Blauw
Plantage Blaauw
Blauw, vroeger een plantage van 226 hectare ligt tussen de voormalige plantages Klein Piscadera, Groot Piscadera en Klein Sint Michiel. Omdat het uit plantage Groot Sint Michiel geformeerd werd, heette het eerst Oud Sint Michiel en later Klein Blaauw, naar Anno Blaauw die het in 1701 als plantage ontwikkelde. Over Anno is verder weinig bekend, hij verbleef maar kort op Curaçao en liet verder ook geen nabestaanden achter.
Klein Blaauw grensde aan het vroegere (Sint) Elisabeth van Charles Cabrol die zijn plantage rond 1786 naar zijn vrouw vernoemde. Deze plantage, waar tot heden nog restanten staan van het plantagehuis, werd later aan Klein Blaauw toegevoegd. Blauw werd toen ook Groot Blauw genoemd, (Sint) Elisabeth, Blauw Blauw, Blaauw of Blije Rust. Maar zoals gewoonlijk overheerste de volksmond in de naamgeving en bleef het Blauw.
Blauw kende veel misoogsten en ook een cochenilleteelt – een insect dat rode kleurstof produceert-bleek in 1850 niet rendabel evenmin als het onderzoek naar fosfaat op de plantage. Blauw was dan ook één van de plantages dat rond 1850 vooral werd aangekocht als buitenverblijf omdat het dicht bij de stad lag.
Betty Jacobs
Volgens de auteur Norbert Hendrikse was Blauw begin 20 e eeuw eigendom van Hubert, “Betty” Jacobs – die slechts 25 jaar was- samen met zijn zwager Hubertus Jonkhout. Betty, een enthousiaste landbouwer had ook een internationale veestapel bestaande uit onder andere 100 Friese stamboekkoeien, 400 blackhead schapen uit Tenerife, Amerikaanse kippen en verder ook varkens en bijen. Vanuit Plantage Blauw werd melk, groente en fruit aan de zusters bij het ziekenhuis afgeleverd en gingen er tonnen honing naar de broeders van Brakkeput die deze ook naar Nederland exporteerden.
Hendrikse verhaalt dat Betty op gegeven moment wel 75 werknemers in dienst had en dat na regentijd grote stukken land werden schoongemaakt voor de beplanting van Maishi chikí (kleine maïs).
Daarbij werden ook de stekels van de infrou met branders letterlijk weggebrand waardoor deze cactussoort als veevoer kon dienen voor koeien en schapen.
Betonnen telefoonpalen
Betty restaureerde zelf ook het landhuis van Blauw waar nog de originele dakpannen op liggen. Hier zijn nu een restaurant en de golfclub van het huidige Blue Bay Resort gehuisvest.
In 1936 bouwde hij een steenbrekerij waarbij explosieven werden gebruikt om harde rotsblokken te verpulveren ter productie van kiezels en zand. Kiezels werden gebruikt om zandwegen te verbeteren voordat hierop een laag asfalt werd gestort.
Plekken langs de kust die ongeschikt waren om te zwemmen blies hij door middel van explosieven op en gebruikte het zand uit de steenbrekerij om het strand te ‘ upgraden’. Hij is hiermee gestopt toen bleek dat het koraal hierdoor afstierf maar aan de andere kant verdwenen ook de zee-appels uit het gebied.
In de oorlogsjaren kwam telefoonverbinding tot stand tussen Blauw en de stad. Door het tekort aan hout kwam Betty op het idee om betonnen telefoonpalen te maken voor de verbinding met de stad en regelde hij zelf zand, stenen en cement hiervoor.
Kustbatterij Blauw
Naar aanleiding van het Pearl Harbor incident op 7 december 1941 tussen de wereldmachten raakte Curaçao zeer direct bij de oorlog betrokken: de olieraffinaderijen van de kleine eilandjes Aruba en Curaçao waren goed voor wel 80% van de totale voorraad vliegtuigbenzine van de westelijke geallieerden. Deze vitale aanvoer moest beveiligd worden en in het kader van militaire samenwerking tussen Nederland en de Verenigde Staten arriveerden hier op 13 januari 1942 de eerste Amerikaanse troepen.
Volgens Allan van der Ree, initiatiefnemer van het oorlogsmuseum te Blauw werd toen op de hoge kustrichel van de voormalige plantage Blauw een kustbatterij aangelegd. De strategische ligging was ter verdediging van zowel de raffinaderij, de haven als de vele opslagtanks van de Shell bij het nabijgelegen Bullenbaai. Hier bevond zich namelijk de opslag- en verschepingslocatie van de voor de geallieerden zo belangrijke vliegtuigbenzine.
De Amerikanen brachten al hun eigen materieel mee, evenals ondersteunende wapens en instrumenten zoals zware kanonnen, luchtafweergeschut, luisterapparatuur, schijnwerpers en radars, die ook op andere strategische punten op het eiland werden geplaatst.De kanonnen waren 24/7 bemand en stonden vuurklaar.
Bewapeningsbolwerk
Op de noordwestzijde van plantage Blauw lwerd door de Amerikanen de Basiskamp aangelegd, omheind met rijen prikkeldraad waar ook nog een batterij met lucht- afweergeschut, een commandopost, zoeklichten alsook barakken voor 213 man, medische en logistieke diensten, keukens, wasgelegenheden, toiletten en onderhoudsdiensten.
Ook werden er zeven ondergrondse – en munitiebunkers gegraven en was een apart garagecomplex nodig om het rollend materieel paraat te houden. En verder waren er ook vooruitgeschoven posten met machinegeweren.
Maar het meest opvallende was toch wel het imposante bewapeningsbouwwerk, bestaande uit vier grote, ronde betonnen roterende platformen die 360 graden konden draaien. Hierdoor kon de vijand, uit welke richting hij ook kwam, niet aan de artillerie ontkomen.
Op elk platform waren vier Long Toms geplaatst: 155 mm kaliber kanonnen met een looplengte van 5.915 meter en een massa gewicht van bijna 14 ton.
Maar het Battle station op Blauw “never fired a shot in anger”, zoals dat heet. Wel was er een incident op 6 juni 1942 waarbij een Duitse onderzeeër vlak voor de kust van Blauwbaai boven water kwam. Toen vuurde de Battle station wel 5 granaten af maar al bij het eerste schot dook de ‘geschrokken’ onderzeeër’ weer onder en ontkwam.
Brandbommen op Bullenbaai
In datzelfde jaar kwam ook bij Bullenbaai een Duitse U-boot boven water en vuurde acht brandbommen op de volle opslagtanks. Dat dachten ze tenminste: ze schoten op een paar grote lampen die de Amerikaanse soldaten tijdens de Black out lieten branden en die ver stonden van de ‘echte’ tanks die verborgen waren onder grote camouflagenetten. Er volgde een snelle reactie met gericht retourvuur van de op wacht zijnde Nederlandse Marinier Marinus van Niel van de Kustbatterij Bullenbaai. Ook de Amerikaanse kustbatterij heeft ter aanvulling tenminste 1 schot gelost, waarna de Duitsers op de vlucht sloegen. Duitse bronnen bevestigden later dat de bewapening ter plekke voldoende was om hen gedurende de oorlog uit de buurt van Blauwbaai te houden.
Battle Station
Na de oorlog werden zowel de kanonnen als de barakken en bunkers ontmanteld en zijn alle explosieven en munitie door de Amerikanen meegenomen. Een paar 155 mm granaten werden in 2011 dicht bij de geschutstellingen gevonden maar die bleken bij nader onderzoek geen explosieven te bevatten. Bij het einde van de oorlog is het terrein teruggegeven aan de eigenaar van Blauw en in augustus 1945 verlieten de laatste Amerikanen de Battle station.
Munitiebunkers
Van het uitgebreide militaire infrastructuur is op Blauw nog weinig over: twee ondergrondse munitiebunkers en twee waterbakken die de toilet-en douche-barak van water voorzagen. Verder ook het laatste overgebleven fundament van een originele barak, waarop later het oorlogsmuseum is gebouwd: een zo origineel mogelijk uitgevoerde replica van de 16 Amerikaanse barakken die eens hier stonden. Hier dichtbij staat op het hoogste gedeelte van de kalkrotsheuvel nog het betonnen onderstel van één van de vier roterende kanonstellingen.
Nabij het museum staan een D-6 Caterpillar uit 1944 en een carrosserie van een Ford troepentransport truck. Vóór de bunkers op de helling zijn een groot Amerikaans Navy-anker uit 1944 en een Cletrac opgesteld: een speciaal voor de Amerikaanse strijdkrachten gebouwde vliegtuigtrekker uit 1942, die op de Amerikaanse luchtmachtbasis te Hato werd gebruikt.
De Kustbatterij te Blauw is thans een beschermd monument.
Populair familiestrand
Toen het strand van Blauw werd opengesteld voor publiek was dit de populairste baai van het eiland. Door aan een belletje te trekken kwam de Portugese opzichter de toegangspoort openmaken en kwamen families onder de grote Manzaliña bomen bijeen voor een dagje strand. Ook werden hier diverse personeelsuitjes georganiseerd.
Betty overleed in 1960 waar na zijn vrouw Lena samen met haar vijf kinderen de plantage runde. Tijdens haar beheer werd het deel van de plantage dat eigendom was van haar broer aangekocht en werd begonnen met de verkaveling van Blauw. Lena overleed in 1989 en in 1990 verkochten haar kinderen de plantage aan de projectontwikkelaars van het Blue Bay Resort.
Daar waar eens kazernes, kanonnen, militaire voertuigen en prikkeldraad (eens) het landschap bepaalden, verrees rond 1990 het luxe vakantiepark en villacomplex Blue Bay Curaçao Golf and Beach Resort.