Dokterstuin

Dokterstuin

Dokterstuin is een voormalige plantage, ten westen van de Weg naar Westpunt en ten zuiden van Barber.

De plantage Dokterstuin bestond al in de 17e eeuw en aan het begin van de 18 eeuw als braakliggend overheidsterrein en was het twistappel van de omringende plantagehouders.

Els Langenfeld schrijft dat midden 18e eeuw een paar families de dienst uitmaakten op Bándabou en naast hun eigen plantages ook heer en meester speelden over omliggende gouvernementsgronden. Zo vochten slaafgemaakten van de diverse plantage-eigenaars tegen elkaar en werd één van hen zelfs dodelijk verwond tijdens een van deze ‘ tranqeerkwesties‘ tussen Dokterstuin, Patrick en Cabrietenberg (Barber).

Boeriek

Dokterstuin, ook wel Klein Ascension genoemd (1826), was een vrij grote plantage van 526 hectare en in 1699 nog eigendom van dokter Jan Bernagie. Volgens de auteur M.A.Visman is het landgoed naar hem vernoemd en heette het toen nog Doctors Tuin. In documenten verscheen de naam later als Dokterstuin zoals we dat nu kennen.

Bij een inventarislijst van de plantage kwam Visnman ook het woord boeriek tegen, als vertaling van buriku (ezel), volgens hem de enige keer dat dit woord als zodanig werd vertaald. Men zal wel gedacht hebben, als kabritu (geit) toch vertaald wordt als kabriet, waarom buriku dan niet als Boeriek?

J.M.P.Rojer

In 1838 was de minderjarige Jacobus Martinus Polder Rojer eigenaar, nadat zijn ouders het landgoed voor hem hadden aangekocht. Hij bleef eigenaar van Dokterstuin tot 1856 en kocht en verkocht ook diverse andere plantages, maar leefde kennelijk op te grote voet: in 1884 moest hij bij de overheid een stuk domeingrond aanvragen om te kunnen planten en zodoende in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij woonde uiteindelijk tot zijn dood in een huisje met strooien dak in de kunuku.

Districtmeester

In de tweede Engelse periode, 1807-1816, wordt het eiland in districten verdeeld met een districtmeester- meestal een plantage- eigenaar - aan het hoofd. Zijn taak is om geboortes en overlijdensgevallen te registreren en jaarlijks verslag uit te brengen van het aantal slaafgemaakten en landbouwproducties van de plantages in zijn district. Ook moest hij assisteren bij het opsporen van weggelopen slaafgemaakten en misdadigers in zijn district. Een belangrijke taak was ook om officiële aankondigingen van het gouvernement te verspreiden in zijn district.

In een tijd waarin nog geen whatsapp en internet bestond werd de veldwachter per boeriek erop uit gestuurd om de berichten in het district te verspreiden. Het landhuis van Dokterstuin diende in de periodes 1863 tot 1871 en van 1913 tot 1953 als officiële woning en kantoor van de districtmeester.

Politie op Dokterstuin

Maar toen Dokterstuin in 1863 het onderkomen van de districtmeester werd, was het huis zodanig vervallen dat hij zich op het nabijgelegen Pannekoek vestigde. Het voormalig huis van Dokterstuin brokkelde verder af en de dakpannen werden tenslotte naar Pannekoek overgebracht.

Op Dokterstuin was alleen nog de marechausseepost dat recht voor het landhuis was gebouwd met een losstaand gebouwtje met twee cellen voor arrestanten. De ruïnes van deze gebouwtjes zijn gerestaureerd en staan er nog steeds.

Hier werden vervoersdocumenten gecontroleerd van landbouwproducten die naar de stad werden vervoerd. Deze documenten waren noodzakelijk vanwege diefstal op de westelijk gelegen plantages.

Kleine kunuku’s

In 1866 waren Dokterstuin (en het westelijk gelegen Pannekoek) eigendom van het gouvernement die nieuw leven in de landbouw probeerde te blazen door kleine percelen van 2 tot 5 hectaren te verpachten aan kleine landbouwers. In de verkavelde vallei van Dokterstuin werd naast de gebruikelijke aanplant van mais ook dividivi- peulen geproduceerd. In 1871 verkoopt de overheid Dokterstuin (en Pannekoek) aan Willem- Shon Wilmu- da Costa Gomez die het huidige landhuis bouwt en per 1888 daar zelf gaat wonen.

In 1906 koopt de overheid Dokterstuin terug van Shon Wilmu, de functie van districtmeester wordt wederom ingevoerd, maar nu als een volledige betaalde ambtenaarsfunctie met ambtswoning. De districtmeester mocht ditmaal geen plantagehouder zijn en ook geen handel drijven, maar mocht wel kippen, geiten en een fruithofje voor eigen gebruik erop na houden.

In 1953 vertrekt de laatste districtmeester Johan Marin Statius van Eps en wordt Dokterstuin alleen nog gebruikt als administratief kantoor en als stembureau tijdens verkiezingen.

De familie Mogen

In 1966 wordt het verbouwd en ingericht als school voor bijzonder lager onderwijs , maar na zes jaar verdwijnt de Alablancaschool wegens de slechte staat van het landhuis.

In 1976 wordt het tweeverdiepingsgebouw door de overheid wederom ingericht als dokterskamer, waarna het weer op instorten stond.

In 1995 mag Mama Bebi Mogen het landhuis van de overheid huren onder voorwaarde dat ze zelf voor de restauratie zou zorgdragen. En sinds 1997 staat Landhuis Dokterstuin vooral bekend als een het populaire restaurant Komedor Krioyo, waar de familie Mogen al 3 generaties lang lokale gerechten serveert. Op de plek waar vroeger kleinvee zoals kippen, hoenders, eenden en duiven rondscharrelden is nu een groot overdekt terras gebouwd ten behoeve van restaurantbezoekers.

Bijgebouwen

Bij het landhuis staan, behalve de voormalige politiepost met gevangeniscellen, ook nog een regenbakgebouw. De Werkgroep Archeologie ontdekte in de omgeving achter het landhuis ook nog het fundament van de dorsvloer en de daarboven gelegen magasina. De magasina is wel afgebroken maar het grootste deel van het stevige fundament is er nog en een belangrijk deel van de "achter"muur.

Naar verluidt zou er bij Seru Magasina bij Dokterstuin nog een gebouwtje staan waar doodskisten werden bewaard. Kennelijk was de dokter ook begrafenisondernemer, maar van dat gebouwtje was niets meer terug te vinden.

Locaties in Dokterstuin:

Kadushi Kanga ligt in het oosten van Dokterstuin;

Seru di bandera betekent Vlaggeheuvel en is 95 meter hoog;.

Seru di Mangasina ligt ten zuidoosten van het landhuis en is 82 meter hoog;

Seru di Kalbas, Seroe Kalebas op Werbata, is een heuvel in het noorden van Dokterstuin en Cunucu di Kalbas is een locatie in Dokterstuin, ten westen van de Weg naar Westpunt;

Achter Seroe Kalebas ligt Seroe Cabajé / Seru Kabayé die uit twee toppen bestaat, iets hoger is, namelijk 136 meter en meer naar het noordwesten van Dokterstuin ligt. Volgens Brenneker stond hier vroeger de ruïne van een fortje. De naam Kabayé zou ruiter kunnen betekenen en verwijzen naar de tijd in o.a. de 18e eeuw dat militaire ruiters de ronde deden en vanaf de heuveltoppen over het land konden kijken.

Bronnen:

  • Buurtprofiel zone Barber:Ministerie SOAW, Dolf Huijgers en Lucky Ezechiëls
  • Diverse verslagen Werkgroep Archeologie over Dokterstuin
  • Landhuizen van Curaçao: Jeannette van Ditszhuijzen
  • Herkomst van onze streek en plantagenamen, publicatie Waya: Martin .A. Visman
  • Een ‘batalje’ op Bandabou, Antilliaans Dagblad 22 mei 2006: Els Langenfeld.

Met dank aan François van der Hoeven en de Werkgroep Archeologie

Indien anders vermeld zijn de foto’s van Landhuis Dokterstuin van Anita de Moulin, R.I.P.