Klein Kwartier
In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, heeft de plantage net als Groot Kwartier nooit enige militaire betekenis gehad.
Klein Kwartier, oftewel Vrede of Kwarti Chikí met dito landhuisje stond vooral bekend om haar oranjerieën:
Op de 111 hectaren van plantage werden vooral larahabomen geplant: 400 stuks 1898 en zelfs circa 1000 stuks aan het begin van de 20 e eeuw.
De naam Laraha oftewel Curaçao Orange of Citrus Aurantium voor de boom en vrucht van deze citrus, is afkomstig van het Portugese Laranga voor sinaasappel. Het werd op Spaanse schepen meegenomen voor de nodige vitamine C-intake. Het is oorspronkelijk door Spanjaarden op Curaçao geïntroduceerd in 1527, maar door het droge klimaat en de harde grond bleek hier niet aan te slaan. De smaak is zo bitter, dat zelfs de Curaçaose geiten die van alles opvreten, het groene sinaasappeltje links lieten liggen.
De gedroogde schillen van de verwilderde vruchten bleken decennia later toch wel bruikbaar. Er werd druk ge-experimenteert en oranjerieën aangelegd, waarbij de groene vruchten 2 keer per jaar werden geoogst. Ze werden daarna te drogen gelegd en uit de zogenaamde ‘Curacaoschil’ werd olie geperst, de voornaamste ingrediënt voor de unieke Curaçao Likeur en andere kruidendranken.
Geheim recept
De likeur werd door de boticarios – apothekers- Edgar Senior en Isaac Chumaceiro gedestilleerd achter de toenmalige botica Excelsoir in de Heerenstraat. Ze deden dit op basis van een geheim familierecept dat door de grootvader van Chumaceiro was ontwikkeld.
In 1900 – de plantage was toen 15.000 gulden waard-, werd Klein Kwartier, eigendom van de familie Senior die schillen van de laraha gebruikten ter bereiding van de Curaçao likeur.
In 1947 werd de weduwe van Chumaceiro, die nog steeds in het bezit van dit recept, door de Senior’s uitgekocht en starten zij met een grootschalige productie van de likeur in landhuis Chobolobo dat met dit doel werd aangekocht.
Door devaluatie van de Nederlandse en Engelse munteenheid, zakte de vraag naar Curaçao likeur later in belangrijke mate en werden alleen de orangerieëen op Klein – en Groot Kwartier nog geïrrigeerd.
Watercentrale
Omstreeks 1850 werd ook de cochenilleteelt beoefend op Klein Kwartier en in 1851 waren er ook Amerikaanse ploegen aanwezig ten behoeve van de landbouw. De plantage is een aantal keren, zoals onder andere in 1837, geveild wegens misoogsten.
In 1927 kocht de overheid Klein Kwartier om hier een watercentrale op te zetten, welke nog tot 1968 in werking was. Het landhuisje werd toen als woning voor de directeur en zijn familie ingericht. Later was hier ook de gouvernementsarts gestationeerd voordat het overgedragen werd aan het Monumentenzorg. Klein Kwartier wordt door een uitbater thans verhuurd voor evenementen, feestjes en trouwpartijen.
Zie ook Chobolobo en Het Ruiterkwartier