Groot Kwartier

Groot Kwartier

Groot Kwartier, is een vroegere kunuku, ten noordoosten van het Schottegat. Hier en bij Santa Barbara waren de eerste Spaanse dorpen op Curaçao aangelegd.

Het eiland is sinds 1499 in het bezit geweest van de Spanjaarden die in 1502 het dorpje Poblacion de Santa Anna hadden aangelegd, dichtbij de Sint Annabaai. (Het tegenwoordige Schottegat).

De locatie moet ten oosten van Biesheuvel en dichtbij het huidige Matancia hebben gelegen. De oorspronkelijke eilandbewoners, de Caquetio-indianen werden gedwongen zich daar ook te vestigen om hand- en spandiensten te verrichten voor de Spanjaarden.

Dorp platgebrand

Bij aankomst van de Nederlanders in 1634 liet de Spaanse gouverneur van Curaçao de huisjes in het dorpje, het kerkje, gemaakt van maisstengels en de pakhuizen met de daarin aanwezige verfhout platbranden en de putten vergiftigen. De Spanjaarden en de indianen vluchten daarop naar het westen 'des eilands'. De Nederlanders vingen een paar paarden en baanden zich een weg naar Santa Barbara, waar het Spaanse hoofdkwartier was aangelegd, om overgave van het eiland te eisen.

De Nederlanders richtten een fortje op een heuveltop bij de waterputten ’bezuiden de grenzen van Chango en Matansja aan de pas aangelegde weg van en leidende naar ‘Kwartier’ , ‘Corrie’ en ‘Tras di Seroe’ in het tweede district. Bij de officiële overgave van het eiland werden de Spanjaarden gedwongen het merendeel van de indianen naar Coro af te voeren. Twintig indiaanse families bleven op Groot Kwartier achter om hand - en spandiensten te verrichten voor het eerste Hollandse bestuur dat in het Ruiterkwartier was gevestigd. Het Ruiterkwartier besloeg toen het gehele gebied tussen Groot Kwartier en Saliña Abou.

Indianen vallei

De straatnamen van Groot Kwartier, in de volksmond Kwartí, zijn vernoemd naar indianenstammen, zoals Comanchestraat dat de scheiding vormt tussen Groot Kwartier enerzijds en Traai Seru en Brievengat anderzijds. Ook vindt men hier de Siouxweg, Arowaken-, Caiquetios-, Mohikanen-, Azteken-, Zapoteken-, Navajos-, Montezuma-, Cherokezen-, Pawnis- en Toltekenweg.

Groot Kwartier en omstreken werd volgens oudere bewoners namelijk ‘het vallei der indianen‘ genoemd en bestreek het gehele gebied tussen Rancho en Matancia waar de indiaanse veeslachterij was gevestigd. Aan de Comanchestraat is nog de Roi di Indjan te zien, een natuurlijke inloopput die al uit het indiaanse tijdperk stamt. Ook het nabijgelegen Brievengat werd door de indianen bewoond en op de hoek Andres Belloweg/Bonamweg lag zelfs een groot indianenkerkhof.

Groot Kwartier stond later bekend als Weis, dat de naam is van de eerste eigenaar van de gronden ten noorden van de kerk van Groot Kwartier. Ook bekend op Curaçao is Weis Afó, ten noordwesten van Rio Canario, waar nu het recherchebureau staat.

Orangerie

Rustenberg en later Rustenburgh zoals Groot Kwartier eerst heette is in 1694 aangelegd als een van de eerste Nederlandse nederzettingen. Het is in 1695 aangelegd door WIC-directeur Jeremias van Collem en was met circa 200 hectare een grote plantage in de midden divisie.

Hier stonden later vele fruitbomen zoals bananen en een orangerie met wel 400 Larahabomen en ook waren er Divdiviculturen.

In de 17de eeuw werd vooral ook veeteelt bedreven en liepen hier vele geiten, schapen en melkkoeien rond. Verder was er enige zoutwinning uit de arme zoutpannen in het Schottegat en ook werd er een nopalerie (veld met nopalcactussen) aangelegd ten behoeve van de cochenilleteelt. Cochenille was een insect waaruit karmijnrode kleurstof werd bereid, welke in die periode zeer populair was in de Europese textielindustrie.

Belangrijkste waterplantage

Maar Rustenburgh/Groot kwartier stond vooral bekend als het belangrijkste ‘waterplantage’ in het Ruiterkwartier dat vooral schepen in het Schottegat van vers water voorzag.

Het landgoed grensde vroeger direct aan het Schottegat, wat voor een zogenaamde waterplantage wel handig was: de putten van Groot Kwartier waren via een buizenstelsel verbonden met waterreservoirs bij het Schottegat waar rond 1909 kleine bootjes water konden ‘tanken’ om in de stad, maar vooral aan schepen af te leveren.

Zo’n waterreservoir van plantage Groot Kwartier staat volgens de Werkgroep Archeologie nog steeds in het Schottegat, alleen is op die plek het tegenwoordige asfaltmeer aangelegd. Mogelijk is dit nog de enige kalkstenen waterreservoir in zijn soort op Curaçao.

Bij Groot Kwartier waren in 1820 wel 100 slaafgemaakten aan het werk, wat wel een uitzondering was, zeker vergeleken met de overige buren in het Ruiterkwartier.

Het plantagehuis

Het meest opvallende aan het landhuis zijn de 10 grote witte pilaren aan de oostzijde waarop het voorterras steunt. De pilaren maakten deel uit van een galerij dat op de begane grond nog open is, maar op de eerste verdieping werd afgesloten.

Het plantagehuis was oorspronkelijk in U-vorm gebouwd en werd later ingesloten. Aan de zuidzijde bevinden zich de keuken en een regenbak en aan de lange oost en westzijden liggen ruime terrassen met mooi uitzicht op het Schottegat.

Ook aan de oostzijde stond eens een magazijn en een grote windmolen voor met malen van mais tot meel.

Recreatiecentrum der officieren

Rust en Burgh was het recreatiecentrum voor hoger geplaatste officieren waaronder ook de aanvoerders van de cavalerie in het Ruiterkwartier en de directeuren van de WIC. Niet bekend is waarom later voor de naam Groot Kwartier is gekozen. Groot Kwartier en het oostelijker gelegen Klein Kwartier hebben nooit enige militaire betekenis gehad.

Maar door een Engelse inval werd Groot Kwartier toch wel de locatie van een memorabel militair incident.

Manuel Piar

In de voortuin stonden nog lang oude kanonnen als aandenken van een wapenfeit: Toen de Engelsen in 1804 bij Piscadera waren geland en vanaf Plantersrust en omgeving om het Schottegat wilden trekken werden ze bij Groot Kwartier tegengehouden door een groep burgers, mariniers, militairen en kanonniers en artilleristen onder leiding van de Curaçaoënaar Manuel Piar.

De euforie achteraf was des te groter omdat vooral veel burgers met werktuigen, gereedschappen en dergelijke hadden meevochten en de overwinning als ‘van het volk’ werd beschouwd. Piar had de gave om mensen te overtuigen en te motiveren een gemeenschappelijk doel na te streven.

Ook bij Kanga en Dein behaalde Piar in 1804 verpletterende overwinningen waardoor de Britten in paniek naar Piscadera vluchtten en zich haastig inscheepten.

Manuel Piar (1774-1817) werd in de Rifwaterstraat, Otrobanda, geboren en wordt zowel op Curaçao als in Venezuela als een held beschouwd. Hij verhuisde op zijn tiende naar Venezuela, samen met zijn moeder en leerde zichzelf lezen en schrijven en de Nederlandse, Spaanse, Engelse en Franse taal beheersen.

Net als zijn landgenoot Luis Brion speelde hij een belangrijke rol in de Venezolaanse onafhankelijkheidsstrijd, aangevoerd door Simon Bolivar. Piar was opperbevelhebber van het Venezolaanse leger, kreeg de titel General in chief en werd later ook Libertador de Guayana genoemd. Als zoon van een mulattin integreerde hij ook voormalige slaafgemaakten, Haïtiaanse soldaten en inheemse groepen in zijn leger.

Emancipatiestrijd

Naast zijn streven voor onafhankelijkheid streed hij ook voor gelijke rechten voor mulatten en mestiezen, wat hem in conflict bracht met de blanke elite en met Simon Bolivar. Hierdoor werd hij in 1817 gefusilleerd na door een krijgsraad olv Brion ter dood te zijn veroordeeld.

Na fusillering op 16 oktober 1817 tegen de muur van de kathedraal van Angostura, werd hij begraven op de gemeenschappelijk begraafplaats te El Cardonal in Angostura. Hem was geen christelijke begrafenis gegund, dus werd hij ook niet op gewijd kerkhof begraven en zijn zijn stoffelijke resten nooit teruggevonden.

In 2021-2022 heeft men symbolische resten van hem laten bijzetten in het Panteón Nacional in Caracas. Daar liggen lege graven van helden waarvan de stoffelijke resten nooit gevonden zijn. In de doodskist van Piar is onder andere aarde uit de Rifwaterstraat en zand van Groot Kwartier en Kanga-Dein toegevoegd, locaties op het eiland die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld.

Graf di Kwartí

Het landgoed Groot Kwartier was ten tijde van de veldslag in 1804, in het bezit van de Engelsman Benjamin Philips, de tweede echtgenoot van Martha Elisabeth Lamont. Martha erfde de plantage en het landhuis van haar stiefvader Casper Lodewijk van Uytrecht, maar woonde zelf liever in het nabijgelegen veel kleinere Gaito en verhuurde rond 1830 het landgoed en plantagehuis van Groot Kwartier.

Benjamin Philips en anderen zijn begraven op het kerkhof dat tegenover het landhuis bij het Schottegat lag, de plantage grensde vroeger namelijk direct aan het Schottegat. Omstreeks 1930 lagen hier nog 3 graven maar deze zijn met de aanleg van de Nieuwe Havenweg verdwenen.

Op de noordzijde van de kruising Schottegatweg/Cas Coraweg lag volgens Brenneker een tweede kerkhof van Groot Kwartier, het Graf di Kwartí.

De familie Jesurun

De plantage was sinds eind 18e eeuw voor lange tijd in het bezit van de gouverneur, Abraham de Veer, namelijk van 1834 tot 1863. Zijn slaafgemaakten hadden zich bij de pastoor beklaagd over mishandeling, waarop De Veer de pastoor verbood nog langer op zijn landgoed te komen.

In 1863, het jaar van de afschaffing van de slavernij werd het landgoed verkocht aan Daniël Jesurun. De progressieve Jesurun beheerde de plantage van 1874 tot 1900 en was in 1888 één van de eerste planters op Curaçao die windmolens op zijn putten plaatste. Ook stond er toen die molen die gebruikt werd voor het malen van maïs. Jesurun maakte van Groot Kwartier een bloeiend landbouw- en veeteeltbedrijf. Het landgoed bleef door overerving tot 1964 in handen van deze familie.

Landbouwexperimenten

In 1913 kocht de overheid 150 hectare van de voormalige plantage en verdeelde deze in 70 percelen van 2 à 3 hectare ten behoeve van kleine pachters. De auteur Jaap Soest vertelt dat de overheid in datzelfde jaar ook 20 hectare grond besteedde aan de opzet van een modelplantage. Onder leiding van een landbouwdeskundige werd een groentekwekerij met voor die tijd een modern irrigatiesysteem aangelegd terwijl op een ander stuk grond proeven werden genomen met grondbewerking voor maïs, kokos, dadel en bananenplanten.

Het voormalige proefbedrijf voor landbouwexperimenten te Cas Chikitu en een groot deel van het veebedrijf aldaar verhuisde naar Groot Kwartier waar machines voor het planten van kleine maïs, maïsmolens en motorploegen werden aangekocht. Ook introduceerde men nieuwe veesoorten uit Tenerife, Barbados en de Verenigde Staten waarmee de veestapel flink werd uitgebreid.

Oliedorpen

Tot aan de vestiging van de Shell in 1918 werd veel aan landbouw gedaan in Groot Kwartier en omstreken. Zo werden er nog maishi chikí, (sorgum), bonen, pinda’s, meloenen en pompoenen verbouwd evenals dadels, mango’s en groente en ook was er veeteelt. Bekende hofjes waren die van Wiwi, Yari, Yeye, Biesheuvel en Grimau dat vooral ook bekendstond om de malerij en smederij die daar stonden. Andere activiteiten waarmee men naast de landbouw inkomsten vergaarde, waren kalkbranden, brandhout hakken, houtskool produceren en waterverkoop.

Behalve stadsbewoners en scheepslui maakten jaren later ook buurtbewoners gebruik van drie putten te Groot kwartier waarvan het water van hoge kwaliteit was: buurtkinderen reden met emmers op zelfgemaakte kruiwagens om water te halen en bij elk huis stonden er tenminste 2 tonnen: een met drinkwater en de ander met water om mee te baden, voor huishoudelijk gebruik en eventueel planten te besproeien.

Urbanisatie

Voor de duizenden werknemers die naar Curaçao kwamen, bouwde Shell na 1923 zogenaamde ‘woonparken’ oftewel 'oliedorpen’ te Julianadorp, Bullenbaai, Suffisant, Biesheuvel, Rio Canario (Emmastad) en Groot Kwartier. Door de import van arbeiders kwam het urbanisatieproces op gang in gebieden rond het Schottegat en veranderde het aanzicht van Groot Kwartier op drastische wijze.

Er kwam veel nieuwbouw, met riante huizen voor Nederlandse employees in Emmastad en eenvoudiger woningen voor arbeiders op Groot Kwartier.

Shell verwierf enkele hectaren van Groot Kwartier in eigendom en een deel van Rio Canario in erfpacht. Rond 1937 en 1941 bouwde Shell 221 huizen, waarvan het merendeel op Groot Kwartier en een klein gedeelte op Rio Canario. De raffinaderij had een voorkeur voor deze wijken die dichtbij de werkplek lagen. Om de bouwterreinen op Groot Kwartier uit te breiden, ruilde Shell met de overheid enkele percelen op Scharloo voor de bouw van de Julianabrug over de Annabaai. De straatnamen in het oliedorp Groot Kwartier refereren naar Nederlandse zeehelden zoals de Tjerk Hiddeslaan.

De 60 hectaren van het Rustenburgcomplex kocht zij in 1939 voor fls 64.000 van de familie Senior.

Faciliteitenstrook

Ook zorgde de Shell voor scholen, banken, kerken, bioscopen, medische- en sportfaciliteiten en supermarkten voor haar employees en werknemers. Zo opende op 23 juli 1943 de Henderson Supermarkt te Groot Kwartier, op de locatie waar nu Mangusa Rio is gevestigd. Vanaf de supermarkt naar het westen toe, tot aan de huidige Rio Frio ligt hier de zogenaamde utiliteitenstrook, ten behoeve van zowel de bewoners van Emmastad als die te Groot kwartier: na de supermarkt volgen hier de bank, de kerk, de (Marnix) scholen, het ziekenhuis (nu kraamkliniek), enkele grote verdiepingshuizen waarvan niet bekend is of die ook van de Shell waren- en tenslotte Rio Frio dat de vroegere opleidingsschool was van de Shell.

Landhuis gered!

Om te voorkomen dat de Shell ook het landhuis van Groot Kwartier zou afbreken, koopt Frans Vreugdenhill het in 1964, waarna hij het huis op eigen kosten restaureerde. Het werd daarna verhuurd aan de Venezolaanse consul waardoor het huis tot Casa Venezuela werd omgedoopt. Het wordt in 2010 wederom gerestaureerd en dan verhuurd aan achtereenvolgens een verzekeringsbedrijf en een trust-onderneming.

Houten kerk

De Rooms-katholieke kerk speelde een grote rol in opvoeding, vorming en armoedebestrijding in de wijk. Groot Kwartier behoorde vroeger tot de parochie van Santa Rosa. Op 29 september 1929 werd de parochie van Groot Kwartier gesticht die gewijd is aan La Birgen del Carmen. Het gebedshuis was een voorlopige houten kerk, eigenlijk meer een grote barak, waarin later de eerste kleuterschool werd gehuisvest.

In 1939 kreeg de wijk een nieuw kerkgebouw. De katholieke wijkstructuur is hier duidelijk zichtbaar: de kerk met het kerkhof en het zusterhuis, omringd door wel vijf scholen.

De Zusters van Schijndel

In de voetsporen van de Dominicanessen van Voorschoten, de paters en broeders Salesianen, de zusters van Roosendaal en de fraters van Tilburg, namen de zusters van Schijndel het onderwijs in Groot Kwartier over van de zusters van Roosendaal. Behalve de scholen zorgden ze ook voor wezen en voogdijmeisjes en ontwikkelden er een unieke handvaardigheid: hoedenvlechten als een middel van bestaan.

Na 9 jaar wordt in 1929 in Groot Kwartier het Sint Annaklooster gesticht, waarvan het bakstenen gebouw nu het onderkomen is van onder andere de Jeugdcentrale Curaçao, de stichting Scoutshop en de Vereniging Scouting Antiano.

Groot Kwartier en omstreken

Bekende wijken nabij Groot Kwartier zijn Chango oftewel Chalgo in de volksmond. Ook bekend als Matancia, in vroegere tijden een abattoir waar de Caquetio-indianen uit Brievengat en omstreken voor de WIC vee slachten.

Ten westen van Matancia staat de middelbare school Kolegio Alejandro Paula, voorheen het Peter Stuyvesant College, dat in 1953 werd geopend en dat gebouwd is naar een voor die tijd zeer moderne architectuur. De onafhankelijkheidspartij Pueblo Soberano van Helmin Magno Wiels (1958 – 2013) vond het ongeoorloofd dat de school naar Stuyvesant, grondlegger van de slavenhandel op Curaçao werd vernoemd en veranderde de naam in Kolegio Alejandro ‘Jandi’ Paula (KAP). Paula (1937-2018) was schrijver, docent, politicus en voormalig directeur van het Nationaal Archief. Het standbeeld van Stuyvesant was van de sokkel afgehaald en opgeborgen, maar verdween op mysterieuze wijze.

Rust en Burgh ligt eigenlijk ten westen van Groot kwartier, op Shell terrein, maar wordt ook Groot Kwartier genoemd.

De wijk Pariba di Kwartí betekent letterlijk ‘Ten oosten van Kwartier’ maar ligt eigenlijk tegenover Groot Kwartier. Corcháng (oorsprong naam onbekend) en Newton zijn oude namen voor plaatsen dichtbij het landhuis.

Weis is de naam van de eerste eigenaar van de gronden ten noorden van de kerk van Groot Kwartier. Een andere wijk ten noorden van de kerk, en ook afgeleid van de familienaam van de oorspronkelijke eigenaar is Gosie oftewel Gozie (1867).

Soledat (Eenzaamheid) ligt ten oosten van Groot kwartier, hier stond nog lang een waterreservoir. Seru di Soledat is een heuvel aan de Schottegatweg, tegenover het Digicel gebouw en ten zuiden van de Damacorweg. Hier stond eens een watertank.

Iland ligt aan het begin van de Gosieweg, tegenover de kraamkliniek en net voor de ingang van de Marnixschool.

Biesheuvel is ook een klein oliedorp, door de Shell aangelegd.

Hòfi Biesheuvel is een nog bestaand hofje van twee hectare dat vermoedelijk in de 18e eeuw of eerder is aangelegd. Het ligt op erfpachtgrond en staat voor de helft vol met vruchtenbomen, een partycentrum en enkele huisjes die verhuurd worden. De andere helft wordt aan een chinees verhuurd voor groente-teelt. In de hòfi liggen twee putten met windmolens.

Ook ter herinnering aan het rijke waterverleden van Groot Kwartier is de Seru di boko (=watervat) dat achter de Capriles kliniek ligt. Op de dag der emancipatie werd de prijs van water verhoogd van 60 naar 75 cent per boko.

De Capriles Kliniek, ’s lands Psychiatrisch Ziekenhuis heet in de volksmond Monte Cristo naar het oude gebouw op het Rif in vroegere tijden.

Bronnen:

  • J. van Soest: Olie als water
  • Ministerie S.O.A.W. : Buurtprofiel Groot Kwartier
  • J. Hartog: Geschiedenis Curaçao in het kort
  • P. Brenneker: Sambumbu, diverse edities
  • Wikipedia
  • W. Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19e eeuw.

Met dank aan Elvio- Boy- Maduro, Lionel Cordilia en Jeroen Heuvel.

  • Zie ook: Pages van Het Ruiterkwartier en Suffisant /Muizenberg bieu en Rio Canario.