Soto
De plantages Groot-en Klein Santa Martha werden aan het begin van de 18e eeuw aangelegd. Samen met het meer westelijk gelegen San Nicolaas, maakten zij van de Santa Marthabaai de grootste zoutleverancier van het eiland.
Dit, dankzij slaafgemaakten die na afschaffing van de slavernij de plantages van Groot- en Klein Santa Martha moesten verlaten. Zij vestigden zich vooral langs de hoofdweg en de toegangsweg naar Landhuis Groot Santa Martha. Zo stonden hier eens wel 50 huisjes van zelfstandige landbouwers die de basis vormden voor een nieuwe bario: Soto.
Bentana’s
Soto is dus mede tengevolge van de afschaffing van de slavernij ontstaan. Het groeide vanaf haar beginjaren uit tot zelfvoorzienend dorp waar eerste levensbehoeften zoals mais en rijst via bentana’s- winkelraampjes – werden verkocht. Kleding, meubels en huishoudelijke apparaten kocht men in latere jaren van mobiele winkeltjes van Libanezen die de koopwaar vanuit hun auto’s aanboden. Voor grotere aankopen reisde men naar Otrabanda dat als winkelcentrum gold voor Bandabou.
Verder was de Ro’i Soto van belang voor de bewoners, als verbindingsweg met Barber: eerst om de kerk te bereiken, maar sinds Soto een eigen kerk had vooral om bij de markt van Barber te komen.
Nieuwe parochie
Soto werd al in 1925 een zelfstandige parochie en waar nu de school staat verrees een eigen houten, Rooms Katholieke kerk met dito toren en een schoolgebouw. Dit werd de kern van het dorpje en rond 1930 verrezen er in de nabijheid hiervan ook woningen.
De vroegere pastorie stond waar nu het buurtcentrum van Soto is gehuisvest. En in de houten woning van de zusters naast de kerk werd voor het eerst onderwijs gegeven.
Zowel de kerk als de opeenvolgende pastoors namen een centrale plaats in het dagelijks leven in de bario. De kerk was het sociale trefpunt voor de bewoners, ook al omdat hier mededelingen van de overheid en sociale activiteiten in de wijk en omgeving door de pastoor bekend werden gemaakt. En na de heilige mis werden hier de laatste nieuwtjes op het kerkplein uitgewisseld.
San Antonio de Padua
In 1950 werd het houten kerkje vervangen door de huidige stenen kerk, feestelijk ingewijd door pastoor Walter die ook de bouw had begeleid. De parochie is gewijd aan de heilige Sint Antonius, San Antonio de Padua die op 13 juni 1231 overleed. Een datum dat jaarlijks wordt herdacht in Soto met diverse festiviteiten en bezocht wordt door vele bezoekers die van verre naar de bario komen.
Rond 1950 werden kerken door Nederland gefinancierd, maar voor die van Soto bracht de lokale bevolking het benodigd bedrag bijeen en werd de Oostenrijkse architect G.O. Vetter, aangetrokken voor de uitvoering. Vetter was ook de ontwerper van de kerken van Steenrijk, Lagun, Zuid Bonam, Suffisant en Coromoto (Zjaro) en diverse kloosters op het eiland.
Later verschenen naast de kerk ook een mooie stenen school met een uniek leiendak, het kerkhof en een nonnenklooster.
In 1952 koopt de overheid plantage Santa Martha, welke dan officieel wordt verdeeld in het landhuis en bijbehorende gronden en de woonwijken Santa Martha en Soto.
Fraters
Behalve nonnen waren ook de fraters actief op Soto: zij zetten de Don Sartoschool op voor jongens uit Soto en Sint Wilibrordus. Het stond aan de hoofdweg en werd in 1957 geopend. Daarnaast kreeg de katholieke kerk nog een groot stuk grond en overheidssubsidie voor de bouw van het jongensinternaat San Fernando. Deze werd in 1961 geopend en hier werden eens 96 wezen en jongens uit gebroken gezinnen of anderzins moeilijk opvoedbaar, gehuisvest. In 1961 werd een gedeelte van het complex, dat tegenover de kerk ligt, ook als fratershuis gebruikt.
In 1978 werd het fraterhuis opgeheven en werd het, op initiatief van de overheid, ingericht als het bezinningshuis Kas di Orashon Emaus’. Doel van het bezinningshuis is om volwassenen en jongeren uit de stad rust en “introspectie te bieden te midden van het rustieke natuur van Bandabou”.
Het internaat was tot 1992 nog in gebruik, maar werd bij het stoppen van de overheidssubsidie en vertrek van de fraters in 1995 overgedragen aan Stichting Sint Thomas College. Daarmee kwam symbolisch ook een eind aan de traditionele onderwijs en vorming dat op Curaçao jarenlang door geestelijken werd uitgevoerd.
Later, rond 2010 kwam San Fernando opeens weer in het nieuws door aanklachten van vroegere jonge bewoners tegen seksueel misbruik door de fraters uit Tilburg. Tegenwoordig staat het monumentale complex al jaren leeg en ten prooi van vandalisme. In tegenstelling tot de Kas di orashon Emaus dat nog wel wordt onderhouden.
Kerkhof
Ten noorden van het huidige kerkhof van Soto, lag vroeger, op een hoger plateau, een slavenkerkhof, ‘Santana di catibu nan’. . Oudere inwoners hebben daar nog graven gezien.
Op het huidige kerkhof van Soto staat het familiegraf van Serge Alexenco, een Russische architect die diverse monumentale restauraties heeft uitgevoerd, zoals die van Landhuis Brievengat. Ook maakte Alexenco gipsen afdrukken van joodse grafstenen op Bleinheim opdat deze bewaard zouden blijven voor het nageslacht: de originele grafstenen werden namelijk aangetast door uitlaatgassen van de raffinaderij.
Uittocht
Bij diverse gelegenheden trokken de mannelijke bewoners weg uit Soto op zoek naar een beter inkomen. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de mijnbouw activiteiten op Santa Barbara in het begin van de 19e eeuw, waarbij veel mannen uit Soto en Santa Martha besloten zich te gaan vestigen op Bandariba.
Tussen 1917 en 1921 vertrokken weer veel mannen uit Soto naar Cuba om daar op suikerplantages te werken. De komst van de olieraffinaderij in 1915, veroorzaakte tenslotte weer een massaal vertrek van mannen die dicht bij de raffinaderij gingen wonen.
De sociale situatie van Soto bleef echter zorgwekkend: uit het onderzoek van Reda Sosial uit 1999 bleek dat Soto de armste wijk was van Curaçao, met een gemiddeld maandinkomen onder de werkenden van 1159 gulden.
Botero
Soto stond eens ook heel bekend om haar dokterskamer, waar de Colombiaanse dokter Botero zijn praktijk had. Botero was natuurgenezer en werd ook bezocht door patiënten ver van Soto woonden maar wel een ritje naar Bandabou ervoor over hadden.
M.Visman: Herkomst van onzestreek- en plantagenamen
P. Brenneker; sambumbu- diverse edities
Ministerie SOAW: Buurtprofiel Soto
Verslag Werkgroep Archeologie: Soto.
Knipselkrant Curaçao, 8 februari 2015
Met dank aan: François van der Hoeven, Frensel Mercelina, en Christel Monsanto.