Kenepa 2

Kenepa 2

In het eerste deel over de geschiedenis van Kenepa kwam onder andere de vrijheidsstrijd van slaafgemaakten in 1795 aan de orde. Evenals ‘de vloek van Knip’ dat de eigenaars van de plantage achtervolgde en de onderdrukking van de bewoners dat tot in de 20 eeuw voortduurde.

Geen water en elektra

Zo stond de laatste shon stond niet toe dat Knip op het water- en elektriciteitsnet werd aangesloten. Van de overheid kreeg elke familie 2 drums water per week en daar moest men het mee doen. Bij bepaalde families wasten de mannen zich in zee om water te besparen voor de vrouwen en het huishouden.

Overal op het terrein van Knip waren er watermolens voor voorziening van de waterbakken voor vee. Bij het landhuis zelf stond een grote regenbak, tot de rand gevuld met water, maar men werd gestraft als je bij de waterbakken of regenbak water probeerde te stelen. Was het niet door de shon zelf - eigenlijk alleen in het weekend aanwezig- dan was het wel door de vitó, de opzichter, die zich als heer en meester van het landgoed gedroeg. De vitó was trouwens een baan die bij Knip voor generaties in dezelfde familie van vader op zoon overging.

De Vitó

Een inwoner van Knip vertelt: “Als kind zag ik dat bij de vitó thuis allerlei klussen werden gedaan en de tuin regelmatig werd bijgehouden. Later begreep ik dat men gedwongen was dit te doen, als tegenprestatie aan de shon/ vitó voor het Paga tera systeem.

Vanaf Kenepa richting Westpunt lagen de gronden Dam Gera, Pos Kabai, Kadushi bientu en als laatste Kòrta p’e dat tegenover Rancho El sobrino op de grens met Westpunt ligt. In Kòrta p’e bevonden zich de meeste kunuku’s die aan ex- slaafgemaakten waren verhuurd. De shon koos om de zoveel tijd een knoek uit waarvan de huurder gedwongen was deze open te stellen voor de koeien van Knip. Het gevolg was natuurlijk dat de gehele aanplant werd verwoest.

In het dal op de grens van Lagun en Kenepa lag de Pos di bahá (put op de helling) een natuurlijke inloopput. Bewoners mochten van de shon echter alleen water uit de put halen nadat zijn koeien erdoorheen waren gelopen en het water dus vervuild was geraakt.

De shon wilde ook niet dat lijken over zijn terrein werden vervoerd, dus werden doden uit vooral Lagun over zee vervoerd naar Westpunt waar er wel een kerkhof was.

Ook moesten autobestuurders tot rond 1960 nog betalen om over de plantage te rijden omdat de openbare weg over eigendom van de shon liep.

Vrijheid

Volgens een jongere nakomeling van een familie uit Kenepa is het onbegrijpelijk hoe die onderdrukking zo lang stand heeft kunnen houden. “Het gebied was zo groot, dus de kans om ‘betrapt’ te worden als je je deel niet aan de shon afdroeg was vrij klein. Maar lang na de afschaffing van slavernij was er nog een alles overheersende ingeprente angst voor de shon en de vitó van Kenepa. De helft van wat geproduceerd werd op die ene vierkante meter die men huurde of dat in de baaien van Knip werd gevangen, werd gedwee bij het landhuis of bij de vitó afgeleverd.”

Deze situatie en het feit dat de plantage en het latere dorp in de loop der jaren weinig inmenging van buiten heeft gekend, zijn redenen dat bij Kenepa de slavernij eigenlijk pas in 1975 is afgeschaft. Dat was namelijk het jaar waarin de plantage aan de overheid werd verkocht, Kenepa op het water- en elektriciteitsnet werd aangesloten en de bewoners eindelijk vrij konden zijn. Bij een viering in de wijk enige jaren later verontschuldigden nazaten van de laatste shon zich tegenover de inwoners van Knip en omgeving voor de handelwijze van hun voorouders.

Geografie

Plantage Kenepa grenst in het noorden aan plantage Papaya, in het oosten aan Zorgvliet en Savonet, in het zuiden aan Zevenbergen en Lagun en in het westen door de zee. Voorbij Playa Hulu, vlak voor de beroemde Boka Fluit neemt de kustlijn een scherpe bocht naar het noorden en valt de wind weg. Dit punt en de geografische westelijke punt vlak na Playa Kalki, vormen samen de twee meest westelijk gelegen punten van het eiland. De hele kust is hier afgeschermd van de noordoostpassaat door het hoge heuvelland.

Het indigoblauw van de kalme zee vormt hier een scherp contrast met het turquoise kustwater. De knusse baaitjes gekerfd in het hoge kalkstenen plateau, Playa Abou (Kenepa Grandi) en Kenepa Chikí worden gerekend tot de mooiste baaien van Curaçao. Tijdens een internationale competitie belandde Kenepa Grandi zelfs in de top drie van Caribische baaien.

Mooie koraalriffen bepalen hier het onderwaterleven en al snorkelend of duikend kan de bezoeker roggen, grote cubera snappers, schildpadden en sporadisch zelfs dolfijnen of een walvishaai tegenkomen.

Knipgesteente

In het gebied waar Knip ligt komt een bijzonder, uit microscopische zeediertjes ontstaan gesteente voor, dat 70 miljoen jaar geleden werd afgezet: Het Knipgesteente oftewel de Knipformatie dat voor het eerst werd onderzocht op plantage Knip. En omdat er hier zoveel van dit gesteente te vinden is kreeg het de naam van deze plantage. De knipformatiegordel strekt zich uit vanaf Zorgvliet door het Christoffelpark in de westzuidwestelijke richting tot Pos Spañó. Verderop bij plantage San Juan vindt men ook nog Knipformatie en ook de fraaie terrasvloer aan de noordzijde van landhuis Savonet is met dit bijzondere gesteente aangelegd.

Men treft dit gesteente ook aan bij Seru Gracia en de Christoffelberg. Een andere vorm van dit gesteente is vuursteen. De top van de Christoffelberg bestaat grotendeels uit deze zeer harde roodbruinkleurig soms blauwachtig gesteente dat Piedra di kandela wordt genoemd en waarmee een vuurtje gestookt kan worden. Deze vuursteen komt ook voor in Roi Berú in het Christoffelpark te Savonet.

Heuvelachtige plantage

Plantage Knip is zeer heuvelachtig en ligt tegen de flank van de hoogste toppen van Curaçao. De top van de 295 m hoge Seru Gracia ligt voor de helft op plantage Knip. Andere heuvels boven de 100 m op deze plantage zijn Seru Batata (242m ) op de grens van Knip en Savonet, Seru Baha Hundu (211m), Seru Palomba (163m) en vlakbij de grens met Zorgvliet Seru Boosman (178m) en Seru Mangel (170m). Vlakbij Playa Abou staat de 150 meter hoge Seru Kòrtapé.

Vanuit het oostelijk terras van landhuis Knip kun je in de droge tijd genieten van de gele kleurenpracht van de kibrahacha op deze hellingen. In de regentijd verwisselen de heuvels hun grijze rouwpak voor luchtiger vrolijker tinten groen.

De Knipforten

Het fortencomplex bij Knip was heel uitgebreid en langs de gehele kust van de ‘Knippe of Knibbe baai’ lagen diverse verdedigingswerken, die door de tand des tijds of door aanleg van strandfaciliteiten zijn afgebroken. De verdedigingswerken dateren waarschijnlijk uit het midden van de 18de eeuw en hadden ten doel de plantages tegen plundering door piraten en andere vijanden van overzee te beschermen.

De Kleine Knipbaai was de belangrijkste baai voor Plantage Knip omdat van daaruit het landhuis makkelijk te bereiken was en de handelsschepen daar voor anker gingen. Deze baai werd aanvankelijk dan ook met de naam Knipbaai aangeduid (Werbata-kaart 1909).

Volgens een onderzoek van de Werkgroep Archeologie bestond de verdediging van Knip uit tenminste drie delen: een middenfort, gelegen tussen de baaien Grote- en Kleine Knip, en drie batterijen bij beide baaien.

Bij de Grote Knipbaai, op oude kaarten ook Benede Knip baay en Playa Abou genoemd, lagen drie batterijen, waarvan één op het strand en één in het zuiden, bij de huidige parkeerplaats en uitkijkpunten. Alleen de (ruïne van) de batterij op de rotsen aan de noordzijde van het strand, staat er nog.

Aan de Kleine Knip lagen ook drie batterijen waarvan één op een klip aan de zuidzijde en een andere zeer ruime batterij aan de noordzijde. Deze zijn allebei nog te zien, de batterij die op het strand stond is echter verdwenen.

Alle fortificaties waren waarschijnlijk met elkaar in contact, door middel van vlaggenseinen op de vlaggenmast van het middenfort, waar volgens bewoners nog lange tijd een kanon stond.

De wachtpost

Een gedeelte van het middenfort stond bekend als “de wachtpost”, een ruïne die uit twee dakloze kamers en een soort overdekt terras bestaat. Deze is nu makkelijk te bereiken via een koraalstenen pad dat ernaartoe leidt. Tijdens werkzaamheden een paar jaren geleden werd een gedeelte van dit fort vernield door een bulldozer maar na protest van buurtbewoners is de afbraak gestopt en zou het fort in ere worden hersteld. Het is er echter niet van gekomen.

Hòfi Kenepa

Ten noorden van het landhuis staat het huis van de vitó. Vlak daarnaast is de ingang van het hofje, waar een grote, statige mahokboom staat. Vlak daarachter staat een grote waterbak die zich in goede staat bevindt, gevolgd door een prachtig exemplaar van een Pos di pia, een inloopput. Ten oosten hiervan liggen 2 putten: een pos kobá en een pos borá - een met de hand gegraven en een machinaal geboorde put-. Verderop liggen hier nog een put, enkele vervallen indigobakken, een tanki -een natuurlijke waterverzamelplaats- en een uitgestrekte droge zoutvlakte die in het westen aan de Playa Grandi van Knip grenst. Volgens oudere bewoners stond deze zoutvlakte vroeger in open verbinding met de zee en was achterin vlakbij de hòfi van Kenepa, een zoutpan aangelegd. In regentijd staat de gehele zoutvlakte onder water.

Pos Kayuda

Op de plantage ligt ook Pos Kayuda, een put die genoemd is naar de vele kayudabomen die hier vlakbij staan. De Kayuda (zwampzuurzak) is een zeldzame boom waarvan de vrucht op de zuurzak lijkt, maar dan zonder stekeltjes. Vroeger werd de put handmatig schoongehouden zodat men altijd schoon water had. Ook was er een muur om de put gebouwd om het waterpeil hoog te houden zodat het makkelijk opgeschept kon worden. Hoewel het nu droog ligt, is de grond rondom de put zelfs in de droge tijd nog nat, waardoor het bezaaid is met jonge kayudaplantjes. De toegang tot Pos Kayuda loopt via het Christoffelpark. Ten zuiden van de Pos Kayuda, aan de oostelijke voet van de Seru Bahá Hundu ligt in de Roi Sanchi ook een zoetwaterbron die vroeger door de bewoners van Kenepa werd gebruikt.

Bronnen:

Charles do Rego: Sklabitut i rebelion 1795

Ieteke Witteveen: Amigoe 25 febr 1995: Landhuis Kenepa

Paul Brenneker: Sambumbu, diverse edities

Werkgroep Archeologie: diverse werkverslagen

Ministerie SOAW: Buurtprofiel zone Lagun.

Met dank aan: Elfried Koots, Frensel Mercelina, Jeroen Heuvel, Rose Mary Allen, François van der Hoeven, de Werkgroep Archeologie, Jeanne Henriquez en Christel Monsanto.