Raphaël

Raphaël

Evenals Klein Piscadera maakte Plantage Raphael ook deel uit van de oorspronkelijke plantage Groot Piscadera. Hoewel het officieel ook Klein Piscadera heette, werd het in de volksmond en in latere documenten steevast Raphaēl of (San) Rafé genoemd, naar Raphaēl Alvares Correa die eind 18 e eeuw de eigenaar was van Groot Piscadera.
Raphaël stond vooral bekend om haar statige en imposante landhuis dat in unieke koloniale stijl op een heuvelrug is gebouwd. Vroeger stond daarnaast nog een kleine mangasina en een koraal maar die zijn door de bulldozer vernietigd. Verder lag er nog een dorpspleintje en, net voor het landhuis, een Pos di pia, een natuurlijke inloopput. Raphaël stond in het verleden zeer bekend om haar productie van mango-vruchten die zelfs werden geëxporteerd

Slavendorp
Op de heuvelrug ten zuidwesten, dus achter het landhuis, lag eens een slavendorp. Brenneker gaf al aan dat het dorp lange tijd na de emancipatie nog werd bewoond. Dit werd ook bevestigd door de vele scherven, aardewerk en objecten die de Archeologische Werkgroep op deze locatie vond.
Het huis raakte in verval en kreeg tijdens een windhoos die in 1978 door het gebied raasde de genadeslag waardoor het onherstelbaar vervallen is en niet voor de status van beschermd monument in aanmerking komt.

Moonchi
Volgens Brenneker stond het eerste landhuis van Raphaël op het heuveltje ten noordwesten van het later gebouwde landhuis Raphaël. Er werd later een schuur op gebouwd, maar de fundamenten waren nog jaren zichtbaar.
Vanaf de huidige landhuis-ruïne heeft men prachtig uitzicht over zowel Klein- als Groot Piscadera. Uit de transportakten van Raphaël valt op te maken dat het uit vele toegevoegde plantages en percelen bestaat.
Zo ligt dicht bij Raphaël de kleine plantage Moonchi, zo genoemd naar de eerste eigenaar. Die had eens zijn hele plantage aan de eigenaar van Raphaël overgedragen in ruil voor een zwarte jacquet die hij koste wat het kost wilde dragen op zijn huwelijksdag….

Parkgebied
Raphaël reikt tot aan de Piscaderabaai en had vroeger een behoorlijke veestapel. Toen de productie minder goed liep vroeg men in 1850 toestemming voor het branden van kalk in de kalkoven dat jaren daarvoor al werd gebouwd. Kalkcement werd toen gebruikt in de bouw en het branden hiervan bracht vaak nog wat geld in het laadje, maar dit bleek bij Raphaël geen succes te zijn. De plantage werd toen in 1852 verkocht aan een zakenman die in de stad woonde en het als buitenhuis gebruikte.
Volgens het Eilandelijk Ontwikkelingsplan, de EOP, wordt het voormalige plantage als parkgebied beschouwd: een groene zone binnen een stedelijk gebied dat niet zonder vergunning aangeroerd mag worden. De omgeving rond de vroegere Seru Karpata te Raphaël stond bekend als bijzonder rijk aan hoge kwaliteit blauw diabaas en werd, met overheidsvergunning, afgegraven.

Met dank aan: Frensel Mercelina en François van der Hoeven en de Werkgroep Archeologie (foto’s)

Bronnen:
Werkgroep Archeologie : verslag Raphaël
P. Brenneker : Sambumbu, diverse edities