Lagun

Lagun

Het unieke van Lagun is dat het aan de kust ligt, tussen twee baaien in, namelijk Playa Jeremi en Playa Lagun. De naam Lagun verwijst mogelijk naar de kleine verscholen lagune die anderhalve kilometer ten zuiden van de wijk ligt en die via de baai van Santa Cruz verbonden is met de zee.

Onderdeel van Kenepa
Lagun was vroeger een perceel van de plantage Kenepa/ Zevenbergen. Caspar Lodewijk van Uytrecht was eigenaar van Kenepa rond 1795. Na de dood van zijn dochter en erfgename Jannetje van der Meulen erfden haar dochters Poulina Robertson en Dorothea Elisabeth van der Meulen het landgoed en verdeelden het in tweeën: Dorothea Elisabeth kreeg Lagun alias Zevenbergen en Poulina kreeg Kenepa. De volgende eigenaar, Heldewier Vignon voegde na 1863 de plantages weer samen: het was toen gebruikelijk dat bij inventarisatie, overlijden of verkoop, plantages vaak verdeeld of juist samen werden gevoegd.
Wegens de samentrekking werd landhuis Zevenbergen afgebroken en of verwaarloosd waardoor in de heuvels van het huidige Chistoffelpark nu slechts restanten hiervan te zien zijn.
Zevenbergen werd in de loop der jaren weer eens toegevoegd aan Lagun en zo was de taxatiewaarde van beide landgoeden in 1902 samen nog 16.000 gulden.

Vissersdorp
Het dorp Lagun is rond 1850 gesticht door vrije lieden – zo’n 135 man- die vooral vissers waren en zich rondom de baai hadden gevestigd. Het perceel Lagun was voorts bestemd als fokkerij voor de veestapel van Kenepa, één van de grootste op Bándabou; hier waren eens 1490 schapen, 500 geiten, 400 runderen (koeien en stieren) en 70 ezels van Kenepa ondergebracht. Overal in Lagun zijn nog waterbakken te vinden die de eigenaars van Kenepa voor het vee hebben aangelegd. Kenepa behoorde naast Savonet, Wacawa en Hieronimus tot de plantages met de grootste veestapels in het westen van Curaçao en de veehoeders van Kenepa zijn na de afschaffing van slavernij in 1863 hier blijven wonen.

Zelfstandige wijk
Rond die tijd vestigde zich hier ook een grote groep ex-slaaf-gemaakten afkomstig van de nabij gelegen grote plantages Kenepa en Santa Cruz. Ze kregen bij de emancipatie namen als Meulens, Calmes, Raap/Raper, Monte, Roch, Kook, Sambre, Dall, Muzo en Stroop, namen die nog steeds voorkomen in Lagun.
Middelen van bestaan in Lagun waren rond 1900 vooral landbouw, veeteelt en visserij. Op kleinere schaal ook het plukken van dividivipeulen, het snijden van aloë, branden van houtskool alsook huisnijverheid, zoals het vlechten van hoeden en manden. Door haar afgelegen ligging moesten de bewoners, net als die van Westpunt, zichzelf zien te redden, wat ook gelukt is: Lagun groeide door de jaren heen uit tot een zelfstandige wijk die in haar eigen behoeften kon voorzien.
Er waren geen wegen in de wijk, alleen een netwerk van paadjes (patruli) die intensief door bewoners werd gebruikt. De huidige hoofdweg werd pas omstreeks 1960 aangelegd. In 1962 kwam aan deze weg ook een eigen kerk. Dit was op initiatief van pastoor Wolters van Westpunt, ontworpen door de Oostenrijkse architect Vetter en gewijd aan San Juan.
De onvruchtbare kuststrook bleef lange tijd onbewoond. Men was bang voor eventuele overstroming tijdens orkanen, maar het is nu volgebouwd met weekendhuizen.

Amador Maduro
In 1944 kocht Amador Enrique Maduro Lagun, inclusief Jeremi dat er een deel van is, van de eigenaar van plantage Kenepa, Richard Muskus. Maduro’s moeder kwam uit Lagun en zijn joodse vader uit de stad, waar hij ook opgroeide. Door de aankoop kwam Maduro in het dorp te wonen. In 1952 verkoopt hij het zuidelijk deel van Lagun (waar nu het dorp staat) aan de overheid die het in de jaren 1971-1975 verpachtte.
Het overgebleven noordelijk deel van 293 hectare groot, met een kustlijn van een kilometer lengte, staat bekend als Jeremi, zo genoemd naar de nabijgelegen baai. De ruïne van Amador Maduro’s huis staat nog steeds in de mondi van Lagun, waar volgens bewoners nog dikwijls pianomuziek te horen is……

Playa di Lagun
Opmerkelijk is de naamverandering bij de baaien van Lagun en Jeremi. Zo werd de baai van Jeremi eerst de baai van Lagun genoemd en werd die van Lagun op oude kaarten en documenten aangeduid als Krappebaai en later ook als Krabbebaai. Krappebaai omdat zo’n nauwe baai ongeschikt was voor het binnenvaren van zeilschepen, Krabbebaai omdat de rooien die naar de baai toestromen een paradijsje waren voor krabben.
De heuvel tussen Santa Cruz en Lagun, Seru Kòmandant is de officiële naam voor Seru di Krabaai (130 m). Ook de streek ten noorden van Santa Cruz heet Krabaai.
Op Seru Kòmandant/Seru di Krabaai stond een kleine uitkijkpost waar nu niets meer van over is. Aan de voet, bij de baai van Santa Cruz heeft een fortje gestaan waarvan de fundamenten nog zichtbaar zijn. De commandant woonde beneden en deed met flambeeuwen voor wat men hem na moest doen op de top van de heuvel. Er was echter vaak loos alarm: krabben werden namelijk met behulp van flambeeuwen gevangen! En dus werd het in 1875 verboden om nog flambeeuwen te gebruiken bij het vangen van krabben…..

Grafkelders en toeristen
De naam Krabaai leeft nog steeds voort in een plek op de rotsen aan de linkerkant van Playa di Lagun.: Het is jarenlang de begraafplaats geweest voor de bario: de shon van plantage Knip, Richard Muskus duldde namelijk niet dat doden over zijn terrein naar Westpunt–waar wel een kerkhof was- werden vervoerd. Pas toen men later doden over de zee ging vervoeren, stemde hij toe. Lange tijd waren op Krabaai nog grafkelders zichtbaar, maar de plek is nu, evenals aan de rechterkant van de baai grotendeels bebouwd met accommodaties voor toeristen en andere gebouwen. Tussen de baaien van Lagun en Santa Cruz ligt Joujou, een visrijke locatie die populair is bij vissers uit de omgeving.
Playa di Lagun staat decennialang bekend als de plek bij uitstek voor het geven van zwemlessen en bij het binnenhalen van de netten zingen de vissers van Lagun nog steeds een eeuwenoud werklied. Ook heb je vanaf de baai het beste uitzicht op de unieke en spectaculaire zonsopgang vanachter de zeven heuvels.
Shirisé
Zevenbergen was één van de weinige plantages die hun naam ontleenden aan het landschap zelf. De auteur M.D. Teenstra omschreef het als: “…de bergketen en valleijen die een treffend Zwitsersch gezigt opleveren.”
Volgens Brenneker werd Zevenbergen ook wel Shete Seru, Sherisé, Shirisé, Shitisé genoemd en bestond het landhuis uit twee grote huizen met verdieping, die dicht bij elkaar waren gebouwd. Achter het tweede huis bevond zich een strafhok, een apart gebouwtje met 35 cm dikke muren, van binnen 2.15 bij 1.50 m. Het was slechts 1.65 m hoog. Daarin stond een stenen bank en in de muren gaten waarin kettingen waren bevestigd. Het had een smalle deur en geen ramen. Daarboven was nog een verdieping en de muren van het geheel tot aan de het zadeldak waren 3 m hoog.
In 1967 vertelde een 93 jarige vrouw aan Brenneker: Toen ik zeven jaar was, waren de gebouwen al verlaten en in verval. Ze sprak dus over het jaar 1881.
Consolidatie
Volgens de Werkgroep Archeologie bestond het landhuis uit één groot verdiepingshuis met daarnaast een lager gebouwd huis. Op flinke afstand van het landhuis staat de ruïne van de mangasina van Zevenbergen waarvan de meeste muren nog vrij intact zijn. Onder leiding van restauratie architect Michael Newton worden de restanten van het landhuis, de mangasina en de lagergelegen indigobakken uit de 17e en 18 e eeuw geconsolideerd. Consolidatie is geen restauratie, maar noodzakelijke onderhoud opdat het bouwwerk niet uit elkaar valt.
Zevenbergen
De bergketen van Zevenbergen is bepalend voor het landschap in Jeremi en Lagun en enkele van de heuvels zijn zeer populair bij heuvelbeklimmers. De bekendste zijn Seru Pieter, oftewel Seru Kòrá, (115 m), zo genoemd vanwege zijn roodbruine kleur en Seru di Pasku dat vlak daarachter ligt, 173 meter hoog is en achter het Newtown* complex ligt. Verder loopt een makkelijk begaanbaar pad naar de top van Seru Kòrá, waar je een mooi uitzicht hebt vanaf het terrasje met banken, nabij de zendmast.
Zeer geliefd bij hikers is ook de Seru di Makaku of Seru di Gorila -zo genoemd vanwege de top dat op een zittende aap lijkt- dat mooi uitzicht biedt op het nabijgelegen Sint Hieronimus en Ser’i Bientu.** Op deze laatste heuvel, op de grens tussen Lagun en Kenepa, is de zeldzame Sabalpalm te zien die uiterst goed bestand is tegen droogte en stevige wind en waarvan vroeger manden, meubels en hoeden werden gemaakt.
De voormalige plantage Zevenbergen maakt tegenwoordig deel uit van het Christoffelpark dat door Carmabi*** wordt beheerd. De mangasina is het deel dat het gemakkelijkste is te bereiken en wel via één van de routes die in dit natuurpark zijn uitgezet.
Watergeulen oftewel rooien in Shitisé zijn Roi di Santu, Roi di Piedra Blancu, Roi di Toni Kolícu, Roi di Juana en Roi di Tecu Kimá.

*zie Jeremi
**Niet te verwarren met Ser’i Bientu, een wijkje dat tussen Flip en Leliënberg ligt.
***Carmabi: Caribbean Research and Management of Biodiversity

Bronnen:
Ministerie SOAW: Buurtprofiel Lagun
Werkgroep Archeologie: diverse verslagen
Paul Brenneker: Sambumbu , diverse edities
Met dank aan:
Elfried Koots, Morela de la Cruz, Nataly Jamanika , Eddy Baetens, Haidelin Lovert, Christel Monsanto, François van der Hoeven, Jeroen Heuvel en Unidat di Bario.
Zie ook Jeremi en Knip (Kenepa)