Seru Fortuna
Seru Fortuna, Sierra Fortuna (1844) Fortuyn of Sero Papaye genoemd is een bergplateau en woonwijk ten noorden van Stenen koraal en ten zuidoosten van Hato.
De geschiedenis van Seru Fortuna is nauw verbonden met die van het nabijgelegen, waterrijke plantage Hato, de laatste overheidsplantage dat door de West Indische Compagnie, WIC, werd verkocht.
Het was tot 1797 het ontspanningsoord voor hoge militairen, ambtenaren en directeuren van de WIC oftewel de gouverneurs van Curaçao. De gouverneurs waren eerder geneigd hun slaafgemaakten een vrijbrief te geven geven dan particuliere plantage-eigenaars. M.A. Visman schrijft dat de vrijgemaakten van Hato wegens bijzondere diensten of getoonde ijver bovendien ook een stuk – vaak overheids- grond meekregen als bonus. Deze gronden vindt men nu nog links en rechts van de weg naar Hato- de huidige Rooseveltweg: Vanaf de rotonde bij Thorenquest bij Marchena, liggen de thans verkavelde woonwijken waarvan oude namen als Calabare, Juan Hato, Baas Gracie, Guanapa, Nanie, Gora, Jenefoe, Kanga, Guanota en Luis Paula nog aan de vroegere eigenaars herinneren.
Beltrano.
Een grotere plantage, ook als zodanig ontstaan, is Juan Domingo, (75 ha) dat achter Supermarket Esperamos ligt. Maar het grootste afgescheiden deel van de voormalige Hato is toch wel Seru Fortuna, namelijk 150 ha dat door gouverneur Jan Noach du Fay in 1731 werd geschonken aan Francisco Bertran, alias Beltrano. Volgens Visman was Seru Fortuna wel persoonlijk bezit van du Fay maar hij werd op de vingers getikt omdat overheidsdienaren geen plantage mochten bezitten. Du Fay besloot hierop de ene plantage te schenken aan Juan Domingo en Seru Fortuna voor een lage prijs te verkopen aan Bertran. Er stond hier wel een huis en een ‘koekoraal’, maar als plantage had het weinig betekenis vanwege het dorre rotsplateau.
Niet bekend is of Bertran de prijs heeft betaald, in ieder geval verkoopt hij al in 1735 de plantage aan Jacques Veeris, daarna veranderde de grond steeds van eigenaar en werd een deel verkaveld.
Antoni Valerian
Ondanks deze officiële versie vertellen bewoners van Seru Fortuna steevast dat de kavels door de koningin aan hun voorouders is geschonken en is de naam Bertran onbekend. Anderen weten wel van een schenking af en dat vrienden en familie van de begunstigde hier gratis mochten wonen. Brenneker schrijft over een tot slaaf gemaakte van Hato, Antoni Valeriaan die een stuk grond mocht uitkiezen wegens trouwe dienst aan 4 gouverneurs en - om burenruzie te voorkomen, de rotsachtige onbewoonde gronden van Seru Fortuna verkoos en deze met vrienden en familie deelde. De schenkingsoorkonde zou bij een brand verloren zijn gegaan. De familie Valeriaan is bekend op Seru fortuna waar ze een groot stuk familieterrein bezit.
Paga tera
Hoe het ook zij, de heuvel was eerst niet zo populair als woongebied. Vele jaren later was het zo dat men hier een stuk terrein kon huren en langzamerhand vestigden zich vroegere slaafgemaakten uit Hato en later ook uit Mahuma en Suax zich hier en ontstond er een vrije woongemeenschap.
De bewoners van Seru Fortuna waren afhankelijk van de bron bij Hato voor schoon drinkwater. Vrouwen en kinderen haalden vroeger in kannen en blikken zeker tweemaal per dag water bij de bron en mannen soms met een ezelskarretje. De bewoners van Seru Fortuna hadden, evenals bewoners van Mahuma, kunuku’s op de vruchtbare kleistrook van Hato. Hier werden vooral bonen, maishi chiki (sorghum) waar pap van werd gemaakt, watermeloenen en pompoenen geplant terwijl men thuis ook een tuintje had aangelegd met papaya, peper, kalbas largu, pinda’s, lamunchi, giambo en kruiden.
Bij het grondgebruik was, na afschaffing van de slavernij, vaak het paga tera systeem van kracht waarbij de kunukuhouder ( landbouwer) maisstengels aan de shon (plantage eigenaar) van Hato leverde als veevoer. Ook werkte men op bepaalde dagen van het jaar gratis voor de shon. Ook nu nog liggen onder de terrasrand van Hato diverse kunuku’s van bewoners van Seru Fortuna en Mahuma.
De zone Fortuna
Seru Fortuna bestaat uit twee voormalige kunuku’s Fortuyn ( Fortuna) en Papaya, eigenlijk twee grote mondi’s, die beetje bij beetje werden opengeklapt. Ze waren met elkaar verbonden door diverse paadjes en worden beiden in het noorden begrensd door de rotsachtige kustlijn van Hato. Volgens de huidige zone indeling worden de twee wijken, Fortuna en Papaya verder verdeeld tot vier wijken:
- Fortuna Ariba: Ook wel Fortuna Bieu genoemd, het oudste en meest noordelijke deel van Seru Fortuna.
- Fortuna Abou: Fortuna Abou ligt aan de voet van de heuvel, is wel bebouwd maar heeft geen volkswoningen.
- Seru Papaya: Is het meest bekende gedeelte van de zone en hier staan de meeste volkswoningen. Het werd abusievelijk Seru Fortuna genoemd, maar heet officieel dus Seru Papaya
- Papaya Abou: ligt ten noordoosten van de enige weg die erdoorheen loopt: Caboverdeweg, die de Seru Fortunaweg met de Franklin D. Rooseveltweg verbindt. In Papaya Abou staan slechts enkele volkswoningen.
Seru Papaya
Gladwyn -Win- Macaya is geboren en getogen in de wijk Seru Fortuna en woont er nog steeds. Hij vertelt: “Seru Papaya (62 m) ligt ook op de heuvel Seru Fortuna, even vóór Seru Fortuna Ariba. Hier groeiden eens enorme papayabomen en verder ook zo’n vier soorten bèshi (bessen). En ook Kamalia, een paarse bes dat boordevol vitamines zit en waarvan jam werd gemaakt. Van Kamalia eten kon je zelfs dronken worden en de paarse kleur om je mond verraadde dat je op Seru Papaya was geweest zonder toestemming van je ouders. De bessen trokken veel vogels aan en hierdoor was Seru Papaya eigenlijk het weekend -en vakantieverblijf voor de jongelui uit Seru Fortuna Ariba.
Vòòr de bouw van de volkswoningen stond er maar één huis op Seru Papaya, het huis van Mari en Tonie” aldus Win.
Volkswoningen
Rond 1974 bouwde de overheid hier 250 huizen voor ongeveer 4000 bewoners, het merendeel alleenstaande moeders die op onderstand waren aangewezen. Door talloze complicaties in planning en constructie, werden huizen te dicht op elkaar gebouwd, soms met teveel bewoners, geen erfscheiding en dus weinig privacy. Gevolg:”…veel sociale problemen, florerende drugshandel, verslaving en armoede: de broodtruck en melkbezorger werden aangevallen, schoolbussen durfden de wijk niet meer in, politieauto’s werden met stenen bekogeld en ‘snachts vlogen de kogels om je oren” aldus de media.
De stigmatisering van Seru Papaya als ‘moeilijke wijk’ trof ook de oudere wijk Seru Fortuna Ariba, omdat Seru Papaya jarenlang foutief Seru Fortuna werd genoemd.
Seru Papaya was geïsoleerd en pas in de jaren 80 kwam er een bureau voor sociale zaken, een medisch centrum, een kleuter-en basisschool, kresh, een kerk en een buurtcentrum. De kerk van Seru Fortuna is in 1983 als één van de laatste kerken op Curaçao gebouwd en verschilt geheel in bouwstijl, vergeleken met eerder gebouwde kerken.
Hayes Nicholls
Hayes Nicholls was 25 jaar directeur van de de school Kolegio Dodo Palm en was op sociaal gebied zeer actief in de wijk. Hij en zijn latere opvolgster, Saiseline Welvaart-Senior verzorgden jarenlang samen met vijwilligers van Inner Wheel, Fundashon Shimaruku en de MCB Bank warme maaltijden voor de schoolgaande jeugd en werkverschaffing voor werkloze jongeren. Wegens gebrek aan voldoende leerlingen werd de school gesloten en is het nu leeggeplunderd.
In de nieuwbouwwijk te Seru Papaya werden de straten vernoemd naar meteorologie, het heelal en de astrologie.
De gehele heuvelrug van Fortuna en Papaya is rijk aan kleigrond. Zo zijn er volgens de bewoner en beeldend kunstenaar, Salustiano -Selsio- Martha hier zelfs drie soorten klei te vinden. Vooral op Seru Papaya werd vroeger klei gedolven en per ezel vervoerd naar Santa Rosa waar onder andere kruiken werden geproduceerd voor het koel houden van drinkwater. Ook op Hato werd klei gehaald voor de bouw en versteviging van muren van de huizen op Fortuna Ariba.
Fortuna Ariba
Volgens Martha (73) was er voor de bewoners geen onderscheid tussen diverse wijken in het gebied: “Seru Fortuna,Muizenberg, Sabana di Huncu, Kurá di Piedra ( Stenen Koraal) ,het gehele gebied tussen de heuvel van Seru Fortuna en Santa Maria was, in onze beleving, Seru Fortuna. Onderscheid werd alleen gemaakt tussen Fortuna Ariba en Bou di Seru- bovenop de berg en aan de voet daarvan. En verder was er Santa Maria, de wijk waar voor ons de school en de kerk stond. Van deze oorspronkelijke Seru Fortuna is eigenlijk nog maar een klein gedeelte over: Seru Fortuna Ariba”, aldus Martha.
Kas di kunuku
Fortuna Ariba oftewel Fortuna Bieu is het meest noordelijk gelegen deel en tevens de oudste en historische gedeelte van de Seru Fortuna. Opvallend is het grote aantal kas di kunuku op Fortuna Bieu: op elk erf staat er wel één. Soms mooi onderhouden en eventueel met aanbouw, maar vaker ook leeg en in vervallen staat omdat de bewoners naar Nederland zijn vertrokken. Tussen de gronden liep vroeger een netwerk van smalle geitepaadjes, de zogenaamde patruli, want er waren geen wegen. Die kwamen er pas nadat de weg naar het vliegveld van Hato werd aangelegd en daarmee veranderde ook het gehele landschap.
Op Fortuna Ariba is geen kerk of buurtcentrum zoals op Seru Papaya, de huizen en vooral de erven zijn hier veel ruimer dankzij de ontstaansgeschiedenis van de wijk. De straten hadden tot 2016 geen namen, wel een huisnummer. Ondanks het verzoek van de bewoners, met onderbouwing, om de straten naar bekende wijkbewoners te benoemen, is gekozen voor namen van palmbomen voor de straten in de wijk.
Cas Abou-Zeegening
Cas Abou is een stuk landbouwgrond van 30 hectare op Seru Fortuna en officieel nog eigendom van Johann Joseph, alias Jozef of Josepp Rafaela.
Rafaela kocht de plantage in 1892 voor 300 gulden. Hij ging hier als landbouwer wonen, hield een groot aantal geiten en overleed op 13 maart 1928. Hij liet daarbij het enorme terrein achter aan zijn intussen 400 erfgenamen, die vertegenwoordigd zijn in de stichting Fundashon Cas Abou- Zeegening. Tot die erfgenamen behoort ook de familie Sling, die op een deel van de voormalige plantage Cas Abou bij Seru Fortuna woont. Cas Abou-Zeegening is familieterrein, tereno di Famia.
De bijvoeging Zeegening is ter aanduiding dat het, evenals het nabijgelegen Kurá di Piedra, Cabo Verde en Seru Fortuna deel uitmaakte van de vroegere plantage Zeegening dat lange tijd in het bezit was van de joodse familie Juliao.
Ook is de bijvoeging Zeegening om verwarring te voorkomen met de voormalige bekende plantage Cas Abou dat in Bandabou is gelokaliseerd.
Laman di Nòrt
Seru Fortuna ligt tussen de kustvlakten van de plantages Hato en Noordkant die aan de zee en ook aan elkaar grenzen. Hoewel het dus zelf niet aan de zee grenst, speelde de Laman di Nòrt een belangrijke rol in het dagelijks leven van Seru Fortuna. “De relatie met de zee was er één van leven en dood, liefde en angst. Mensen hadden veel respect voor de ruwe Laman di Nòrt, omdat diverse familieleden verdronken zijn tijdens het vissen vanaf de rotsen of uitgleden tijdens het verzamelen van kiwa’s -schelpdieren- op de glibberige rotsen. Het geschreeuw en gehuil in het dorp als weer iemand door de woeste golven was meegesleurd:het gaat door merg en been en maakt diepe indruk op je als kind. Maar aan de andere kant zorgde diezelfde Laman di Nòrt voor eten op tafel,” zo vertelt Charles do Rego, die in de wijk geboren is. Mijn grootouders van moeder’s kant woonden vanaf de 19e eeuw op Seru Fortuna en mijn moeder is hier opgegroeid”.
Ervaren vissers vertellen dat vissen aan de noordkant over het algemeen forser van structuur dan die aan de zuidkust, omdat het diepzeevissen zijn die bovendien de sterke stroming aan de Noordkant moeten kunnen trotseren.
Het alledaagse leven
Charles di Rego schrijft in zijn boek Mayra, e mucha di Seru Fortuna, dat behalve de visvangst, ook de kunuku’s te Hato, de hofjes thuis en de hoedenvlechterij voor eten op tafel zorgden. De mondi leverde kadushi, yuana’s en konijnen als eten en ook Shimaruku (bes), Tampañá (cactusvrucht) en geneeskrachtige kruiden zoals Mampuritu. Ook gewassen zoals welensali en Basora pretu om het huis en erf schoon te vegen en ‘hairu’ -negatieve vibraties- te verdrijven, watapanapeulen voor de verkoop en de papegaai om als huisdier te houden. Verder werd gras en struikgewas voor geiten verzameld maar deze werden ook naar de naburige plantages Hato en Noordkant geleid om te grazen en moesten met honden worden opgespoord als ze verdwaald raakten.
In jaren van grote werkloosheid trokken de mannen in Seru Fortuna, evenals elders op het eiland- onder andere weg naar Cuba om in de suikerrietvelden te werken.
In het oude Seru Fortuna sliepen vrouwen en meisjes altijd binnen, jongens en mannen in de aanbouw op het erf of soms zelfs in de buitenlucht. Er waren weinig bewoners maar elk met een behoorlijk stuk grond, die soms al vanaf 1875 van generatie op generatie overging.
In Fortuna Bieu kende iedereen elkaar, vwaren vaak vanaf kleinsaf met elkaar opgegroeid en was iedereen wel peetvader of peetmoeder van een kind van de buurvrouw waardoor er en hechte gesloten gemeenschap was ontstaan. Ook tolereerden de jonge mannen van Seru Fortuna niet dat mannen van buitenaf verkering kregen met meisjes van Seru Fortuna.
Saamhorigheid
Bewoners van Seru Fortuna bieu genieten van de frisse lucht en het uitzicht op de zee waar men, afhankelijk van het weer, zelfs de heuvels van Bonaire kan zien. Door het gevoel van saamhorigheid protesteerde de bario ook samen tegen de komst van nog meer volkswoningen op Fortuna Bieu. Het dorp was in de loop der jaren al helemaal omringd door volkswoningen op Seru Papaya, Stenen Koraal, en Muizenberg. De FKP- woningen zijn toch gebouwd in het oostelijk gedeelte van Fortuna Bieu, zij het minder in aantal en met de afspraak dat bewoners van Fortuna Bieu voorrang zouden krijgen bij toewijzing van de nieuwe woningen.
De familie Sling
Bekende families in Fortuna Bieu zijn Florentina, Rafaela, Jacob,Pieternella, Reina,Reinita,Streden,Hato,Macaya, Macaris, Victoria, Girigorie, Geertruida, Makaay, Laker, Celestijn, Kierindongo, Otto en Valerian, waarvan velen intusen delen van hun terrein hebben verkocht.
Heel bekend in Seru Fortuna is de ondernemende en artistieke familie Sling. Samen met Willem Walle richten zij de Sentro Recreal Seru Fortuna op, het eerste voetbalteam op Seru Fortuna en de eerste naschoolse opvang in de omgeving. Win Macaya, geboren en getogen in de wijk vertelt: “ Zij organiseerden sociaal-kulturele en sportactiviteiten in de wijk en Shon Pa Sling stond in de weide omgeving bekend om de come- back feesten op de grote dansvloer van zijn erf in Fortuna Bieu. Net zoals vele jongeren uit de wijk heb ik hier leren dansen en speelden we hier domino, volley – en voetbal. Het erf van de Sling’s is nog steeds geheel omringd door een natuurlijke omheining van Palu di Brasia bomen die de tand des tijds uitstekend weten te doorstaan en veel vogels aantrekken.
Ondernemend en artistiek
Een ander bekend familielid is Elsa Hato, eigenaresse van Tienda San Antonio en de eerste vrouw die vergunning kreeg om drank te verkopen op Seru Fortuna. Zij verkocht ook taart en mankaron en is de grootmoeder van Omar Sling, plastisch en grafisch artiest. Hij creëerde onder andere de drie barika hel vogels bij de MCB Bank in Punda. Een ander bekend artistiek familielid is de beeldende kunstenares Norva Sling en voorts zijn diverse familieleden actief met schilderen of ontwerpen van diverse gebruiksvoorwerpen.
Ook kleinkind van Elsa is chef de cuisine Kris Kierindongo die hier het restaurant Vitel Arts beheert, waar gerechten met exclusieve lokale ingrediënten worden bereid en kleine groepen op afspraak kunnen dineren. Het bekendste lid van de familie is wel Francis Sling, onder andere bekend om zijn grote murals in Scharloo en op het keizershof te Otrobanda.
Kas di Bir
Het grootste oorspronkelijke Kas di maishi op Fortuna Bieu is het huis van Virginia, alias Bir of Iya, die brood, koekjes en taart bakte. Daarvoor had ze een binnenoven, de enige die er nog staat op Seru Fortuna en waarschijnlijk één van de weinige op het eiland. Daarnaast had ze ook nog een buitenoven, speciaal voor het bakken van taarten. Het huis is aan de voorkant opmerkelijk langgerekt en heeft daarachter nog twee aangebouwde compartimenten. Het bevindt zich op en flink stuk terrein waar verder nog leden van de familie Rafaela-Girigori wonen en staat op de grens met Kurá Piedra.
Kunuku Hatun
Te Seru Fortuna, nabij de afslag naar Shut, ligt Kunuku Hatun, een voormalig landbouwgrond, in de volksmond ook Kunukatun werd genoemd. Via de geitepaadjes in Kunukatun werd vroeger water gehaald bij de bron van Hato. Darrvoor moest men voorbij de locatie van de latere Canpo Alegre, dat in 1948 gebouwd is op de gronden van deze kunuku. Kampo, zoals het in de volksmond werd genoemd, is een erotisch resort dat ten tijde van de covid-epidemie haar deuren moest sluiten en in 2025 opgekocht werd door het gouvernement.
Wowo di awa
Bij Kunukatun is een natuurlijke bron, een wowo di awa oftewel wateroog, waar het water spontaan opborrelt en dat alleen na slechte regenjaren droogvalt. Do Rego: “Vrouwen en meisjes kwamen hier ‘s ochtends om een bad te nemen, maar ook om kleren te wassen. Daarbij werden de kleren nat gemaakt en met een platte plank geslagen en werd een speciaal soort zacht korraalsteen, piedra muhé (vrouwensteen) gebruikt om het vuil mee weg te schrobben. Ondertussen werden de laatste nieuwtjes uit het dorp uitgewisseld en afspraken gemaakt.
Met stenen bekogeld
Mannen en jongens mochten zich hier ‘s ochtends niet vertonen. Deed je dat als jongen toch, dan werd je uitgejouwd, met stenen bekogeld en kon je thuis bovendien op een flink pak slaag rekenen. Mannen en jongens kwamen ‘s middags aan de beurt. Na hun werk op de de kunuku’s te Hato bezochten mannen met hun ezels de bron om zich op te frissen voordat ze via geitepaadjes over de heuvel naar huis gingen. De mannen zorgden ook voor het snoeien van de giftige Manzaliñabomen rondom de bron - op zich al een kunst - om de plek open te houden” aldus Do Rego.
De bron is tevens een verzamelplek voor wilde dieren zoals konijnen en vogels zoals de blauwduif die hier water komen drinken. Het is tegenwoordig een populaire picknick plek voor bewoners uit de omgeving.
Fortuna Abou
Selsio Martha:” Fortuna Abou ligt aan de voet van Seru Fortuna en werd vroeger ook Bou di seru genoemd. In de bocht, net voordat je de heuvel opging, stond een openbare kraan en liepen vrouwen met emmers water, ondersteund door een rudia, op het hoofd naar boven.
Behalve Bou di Seru golden toen ook andere namen aan de voet van Seru Fortuna, zoals den Bré en (Santana di) Walanadré, plaatsnamen die nu geheel zijn verdwenen.”, aldus Martha.
Walanadré, Wan Andrés of Juan Andrés was de vroegere eigenaar ven een stuk grond links van de slingerweg naar het hoger gelegen Seru Fortuna Bieu. Hier bevond zich een niet- officieel kerkhof, waar al vanaf vroeger slaafgemaakten en anderen werden begraven en later tijdens een epidemie, ook een groot aantal slachtoffers. Het was niet groot en je zag er alleen bulten in de grond. Kinderen moesten door de santana om naar school te gaan maar waren bang omdat er rammelende kettingen te horen zouden zijn. Daar zal waarschijnlijk niets meer van over zijn, de locatie is inmiddels volgebouwd met huizen en is niet meer als een kerkhof te herkennen.
Vlakbij Walandré, ook aan de voet van Seru Fortuna, ligt Domingo Meester zo genoemd naar een heelmeester die daar woonde.
Den Bré
Bré is de oude naam van de locatie ten oosten van de Seru Fortunaweg, tussen Kurá di Piedra (Stenen Koraal) en Muizenberg Nobo. De ingang van Bré was aan de overkant van de ingang van plantage Sabana Huncu, ongeveer op de plek waar nu en Chinese winkel staat.
Selsio:” Bré was eigenlijk een dam, een verzamelplaats van water uit de hele buurt, dus van Seru Fortuna en Kurá Piedra. Omdat het omringd was door giftige Manzaliñabomen, was het één van de weinige dammen waarin je niet kon zwemmen. Als de dam vol was liep het water over naar de Dam di Lulli (naast Lulli’s huis) met een overloop naar de grote dam van de Shell te Muizenberg.
Op een heuveltje op de rand van Bre en met overzicht over het terrein, stond een ruim stenen huis- geen landhuis- waar de familie Corentin woonde, eigenaars van het stukje grond” aldus Selsio.
Van dit huis is alleen de fundering nog over en daarachter staat nog een knoekhuisje. Verder herinneren ook grote duikers met stilstaand vervuild water aan dit waterrijke gedeelte van Seru Fortuna dat ook bekend stond als de plek waar in het weekend gokspelen werden gehouden.
Opvallende locaties bij Seru Fortuna
- Po atras is een put in het waterrijke westelijk deel van Seru Fortuna en waarin altijd wel water staat. Het regenwater stroomt hier vanaf de heuvels naar Kunukatun. Het is een inloopput, zodanig gegraven dat dieren hier konden drinken en ook werden geiten hiernaartoe gebracht om hun dorst te lessen. De omgeving van de put is nu helaas ernstig vervuild.
- Seru den banki is een heuvelplateau ten noord-westen van Seru Fortuna.
- Seru di Mira Cas Chikitu en Seru di Mira Cas grandi waren twee naast elkaar staande heuvels, net voor de laatste helling op weg naar Seru Fortuna en op de grens tussen Fortuna Abou en Muizenberg. Seru Mira Cas Chikitu , de kleinste heuvel, is met de aanleg van de Seru Fortunaweg verdwenen.
- Ter hoogte van Seru Fortuna ligt ver in het rotsplateau een grot dat op een diepe kelder lijkt. Het is de plaats waar slaafgemaaken van Hato vroeger zelfmoord pleegden door zich op de rotsbodem te pletter te laten vallen.
- Bórdo is de rand van het kalkterras en een plek waar brandhout werd gesprokkeld voor het koken en ook kadushi werd verzameld voor de soep. Het hoge kalkterras verandert na hevige regenval in een horizon van watervalletjes ten gevolge van de rooien die zich hier vormen en in de afgrond van het terras, de bórdo, neerkletteren en zich een weg naar de zee banen. Waar het water niet weg kan stromen vormt zich een dam met zoet water waar vogels en zelfs flamingo’s graag vertoeven
- Kabes di hende is het oostelijk deel van het plateau waar men een panoramisch uitzicht heeft over de vlakte maar helaas is het hier ook sterk vervuild. Vissers lopen hierlangs om aan de noordkust te gaan vissen
- Faro: Aan de kust zijn nog de restanten te zien van de vuurtoren -faro- die eens op Seru Fortuna stond. Gedurende de oorlogsjaren kon je hier nog rode of groene lichten zien branden, ten behoeve van het vliegverkeer, maar in 1945 werd de vuurtoren - met veel militair vertoon- ontruimd.
- De uiterste westelijke rand van Seru Fortuna wordt On Ben genoemd, naar Oom Bernardo Lak(k)er, een oom van Chals Do Rego die hier een kunuku had.
Ten noorden van Fortuna Ariba liggen diverse plateaus die door vissers van namen zijn voorzien: na de voormalige vuilstortplaats Shut, volgt Boka Breu, Pieda Grandi, Bordo Mandinga, Bordo di meimei, Bordo Maulo, Bordo Shankuri, Santu Pretu (beide op plantage Noordkant) en de bekende Playa Kanoa (bij Brievengat). Bij Shut, één van de meest visrijke locaties aan de noordkust, verzamelde men aangespoelde koper om deze te verkopen. Je moest hier wel heel goed op de golven letten.
Bronnen:
M.A. Visman: Van slaaf tot plantagehouder
Ministerie S.O.A.W :Buurtprofiel Seru Fortuna
C. do Rego: Mayra, e mucha di Ser’i Fortuna
drs T. van der Lee: Plantages op Curaçao en hun eigenaren
P. Brenneker: Sambumbu, diverse edities
Met dank aan:
Salustiano-Selsio- Martha, Gladwyn-Win-Macaya, Charles do Rego, Ivy Casimiri, Kris Kierindongo, François van der Hoeven, André Rancuret, Jeannette Juliet-Pablo, Unidat di bario, Komishon di bario Seru Fortuna, Mongui Maduro Library en het Historisch Archief.