Kas Chikitu

Kas Chikitu

Kas Chikitu, ook wel Kaas Chikitoe,Gerustheid  of Villa Italia genoemd,  was een kleine plantage van 9,5 hectare. Het was van 1800 tot 1805 eigendom van Mathias .E. van der Dijs die  later een grotere plantage, Wechi, alias Klein Malpais kocht en weer later Savonet, dat, onder zijn beheer, één van de grootste en best producerende plantages werd in de West divisie.

De naam Kas Chikitu refereert naar het kleine plantagehuis dat waarschijnlijk rond 1850 werd gebouwd.  Het huis heeft een traditionele vorm, met opvallend brede galerijen. Landhuizen werden vroeger op heuvels gebouwd en wel zodanig dat men de andere landhuizen in de buurt kon zien. Zodoende kon men de buren in verband met gevaar zoals oproer onder slaafgemaakten en landing van piraten of vijandelijke troepen, waarschuwen. Zo ligt het landhuis van Kas Chikitu in rechte lijn met de locatie waar landhuis Marchena vroeger was gebouwd. ( zie bijgevoegde Werbata uitvergroting).

Agrarisch centrum

Op het plantaadje werd tussen 1840 en 1870 vooral aloë verbouwd. Door de ligging nabij de stad werd het vaak aangekocht als buitenhuis en aan het eind van de 19e eeuw was het eigendom van de Curaçaose Hypotheekbank die het enkele maanden eerder van de erven Gaerste had overgenomen.

Kas Chikitu is in 1907 vervallen, wordt gekocht door overheid, gerenoveerd en ingericht als proefcentrum voor de landbouw op Curaçao. Het landhuisje werd ingericht als woning met bibliotheek en werkplaats voor een landbouwkundige. Er werden proeven genomen traditionele gewassen zoals aloë maissoorten, bonen, vruchten, didvidivi maar ook nieuwe cultuurgewassen zoals de Caoutchouc- ( rubber-) leverende planten.  Er werden sisalplantjes uitgezet, pinda’s, katoen, suikerriet, veredelde sinaasappels, mango’s en palmbomen ivm  stro voor de hoedenvlechterij. Verder ook gewassen die als goedkope omheining of als veevoer zouden kunnen dienen.

Van Kas Chikí naar Kwartí Grandi

Ook werd een orangerie aangelegd om de laraha onder diverse omstandigheden te kunnen bestuderen. Maar aangezien het 8 jaar duurt voordat de plant vruchten droeg, daalde de prijs van de schillen op de wereldmarkt en mislukte het experiment. In de loodsen stonden landhbouwmachines zoals hooipers en ploegen die aan belangstellenden werden verhuurd. Ook was er een veestapel.

Toen Kas Chikitu te klein werd, werd door het gouvernement ook proefvelden aangelegd op Veeris, Heintje Kool, Siberie, Brakkeput Abou en Mundu Nobo, maar in 1913 verhuisde het landbouwcentrum naar het veel grotere Groot Kwartier, oftewel Kwartí Grandi. Van het vee bleven alleen de geiten nog over. Er werd nog een opzichter benoemd op het landbouwcentrum, maar vanaf 1926 werd Kas Chikitu aan particulieren verhuurd.

In 1942 steeg de prijs van aloë zo erg op de wereldmarkt , dat de overheid export van aloë planten verbood en zelfs gevangenen inzette om de sterk verwaarloosde aloë velden op Kas Chikitu, Plantersrust en Kas Kòrá nieuw leven in te blazen. Maar in 1943 waren de prijzen alweer gezakt.

Polis na pia

Er was een tijd waarin politieposten verspreid stonden op het eiland. Zo waren er politieposten onder andere in de Penstraat, op Ser’i  Pietermaai, te Scharloo, tegenover het kerkhof aan de Roodeweg, op Rio Canario  en ook op Kas Chikitu. Hier stond een houten gebouw van de Polis di Warda di Kas Chikitu waarbij de politie te voet en later op de fiets door wijken als Marchena patrouilleerde. Aan de voet van het heuveltje met het landhuis staan nog steeds 2 voormalige – thans gerenoveerde politiehuizen – waar vroeger onder andere de vaders van de bekende zanger Romeo Heije en Harvey Koning met hun gezin woonden.

Kas Chikitu werd In 1979 ingericht als medisch centrum voor de gouvernement-artsen. Het centrum werd in in 2000 opgeheven en doet nu dienst als particuliere dokterskamer.

Hanchi kas Chikitu is de weg ten zuiden van landhuis Kas Chikitu. Het loopt vanaf de Schottegatweg naar de Faradayweg bij de bario Sucasa. De wijk achter – ten westen van het landhuisje – is Kas  Chikitu maar een deel wordt ook Den Kobá genoemd: een hele grote kuil dat nog als zodanig te zien is, ondanks dat het bijna volledig is volgebouwd.

Bronnen:

  1. van soest, Olie als water

W.E. Renkema;. Het Curaçaose plantagebedrijf in de 19e eeuw

  1. Brenneker: Sambumbu, diverse edities

Met dank aan Kenneth Valpoort, Stella Pietersz-Kwiers, Etzel- Payá– Rosenda, Frensel Mercelina, Jeroen Heuvel en Frank Hanze