine Berg.

Daniël (Dain,Malpais)

‘Het plantaadje Daniël, aan den weg, welke het gebed zonder einde genaamd wordt’ zou in 1650 gesticht zijn door een schipbreukeling die daar op de feestdag van Sint Daniël aan land spoelde. Dat zou de oorsprong zijn van de naam van de plantage.

Een andere verklaring voor de naam ia dat het verwijst naar de koopman Daniël Ellis, die de plantage en het betrekkelijk kleine landhuis in 1711 heeft aangelegd. De familie Ellis bezat onder andere ook de plantages Santa Cruz, Knip en Savonet. Omdat landbouw en veeteelt niet zoveel opbrachten werd de plantage vaak geveild en werd Daniël ook als logement gebruikt voor reizigers die vanuit de stad naar Westpunt trokken en omgekeerd.

Plantage Daniël werd ook wel Dain genoemd of Malpais omdat het een afsplitsing is van de voormalige enorme plantage Malpais. Daniël kreeg in 1867, een opmerkelijke eigenaar, namelijk de voormalige slaafgemaakte Lourens Serni, die in 1850 zijn vrijheid had verkregen. Hij had op Daniël onder andere een veehouderij. In 1894 werd het landgoed gekocht door een andere voormalig slaafgemaakte, Adolf van Uytrecht, buitenechtelijke zoon van grootgrondbezitter Willem van Uytrecht en die sinds 1902 tegenover het landhuis lag begraven. Daarover straks meer.

En andere opmerkelijke bewoner was de Libanees Salvador , die eerst eigenaar was van de kleine plantage Mina Scharbaai*. Salvador woonde later hier met zijn vrouw die het huis van de familie van Uytrecht huurde. Zijn broer was Napoleon, vader van de op Curaçao bekende wijlen Joe Black, eigenaar van loterijkantoren.

Spoken

Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw stond het landhuis jaren leeg en op invallen omdat het daar spookte: bewoners zagen een vrouwelijk verschijnsel voor de spiegels staan, die bezig was haar haren te kammen. En op de grote tamarindeboom voor het huis stond een kruis geschilderd omdat iemand zich vroeger aan die boom had opgehangen……

Verder zijn ook de muren van plantage Daniël afgebroken toen bij aanvang van het Shellraffinaderij stenen nodig waren en men hiervoor betaald werd. Op Curaçao zijn op die manier heel wat stapelmuren van plantages verdwenen….

Pas in 1976 werd het landhuis in oorspronkelijke staat gerestaureerd en werd het, na diverse keren te zijn verkocht, als hotel en duikcentrum ingericht. Sinds 1997 is hier een horecaonderneming gevestigd met restaurant en enkele logeerkamers. Het landhuis staat tegenwoordig op een stuk terrein dat vroeger vele malen groter was dan nu.

(zie kaart Werbata)

Ontvangststation

Direct naast het landhuis, verscholen in de mondi, staat een houten huis met een puntdak, dat, merkwaardig genoeg, door de buurtbewoners ook ‘landhuis’ wordt genoemd. De post die daar werd bezorgd was geadresseerd ‘naast het landhuis’ wat later waarschijnlijk ‘landhuis’ werd.

Tijdens de eerste wereldoorlog stond hier het eerste radio-ontvangststation van Curaçao. Hier stond een twee kilometer lange antenne dat hoog boven de grond was gemonteerd.

De plaats van de twee kilometer lange antenne was bij Daniël geschikt omdat het vlak was en omdat de antenne in de richting van Nederland geplaatst kon worden. Niet veel andere locaties op Curaçao kwamen daarvoor in aanmerking. De opgevangen berichten werden iedere ochtend om 4 uur door de man die per ezelkar melk naar de naar de stad bracht, meegenomen. Het ontvangststation werd door buurtbewoners ook Marconia genoemd, naar de Italiaanse nobelprijswinnaar Guglielmo Giovanni Marconi, de uitvinder van de radio- en draadloze telegrafie.

Het ontvangststation, dat in 1926 naar Mundo Nobo verhuisde, wordt uitvoerig beschreven in de (digitale) publicatie Wireless telegraphy receiving station Daniël van Fred Chumaceiro.

Bahada di Daniël:

Een opvallende locatie, gelegen tussen Daniël en de vlakte van Hato, is de Bahada di Daniël: een glooiend deel van het hoog terras naar het-moeilijk toegankelijke - midden terras waar een kunuku ligt.

Er zijn daar geen sporen van bewoning gevonden, maar volgens de archeoloog Dr. Jay Haviser was daar in de Spaanse tijd (!) een boerderij waar intensief veeteelt werd bedreven met als hoofdproduct rundveehuiden. Een zestal vreemde plateaus van gestapelde stenen zouden gebruikt zijn om de huiden op te drogen.

Anderen betwisten of er hier een leerlooierij kan zijn geweest: dit proces vereist namelijk veel water en dat was er niet in die buurt. Bij waterrijke plantages zijn later wel leerlooierijen geweest wat te zien is aan de overgebleven waterdichte bakken.

Waarmee de opgestapelde stenen plateaus bij de Bahada vooralsnog een mysterie blijven.

Tera Kòrá

Vooral bij de plateaurand bij Daniel verandert de kleur van de grond en wordt het, door de ijzerverbindingen in de rotsbodem, steeds roder: Tera Rosa oftewel Tera Kòrá dat in regentijd verandert in rode klei dat vroeger voor pottenbakken werd gebruikt.

Kapiya di ohochi

Net vòòr het kruispunt van de Weg naar Westpunt en Willibrordus en ten westen van Daniël, ligt het voormalig wijkje Castelita ook wel Castalida genoemd. Het bestond vroeger uit slechts 10 huizen en hier staat nog steeds de Kapiya di ohochi, ontworpen door Ben Smit. Het is gebouwd door Christiaan Engels en Lucille Engels- Boskaljon, een kunstenaarsechtpaar dat het kapel als atelier gebruikte. Het huwelijk was 12 jaar kinderloos maar nadat Lucille uit een nabijgelegen bron had gedronken, bleek ze zwanger van een tweeling: de later bekende medische specialisten Engels. Het kapelletje gold jarenlang als symbool voor vruchtbaarheid en bij de heropening hiervan enkele jaren geleden, waren er meerdere tweelingen aanwezig waarvan de ouders in of bij het kapelletje hadden gebeden.

Wilma Limburg-Josepha woonde tegenover het kapelletje en erfde het beheer hierover van haar pleegmoeder die al meer dan 40 jaar het sleuteltje in bezit had. Volgens Wilma wilde het echtpaar Engels-Boskaljon een kerkje met bijbehorende kerkhof bouwen en was men alvast met het kapelletje begonnen. Het is echter nooit zover gekomen en ook het verzoek van het echtpaar om daar begraven te worden werd niet gehonoreerd.

Toen er nog geen kerk stond op Tera Kòrá werd hier de Heilige Mis opgedragen en bijgewoond door vele buurtbewoners die vanwege plaatsgebrek, buiten stonden en volgens Wilma Josepha werden hier zelfs huwelijken afgesloten.

Cunucu Abou (Kashutuin)

Cunucu Abou,(Koenoekoe Abou) oftewel Kashutuin (Cunucu di Cashu, Kasjoe Thuin (1827), ligt tegenover Daniël en is waar nu Kunuku Aqua Resort, een appartementencomplex en een aantal huizen zijn gebouwd. Het ‘graf di Cunucu Abou’ was van Adolph (Dòlfi) van Uytrecht (1858 – 1902) eens eigenaar van Daniël. Hij was een buitenechtelijk, erkend, niet- blanke zoon van Willem van Uytrecht, grootgrondbezitter en eigenaar van onder andere de plantage Santa Cruz, en Françoise Serafina de Conde. Dòlfi kocht Daniël in 1894 nadat hij plantage Santa Cruz van zijn vader had geërfd. Zijn graf (300 bij 155 en 70 cm hoog) was vanaf de weg goed zichtbaar: Dòlfi wilde dichtbij de grote weg begraven worden ‘zodat hij goed zicht had op passerende dames’. Met de bouw van het appartementencomplex op die locatie is het graf een aantal jaren geleden afgebroken.

*oorsprong opmerkelijke naam Ramel Josa is onbekend)

Bronnen:

  • Buurtprofiel Tera Kòrá, een publicatie van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn.
  • C. do Rego : Sklabitut, rebelion i marcha di katibu 1795-
  • Verslag Werkgroep Archeologie, Daniël, 20 april 2017
  • W.Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19e eeuw
  • A.Huijgens : Landhuizen van Curaçao
  • P. Brenneker - Sambumbu- diverse edities
  • De krant Nobo: Konose bo isla , editie 18 februari 1995

Indien anders vermeld zijn de foto’s van de landhuizen Daniël en Kleine Berg (Martha Koosje) geproduceerd door Anita de Moulin, R.I.P.

Foto’s Harmonie archeologie, politiepost Kleine Berg en Bahada di Danië zijn van dre Werkgroep Archeologie.

Speciale dank aan Fred Chumaceiro voor foto ontvangstantenne te Daniël – fotografie Soublette uit Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen.

Met dank aan: Frensel Mercelina, Wilma Limburg-Josepha,R.I.P. Bewoners Tera Kòrá, olv Henry Fabias

Zie ook pagina’s:Tera Kòrá en omgeving,Siberie,Fontein en Mina Scharbaai