Steenrijk
Bij de naam Kustbatterij op Curaçao denken we in eerste instantie aan de volkswoningen die bij Steenrijk op de heuvel zijn gebouwd. Minder bekend is dat de naam refereert naar het imposante verdedigingswerk, Kustbatterij Steenrijk, waarvan onder de grond in de bario nog twee indrukwekkende bunkers liggen.
De Kustbatterij werd begin 1940 gebouwd en werd al in Augustus van datzelfde jaar gebruiksklaar. Het complex op de kalksteenheuvel bij Steenrijk was ter verdediging van het eiland, maar vooral van de olieraffinaderij, tegen aanvallen van Duitse U-boten en oorlogsschepen. De raffinaderijen van Curaçao en Aruba produceerden namelijk 70% van alle benodigde brandstof voor de vliegtuigen van de geallieerden tijdens WO 2.
Engelse kanonnen
De Archeologische Werkgroep vermeldt in haar verslag dat Nederland al vóór de Tweede Wereldoorlog besloten had om kustbatterijen op Curaçao en Aruba aan te leggen. “En dus werden zes grote kanonnen gekocht van de Engelsen die een van hun oorlogsschepen wilden voorzien van andere type kanonnen. Zo kwam er een zending heel zwaar scheepsgeschut onze kant op, drie voor Curaçao en drie voor Aruba.
De kanonnen waren 192 mm (doorsnede van de loop) kanonnen met granaten van maar liefst 100 kilo per stuk! Er werden drie zware kanonnen op betonnen fundamenten gebouwd. Ze werden bediend door wel tien man, waarvan de meeste lokale dienstplichtigen die bij de Schutterij werden ingedeeld. (zie foto’s).
De bario Kustbatterij
Bij oefeningen werd een doel op zee door een boot voortgesleept waarop vanuit de Kustbatterij geschoten kon worden. Een deel van het fort en twee van de oorspronkelijke drie geschutstellingen zijn afgebroken in verband met de kleine volkswoningenwijk die hier rond 1970 werd aangelegd en Kustbatterij werd genoemd. De derde kanonstelling ligt er nog maar werd door de buurt helaas als vuilnisstortplaats gebruikt, al is de vervuiling nu minder.
De geschutstelling werd afgedekt met beton en zo zie je niet dat daaronder twee munitiebunkers liggen.
Na de oorlog werden de kanonnen al spoedig in stukken gezaagd en vóór de ingang van de Sint Annabaai in zee gedumpt.
De belangrijkste delen van de kustbatterij zijn gespaard, mogelijk omdat de Koninklijke Marine nog tot na de volkswoningbouw, de overige delen van de kustbatterij onder haar hoede nam.
De Commandobunker
Zo staat hier nog de indrukwekkende ruïne van een commandobunker met dikke muren, half boven-en half onder de grond gebouwd. Onder de zichtbare bunker liggen twee ondergrondse kamers. Daar, in een diepe gleuf in de grond ligt de ingang met een stalen deur. Vanuit één van de kamers kun je met een ladder de commandobunker zelf bereiken.
Hier waren verrekijkers en meetapparatuur geïnstalleerd om de kanonnen die verderop stonden, goed te kunnen richten.
Deze bunker is waarschijnlijk dankzij haar hele dikke muren niet afgebroken. De Commandobunker werd een tijdje als timmerwerkplaats gebruikt, maar stond na het overlijden van de ondernemer, weer leeg.
Kamp Steenrijk: Kurá di Soldá
Dichtbij het fort, aan de kant van de Bramendiweg, staan nog officiershuizen die nu als woningen zijn ingericht. Zij waren onderdeel van ” Kamp Steenrijk’ oftewel Kurá di Soldá dat ook een paradeplein had met barakken voor de officieren en een grote barak voor de soldaten dat iets verderop stond.
Dit kamp was goed beveiligd met stevige hekken en werd nog in de 21 e eeuw door de Koninklijke Marine beheerd. Het is later aan de overheid overgedragen. De laatste huurder was een kerkgenootschap die het gebruikte als onderdak voor ongehuwde moeders met hun kinderen, maar ook dat project is er niet meer. Het complex staat nu nagenoeg leeg
Ondergrondse bunkers.
Het meest indrukwekkende van het Kustbatterij- complex zijn wel de twee grote ondergrondse -vermoedelijk munitie-en wapenbunkers.
Doordat deze bunkers van gewapend beton en volgens een brandvrije structuur zijn gebouwd, konden ze echter moeilijk worden afgebroken en verkeren nog steeds in goede staat. Ze hebben zeer zware betonnen deuren en waren waarschijnlijk bestemd voor opslag van munitie en wapens, maar in recentere jaren werd hier zelfs een feestje georganiseerd.
Criminelen gebruikten ze echter ook als schuilplaats – de beruchte bankovervallers, Pietje Bel en Sangura (‘de mug’) hielden zich hier zelfs dagenlang schuil. De bunkers zijn niet afgesloten en kunnen bezocht worden, maar zijn niet makkelijk te vinden! De batterij staat sinds 2010 op de lijst van beschermde monumenten. ” aldus het verslag van de Werkgroep.
Fort Batavier
Bij de bouw van de Kustbatterij in 1940 werden fundamenten gevonden van het vroegere Fort Batavier dat in 1803 was gebouwd. Het was een revalidatiecentrum voor soldaten tijdens de tweede Engelse periode van 1807 – 1816 en werd in 1826 weer afgebroken.
De woonwijk Steenrijk
De Zone Steenrijk omvat de volkswoningenwijken Steenrijk, Marie Pampoen en Kustbatterij. Op deze page Steenrijk en de Kustbatterij, zie ook page Marie Pampoen voor de geschiedenis van deze bario, dat aan de zuidkust is gelegen.
De koopakte waarin de naam Steenrijk voor het eerst verschijnt, dateert uit 20 mei 1804 en stond op naam van Philip Sint Jago Leyba. Het was toen “een stuk grond” dat lag waar nu Pietermaai no 188 is en in 1809 gekocht werd door Pieter van Steenberg. Steenrijk was dus een grote mondi maar veranderde aan het begin van de twintigste eeuw- met de komst van de olie- en fosfaatindustrie en de groeiende handel- in een dichtbevolkt gebied met vele immigranten. Door de acute woningnood die hierdoor ontstond stelde de overheid erfpachtgronden – en ook waren er particuliere gronden -beschikbaar voor huur en verkoop aan vooral Caribische migranten.
Het nieuwe Steenrijk
In 1923 kocht het gouvernement een aantal stukken grond van Herman Gorsira, toenmalige eigenaar van plantage Vredenberg. De betreffende gronden Bramendus, John Corser, het toenmalige Steenrijk en een deel van Klein Marie Pompoen werden samengetrokken tot één perceel: de nieuwe wijk Steenrijk waarop in 1945 één van de eerste grootschalige volkswoningprojecten op Curaçao verrees.
De noordgrens van de plantage Vredenberg werd gevormd door de weg naar Bramendus, een stukje grond nabij Berg Altena en waarvan de naam nu voortleeft in de – verbasterde- straatnaam Bramendiweg. John Corser was een plaats ten noorden van de oude wijk Steenrijk.
What’s in a name
De naam Steenrijk heeft mogelijk te maken met Pieter van Steenberg, de vroegere eigenaar of met het midden – en laag kalksteenterras waarop de bario is gebouwd, of de steenbrekerij die de overheid – in oostelijke bocht van de Nijmegenstraat- had aangelegd ten behoeve van onderhoud van openbare wegen.
Bij Marie Pampoen, tussen de baaitjes Dèpo en Papurèshi, ligt de Boka di Heru waar alle machines en boilers van de steenbrekerij te Steenrijk en bijbehorende railspoor en karretjes werden gedumpt.
Tussen de namen Steenrijk en Steenwijk (zie Marie Pompoen) komt ook de naam ‘Steenmijn’ voor in diezelfde buurt. Deze is mogelijk een variant van de plantagenaam Steenwijk, dat ook nog een andere variant heeft, namelijk ‘Mijnsteen’. Els Langenfeld schrijft dat op 15 april 1836 de slaafgemaakte vrouw Angelista Steenmijn en haar tweejarig dochtertje Euphrosine gemamumuteerd* werden door Jan Hendrik Specht, een buitenkind van Daniel Specht en eigenaar van plantage Fortuyn, alias Dominguito. Angelista Steenmijn kreeg van het gouvernement een stukje grond in huur tussen de plantages Vredenberg en Fortuyn en haar naam leeft nog steeds voort in de Steenmijnweg.
Leopoldo Camarena
In 1923 werden de gronden nabij Steenrijk,Monte Verde, gekocht door de Dominicaanse zakenman Leopoldo Camarena.
Junnes Sint Jago verhaalt in zijn essay ‘De opkomst van de Curaçaose wijk Nieuw Nederland’ dat Camarena zich aan het begin van de twintigste eeuw op Curaçao had gevestigd als agent voor de bekende Dominicaanse sigaretten van het merk La Fama. Hij werd dankzij dit agentschap een vermogend man zodat hij het toen zeer uitgestrekte Monteverde – toen nog inclusief Chèr Asile en het tegenwoordige Nieuw Nederland- kon kopen.
Sint Jago verhaalt verder dat vanwege de vestiging van de olieraffinaderij in 1915 en ten gevolge daarvan de grote toestroom van immigrantenarbeiders, een nijpend gebrek aan woningbouwterrein nabij de stad was. Camarena speelde in op deze behoefte en probeerde het zo te regelen dat de overheid, naast de infrastructuur ook volkswoningen op zijn terrein zou bouwen.
En hoewel de overheid niet op particuliere gronden investeerde, lukte het Camarena gedeeltelijk toch via een omweg: in 1936 bouwde de Curaçaose Rooms-katholieke Volksbond, een door de overheid gesubsidieerde woningbouworganisatie, de huisjes van Den Bònt ten zuiden van de Oranjestraat.
Preis di famia
Door de toegenomen aantal inwoners zocht het bisdom ook naar een geschikt terrein om een kerk te bouwen in dit gebied en kreeg deze als schenking van de Dominicaanse zakenman. Dit, op voorwaarde dat de kerk gewijd zou worden aan La Virgen de Altagracia, patroonheilige van de Dominicaanse Republiek. Monseigneur Verriet mocht daarnaast nog een stuk grond erbij nemen voor de pastorie, maar toen hij ook voor de bouw van een school een stuk terrein wilde zei Camarena dat hij deze voor preis di famia– een vriendenprijs – mocht kopen.
De kerk van Steenrijk is in 1950 ontworpen door de Oostenrijkse architect Guido Vetter en op 9 mei 1952 geïnaugureerd door de Dominicaanse president Héctor Trujillo.
*gemamumuteerd = in vrijheid werden gesteld
Bronnen:
- Verslag Archeologische Werkgroep: Kustbatterij Steenrijk.
- ‘De opkomst van de Curaçaose wijk Nieuw Nederland’ een essay van J. Sint Jago.
- ‘De Curaçaose straatnamen’ : Els Langenfeld- de Makelaar oktober 2002
Met dank aan: de Archeologische Werkgroep en Junnes Sint Jago