Scherpenheuvel
Skèrpènè
Het is vrijwel onbekend dat Scherpenheuvel alias Skèrpènè eens een plantage was met bijbehorend landhuis. Het plantagehuis verdween in 1936 door uitbreiding van het huidige imposante seminarie, gelegen op de gelijknamige heuvel, ten noordoosten van Zuurzak en ten zuidwesten van Santa Rosa. Het domineert niet alleen de omgeving, maar ook de geschiedenis van deze voormalige plantage.
Indianen
In de omgeving van Skèrpènè lag vroeger -evenals bij het nabijgelegen Zuurzak- een traditionele indianen woonplaats. Volgens Brenneker stootte men bij het graafwerk voor de bouw van de seminarie op Skèrpènè op een urn, met daarin een kleine schedel met veel poeder.
Op Skèrpènè stond ook één van de oudste tuinen op Curaçao: al bij de Spaanse bezetting in 1499 op kaarten aangegeven als Platanal de Damian, de bananenaanplant van Damiaan. In 1634 is het eiland in handen van de West Indische Compagnie, de WIC en in 1670 is Bartholomeus Triber, assistent bij de WIC, eigenaar van Skèrpènè. In 1727 stond de plantage met 28 slaafgemaakten nog op naam van zijn weduwe die in dat jaar het landgoed verkocht.
Watuflie
De naam Watervliet voor het noordelijk deel van Skèrpènè duidt erop dat dit een zeer waterrijke plantage was. De locatie beschikt nog steeds over waterrijke putten en de naam leeft nog voort in de Dam di Watuflie dat ten zuiden van het seminarie ligt.
In 1814 koopt de ‘vrij negerin’ Anna Maria, in de wandeling Anika genoemd, de plantage Watervliet nabij Scherpenheuvel, maar ondanks het vele water, verkocht ze de plantage een jaar later weer.
Eigenaar van Watervliet in 1842 is Nicolaas Bor, een katholieke tuinhouder, bevriend met pastoor Putman en collectant voor de bouw van de kerk te Santa Rosa. Watervliet had in 1842 slechts een hut als woning en verder een graanschuur met pannendak. In 1844 kreeg pastoor Putman van Santa Rosa de beschikking over een stuk grond ten noorden van Watervliet, dat sindsdien de Kerktuin zou heten.
Skèrpènè was vooral waterleverancier en er werden nopalerieën aangelegd ter productie van rode kleurstof en bij het landhuis stond ook een hofje met grote fruitbomen. Maar, hoewel waterrijk, produceerde de plantage niet naar verwachting. Zo werd in 1833 toestemming gevraagd voor het branden van kalk als inkomstenbron en werd het in 1839 geveild in verband met misoogsten.
Skèrpènè is achtereenvolgens in handen van diverse joodse families, zoals in 1845, als zowel Scherpenheuvel en Watervliet te koop worden aangeboden door de erfgenamen van Esther Abraham Jacob Jesurun. Watervliet werd sinds 1847 definitief ingelijfd als onderdeel van plantage Scherpenheuvel.
Buitenhuis
In 1850 en 1856 werd Skèrpènè vooral als buitenhuis aangekocht omdat het dichtbij de stad lag.
Shon Manchi Penso verkocht, als laatste eigenaar van Skèrpènè, het landgoed aan de bisschop van Mérida en in maart 1897 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van het seminarie, het landhuis bleek te klein daarvoor. De waarde van de plantage was rond 1900 fls 20.000,-.
Seminarie
Het bisdom van Mérida in Venezuela had een groot seminarie- hogeschool voor de opleiding van priesters – nodig. De bisschop, mgr Ramon Silva kende Curaçao goed en aangezien het hier politiek stabieler was dan in Venezuela correspondeerde hij in 1896 met de Curaçaose congregatie van Nederlandse Fraters Dominicanen die de zware klus wel op zich durfden nemen. Na aankoop van plantage Scherpenheuvel begon de bouw volgens een tekening en onder leiding van pastoor Frie van Santa Rosa, die ook schrijnwerker was. Het jongensweeshuis te Santa Rosa zou het houtwerk verzorgen.
Uitvoerders waren Thomas Panneflek, baas timmerman en Ospicio Confesor, baas metselaar die diverse herenhuizen op Scharloo op zijn naam had staan. Zij werden bijgestaan door pastoor van de Pavert die onder andere ook de Heilige Familiekerk in Otrobanda heeft ontworpen.
Adspirant priesters
Op 9 januari 1898 kwamen de eerste 20 studenten, maar de allereerste aanmelding was toch de lokale adspirant priester Antonius Ellis. Men hoopte dat Ellis de eerste zou worden van een reeks priesters afgestudeerd aan “El Seminario Inmaculada de Concepción de Scherpenheuvel”. De Spaanssprekende pupillen kregen onderwijs van Nederlandse fraters die op hun beurt door Frater Radulphus in het Spaans werden onderwezen.
De politieke onrust in Venezuela verspreidde enkele jaren later veel onrust onder de bevolking van Mérida. Hierdoor waren de studenten in 1901 verplicht hun studie af te breken en huiswaarts te keren. Volgens andere bronnen was het gebrek aan fondsen, die oorspronkelijk van een erfenis afkomstig bleken te zijn, de reden voor sluiting. Hoe het ook zij, men hoopte dat de sluiting van het seminarie van tijdelijke aard zou zijn, maar het gebouw stond uiteindelijk 18 jaar leeg.
Aankoop door fraters
Er werd een opzichter aangesteld voor de plantage en het seminarie, oud politieagent John Bloem die in 1912 stierf. Daarna werd een meneer Van Kampen, een gepensioneerde loods, als opzichter aangesteld die de plantage echter ruïneerde door alle bomen te laten kappen. De plantage werd tenslotte verhuurd aan Cornelis Sprockel.
Tot 1918 was de bisschop van Mérida nog altijd eigenaar en op 12 april van dat jaar kocht Mgr. Vuylsteke, apostolisch vicaris van Curaçao de plantage en het monumentale gebouw voor de Sint Vicentiusstichting – de fraters van Tilburg.
In 1936 verdween het landhuis om in het midden van het huidige complex plaats te maken voor het kapel met een spits dak en de aanbouw aan de rechterkant: hier kwam een lagere school, een filmzaal, de keuken met eetzaal, spreekkamers voor de fraters en recreatieruimte voor de jongeren.
En alleen een klein plaatsje ten westen van Scherpenheuvel, Mérida genaamd, herinnert nog aan de oorspronkelijke opzet van Skèrpènè, namelijk een seminarie voor Venezolaanse priesters.
‘Skol di frater’
De plantage heette sinds 1670 al Scherpenheuvel, verwijzend naar een stad en het meest bekende bedevaartsoord in België. En bij overname van de seminarie door de fraters werd het gebouw omgedoopt tot Huize Scherpenheuvel.
De fraters op Curaçao hadden de zorg over wezen en verwaarloosde jongens te Santa Rosa die nu naar Scherpenheuvel verhuisden. Hier woonden later 17 fraters en 130 verwaarloosde jongeren, reden waarom het vroeger ook Weeshuis is genoemd.
Het was tevens de allereerste jongensvakschool op het eiland, een voorziening die tot stand kwamen onder leiding van Frater Maria Radulphus Adrianus Hermus (1869-1961). Hij stond aan het hoofd van de katholieke missie op Curaçao en op Scherpenheuvel kwam toen een timmerwinkel, een schoen- en kleermakerij, een schilderafdeling, bankwerkerij, een stoffeerderij, een smederij met mecaniciens-werkplaats en een eigen wasinrichting.
Volkslied
Later kwam er ook een school voor automonteurs en chauffeurs en een reparatiewerkplaats voor auto’s, die tientallen jaren geleden nog operatief was. Hier werden zelfs DIY – Do It Yourself – cursussen aan vrouwelijke geïnteresseerden gegeven. Ook de huidige spuit en auto-lakinrichting en de drukkerij (en vroegere binderij) op Scherpenheuvel (Amigoe) zijn een nalatenschap van deze dynamische frater. De noodlijdende drukkerij was oorspronkelijk van de katholieke kerk maar werd door de fraters overgenomen. Hier werden maandelijks 10.000 schriften afgeleverd en tal van schoolboeken gedrukt.
Het Sint Vicentiusgesticht, beter bekend als Skol di Frater di Skèrpènè was een begrip op Curaçao en stond garant voor kwaliteit en vakmanschap.
Innovatief onderwijs
Onder leiding van frater Radulphus werd ook het aantal scholen op Curaçao aanzienlijk uitgebreid of gerestaureerd. Op aandringen van de overheid werd de vakschool op Scherpenheuvel uitgebreid en kwamen er onder andere ook zalen en sportfaciliteiten.
Om het onderwijs te perfectioneren ontwikkelden de fraters diverse nieuwe methoden zoals Zonnig Nederlands en Nos Patria. Ook waren zij pioniers bij de oprichting van jeugdorganisaties zoals Jonge Wacht, Verkennerij en voetbalclubs zoals Jong Holland, Sithoc en Scherpenheuvel. Naast het internaat te Scherpenheuvel richten zij ook het internaat San Fernando te Soto op en ook droegen zij een cultureel steentje bij door de oprichting van de Sint Vicentius Harmonie. Tenslotte is ook het bezinningscentrum Emaus Kas di Orashon te Soto een initiatief van de fraters.
Het was ook Frater Radulphus die de oorspronkelijke versie van het nationale volkslied voor Curaçao – Nos Tera – schreef. Zijn naam leeft voort in het ‘Radulphus College’, de R.K. school voor havo en vwo aan de Cas Coraweg.
Afscheid van de fraters
In december 1995 namen de Fraternan di Skèrpènè, afscheid van het eiland na zich hier 109 jaar te hebben ingezet voor het onderwijs en het sociaal welzijn van jongeren op Curaçao en de overige eilanden. De eigendommen van de congregatie zijn geschonken aan het eiland en het beheer kwam in handen van Fundashon Sint Thomas College.
Na het seminarie, jongensinternaat/vakschool diende het pand van 1975 tot 2008 als hoofdkantoor voor het Centraal Rooms Katholiek Schoolbestuur. En werd het het Home on the Sharp Hill in 2013, als locatie voor de medische faculteit van de Sint Martinus University. Verder diende Scherpenheuvel vele jaren vooral als kantoorruimte voor diverse ondernemingen.
In 2024 wordt het westelijk deel van ‘Huize Scherpenheuvel’ voor meer dan 2,5 miljoen gulden verkocht aan een particuliere onderneming die het als bejaardentehuis zal inrichten. De onderhoudskosten voor het enorme pand drukten zwaar op de fondsen van de stichting en met de verkoop kunnen de andere bezittingen van de stichting zoals het oostelijk gedeelte van het monumentaal gebouw beter onderhouden worden als historisch erfgoed.
Pilotproject
In 1907 begon DOW een pilotproject waarbij op systematische wijze een stelsel van 400 grote en kleine dammen op Scherpenheuvel werden aangelegd. De ervaring die men hier opdeed betekende meteen ook een stop aan het willekeurige subsidiebeleid ter financiering van dammen op particulier terrein en vanaf 1910 gebeurde het bouwen van dammen uitsluitend door de DOW.
In 1928 kwam een leiding rond het Schottegat en door middel van enorme waterpompinstallaties te Hato, Scherpenheuvel en Klein Kwartier werd een groot deel van Curaçao voorzien van (put)water. In de rooi ten zuidoosten van de seminarie stond een gouvernementsput met een grote pomphuis en een enorme Amerikaanse molen voor de watervoorziening van de buurt.
Finca’s
Skèrpènè bestaat voor een groot deel nog steeds uit hofjes en zo’n 13 finca’s (boerderijtjes) waar land- tuinbouw en ook veeteelt bedreven wordt. Deze liggen rondom de heuvel en zowel aan de voorkant van het seminarie aan de Kaminda Grandi zoals erachter in de omgeving van Seru Loraweg. Zo is in 1970 circa 2.5 ha grond aangekocht voor een van de grootste melkveebedrijven op het eiland, Natuurfarm Scherpenheuvel.
Het grootste deel van de voormalige plantage is tegenwoordig overheidsterrein dat als huurgrond wordt uitgegeven.
Verder is een deel van Scherpenheuvel bewoond gebied, zijn er kavels te koop voor luxe villa’s in landelijke omgeving en is in 1980 aan de voet van de heuvel het nonnenklooster Monasterio de Dios geïnaugureerd.
Met dank aan: Helma Maduro-Molhuisen (foto’s seminairie, vakschool,landhuis en nonnenklooster), Andre Rancuret, Frensel Mercelin, Jeroen Heuvel en François van der Hoeven.
J. van Soest : Olie als water
Ministerie SOAW: Buurtprofiel Seru Lora
P. Brenneker : Sambumbu, diverse edities
R. Nooyen: Van Bellefaas Martis tot Angel Obia
M.D.Latour: Sausemangelen
R. Nooyen: La Union, 6 sept 1998: Famia franses na kunuku
W. Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19 e eeuw.