Pietermaai 2

Pietermaai 2

Den Dam

Vanaf het voormalige kantoor van de krant Vigilante op Pietermaai lopen naar het oosten toe diverse steegjes die vanaf het Waaigat zodanig zijn aangelegd dat ze bijna altijd eindigen met zicht op zee. Dit maakt deel uit van het stadsaanzicht. Men kon via deze steegjes naar de kust lopen en jongens zwommen van daaruit langs de Pen helemaal naar Marie Pompoen.

Het Waaigat had een uitloper dat ’t klein watertje’, werd genoemd. Deze werd rond 1827 gedempt. Een andere naam voor de locatie was ook het ‘Damplein’ of ‘den Dam,’ naar een vroegere dam die hier het water van de Waaigat tegenhield.

Als tijdens de Tweede Wereldoorlog de sirene loeide, rende iedereen – hoewel het altijd wel loos alarm bleek- naar het Damplein waar er schuilkelders en voedselopslagplaatsen waren gebouwd. Ook op het Julianaplein waren schuilkelders gebouwd.

Het Damplein was later een sociale ontmoetingsplek waar een muziekkoepel stond en een speelterrein voor de jeugd uit Pietermaai en er waren feestjes en zelfs circusoptredens. De buurt protesteerde dan ook luid tegen de plannen van de overheid om hier het Cultureel Centrum en de Openbare leeszaal en bibliotheek te bouwen. Die kwamen er desondanks toch, verenigd in één gebouw en het Damplein werd omgedoopt tot het Johan van Walbeeckplein.

Het gebouw staat midden op het plein en is vanaf 1999 een beschermd monument vanwege haar architectonische Art Deco stijl. Het ontwerp is van Kees Bakker, toen architect in dienst bij de Openbare Werken. Bakker werd in 1943 geïnspireerd door de enigszins driehoekige vorm van het plein, waar tegenwoordig de archeologisch en antropologische stichting NAAM is gevestigd. Het gebouw is nu eigendom van het Algemeen Pensioenfonds Curaçao.

Demping Waaigat

Santa Anna was meer dan een eeuw de enige kerk in de stad voor de ruim 3000 katholieken die vooral in Pietermaai en Scharloo woonden. Gelovigen zouden 4 uur om het Schottegat moeten lopen of anders een pontje betalen voor overtocht in de haven, reden waarom men nooit naar de kerk ging. Een kerk aan de Punda -zijde was dus urgent. En zo diende de bisschop J.F.A. Kistemaker in mei 1860 een verzoek in om de gouvernementsgrond ten zuidoosten van het Waaigat -het huidige Julianaplein – te mogen krijgen voor de bouw van een kerk aan de Pundazijde. Het protestants bestuur, dat de katholieken waar mogelijk dwarsboomde, wees pas na 8 maanden het meest oostelijke gedeelte van Waaigat aan als bouwplek: niet het tegenwoordige Julianaplein, maar het ondiepe uiteinde van Waaigat, dat toen een stinkend moeras was waar door buurtbewoners uitwerpselen werden gedumpt. De grote plas van 6700 vierkante meter moest eerst gedempt worden en daarmee viel ook het geld voor de bouw letterlijk in het water.

Pas 16 jaar nadat vergunning was verleend, namelijk op 22 nov 1876, werd de eerste steen gelegd voor de fundering van de kerk van Pietermaai. Door gelovigen werd op de zondagen, zelfs vanuit Santa Rosa, en begeleid door kachu i heru, zand en stenen aangedragen voor de bouw van de kerk.

Noodkerkje

Pietermaai viel nog onder de zorg van de Santa Anna te Otrobanda en droeg de bouwkosten ad fls 80.000 voor de kerk, die van de pastorie en de scholen te Pietermaai.

Eerder had men op Seru di Pietermaai – nabij Chèr Asil – wel een kerkhof aangelegd om gelovigen toch een christelijke begraving te kunnen geven. Dit kerkhof werd op 20 april 1882 onder naam van Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans, ingewijd.

Voor wat betreft het onderwijs kwamen de zusters met een pontje vanuit Otrobanda en wandelden vandaar uit naar het schooltje dat eerst in de Wittesteeg stond en ’s zondags in een kerkje veranderde. Op nummer 5 in die straat woonde een vrouw die catechismusles gaf, waardoor de Wittesteeg ook wel Hantji di Katisashi werd genoemd. Ook werd de Ansinghstraat vroeger Hanchi di Misa genoemd omdat het de weg was die naar de Misa di Pietermaai leidde.

In 1863 werd, na de demping, een nieuwe school, gelegen in een gang naar het Waaigat in gebruik genomen: de Sint Jozefschool. In datzelfde jaar kwam ook de pastorie gereed en tussen de Sint Jozefschool en pastorie verrees een noodkerkje, gevormd door de zijgevels van beide gebouwen. De bovenverdieping van de school was de herentribune en standplaats van het koor en om ter communie te gaan moest men de trap af, de straat oversteken, en weer terug.

Kathedraal

De bouw van de kerk werd ook vertraagd door de levering van stenen voor de bouw. Die werden eerst met pontjes geleverd maar door de demping moest nu een groot gedeelte over (gedempt) land vervoerd worden. De leverancier weigerde dat te doen, bouwwerkzaamheden werden opgeschort en het resultaat was een gerechtelijk proces dat weer twee jaar duurde. Pas op 20 april 1882 kwam de kerk klaar onder leiding van pastoor Frie van Santa Rosa. Hij tekent ook voor de nieuwe zeer ruime pastorie, naast de inmiddels tot kathedraal verheven kerk: De Katedral Reina di Santisimo Rosario, (Kathedraal van de Koningin van de Heilige Rozenkrans) aan het Julianaplein 5 werd namelijk in 1958 de zetel van de bisschop van Willemstad. Het staat sinds 1997 op de werelderfgoedlijst van UNESCO als onderdeel van onze historische stad.

Heilig badje

Opvallend in het kathedraal is het Rozenkrans beeld, bestaande uit moeder Maria met kindje Jezus en waarvan de bijzondere kleding bij speciale gelegenheden steeds wordt verwisseld. Ook opvallend zijn de glas in lood ramen achter het altaar die in Nederland zijn vervaardigd en die de 12 apostelen uitbeelden. Verder is achter in de kerk, hoog achter het kerkorgel, ook glas in lood te zien met een afbeelding van de Rozenkrans.

Het kerkorgel is het oudste op Curaçao en bestaat uit 1300 pijpen waarvan de kortste 2,54 cm en de langste bijna 6 m is. Het orgel dateert nog uit de 19e eeuw maar is – aangepast met o.a. een elektrische turbine – nog steeds in gebruik. Bij speciale gelegenheden komt één van de weinige speciale organisten op Curaçao eraan te pas om het te bespelen.

Verder is er in het kathedraal geen heilig water meer bij de ingang: de gevleugelde bewoners hadden er namelijk een gewoonte van gemaakt de kom als hun badje te gebruiken…

‘t Klooster

Op steenworp afstand van de kathedraal, tussen het Julianaplein en het Waaigat, staat het vroegere St Albertus College Huis, het woonhuis van de Fraters uit Tilburg die onder andere op de nabijgelegen Sint Albertus College les gaven. Na vertrek van de fraters werd het huis Boekhandel Sint Augustinus. Mede dankzij documentatiemateriaal, verstrekt door de fraters, is het pand nu gerestaureerd tot het stadshotel ’t Klooster. Alle inkomsten uit hotel gaan terug in restauratie en onderhoud van het pand dat op gedempt gebied staat: na 60 centimeter graven is er al zout water. Het gebouw, inmiddels meer dan 90 jaar oud, is officieel tot monument verklaard. Opvallend is het Grand Café van het hotel, het is namelijk de vroegere kapel met nog authentieke glas-in-loodramen.

Pietermaai District

Tijdens de orkaan op 23 sept 1877 worden 30 huizen op Pietermaai Smal door de hoge golven totaal weggeveegd. Andere raken zwaar beschadigd en later gesloopt waardoor hier nog maar weinig huizen uit 18de en 19de eeuw staan. In de tweede wijk van Pietermaai werden slechts 3 huizen getroffen.

Jaren later begon de trek van de welgestelden naar de buitenwijken. Hun leegstaande villa’s in Pietermaai werden als bordelen gebruikt ten behoeve van zeelui die in Punda aankwamen. De getto–uitstraling van Pietermaai werd in de tweede helft van de 20ste eeuw gecompleteerd door een bloeiende drugshandel.

Waren het eind 17de eeuw nog slaafgemaakten die in lange rijen vanuit de haven over het Steenen Pad naar slavenkampen Zuurzak en Groot st Joris liepen, in de twintigste eeuw waren het drugsverslaafden die in Pietermaai het straatbeeld bepaalden.

Tot enkele entrepreneurs het aan het begin van de 21ste eeuw erop wagen om enkele oude stadshuizen, die intussen monumenten zijn geworden, te restaureren. Dit ten behoeve van Nederlandse stagiaires, de enigen die toen hier durfden te wonen. Het getto ondergaat daarna een metamorfose, ontpopt zich langzaam tot een trendy wijk en komt onder de oude naam Pietermaai District met tal van Boutique Hotels, appartementen, suites, restaurants, bars, gezins- en studentenwoningen en twee ‘beaches’ weer tot leven.

Een ontwikkeling die zich naar Nieuw Nederland uitbreidde, gezien het aantal restaurants aan het begin van de Penstraat en de interesse van projectontwikkelaars voor het gebied langs de kust in de wijk.