Fontein
De voormalige plantage Fontein ligt in de Y-splitsing die gevormd wordt door de Weg naar Westpunt en Kaminda Monica Kapel-Matheeuw (vroeger de Weg naar Soto genoemd). Vanuit Fontein had je dus goed zicht op beide hoofdwegen die naar Bándabou leiden, reden waarom slaafgemaakten Fontein hadden bezet als belangrijkste strategische locatie tijdens de vrijheidsstrijd in 1795.
En te Fontein vond ook de hevige en beslissende veldslag plaats tussen de vrijheidsstrijders en de koloniale gevechtstroepen. Het strijdtoneel was de brede heuvel in Fontein met twee koppen die vloeiend in elkaar overlopen: Ser’i Neger dat in het noordwesten ligt en Seru di Kloof (Ser’i Klof),het zuidoostelijke deel.
Ook op de grote vlakte aan de voet van deze heuvel werd hevig gevochten tussen 20 tot 25 augustus 1795: Het leger had hier haar kanonnen opgesteld om de 600 vrijheidsstrijders te beschieten. En volgens de orale overlevering werden op deze vlakte ook de gesneuvelde en geëxecuteerde vrijheidsstrijders – iedereen die een wapen droeg werd ter plekke neergeschoten- begraven.
Ser’i Neger
De vrijheidsstrijders stonden onder leiding van Tula en ook Louis Mercier die wapens en zelfs een kanon uit de nabijgelegen forten bij de baaien naar Fontein had gesleept. Zij moesten tenslotte het onderspit delven en de noordelijke heuvelrug heet in de volksmond sindsdien Ser’i Neger (Negerberg, 108 m). Ter nagedachtenis aan de Slag om Ser’i Neger is hier een monument geplaatst op het uitstekende plateau, in de volksmond Punta Tula genoemd: de vuist met gebroken ketting is duidelijk zichtbaar vanaf de Weg naar Westpunt.
Place of Memory
Fontein heeft dus een hoge culturele, historische en vooral hoge emotionele waarde voor Curaçao, reden waarom het cruciale voormalig strijdtoneel is aangemerkt als Place of Memory op het erfgoedregister en de waardenkaart van de NAAM, de National Archeological Anthropological Memory Management.
De naam Fontein
Een duidelijke verklaring van de oorsprong van de naam Fontein (ook als Fonteyn of Fontijn geschreven) op Curaçao is niet bekend. Gerrit Gijsbert van Paddenburg schrijft in 1819 in zijn boek ‘Beschrijving eiland Curaçao en onderhorige eilanden’: ”Op plantaadje Fontein is een klein lopend watertje met eene springende bron”.
Mogelijk is de naam Fontein hiervan afgeleid. Deze bron, een historische verzamelplaats voor regenwater staat bekend als Ro’i Kalki. Hier komt water aan de oppervlakte dat langzaam door de poreuze omringende kalkplateaus gevoed wordt. Het is een bron die in jaren met weinig regenval droog kan komen te staan. In overvloedige regenjaren, maar ook lang daarna vormt het een idyllisch meertje waar vogels, leguanen en zelfs wilde varkens (Pork’i Mondi) graag vertoeven. Ook op Aruba en Bonaire zijn de bario’s Fontein naar een bron vernoemd.
Spanta muri na mesa
Op de noordelijke rand van de Ser’i Neger staat nog een vrij intacte slavenmuur, onderdeel van de voormalige grens tussen de plantages Ascencion en Fontein. Fontein is verder omgeven door de voormalige plantages Bicento, Pannekoek, Cas Abou, Porto Mari en Siberi.
Plantage Fontein was tijdens de 18de eeuw voornamelijk in handen van de familie Lubke en werd in 1795 Huize Bellevue genoemd. In 1802 wordt Cornelis Raven eigenaar en hij verandert de naam in Ravenslust. Fontein wordt in 1805 eigendom van Nicolaas Evertsz die het in 1809 verkoopt aan de bekende plantersfamilie Casper Lodewijk van Uytrecht, eigenaars van onder andere de plantage Santa Cruz.
Van Uytrecht verkoopt Fontein in 1828 aan 4 zusters en broers: Jacob, Jannetje, Carolina en Catharina Areson. In 1846 verkopen zij Fontein aan Abigael Mota, weduwe van Isaac de Castro, die het in 1852 overdraagt aan de familie Arend Henry de Rochemont, de laatste eigenaar van Fontein vòòr de emancipatie van de slaafgemaakten. Brenneker schrijft: ”Hij was getrouwd met Theoline, in de wandel Cholina genoemd. Henry Rosjemon schrok zo erg van het bericht over de vrijheid van slaafgemaakten, dat hij ter tafel dood ineenzakte: spanta muri na mesa. En het landhuis verviel hierna spoedig tot een ruïne” aldus Brenneker.
Fontein kwam na de Rochemont’s in handen van August Statius Muller die ook eigenaar was van de aangrenzende plantage Siberie.
De Ruïneheuvel
Fontein ligt op een heuvel en een vlakte. De heuvel was het hart van de plantage: hier staat nog een imposante, degelijk geconstrueerde mangasina daterend uit omstreeks 1700. Het is in oost-westelijke richting gebouwd, heeft een omtrek van 75 vierkante meter met op de zuidelijke muur een opvallende krastekening van een vloot schepen. Ook de maisschuur van het nabijgelegen Porto Mari vertoonde een dergelijke voorstelling.
Vlak vóór de mangasina liggen de fundamenten van het vroegere, vrij grote landhuis van Fontein, al vòòr 1909 met de grond gelijk gemaakt, waarna de stenen waarschijnlijk voor de bouw van landhuis Pannekoek zijn gebruikt. Landhuizen werden soms afgebroken door samenvoeging van plantages of omdat men bouwmateriaal nodig had voor bijvoorbeeld wegenaanleg. Ten zuiden van het landhuis stonden nog resten van een keldergraf en fundamenten van 30 kleine woningen van slaafgemaakten. Volgens orale overlevering hadden zij op de heuvel, oostelijk van de ruïneheuvel hun begraafplaats.
Oostelijk van de heuvel lag ook een grote hoop stenen die slaafgemaakten bij elkaar moesten brengen als er niet genoeg werk was.
De vlakte
De vlakte oostelijk van de heuvel, ten zuiden van Ser’i Neger en langs de vroegere weg naar Soto, was vroeger landbouw- en weidegrond. Dit gebied was zeer droog en de grond niet erg vruchtbaar. Over het gehele gebied waren faha’s, natuurstenen dammetjes, in de rooien aangelegd om de vaart van het regenwater af te remmen en deze te dwingen in de grond door te dringen. Ook dienden de faha’s om erosie te voorkomen. Verder stond hier ook een grote aarden dam, om het regenwater te kanaliseren. De faha’s en de dam zijn ontdekt door de Werkgroep Archeologie van de NAAM tijdens een kleinschalig verkennend onderzoek eind 2006 en begin 2007.
In de rooi vlakbij de ruïnes ligt ook een zeer diep gegraven put, evenals bij de oude drinkbakken voor het vee op het terrein. Tijdens schoonmaak van het terrein trof men hier ook een opslagplaats en een graf aan.
In de plantagetijd werd hier voornamelijk kleine mais (sorghum) verbouwd, maar ook pinda’s, groenten en dividivi dat op primitieve wijze werd geplant: het mest dat men uitstrooide bevatte namelijk zaaisels van dividivi zaad. Verder had Fontein ook een hofje met palmbomen.
Kannen en kruiken
Ook de veeteelt en melkproductie was belangrijk en Fontein stond daarnaast ook zeer bekend als producent van drinkvaten, kruiken en aardewerken potten met twee oren: wea di dos orea. Deze werden onder andere gemaakt van witte klei, dat bij het nabijgelegen Duzu werd opgegraven. Zo zijn bij het NAAM-onderzoek op het terrein ook stukjes ongeglazuurd en onbeschilderd aardewerk gevonden. De plantage leverde niet veel op waardoor eigenaren de hypotheekschulden niet konden betalen en Fontein diverse malen in het openbaar werd geveild.
Op de vroegere landbouw- en weidegronden, verrees in 2007 de eerste fase van het ontwikkelingsproject Villapark Fontein, met een mix van permanente bewoning en vakantiehuizen. Elf jaar later, in 2018 laaiden discussies over behoud van het Nationaal erfgoed weer op toen de ontwikkelaar met de 2de fase van woningbouw wilde starten.
Naast het Villapark ligt een kleinere villawijk en enkele oudere huizen aan de Kaminda pa Soto, alias Kaminda Monica Kapel-Matheeuw.
Bijzondere plant
Uniek Curaçao ontdekte enige jaren geleden dat de Maytenus versluysii, een endemische en inheemse struik met rode, niet eetbare bessen-op Fontein voorkomt. De plant groeit alleen op Curaçao en Bonaire en Fontein is één van de weinige locaties op Curaçao waar het te zien is. Uniek Curaçao is onder andere belast met het beheer van natuurparken op Curaçao
Kloof
Seru di Kloof is een bergrug in het oosten van Fontein en ten westen van Kloof. Kloof is het diepe dal waar de Weg naar Westpunt doorheen loopt. Het werd van oudsher beschouwd als een onveilig stuk weg in een mysterieus en gevaarlijk gebied met dwaallichten en geesten en waar veel ongelukken gebeurden. Vandaar dat hier een heiligenbeeldje in een nis werd geplaatst, voor een schietgebedje voordat men het gebied betrad. Maar na zonsondergang nam men soms het zekere voor het onzekere door de lange omweg over de Weg naar Soto te nemen.
Kloof was ook een soort mijlpaal: vrouwen uit Bándabou liepen volgens een vast schema, beladen met manden met landbouwproducten, eieren en strohoeden, naar de stad. Dat begon om maandagmiddag 3 uur en ze rusten net voor Kloof of bij Grote Berg voordat het donker werd. In de vroege ochtend bereikten ze de stad nadat ze de nacht onder een boom hadden doorgebracht.
Fòrt’i Klof
In de kloof bevindt zich een gedeelte van een fort dat tussen de plantages Fontein en Ascencion en over de weg naar Westpunt was gebouwd. Met de aanleg van de brede asfaltweg rond 1960 is een groot gedeelte ervan verdwenen. In tegenstelling tot de kustforten zijn er tot nu toe geen officiële archiefstukken gevonden over de naam, bouwjaar en het gebruik van dit enige, nog bestaande ‘land’fortje op Curaçao.
Volgens de Werkgroep Archeologie kan het, gezien de bouwstijl, rond 1800 zijn gebouwd, ten tijde van of na de grote slavenopstand of tijdens de Engelse bezetting van Curaçao in het begin van de 19de eeuw. Er was ruimte voor plaatsing van 2 kanonnen die waarschijnlijk naar het westen waren gericht.
Volgens de mondeling overgeleverde geschiedenis die Pater Paul Brenneker opschreef is het fortje –vroeger Dònkèrki genoemd- door Spanjaarden gebouwd en later, tijdens de slaventijd, door Hollanders gebruikt, onder andere tijdens de vrijheidsopstand.
Een vreemde bijzonderheid, opgetekend door Brenneker, was dat tijdens de grote opstand een groep vrijheidsstrijders hier pap aan het koken was, toen ze door soldaten werd verrast. Bij gebrek aan wapens wisten ze hun belagers van zich af te schudden door hen hete pap in het gezicht te smijten…
Locaties in Fontein:
Ma bei alias Mama Bei is een locatie in het noordwesten van Fontein, aan de weg naar Soto. Het is waarschijnlijk de naam één van de eerste eigenaars.
Klein Fontein is een knoekje net tegenover het Villapark.
Hanchi di Krus (Weg naar het Kruispunt, direct naast restaurant Lantèrnu) is het kruispunt tussen 4 bario’s: Fontein en Colonia aan de noordzijde, Porto Marie en Cas Abou aan de zuidkant.
Dios a duna (God heeft gegeven) is een plaats ten oosten van Kloof, net in de bocht. Daar heeft men eens reuze patia’s ( watermeloenen) geoogst.
Manuel Aruba oftwel Maneruba is een plaats in het noorden van plantage Fontein.
Bronnen:
- Werkgroep Archeologie: Verslag 19 februari 2015: De ruïneheuvel bij Fontein.
- E. Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de negentiende eeuw
- Brenneker: Sambumbu diverse edities.
- do Rego:The slave revolution of 1795
- Rancuret/NAAM: een cultuurhistorisch bureauonderzoek van fase 1 en 2 Villapark Fontein op voormalig plantage Fontein, Curaçao.
- van Paddenburg: Beschrijving eiland Curaçao en onderhorige eilanden
- Witteveen: Van plantage en strijdveld tot ontwikkelingsproject, artikel Napa 28 april 2028 en 5 mei 2018
Met dank aan: André Rancuret, Familie Obispo van Sabana Largu , Frensel Mercelina, François van der Hoeven en Jeroen Heuvel.