Tera Kòrá en omstreken (vervolg op Daniël en omstreken)

Tera Kòrá en omstreken (vervolg op Daniël en omstreken)

Een opmerkelijke bezienswaardigheid te Tera Kòrá is het sportveld aangelegd door de professionele honkbalspeler voor onder andere New York Yankees, Didi Gregorius, afkomstig uit Tera Kòrá. Het sportveld, geheel aangelegd conform de geldende Amerikaanse normen, is vooral ten behoeve voor training van de little leage, jeugdhonkbalteams van Curaçao.

Op de pagina van Daniël en omstreken staat de geschiedenis van de barios Grote Berg tot en met Daniël. Op deze pagina het vervolg van de Weg naar Westpunt met de barios die in de omgeving van Tera Kòrá liggen, namelijk Pos di Wanga, Duzu en Baai Klaas. (zie bijgevoegde kaart).De geschiedenis van de grote voormalige plantages Fontein en Siberie en de kleinere San Pedro (inclusief Krakeel) , staan op hun respectievelijke pagina’s.

Windje laten

Pos (Poz) di Wanga, Poso Wanga,Poos di Wanga is een klein stuk familieterrein, tereno di famia, gelegen tegenover Tera Kòrá en ingeklemd tussen Duzu en Kunuku Abou. Pos di Wanga werd in 1872 eigendom van de achterkleinkinderen van het echtpaar Maria Magdalena en Pieter, in de wandeling Pepe Nene en Oom Piet genaamd. De echtelieden zijn op dezelfde dag gestorven en waren in een dubbelgraf, de Graf di Pos di Wanga begraven. Dit graf is intussen echter verdwenen.

Het verhaal gaat dat een shon, vergezeld door één van zijn slaafgemaakten te gast was bij een etentje. De shon liet een windje, maar de slaafgemaakte haastte zich om de schuld op zich te nemen en zijn verontschuldigingen aan te bieden, om zo zijn meester de schande te besparen. Als beloning kreeg hij het stukje grond Pos di Wanga, dat nog steeds in het bezit is van zijn nakomelingen, die dit opmerkelijk verhaal ook bevestigen.

Er is ook een tweede verhaal verbonden aan de locatie. Een slaafgemaakte van San Juan op Bándabou had wachtdienst op Punda en trok altijd met drie ezels erop uit. Eens gingen er op de terugweg twee ezels ervandoor. Hij kon ze niet terughalen en bedenkend dat hem een flink pak slaag te wachten stond, sprong hij uit wanhoop in de Pos di Wanga, dat vanaf toen ook Pos di Machu, ezelsput, werd genoemd.

Wanga is een familienaam en de Pos di Wanga is een natuurlijke put waarin bijna altijd water was. Er is ook een Tanki di Wanga, een natuurlijker wateropvang op de locatie.

Op de grens tussen Pos di Wanga en Duzu staat een Chinese minimarket en een wasserette met de naam Duzu. Dit bedrijf staat volgens buurtbewoners echter op Pos di Wanga en niet op Duzu. Wel een leuk initiatief om de naam gebruiken, zo geraken oude Curaçaose wijknamen minder snel in vergetelheid.

Witte Klei

Tussen deze Chinese wasserette en- in westelijke richting- het loterijkantoortje van Robbie’s lottery ligt Duzu. Ook wel Dezu (Dusu,Desu,Dosu,Doesoe ,1827,1835) Husú H(o)essoe,Dessoe genaamd.Duzu betekent: ‘na een tweeling geboren’ en is de gebruikelijke benaming op Curaçao, op Bonaire zegt men Dusu. Aan de duzu worden vaak bovennatuurlijke krachten zoals helderziendheid toegeschreven. Maar als de de duzu je niet mag, dan kan hij/zij je behoorlijk ziek maken:’’e ta kue bo barika” ( letterlijk: “je buik pakken”) door dit aan te raken of gewoon in gedachten te nemen. Je krijgt dan ernstige buikpijn, benauwdheid, overmatig zweten en je kunt er zelfs aan overlijden. Men moet de Desu overtuigen de vloek weg te halen of anders een traditionele specialist inschakelen om dit op te heffen.

Het meest interessante van de voormalige kunuku Duzu is dat het één van de weinige plaatsen op Curaçao is waar witte klei zo voor het opscheppen ligt. Het is afkomstig van de omringende kalksteen, ligt op kleine heuveltjes op het terrein en werd in de bouw gebruikt voor productie van witte verf ( lancha muraya) vandaar de uitdrukking ‘witgekalkte’ huizen. Met deze klei werden verder potten gebakken bij onder andere het nabijgelegen Fontein en ook werden er kunstwerken van gemaakt. En door kinderen uit de buurt vroeger gebruikt als glazuur om taarten, gemaakt van aarde, mee te decoreren.

Geneeskrachtig

Door dieper te graven krijgt men ‘ schoner’ klei, Kaolien genaamd. Het is het zachtste soort geneeskrachtige klei voor de gevoelige huid en wordt vooral als gezichtsmasker gebruikt of voor medicinale doeleinden zoals huidirritaties. Alternatieve genezers gebruiken het nog steeds als schoonmaakmiddel voor de darmen en in Haïti eet men klei-koekjes als je echt niet anders hebt. Op het terrein liggen nog diverse putten en bij de Pos di Duzu kwamen kinderen met potten en pannen water halen.

Door de barre grond was hier niet genoeg vegetatie. Geiten vonden hier nog wel het één en ander om te eten maar het rundvee werd elke ochtend naar weidegronden in Meiberg, bij Malpais gebracht en vroeg in de avond weer werd opgehaald.

Achterin tegen de heuvelrug staat de ruïne van een steenbrekerij (1962) waar met een steenmolen rotsen tot gruis werden vermalen.

Seter

Het plantaadje Duzu is 2 hectaren groot en de huidige eigenaars, de familie Ricardo, zijn nog in het bezit van de originele overdrachtspapieren.

Edsel en Carla Ricardo vertellen dat hun grootvader voorzitter was van de ‘seter’ – de uitvaartvereniging van Tera Kòrá en omstreken. Deze werd opgericht op 12 december 1911 en de akte werd op 23 januari 1912 door de gouverneur geratificeerd. De heren vergaderden elke zondag, geheel, in het wit gekleed, in de Kas di seter, dichtbij de grens met Baai Klaas. De ruïnes staan hier nog op een heuveltje met panoramisch uitzicht op Tera Kòrá. De bijdrage aan de seter was een kwartje per familie, per maand.

Maar dit gebouw was, voordat het als kantoor van de uitvaartvereniging dienst deed waarschijnlijk de herberg van Tera Kòrá. En net zoals bij Martha Koosje en bij Wechi was het een tussenstop/overnachtingsplek voor reizigers die van Bándabou naar de stad trokken en omgekeerd. Zo zijn er verhalen van families die hier hebben gelogeerd op weg naar het nu verdwenen eerste landhuis van Wacao waar ze vakantie hielden.

Bij Dusu, Baai Klaas en Pos di Wanga waren er openbare kranen. Bij het merendeel van bevolking op Bándabou was de Nationale Partij favoriet en toen de Democraten de verkiezingen wonnen, werden alle openbare kranen afgesloten. Men moest toen de lange weg naar San Pedro afleggen om water te halen. Zowel Duzu als Baai Klaas hoorden oorspronkelijk bij plantage Siberie.

Baai Klaas (Baas Klaas)

Baai Klaas is een knoek aan de Weg naar Westpunt, ten westen van Tera Kòrá op de helling van een heuvel tegenover de volkswoningen van Tera Kòrá. Het is vernoemd naar de eerste eigenaar van de grond, Baas Klaas, verbasterd tot Ba(a)i Klaas of Baayklaas (1827). In de volksmond Bai Klaas dat vroeger werd bewoond door vrije lieden. Het is vruchtbaar gebied, er was een dam en ook vele vruchtbomen en met de opbrengst van hofjes, kunuku, veeteelt en visserij kon men helemaal in eigen behoeften voorzien. Naar verluidt zou op Baai klaas vroeger ook een landhuis hebben gestaan waarvan de ruïne nog lange tijd te zien was.

In de mondi bij Bai Klaas is nog de ruïne te zien van de dokterskamer waar de dokter van Soto twee keer per week patiënten van Tera Kòrá behandelde. Je kunt vanaf Bai Klaas in zuidelijke richting over een binnenweg van vrij hoge heuvels doorrijden naar de vallei van Sint Marie met diverse voormalige plantages en Sint Willibrordus. Voor kinderen uit Tera Kòrá was dit een dagelijkse angstige rit omdat het de route was naar de school in Willibrordus.

Onderweg aan deze binnenweg kom je langs de opmerkelijke heuvel Djaka Kome, bestaande uit Midden Curaçao gesteente: op elkaar gestapelde steenlagen die makkelijk afbrokkelen waardoor het lijkt alsof ratten eraan hebben geknaagd.

Hoewel het tegenover Tera Kòrá ligt, wordt Baai Klaas tegenwoordig vaak als Tera Kòrá aangeduid.

Tera Kòrá

De naam Tera Kòrá , rode aarde, verwijst naar de rode kleur van de grond e in wijk. Deze kleur is te danken aan het geoxideerde ijzer in het plateau van kalksteen (voormalig koraalrif) waarop de bario ligt. Dat is dezelfde reden waarom de Roodeweg in Otrobanda ook zo heet.

Op Tera Kòrá ligt ook rode klei dat bij het pottenbakken werd gebruikt. Door de vele bebouwing is de rode kleur niet meer zo duidelijk te zien, behalve als men in de mondi loopt of dicht bij de kust komt.

De meeste mannen van Tera Kòrá waren vissers, men bereikte de zee via de rotsen en later kwam er een trap. Ook maakten ze gebruik van de Porta di Garoshi, de karrenpoort, dat met drie opgangen van het hoog terras naar het laagterras leidde. Het begint in Tera Kòrá, dat toen, rond 1911, nog een dorpje was en werd door de bewoners aangelegd om op de vruchtbare gedeelte van de vlakte landbouw te kunnen bedrijven. De opgangen van de Porta di Garoshi zijn al jaren niet meer onderhouden en overwoekerd door de mondi, waardoor ze niet meer zichtbaar zijn.

Chichi di Win

Een gewoonte van vroeger dat ook op Tera Kòrá veel voorkwam is dat namen van mensen gekoppeld werden aan die van hun partner. Zoals bijvoorbeeld Chichi di Win. (Chichi = Cecilia, Win= Wilmo). Poli di Yuya was Hipolito di Julia. Als jongere mocht je oudere mensen niet bij hun naam noemen, dat was respectloos, falta di rèspèt.

Bij Chichi di Win werden feesten georganiseerd waarbij de kai orgel speelde. Dames kwamen van heinde en verre met de open houten bus, dus je moest wel een hoofddoek meenemen naar het feest dat de ontmoetingsplaats was voor jonge vrouwen en mannen. Slechte dansers dansten meestal aan de rand van de dansvloer en de kinderen keken toe en leverden commentaar.

Huilen tegen wil en dank

Een bekende inwoner van Tera Kòrá bieu, de oude Tera Kòrá, uit de periode voordat de volkswoningen werden gebouwd, is Maya di Wichi die zeer devoot was en thuis altijd een kaarsje had branden bij een beeld van het Heilig Hart. Zij had een stem als een klok en was de resadó, degene die de gebedssessies begeleide. Als er iemand gestorven was kwam ze acht dagen lang bij het huis van de overledene bidden (novena), maar ze hield ook novena’s bij haar thuis. Verder begeleide ze de pastor naar Barber en Soto om te bidden en als je iemand nodig had om bij de begrafenis te huilen- werd er niet genoeg gehuild dan zou het erop kunnen lijken dat de overledene niet geliefd was- dan kon je Maya inhuren als ‘ yoradó, als ‘huilster’. Naar verluidt deed ze dat met zoveel overgave dat de tranen je spontaan in de ogen sprongen en je wel mee moest huilen, of je dat nu wilde of niet. Verder stond Maya ook bekend om haar brood en taart die ze in de stenen oven op haar erf bakte.

Joe Black

Tegenover het huis van Poli en Yuya woonde Dick (Hendrik) die nummertjes van de loterij van Tachira verkocht. Een andere loterijverkoper in de wijk was Nelson Farah, beter bekend als Joe Black- die naar eigen zeggen zo genoemd werd omdat hij een zwak had voor zwarte vrouwen.

Zijn ouderlijk huis stond op de locatie van de tegenwoordige snack en autobanden-reparatie zaak, schuin tegenover California minimarket. Joe Black verkocht als kind al loterijnummertjes op de fiets en later liet hij zich, omdat hij geen rijbewijs had, rondrijden door een chauffeur. Joe Black was jarenlang één van de twee grootste loterijverkopers op het eiland, met in elke bario wel één of meerdere kantoortjes.

Skol mitar mitar

Yvette Kopra, schooljuffrouw vertelt dat de school bij de kerk in 1983 in tweeën was verdeeld. De toenmalige regering wilde een school en religieus onderkomen die toegankelijk waren voor alle geloofsovertuigingen. De buurt ging daar niet mee akkoord en wilde een katholieke school en kerk. Na een handtekeningenactie werd besloten voor een katholieke kerk maar de bovenverdieping van het schoolgebouw werd als openbare school ingericht en op de begane grond kwam een katholieke school en ook enkele klassen voor kleuteronderwijs. Als je het vroeger over de skol mitar - mitar, half om halve school had, dan wist iedereen dat je het over de school te Tera Kòrá had.

Annie Koenraad

Er werd bepaald dat die school die het meeste aantal leerlingen wist aan te trekken, het gehele gebouw mocht overnemen. Omdat de meeste bewoners katholiek waren was dit snel beslist en kreeg de school in 1985 de naam Kolegio Annie Koenraad. Zij was eerst onderwijzeres en werd zuster en was zelfs moeder-overste in Afrika waar ze lesgaf aan novices. Ze werd echter ernstig ziek en overleed op 56-jarige leeftijd, net voordat de school naar haar vernoemd zou worden. Een andere school in de wijk draagt de naam Camalia naar een paarse bes dat vroeger overvloedig in Tera Kòrá groeide. Men wist meteen dat je Camalia had gegeten want het kleurde je mond pikzwart.

De eerste kleuterschool is vernoemd naar wijlen Sheila Karel, het eerste schoolhoofd van de openbare kleuterschool in de wijk. De overheid bouwde intussen een openbare school funderend onderwijs, dat in 1988 werd geïnaugureerd en vernoemd is naar de schrijver, poëet en kunstenaar Elis Juliana.

Op 27 oktober 1984 werd de kerk van Tera Kòrá ingewijd en opgedragen aan de Heilige Geest en in datzelfde jaar kwam ook een crèche in de bario.

Dichtbevolkt

Met een paar duizend inwoners is Tera Kòrá waarschijnlijk de bario met de meeste inwoners op Bándabou en dat komt vooral door de bouw van volkswoningen dat voor het eerst in 1980 begon. Tussen 1980 en 1998 zijn 700 volkswoningen gebouwd. Zo ziet men in de wijk de diverse modellen volkswoningen van Fundashon Kas Popular die in de afgelopen jaren ook appartemententorens bouwde voor de hogere inkomensklassen.

Men heeft het in de bario over Tera Kòrá ariba, meimei en abou ( oost, midden en west Tera Kòrá ). Maar ook over Tera Kòrá nobo als het over de nieuwbouw gaat en Tera Kòrá bieu, als het de oudere oorspronkelijke woningen betreft die vooral langs de Kaminda Grandi- de Weg naar Westpunt- staan.

Zo staat hier bijvoorbeeld het vroegere huis – in landhuisstijl- van Tansha die vroeger gasoline en kerosine verkocht. Had je onderweg naar Westpunt niet genoeg brandstof dan kon je bij haar terecht. Ze beheerde een winkeltje waar nog een oud type weegschaal stond. Haar zus was één van de eerste chauffeurs met rijbewijs in de bario. De auto waarin ze reed was zo groot dat je haar bijna niet zag ziten.

Musea

Het huis van Tansha wordt nu bewoond door Arjan Verkerk die door de jaren heen een grote collectie meubels en gebruiksvoorwerpen uit vroeger heeft verzameld en deze tentoon heeft gesteld in Museo Labizjan. Dit museum is gevestigd in het knoekhuisje op dezelfde erf, direct achter de batido - vruchtenshake- truck bij Tera Kòrá.

Een labizjan is een wijnfles in een rieten mand, vroeger meestal verscheept vanuit Frankrijk. De lege fles werd hier gebruikt als opslag voor water of om zaden te bewaren.

Een ander bijzonder museum in Tera K Kòrá is Curaçao’s enige luchtvaartmuseum, Museo Aeronautiko Kòrsou in de Kaya Karbonstein 155. Hier is een uitgebreide prive collectie van Cedric Bronswinkel te zien over de luchtvaartgeschiedenis van Curaçao, bestaande uit foto’s, modellen en andere artefacten en een uitgebreide bibliotheek, zowel op papier als digitaal.

Weetjes over Tera Kora

  • Shon Manuela was de eigenaresse van de voormalige vrij grote plantage ten noordwesten van Tera Kòrá en dat begrensd werd door een slavenmuur. Deze gronden zijn tegenwoordig bij Tera Kòrá ingelijfd.
  • Ba Sjako was een kuil in Tera Kòrá waarin drinkwater opborrelde. In de slaventijd hebben hier mensen gewoond en nog lange tijd lagen hier scherven van keukengerei.
  • Door de sterke wind aan de noordkust, was Tera Kòrá één van de eerste locaties voor een windmolenpark. In 1993 werden de eerste drie windturbines geplaatst, die zijn intussen uitgebreid tot 10.
  • In Tera Kòrá lagen diverse putten, zoals pos patras en bij de familie Royer. Het putwater in de wijk had vaak een zoute smaak vanwege de nabijgelegen zee, dus men haalde drinkwater bij Duzu of helemaal op San Pedro waar er twee zoetwaterbronnen liggen.
  • Op Tera Kòrá, stonden vroeger veel oleifbomen en Pal’i lechi - rubberplant. Deze laatste zijn nagenoeg verdwenen door de bouw van de eerste volkswoningen. De taaie Pal’i lechi struiken worden wel gemist: ze fungeerden als een soort vangrail wanneer chauffeurs van de weg waren geraakt.
  • Bij het huis van de familie Fabias vond de oprichting plaats van de muzikale groepering The Astronauts.
  • In Tera Kòrá, werd ook de Fiesta di San Juan gehouden met vuurspringen als vast onderdeel. De ‘ houten’ bussen van Ro en Bè bracht bezoekers naar de wijk in verband met het feest maar verzorgden ook transport naar de school in Wilibrordus en naar de stad. De houten bus van Bè staat nog bij het Museo di Tambú van René Rosalia te Sabana Baka.

Bronnen:

  • Buurtprofiel Tera Kòrá - een publicatie van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn.
  • W.Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19e eeuw.
  • A.Huijgens : Landhuizen van Curaçao.
  • P. Brenneker : Sambumbu- diverse editie.s
  • De krant Nobo: Konosé bo isla, editie 18 februari 1995.

Met dank aan Edsel en Carla Ricardo, Werkgroep Archeologie, Charles do Rego, Christel Monsanto, Richenel -müs – Ansano, bewoners van Tera Kòrá en omstreken tijdens ontmoeting bij de heer Fabias.

Zie ook de pagina’s van Daniël en omgeving, Siberie, Fontein en San Pedro.