Groot Davelaar

Groot Davelaar

Het mooiste hofje in het zogenaamde Ruiterkwartier* lag eens tussen Groot Davelaar en de meer oostelijk gelegen plantage Zuikertuintje. Beide plantages vormden van 1888 tot 1936 namelijk één geheel en zijn pas door de aanleg van de Schottegatweg in 1931 van elkaar gescheiden. J. van Ditzhuijzen vertelt in het boek Landhuizen van Curaçao dat beide plantages tot 1906 eigendom waren van Mozes Marchena en daarna van de familie Winkel.
Ten tijde van de verovering van Curaçao door de Nederlanders lag hier dus het commandeurs- of cornettuintje, met diverse boomgaarden waaronder prachtige mispel en mangobomen. Het werd echter herhaaldelijk geplunderd door soldaten die in de nabijheid waren gelegerd. Dat leidde tot een officiële afkondiging op 10 maart 1636 waarin de doodstraf werd ingesteld op het stelen van fruit uit de hofjes op Zuikertuintje en bij Zuurzak.

Guzman Blanco
Het eerste landhuis van Groot Davelaar zou volgens M.Ozinga in 1864 en 1867 gebouwd zijn en had een opmerkelijke bewoner: de politieke vluchteling Generaal Antonio Guzman Blanco die samen met zijn vader en enige aanhangers rond 1869 op Curaçao neerstreek.
Dat leidde tot een politiek debacle: Venezuela vroeg uitlevering van de ‘landsverader’ en ondanks tegen-petities van lokale zakenlieden volgde gouverneur de Rouville de opdracht van de Nederlandse regering om Guzman uit te zetten. Toen deze later toch nog aan de macht kwam nam hij wraak door 30% invoerrechten te heffen op alle producten die uit Curaçao kwamen, wat niet alleen een enorme tegenvaller was voor de lokale commercie maar ook de goede naam van het eiland in deskrediet bracht. In de moderne tijd volgde ook Nicolas Maduro soortgelijke tactieken door onder andere de fruitbarkjes te verbieden nog langer naar Curaçao te varen.

Antoine Martis
Antoine Martis, vanaf 1867 opzichter bij de huidige Dienst Openbare Werken, vertrok later naar Nederland om zijn studie als architect af te ronden. Hij werd één van de eerste lokale architecten, had een extravagante stijl en kreeg in 1873 de opdracht om een landhuis te ontwerpen. Dat werd -een nieuwe – landhuis Groot Davelaar dat met zijn achthoekige vorm geheel afwijkt van de gangbare landhuizen op Curaçao. Opdrachtgever was Juan Ricardo Blanco, een Venezolaanse vluchteling die hier met zijn dochter woonde, vaak door Europa had gereisd en weleens wat anders wilde dan het landhuis dat al op Groot Davelaar stond.
Het achthoekige huis heeft bepaalde gebruikelijke kenmerken van het traditionele landhuis gecombineerd met neoklassieke oftewel Renaissance invloeden. Het front bevindt zich eigenlijk aan de westzijde, maar tegenwoordig wordt de oostzijde met twee statige trappen, als voorzijde en entree gebruikt. Het is waarschijnlijk het laatste landhuis dat op Curaçao werd gebouwd en werd eerst wel geel geverfd in de traditionele kleur van het Curaçaose landhuis. Onder het huis zit een regenbak en de zolder werd eens gebruikt voor de opslag van maïs.
Andere door Antoine Martis ontworpen gebouwen zijn het militair hospitaal te Plantersrust en de vroegere Hendrikschool en de Wilhelminaschool in de stad. In 1894 stierf Martis een tragische verdrinkingsdood tijdens het zwemmen bij de Klip in de Sint Anabaai.

Groentetuin
In tegenstelling tot de andere plantaadjes in het Ruiterkwartier is Groot Davelaar niet vaak verkocht. Volgens E. Langenfeld spreken de weinige archiefstukken van ‘het landgoed Welgelegen met het daarop staande landhuis Groot Davelaar’, zo genoemd naar een vroegere eigenaar Cornelis van Groot Davelaar, die in 1732 de plantage had aangelegd. Hij was een koopman die in de stad woonde, evenals Moses Abraham Jesurun die in 1828 het plantaadje koopt. In het weekend woonde hij op het buitenverblijf waar hij een veebedrijfje opzette en ook veel groenten verkocht zoals radijs, asperges, pompoenen, kalebas en okra, vruchten uit eigen tuin en drinkwater uit de putten die op het terrein stonden. Jesurun bezat ook een schip, The Enterprise, die hij gemakkelijk kon voorzien van vers fruit, groente en drinkwater van uit eigen tuin.

Huwelijksgeschenk
Een nieuwe eigenaar van Groot Davelaar is de tandarts en weduwnaar Jacob van Isaac Senior die op 18 juni 1877 het landhuis voor fls 27.000 gulden koopt als verassing voor zijn jonge bruid en tweede vrouw Sarah de Haim Daniel Lopez Penha.
Vanaf 1956 veranderde de omgeving op ingrijpende wijze: Zo werd de Groot Davelaar weg aangelegd, verschenen er moderne huizen en stond op de plek waar nu het Promenade winkelcentrum staat, een tegelfabriek. Het deel van het Schottegat dat tot achter het landhuis reikte werd gedempt en hier werd de Antilliaanse Verffabriek gebouwd met daarnaast een enorme openluchtdrive-in bioscoop waar bewoners van het landhuis gratis naar konden kijken, maar wel het geluid moesten missen.

Kraamkliniek
Verder komt er aan de Groot Davelaarweg de MTS-school en het Groot Davelaar Kliniek dat later door het Advent Kerkgenootschap wordt overgenomen. Aan de voorkant van het gebouw is nog een mozaïek-afbeelding van twee moeders met hun baby’s te zien, als aandenken aan het feit dat het ziekenhuis in maart 1929 als kraamkliniek werd geopend. Het kunstwerk werd in 1960 door Lucila Engels-Boskaljon gemaakt en na de tropische storm Thomas in 2012 door Eileen Kaesberry en Liesbeth van der Voort gerestaureerd.
Als buurman van het ziekenhuis komt in 1968 het Country Inn Hotel dat in 1976 door de overheid is overgenomen en sinds 1991 weer in particuliere handen en als Trupial Inn hotel wordt geëxploiteerd.
In de jaren 70 wordt het landhuis opgeknapt waarbij de bovenverdieping als woonhuis werd gebruikt en op de benedenverdieping het gourmet restaurant De Taveerne werd gevestigd.

Beschermd monument
Het landhuis van Groot Davelaar wordt in 1996, samen met Zeelandia en Vredenberg als beschermd monument aangewezen. Het zijn de eerste monumenten buiten het stadsgebied, die voor deze nominatie in aanmerking komen. Door deze benoeming kunnen de eigenaren subsidie aanvragen om het monument volgens de geldende regels te verbouwen of in originele staat te behouden.
Het huidige landhuis van Groot Davelaar is onder andere in 1994 gerestaureerd, maar heeft 120 jaar lang haar originele vorm behouden, alleen een grote regenbak werd nog bijgebouwd.
In het landhuis zijn nu onder andere het CDC, College of the Dutch Caribbean en het UDC, University of the Dutch Caribbean gevestigd.

Klein Davelaar
In het zuidoosten van Groot Davelaar lag nog een tuin van de familie Davelaar. Volgens de omschreven ligging lag deze ten noorden van Chobolobo, ten oosten van Zeelandia en ten westen van Girouette en Goede Hoop oftewel Popo. Het bijbehorende landhuisje stond op de plaats van het huidige hoofdkantoor van Banco di Caribe.
Het landgoed werd in 1792 gekocht door Cornelis van Groot Davelaar, kleinzoon van de stichter van plantage Groot Davelaar gekocht. Hij breidt zijn landgoed uit door enkele aangrenzende gronden te kopen en noemt zij nieuw bezit Rust en Vrede. Deze naam- dat trouwens ook voor diverse andere plantages werd gebruikt-verdwijnt geruisloos omdat het landgoed in de volksmond Klein Davelaar oftewel Daflá Chiki werd genoemd en het onder die naam bleef voortbestaan.
In 1783 koopt een andere kleinzoon een andere plantage nabij Klein Davelaar. In 1791 is dit plantaadje eigendom van Jan Hendrik Specht, een goede huisvriend van de familie van Groot Davelaar. De Specht’s waren van oudsher grootgrondbezitters van Kooral Specht en omgeving, inclusief de kleine plantage Labadera of Wasch Thuyn. De naam Wasch Thuyn duikt in de geschiedenis ook op als alias voor Klein Davelaar.
*Zie ook het Ruiterkwartier en Zuikertuintje