Rio Canario

Rio Canario

*Inclusief Emmastad

De wijken Suffisant/Muizenberg (Bieu)* en Rio Canario/ Emmastad zijn door de Shell historisch met elkaar verbonden geweest: De olieraffinaderij kocht grote gedeelten van Suffisant/ Muizenberg (en later Groot Kwartier) op voor het onderbrengen van haar gastarbeiders en formeerde uit Rio Canario later Emmastad voor ‘hogere’ employees.

Daarnaast is er ook een fysieke verbinding, gevormd door het vele regenwater dat door deze wijken stroomt.

De Rio Canario of Rooi Canarie vallei zoals genoemd door de eerste Hollandse kolonisten, strekt zich uit vanaf de zuidelijke voet van het hoogterras van Seru Fortuna en Sint Jacob, tot de noordelijke oevers van het Schottegat. Het regenwater dat deze brede vallei opvangt stroomt via natuurlijke dammen of tanki’s en de grootste damstructuur ooit door de Shell aangelegd op Curaçao: de Dam di Muizenberg, naar het Schottegat. Het is één van de grootste waterstromen op het eiland en de geschiedenis verhaalt zelfs over gevallen van mensen die bij Rooi Canarie zijn verdronken.

Rooi Canarie 

De West Indische Compagnie had al bij de bezetting van het eiland in 1634 een strook rond het Schottegat in eigen beheer. Daarbij hoorde ook Rooi Canarie, dat in 1662 werd aangelegd en dus één van de oudste voormalige plantages op het eiland is. Het werd in 1700 omschreven als “de compagniesplantage Rooi Canarie met maïstuin te Steene Kooral, inclusief Stevesant alias Stuyvesant” en diende als voedselplantage voor slavenkampen te Zuurzak en Groot Sint Joris. In 1700 waren op Rooi Canarie en bijbehorende gronden 86 slaafgemaakten, 69 stuks hoornvee, 176 schapen en 171 geiten. Naast maïs werden hier ook bonen en pinda’s verbouwd, nam de veehouderij een belangrijke plaats in en werd eind 17de eeuw ook indigo verbouwd als exportgewas.

Er heeft op Rooi Canarie nooit een landhuis gestaan, maar vooral de gronden van het Shell golfterrein vertonen nog duidelijk sporen van een oude plantage.

De plantage Rooi Canarie

De negen compagnie-plantages werden later allemaal – behalve Hato – verkocht of verhuurd. De laatste huurder van Rooi Canarie was Jan Hendrik de Lannoy, die in 1796 de plantage kocht. Zijn zoon Andries werd erfgenaam van een heel groot deel van centraal Curaçao. Na Andries’ dood in 1829 bleek de boedel – ondanks het geruchtmakende Rio Canario geding in dat jaar – moeilijk te verdelen onder zijn erfgenamen. En zo werd een deel in kleine perceeltjes verhuurd aan vooral Venezolaanse contractarbeiders die bij de raffinaderij werkten. Rooi Canarie en Suffisant werden als ‘moeilijke plantages’ beschouwd die formeel eigendom waren van honderden rechthebbenden, maar bezet werden door de Venezolaanse arbeiders die, schots en scheef door elkaar en  van elk denkbaar materiaal, 500 schamele krotjes hadden gebouwd.

De krottenwijken waren een obstakel in de gemeenschap maar Shell trad niet op en hield zich niet bezig met wat zich buiten haar werkterrein afspeelde. Bij gebrek aan verantwoordelijke eigenaars stond de politie – toentertijd ook nog onder ondeskundige leiding – machteloos.

Revolutionair nest 

Het ideale broeinest dus voor ongure elementen. En revolutionairen, zoals Rafael Simon Urbina, tegenstander van president Juan Vicente Gomez in Venezuela die op Rooi Canarie was ondergedoken. Samen met Gustavo Machado, een notoir communist die Curaçao op gezette tijden – soms ook als tenniskampioen – bezocht, werd in 1928 een communistische cel opgericht. En werden er te Rooi Canarie deelnemers verzameld voor een overval. Op 8 juni 1929, om 21.15 uur, raasden 2 vrachtwagens met 45 man de openstaande poort van het Waterfort – waar net de politiepost was gestationeerd – binnen. Gewapend met kapmessen en automatische (naar later bleek, niet geladen) pistolen. De Venezolanen vermoordden er toen drie militairen.

Urbina wilde alleen maar wapens; anders zou hij de raffinaderij in brand steken. Het schip Maracaibo werd hem ter beschikking gesteld en hij vertrok met 197 geweren, 4 mitrailleurs, 38 pistolen, wat kapmessen en de gouverneur en het politiehoofd als gijzelaars. Wel was het de gouverneur gelukt om kort daarvoor de Venezolaanse regering te laten waarschuwen dat Urbina onderweg was, waardoor de aanslag alsnog mislukte. Urbina en ‘tenniskampioen’ Machado ontkwamen, de gijzelaars waren de volgende ochtend terug en per direct werd een staat van beleg afgekondigd. Hiervan gebruikmakend heeft men ‘de gronden van Rooi Canarie-Suffisant, het broeinest der misdadige agitatie’ meteen onteigend en beide voormalige plantages werden toen aan de eigenaars – “wie dat ook mochten zijn” – ontnomen.

Geld in de put

Met ingang van 1 januari 1930 werd 150 hectare van Suffisant en 93 hectare van Rooi Canarie aan Shell in erfpacht afgestaan ad fls 50,- per hectare per jaar. Dertig hectare werden gereserveerd voor hen die volgens oude rechten op de plantage mochten blijven, het gouvernement verhuisde de rest naar het nabijgelegen Dein en per 25 april 1931 was ontruiming voltooid.

De familie De Windt weigerde het stuk grond aan de overheid te verkopen en men werd onder druk gezet om als vergoeding fls 300,- en een kleiner stuk grond te Stenen Koraal aan te nemen. Uit protest gooide Petrus Frederik de Windt, alias Papa Andries, het geld in de put bij het Medemapark te Suffisant.

Gastarbeiders

In 1937 was Rooi Canarie praktisch geheel ingelijfd bij Emmastad, het dorp dat Shell nabij de raffinaderij voor haar employees had gebouwd. Shell was reeds in het bezit van het aangrenzende Asiento en Valentijn en wilde altijd al Suffisant en Rooi Canarie erbij hebben ter uitbreiding van haar woningbestand en installaties.

Bij de vestiging van de olieraffinaderij op Curaçao in 1918 bleken lokale arbeidskrachten namelijk niet toereikend dus werden contractarbeiders uit Bonaire, Suriname, Venezuela, Nederland en later ook de bovenwinden, Trinidad and Tobago, St Kitts, Sint Lucia, Anguilla en Barbados en Portugezen uit Madeira aangetrokken. Ze werden eerst per nationaliteit verspreid in barakken ondergebracht, maar tijdens de tweede uitbreidingsperiode van de raffinaderij geconcentreerd in enorme barakken te Suffisant.

Emmastad

Emmastad, het oudste gedeelte van de olievestiging, is vernoemd naar koningin Emma, de grootmoeder van Koningin Juliana, die in 1934 is overleden. Emmastad is rond 1920 gebouwd als bedrijfsdorp met huizen, winkels en voorzieningen. In 1915 bouwde Shell al de eerste huizen voor het hogere personeel op het wooneiland, Negropont, vrij dichtbij de olie-installaties. Hier verrees op 9 hectare grond een Hollands dorp in de tropen, met bakstenen verdiepingshuizen in straten met namen van Hollandse schilders. Aangevuld met sport- en medische faciliteiten en onder andere ook een school en een theater.

De woningbouw werd later uitgebreid over de nabijgelegen Shell gronden en bij proclamatie van 10 januari 1929 zijn de voormalige woonwijken Negropont, Asiento en Valentijn omgedoopt tot Emmastad. In 1937 werd een groot deel van Rio Canario hier ook aan toegevoegd en kwamen er 220 woningen te staan voor het hogere personeel met schoolgebouw (de huidige International School), sportaccommodaties, een openluchttheater en een bioscoop te Asiento.

In 1921 werd de gezelligheidsclub Asiento opgericht en leden, allang niet meer louter Shellwerknemers, kunnen hier nog gebruik maken van de sportfaciliteiten of op de late zondagmiddag een dansje wagen waarbij men alleen XCG 5,- entree hoeft te betalen.

Ruilen

Het beleid van de oliegigant was om woningen voor haar personeel zo dicht mogelijk bij de raffinaderij te bouwen. Dus aasde zij op de nabijgelegen overheidsgronden te Rio Canario en Groot Kwartier en kon de Shell, door haar enorme grondbezit voor iedere gewenste hectare, drie hectare van haar plantages Brievengat en Cas Corá inruilen.

De straten in Emmastad zijn genoemd naar leden van het koninklijk huis en in de Bernhardlaan zijn duidelijk de twee bouwfasen te zien: aan de ene kant stonden er zogenaamde groene huizen met dakpannen en groen geschilderde stalen kozijnen en kasten in het interieur. Aan de andere kant van de straat staan de bruine huizen met daken van golfplaten en bruine houten kozijnen en kasten.

Faciliteitenstrook

De huizen liggen in straten die een cirkelvormig plantsoen vormen met aan het eind een groter terrein waar de onderdirecteur van de raffinaderij woonde. Dit huis, naast het plantsoen met de grote boom, is goed te zien, schuin tegenover de huidige supermarkt Mangusa Rio.

De directeur van de Shell woonde altijd in het directeurshuis op Negropont. Het huis is een paar jaar geleden tot monument verklaard en gerestaureerd. Het is nu het hoofdkantoor van de Refineria di Kòrsou NV die de raffinaderij bezit en voor de overheid beheert.

Vanaf Mangusa Rio naar het westen toe staan op een rij de diverse faciliteiten voor Shellwerknemers die nog herkenbaar zijn: Zo was de huidige Mangusa Rio vroeger de Henderson supermarkt en het tegenwoordige kerkgebouw achter Mangusa het vroegere biljartcentrum en het Jeugdhuis De Schelp (!). Het tegenwoordige bankgebouw was vroeger ook een bank, met daarnaast de protestantse Emmakerk, te herkennen aan het weerhaantje op het dak. Het is in het leven geroepen door de toevloed van protestantse Shell employees. Dan volgt de Marnixschool bestemd voor kinderen uit Emmastad en enkele grote blokhuizen waarin commerciële bedrijven zoals Obersi en een chinees restaurant zitten. Onbekend is of deze indrukwekkende gebouwen ook door de Shell zijn gebouwd, navraag heeft tot nu toe geen resultaat opgeleverd. Dan volgen medische faciliteiten, ondergebracht in de huidige Kraamkliniek en de gebouwen ten westen daarvan. In het huidige Rio Frio gebouw naast het hoofdkantoor van de politie was tenslotte de bedrijfsschool van de Shell ondergebracht.

Houten huisjes

Naast Emmastad werden er in 1938 ook op Groot Kwartier 70 woningen gebouwd: Emmastad West die veel eenvoudiger van opzet, op kleinere kavels en minder luxueus zijn opgezet. Hier stonden zowel houten als betonnen huizen. Later zijn een aantal houten huizen integraal verhuisd naar andere bario’s en staan hier alleen nog maar twee houten exemplaren. De straten in Emmastad West zijn naar Nederlandse zeehelden, zoals Tjerk Hiddes, vernoemd.

Winkelstrook

Ten westen van het oude politiegebouw te Rio Canario staat nog een rijtje aaneen gebouwde winkeltjes. De oliewerkers uit Suffisant kwamen namelijk hierlangs om naar hun werk te gaan en kochten bij deze winkeltjes een boterhammetje voor tijdens hun lunchpauze bij de Isla.

Amerikanenkamp in Emmastad

Amerikanenkamp, de buurt bij Suffisant waar tijdens WO2 Amerikaanse militairen waren gehuisvest is vrij bekend. Minder bekend is dat er in diezelfde periode ook in Emmastad  een Amerikanenkamp was gevestigd. Helma Maduro Molhuijsen schreef in De Archiefvriend dat langs de huidige Margrietlaan en ten westen van de Regentesselaan een stuk domeingrond lag waar barakken voor Amerikaanse militairen waren gebouwd. Door zowel de werknemers van de raffinaderij als de bewoners van Emmastad werd dit het Amerikanenkamp genoemd.  Het terrein was 3000 vierkante meter groot en werd kosteloos aan de Amerikanen in bruikleen gegeven “om als (tijdelijke) begraafplaats te worden gebruikt onder de bepaling dat het zo spoedig mogelijk na de oorlog en op kosten van de gebruiker in de oude toestand zou worden teruggebracht”. De barakken waren na de oorlog echter niet verdwenen maar door de raffinaderij gebruikt als kantoorruimte voor de Buitendienst van de Shell, terwijl een groot gebouw met enige barakken eromheen , nog dienst had gedaan als ‘hotel’.

De dam van Emmastad

Een vrij onbekende bezienswaardigheid in Emmastad is de dam: een idyllische natuurlijke verzamelplaats van zoet water, even ten oosten van het pompstation. Het wordt begrensd door het asfaltmeer aan de zuidzijde en gevoed door twee ondergrondse waterstromen uit Rio Canario. Het droogt nooit op en heeft als vaste bewoners diverse zoetwatervissen en gevleugelde gasten. Het meertje wordt verder omgeven door enorme Barba di Jonkuman en Palu di Mangel die met hun wortels in het water reiken. De ideale natuurplek om rustig bij te komen van de alledaagse drukte.

*Muizenberg Bieu = Oud Muizenberg, vroeger Suffisantdorp genoemd

Bronnen:

  • Gill; Een eeuw architectuur op Curaçao
  • van Soest: Olie als water
  • P Brenneker: Sambumbu, diverse edities
  • Langenfeld; de plantage Rooi Canarie, diverse edities in het AD
  • Maduro- Molhuijsen: Het andere Amerikanenkamp, De Archiefvriend, april 2014

Met dank aan: Christel Monsanto, Frensel Mercelina, Helma Maduro- Molhuijsen, François van der Hoeven, Jeroen Heuvel en Vrienden van het Nationaal Archief Curaçao.

Lees ook de pages van Suffisant,Sabana (di) Huncu en Groot Kwartier