Kas Kòrá

Kas Kòrá

De voormalige plantage wordt in Sambumbu beschreven als ‘een streek ten zuidwesten van Jongbloed. De oorspronkelijke naam Cas Koraal en betekent Huis met Koraal en dus eigenlijk niet rood huis, zoals de naam doet vermoeden. Het was 85 hectaren groot en één van de kleinste plantages van midden divisie.

Cornelis Sprock

Cornelis Janszoon Sprock, een Nederlandse zakenman arriveerde op Curaçao in 1844. Hij kocht toen samen met jean Pierre Cornets de Groot van Kraaijenburg de kleine plantage Vredenberg. In 1851 draagt de plantage nog deze naam , maar staat tegenwoordig bekend als Kas Kòrá en komt in overdrachtsdocumenten in diverse varianten voor, zoals Cas (di) Koraal, Kaas Koraal, Cas Curá en Cas Corá.

Sprock was rond 1855 behalve Kas Kòrá ook eigenaar van Brievengat en Jongbloed. Hij was kapitaalkrachtig en wist binnen zeer korte tijd deze plantages productief te maken, ook mede dankzij zijn progressieve instelling en implementatie van moderne landbouwmethoden.

Zo introduceerde hij in 1862 Amerikaanse landbouwploegen op Kas Kòrá en participeerde in proeven met cochenilleteelt. De Cochenille is een schildluissoort dat graag op cactussen groeit en zich met een pluizig laagje bedekt. Van binnen bevat het echter rood pigment, cochenille of karmijnrood genoemd, een natuurlijke kleurstof dat vroeger zeer populair was in de kledingindustrie.

Op andere locaties, zoals Cas Chikitu, Wacao en Barber waren proeven met Peruaans katoenzaad geen succes, maar Sprock had in 1909 een heel veld katoen aangelegd op het nabijgelegen Liverpool en bewees daarmee dat met goede irrigatie wel degelijk katoen verbouwd kon worden op Curaçao.

Tropisch boerderijtje

Sprock, die tot 1863 ook district meester was, stond verder bekend om het gebruik van kruiden voor genezing van dieren. Hij droeg later de plantage over aan zijn zoon Cornelis Jr. die het landbouwbedrijf voortzette. En Kas Kòrá is met enige onderbreking- tot op de dag van vandaag een tropisch boerderijtje gebleven. Op de plantage werd ook aloë verbouwd en in 1942 stegen prijzen zo erg dat zelfs gevangenen te werk werden gesteld in de verwaarloosde velden te Kas Kòrá en op Plantersrust, maar in 1943 daalden de prijzen weer drastisch en werd de productie beëindigd.

Om de veestapel te verbeteren kwam bij Kas Kòrá ook een fokbedrijf ter verbetering van het ras op Curaçao, maar deze werd na evaluatie in 1949 opgeheven waarna rasdieren werden geïmporteerd uit Nederland en de Verenigde Staten.

Evenals op Santa Martha stond ook op Kas Kòrá een modelgroentetuin waarbij de landbouwers in overheidsdienst waren en niet afhankelijk hoefden te zijn van de opbrengst van de plantage.

Melkleverancier

Tot rond 1960 stond het onder andere nog bekend als één van de belangrijkste melkleveranciers op het eiland. Waar vroeger melk werd gepasteuriseerd staan nu nog oude melkflessen als decoratie in het tegenwoordige Eatery van Hòfi Cas Corá Plantation: Een groot deel van de voormalige plantage wordt nu namelijk geëxploiteerd als een organic farm en een eco-friendly restaurant.

De koeien liepen vroeger vrij rond op het terrein en op de sportvelden van het Radulphus College en scholieren moesten bij het sporten uitkijken voor koeienmest.

Het bedrijf hanteert het Farm-to table concept, waarbij ze zelf groente en fruit verbouwen, geïrrigeerd met water uit een enorme regenbak. Naast het bereiden van exotische seizoen gerechten wil men ook het bewustzijn op het eiland verhogen in verband met organisch landbouw en lokale productie in eigen tuin. Annex is er ook een coffeeshop en verkoop van natuurlijk organisch groente en verder is er een kinderboerderij vlakbij een indrukwekkende Kashu di Surnam boom dat volhangt met roze vruchten.

Het landhuis stamt uit de 19e eeuw en is sterk vervallen, maar de bijgebouwen, schuren en koralen worden nog steeds gebruikt, als onderdeel van de farm. Verder wordt een deel van het vroegere valleibodemhofje nog intensief voor landbouw gebruikt.

Penso’s Park

Rond 1892 was de plantage overgegaan in handen van J. E. Penso die het landgoed Penso’s Park noemde. In 1924 is de heer H. Polvliet eigenaar van het landgoed. J. van Soest schrijft in Olie als water dat de Shell toen Kas Kòrá, Zapateer en Brievengat, kocht, samen 807 hectare groot. Hier werden nieuwe putten aangelegd die veel water opleverden en die van dag tot dag konden worden aangepast zodat de oliemaatschappij geen enorme hoeveelheden water hoefde op te slaan.

De akte vermeldt de verkoop van 72 hectare voor fls 26.500,- dus Shell betaalde 3,68 cent per vierkante meter. In het noordoosten van het terrein, bouwde zij in twee fasen huizen voor haar employees, eerst 51 stuks die in 1952 en 1953 werden verkocht en 52 huizen met twee, drie en vier kamers gedurende de 2e fase in 1955.

De woonwijk is in trechtervorm gebouwd tussen de Corrieweg en de Jongbloedweg : op het smalste gedeelte aan het begin stonden drie huizen die nu plaats hebben gemaakt voor Botica Brievengat. Het breedste gedeelte is de Totolicaweg waar 23 huizen staan. Op het pleintje net vòòr de Botica, waar de Jongbloedweg en de Corrieweg samenkomen, staat nog steeds het plakkaat dat onthuld is tijdens de eerstesteenlegging van de wijk Cas Corá op 16 januari 1951.

Ruilobject

Aan het eind van de Totolicaweg was een speeltuin waar onder andere de verjaardag van de koningin werd gevierd. Naast de Totolicaweg zijn ook de resterende zes straten in de woonwijk naar vogels vernoemd: Mòfi-, Sloke -, Patrijs- Zwaluw-, Eend- en Ibisweg.

Bij het entree aan de Patrijsweg was een put waar buurtjongens op de uitkijk zaten: Jongens uit andere wijken mochten niet ‘daten’ met meisjes in Kas Kòrá, dan werd er meteen ruzie uitgelokt.

J. van Soest schrijft dat zowel Kas Kòrá als Brievengat later als ruilobject werden gebruikt door de Shell. Daarbij ruilde de oliegigant drie percelen van haar royale grondbezit voor één perceel bij Groot kwartier of Rio Canario, die dicht bij haar installaties lagen. Zo werd Cas Cora ingeruild tegen een stuk terrein bij het huidige post 5.

Met de komst van de Shell trokken veel arbeiders ėn plantage-eigenaren weg van de plantages, werden palmentuinen en fruithofjes bij de meeste plantages verwaarloosd behalve die van Kas Kòrá. Deze werd in 1940 als proeftuin ingericht en groeide later uit tot de planten – en dierentuin van Curaçao waar diverse exotische dieren een tehuis vonden. Het staat nu bekend als Curaçao Zoo & Botanical Garden oftewel Parke Tropikal dat diverse sociale en gezins-evenementen organiseert.

Jeugdverkeerspark

Op het terrein van de voormalige plantage staat ook het jeugdverkeerspark, dat op 28 mei 1965 werd geopend. Het is een geschenk van de Shell aan de gemeenschap in verband met haar gouden jubileum.

In het park kunnen niet alleen scholieren hun kennis van het verkeer in de praktijk brengen, ook worden hier activiteiten zoals Bike- evenementen en picknicks georganiseerd door de vereniging Veilig Verkeer Curaçao, de VVV.

 Het Kabouterbos

Het Kabouterbos is een populair recreatiegebied van ruim 13 hectare groot en is een deel van het valleibodemhofje van de voormalige plantage Cas Corá.

De ingang van het park, dat beheerd wordt door Uniek Curaçao, ligt aan de Jongbloedweg en waar vroeger fruitbomen stonden overheersen nu Manzaliñabomen. Ook ligt er hier een grote dam met diverse aftakkingen waardoor veel water wordt opgevangen staat als het flink heeft geregend.

Hier is een meertje ontstaan, omzoomd met bomen en waterplanten, vogels en insecten wat een idyllisch tafereel vormt. Aan het water liggen vele lege schelpen die je beter kunt vermijden: ze zijn namelijk van een giftige Afrikaanse slak.

Het Kabouterbos is 24/7 gratis toegankelijk, voorzien van sanitaire voorzieningen, picknickplekjes en een speeltuin. Het is de perfecte plek voor familiebijeenkomsten, kinderfeestjes, speurtochten, mountainbiken, paardrijden, als wandelgebied en nog veel meer. De paden in Kabouterbos zijn aangeduid door middel van de herkenbare gele stenen van Uniek Curaçao.

Het Radulphus College

Ook op het terrein van de voormalige plantage Kas Kòrá staat het Radulphus College, opgericht door Fraters van Tilburg. Het is vernoemd naar de opmerkelijke Frater Maria Radulphus Adrianus Hermus (1869-I961) die eens aan het hoofd stond van de katholieke missie op Curaçao. Na zijn komst in 1897 was hij onderwijsdirecteur, Bisschoppelijk onderwijsinspecteur en directeur van het ‘Sint Vincentiusgestichť op Scherpenheuvel. Hij fungeerde als architect, aannemer en uitvoerder voor het bouwen van diverse scholen zoals het Sint Thomascollege in Otrobanda. En onder zijn leiding kwam op Scherpenheuvel een ambachtsschool voor wezen en verlaten jongens die in het gesticht waren ondergebracht.

Hij werd gerespecteerd als een wijze en zeer dynamische persoonlijkheid, de drijvende motor achter veel ontwikkelingen in het onderwijs. Ook werd hij op oudere leeftijd nog als raadsman ingeschakeld bij processen om te komen tot oplossing van andere sociale vraagstukken. Een belangrijke vermelding is dat het eerste originele volkslied van Curaçao op zijn naam staat.

Voor zijn verdiensten ontving hij diverse onderscheidingen zoals Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Frater Radulphus overleed op 22 april 1961 in Nederland en is daar ook begraven.

Het ‘Radulphus College’ is op 24 januari 1954 ingewijd als R.K. H.B.S. en Handelsschool en is nu de een HAVO en VWO – instelling.

Bronnen:

  • Gill Een eeuw architectuur op Curacao. Ook de luchtforo komt uit dit boek ( KLM Aerocarto, Archief DROV)
  • van Soest: Olie als water
  • Renkema: het plantagebedrijf op Curaçao eind 19e eeuw
  • Janssen , Nieuwe West-Indische Gids- iIn memoriam frater M. Radulphus 1869- 1961
  • Amigoe, 14 nov 2000: Viering 50-jarig bestaan Cas Corá in voorbereiding
  • Rosa, Napa, 12 sept 2015: Duurzame lokale productie gekoppeld aan lokale consumptie
  • Nobo, 11 nov 2000: 50 aña di eksistensha di bario Kas Kòrá
  • Brenneker: Sambumbu, diverse edities
  • Verslag Archeologische Werkgroep,2 maart 2023:Het Kabouterbos

Met dank aan: de heer Hugo Zimmerman, François van der Hoeven, Christel Monsanto, Frensel Mercelina en Mongui Maduro Library.