Mina Scharbaai

Mina Scharbaai

Mina Scharbaay

Mina Scharbaay, ook wel Tjas Scharbaay of Buena Esperanza genoemd, is een voormalige kleine plantage ten oosten van Veeris en ten noorden van het winkelcentrum Sambil te Veeris. Maria Wilhelmina – Mina- Scharbaay- ook wel als Scharbaai geschreven- was rond 1880 eigenaar en een bekende persoonlijkheid in de omgeving. Volgens één van de oudste bewoners van de wijk, Theo Naar, was zij een welgestelde dame die wel van een feestje hield.

“Naast verjaardagsfeesten stond het landgoed ook bekend om tambu-evenementen, hanengevechten en het vuurspringen dat hier op het Sint Jansfeest (24 juni) werd georganiseerd. Verder werd op het landgoed van alles verbouwd, zoals mais, bonen en tabak” aldus Theo Naar.

De familie Scharbaai

Mina trouwde op 12 november 1820 te Curaçao met Matthijs Scharbaai en zij hadden een gezin bestaande uit tenminste zes meisjes en 1 jongen, enkele kinderen waren namelijk op jonge leeftijd overleden.

Mina is zelf waarschijnlijk overleden op 3 september 1874 en haar echtgenoot op 21 juli 1851. Zijn erfgenamen zijn dan :

  • Catharina, gehuwd met Adriaan Baziel;
  • (Maria) Henriette, gehuwd met Etienne Lourens Crisson;
  • Johanna (Girigorie), weduwe Guillermo Lourens;
  • Martha (Maria Luciana) gehuwd met Louis Duikin (Dycke),
  • Anthonette en Plantina, die beiden ongehuwd waren.

Verder ook de 3 wettige kinderen van Mathijs’ zoon Charles Scharbaai, namelijk Wilhelmina, alias Maria Mercelina, getrouwd met George Everts en Mathilde en Theodorus Scharbaai die nog ongehuwd waren.

Behalve het landgoed dat waarschijnlijk later Mina Scharbaai werd genoemd bezat het echtpaar sinds 1816 onafgebroken ook de belendende gronden van Sans Soucis, grenzend aan de westzijde aan de rotonde van Palu Blanku.

Het landhuis

Het landhuis was traditioneel gebouwd: een kern met zadeldak en met aan twee zijden dakkapellen. In de lengte en naast de kern twee galerijen met een lessenaars dak en een zolder met dakkapellen. Vóór de entree aan de zuidzijde was een groot terras in de vorm van een halve cirkel, met daarvoor een lange loodrechte trap.

Salvador Metry

Een opmerkelijke bewoner van Mina Scharbaai was Salvador- Abdallah- Metry, een oom van de bekende politicus en zakenman Faroe Metry. Metry schrijft dat de Libanees Salvador als teenager aan boord van een schip vanuit Libanon naar Mexico vertrok en vandaaruit naar Cuba, Santo Domingo en Haïti reisde. Hij werd daar waarschijnlijk ‘Salvador’ genoemd, een vertaling van zijn Arabische naam Abdallah dat ‘“dienaar van God of “de redder” betekent.

Salvador vertelde graag over zijn reisavonturen, zoals toen hij op Haïti in een landhuis woonde dat iedereen vermeed omdat het daar spookte. Daar ontmoette hij op een avond het spook, een piraat, met ratelende kettingen, die hem uitnodigde naar buiten te gaan en hem daar een boom op het erf aanwees. Salvador kwam niet dichterbij, bleef op zijn hoede maar liet de volgende dag zijn personeel onder de boom graven. Daar vond men het skelet van een piraat gevangen in kettingen, die waarschijnlijk levend was begraven. Nadat het skelet op een meer eerbiedwaardige wijze ter aarde werd besteld hield ook het gespook meteen op.

Buena Esperansa

Salvador had waarschijnlijk een voorliefde voor landhuizen, wanner hij als rijk man op Curaçao arriveert gaat hij in het landhuis van Mina Scharbaay wonen. Hij is dan 38 jaar oud en koopt het landgoed op 8 oktober 1925 door een hypotheek van fls 16.000 te nemen bij de toenmalige Maduro’s Bank. Zodoende kwam hij in het bezit van twee terreinen met alle daarop staande gebouwen, namelijk Buena Esperansa alias Tjas Scharbaay waarop het landhuis stond en nog een ander stuk grond, beide behorende tot de wijk Mina Scharbaai. Het landgoed was 50,000 vierkante meter groot met naast het landhuis nog zeven kleine houten woningen. Salvador was zeer bekend op Curaçao en had een radio waardoor hij goed op de hoogte was van het internationale nieuws.

Bankroet

Volgens Faroe Metry was Salvador meer een avonturier dan een zakenman: Hij verkocht van deur tot deur voedingsmiddelen en kleding vanuit zijn auto, maar er was geen continuïteit.

Naar verluidt zouden veel Libanezen door zijn tussenkomst naar Curaçao zijn gekomen en ook leende hij hen vele goederen die nooit werden terugbetaald. Verder was er ook nogal wat achterstallige grondbelasting waardoor hij in maart 1938 uiteindelijk bankroet werd verklaard.

Mina Scharbaai werd toen voor fls 4500,- verkocht aan de hoogste bieder: Isaac Haim- Shon Sha- Capriles, directeur van de latere MCB bank.

Salvador woonde daarna weer in een landhuis, ditmaal dat van Daniël, samen met zijn vrouw die het pand huurde. Dat landhuis stond ook bekend om de vele spoken die daar graag vertoefden. Salvador stierf aan hartaanval op 29 november 1960 en werd begraven op een kerkhof te Roodeweg. In september 2009 zijn de stoffelijke overschotten naar het familiegraf te Bottelier overgebracht.

Kamel Metry

Hoewel Mina Scharbaai verkocht was bleef de familie Metry van 1938 tot 1947 nog in het landhuis wonen. Kamel Metry, Faroe’s vader en zijn vrouw kregen negen kinderen, waarvan acht op het landhuis zijn geboren. Bij het landhuis van Mina Scharbaai op no. 30 stond ook een betonnen gebouw waar een bakkerij was gevestigd en langs de openbare weg een ander gebouw waar levensmiddelen werden verkocht en dat beheerd werd door Kamel Metry en zijn vrouw. Door de faillietverklaring werden ook deze gebouwen, eigendom van Salvador geveild.

Het echtpaar Metry had intussen ijverig gespaard waardoor ze in 1947 het pand Mina Scharbaai no. 12 konden kopen, dat dichtbij het landhuis staat. Het was eigendom van Lina en haar man, die in de bario bekend stond als Papa Drop. Het huis wordt door Kamel snel uitgebreid en ook kwam er een winkel aan huis.

Faroe beschrijft Mina Scharbaai uit die tijd als een arme buurt met vooral werknemers van de raffinaderij, afkomstig van Engelse bovenwindse eilanden en uit Suriname en die in houten huisjes woonden.

Poging tot moord

Metry beschrijft ook een poging tot moord in het landhuis waarbij een neef van Salvador, Napoli, betrokken was. Napoli ging om met de zus van zijn beste vriend, die later ook degene bleek te zijn die hem wilde vermoorden. Naar verluidt zou het motief zijn dat Napoli moslim was, in die tijd een ware schande en dus werd van hogerhand in de familie besloten dat hij moest verdwijnen. Een poging om hem te wurgen mislukte, waarna hij in de vinger en in de buik werd geschoten. De moordenaar en zijn assistent hadden zelfs een pikhouweel en schop meegenomen om hun slachtoffer te begraven maar zover is het niet gekomen. Napoli wist, hoewel hevig gewond, aan zijn belagers te ontkomen door naar het huis van Kamel, dat vlakbij het landhuis stond, te vluchten. De daders werden later wegens poging tot moord opgesloten.

Alfred Braams

Rond 1946 verkoopt de MCB bank het landhuis van Mina Scharbaai en het daarbij behorende stuk grond aan de bakker Alfred Rudolf Jacques Braams. Kleinkinderen van Braams vertellen dat het landhuis een ruime zitkamer had, een langgerekte keuken en een grote en kleinere kamer. Naast de kleine kamer was er een hal waar ‘Baas Braams’ zijn kantoor had. Verder ook een moderne badkamer naast de eetkamer. Vanuit de eetkamer liep een houten trap naar de zolder waar nog een kleine en een grotere kamer lagen.

Toen de familie Braams daar woonde stond ten westen van het landhuis een regenbak en een grote olietank ten behoeve van de bakkerij.

Vrijgevig

De familie bouwt een bakkerij schuin vóór het landhuis: Algemeen Belang Alfred Braams, beter bekend als Bakkerij Braams.

“ Met bakkerij Braams in de bario leed niemand in Mina Scharbaai nog honger”, zo vertellen Ethel en Yvette Braams, kleinkinderen van de bakker. “Behalve opa was zijn zoon, onze vader Otmar- Willy- Braams ook bakker en naast brood werden er ook koekjes, pandushi (krentebrood), taarten en petit fours gebakken.

Onze oma, Julie Braams – Herdigein was zeer vrijgevig en arme buurtbewoners die bij de bakkerij aanklopten kregen altijd wel wat. Zelf deelde oma vaak brood en pandushi uit aan kinderen uit de buurt en ook gaf ze regelmatig grote zakken vol brood aan een minderbedeelde buurvrouw die heel veel kleinkinderen had.

Verder stond het landhuis altijd open en omdat onze grootouders in die tijd televisie hadden kwam de hele buurt over de vloer. Als opa tenminste niet in een slechte bui was, want dan joeg hij iedereen het landhuis uit” aldus Ethel en Yvette.

Ruïne

In oktober 1976 worden het landhuis, de winkel en de bakkerij in de krant te koop aangeboden, maar toch duurt het nog tot 13 februari 1986 voordat deze in feite worden verkocht.

Opa Alfred Braams overlijdt op 1 april 1979 en na verkoop van het landgoed in 1986 vervalt het landhuis tot een ruïne. Door jongeren uit de buurt wordt het nog een tijdje als gym voor bodybuilding gebruikt.

Maar in 2025 wordt het landhuis van Mina Scharbaai met de grond gelijk gemaakt en op 1 juli 2026 werd ook het heuveltje waarop het stond, afgegraven. Een emotioneel moment voor de kleinkinderen van Braams, die, met vakantie uit Nederland, net op dat moment op bezoek zijn te Mina Scharbaai….

Bronnen:

Metry, F: History of the old Lebanese families on Curaçao.

J. van Ditzhuijzen: Kas di Shon, plantation houses of Curaçao;

Met dank aan: Julie Frederik, André Rancuret, Christel Monsanto, Ethel en Yvette Braams,Theo Naar, François van der Hoeven, Jeroen Heuvel en Mongui Maduro Library.