Montaña di Rei (deel 2)

Montaña di Rei (deel 2)

Montaña di Rei is volgens de zone-indeling zone no.62.Het omvat, naast de bario Montaña Rei, ook de bario’s Beurs, Oudewater, Sosiegu bij Montaña Rei, Recompensa, Lang leven (Langulé) en Katoentuin. Deze laatste vier waren vroeger particulier terrein.

Beurs is een streek ten oosten van Montaña Abou en werd ook Bussum genoemd. Niet bekend is of er enig verband is tussen Beurs en de bario’s Kwartje en Koral Patien (tegenwoordig Koraal Partir) die niet ver daarvandaan liggen. Zowel kwartje als patientje waren vroegere muntstukken. Een Patien was vroeger twee gulden waard. Sosiego en Harmonie zijn kunuku’s ten oosten van Beurs dat tegenwoordig is verkaveld.

Oudewater is een stuk grond van ongeveer 20 hectare, dat door de eerste pastoor van Santa Rosa, Jacubus Putman, aan zijn helper Bellefaas Martis is geschonken. Bellefaas was een pientere jonge indiaan uit San Juan te Bándabou die door Putman was meegenomen naar Santa Rosa. Vanaf zijn jonge jaren tot aan zijn dood stond hij ten dienste van de kerkelijke gemeenschap te Santa Rosa en gold als de rechterhand van Putman en latere pastoors. Zo gaf hij, toen er nog geen kerk stond, onder de boom gezeten, catechismuslessen aan gelovigen. Oudewater was de geboorteplaats van Putman.

Het Oudewater op Curaçao is het oostelijke afwateringgebied van Montaña Abou. Het regenwater liep vanaf de volkswoningen van Montaña Abou door Beurs, stak de weg over om via Oudewater naar de Dam Pretu in Groot Sint Joris te stromen. In Oudewater werd landbouw bedreven en ook hier stond een grote dam dat echter in verband met de verkaveling is afgebroken.

Chèfi Sneiru

De bario’s Sosiego bij Montaña, Beurs en de nabijgelegen kruising stonden in de volksmond bekend als de (Krusada di) Chèfi Sneiru. Deze kleermaker was een markant figuur, bekend in de wijde omgeving, altijd van top tot teen in het wit gekleed en met een witte hoed op. Hij bezat het terrein links op de kruising bij Beurs waar hij landbouw uitoefende en zijn huis stond op de plek waar nu de Chinese supermarkt staat.

Langulé en Katoentuin

Langulé (Langleven) ligt ten westen van Montaña, op de grens met Montaña Abou. Het was vroeger een hofje en landbouwgrond, met een dam waar nu de Basora Pretuweg loopt. Deze is afgebroken om huizen te bouwen tijdens verkaveling door de overheid in de zestiger jaren.

Katoentuin werd vroeger Hantji Buriku genoemd. Dit, waarschijnlijk in verband met Kurá di Buriku, een kleine vissershaven met aanlegsteiger voor bootjes dat daar vlakbij aan het Spaanse Water ligt. Het is de locatie waar arbeiders vroeger hun ezels vastbonden om bij de mijnmaatschappij in Santa Barbara te gaan werken.

Katoentuin was een kleine katoenplantage met veel fruitbomen, waaronder de laraha, basis-ingrediënt voor de Curaçaose Likeur. Het is het eindpunt van een grote rooi dat door Montaña Rei loopt en bij Recompensa begint. De andere grote rooi in Montaña loopt ten westen van Ser’i Montaña bij Langulé door Cas Grandi naar Brakkeput.

Feesten bij begrafenis sociëteit

Recompensa (=vergelding) ligt ten oosten van Montaña en ten zuiden van de poort van Choloma, dus op de weg van Montaña Rei naar Choloma.

Het landgoed Recompensa is volgens Ephraim Balentien, één van de oudste wijkbewoners, door een blanke aan een kleurling geschonken en was later in het bezit van een Venezolaanse familie.

De winkel te Recompensa was vroeger zeer bekend in de wijde omgeving van Bandariba, mensen kwamen vanuit de buurtwijken Roi Santu en Sint Joris maar ook uit verder afgelegen barios om hier inkopen te doen.

De gronden van Recompensa waren eens eigendom van Saleh en Salomon uit Sirië. Zij verkochten het landgoed aan de Libanees Chamille die er een winkel opende onder de naam Recompensa. De winkel, ook wel Tienda di Chamille genoemd, bestond wel meer dan 60 jaar en verkocht, tot ver in de 20e eeuw, nog geheel volgens de oude traditie: goederen zoals suiker en meel werden vanuit grote zakken opgeschept en op een antieke weegschaal gewogen. Wanneer de winkel gesloten was op feestdagen werd aan het raam – bentana- verkocht.

Een bekende bewoner van Recompensa was Ma Sana, een kruidenvrouw die 112 jaar oud werd.

Vlakbij de winkel is nu een resort gebouwd.

Oudste Kas di seter op Curaçao

Recompensa stond verder ook bekend om de ‘Kas di seter,’ de Sosiedad sosiego de los pobres, eens de oudste begrafenis sociëteit op het eiland. Het is op 7 mei 1924 opgericht en op 1 februari 2025 opgeheven en dus bijna 100 jaar operationeel geweest. Leden van de Sociëteit Rust der armzaligen betaalden 25 cent per maand en kregen bij het overlijden van een gezinslid een doodskist. Families die beter bij kas waren bewaarden vroeger een doodskist in het plafond. Als iemand s’ochtends stierf werd hij ‘smiddags al begraven want er was toen geen koelcel voor overledenen. Ook was er toen geen lijkwagen dus de dode werd naar de kerk gedragen, waarbij men onderweg steeds moest stoppen om ‘van arm te wisselen’ - ‘kambia brasa’.

In 2025 zijn de leden van de sociëteit overgedragen aan een andere uitvaartvereniging.

Volgens Balentien deed de sociëteit ook dienst als het buurtcentrum van Montaña: hier werden feesten georganiseerd en tegen het jaareinde kwamen bezoekers valle uithoeken van Curaçao naar de Tambú na Kas di Seter. Verder stond bij de Kas di Seter ook een publieke telefoon, waardoor de locatie als een sociale ontmoetingsplek werd beschouwd.

Sterke Yerke

De Kas di Seter staat er nog, ten oosten van Hardin Sterke Yerke, waar tegenwoordig ook regelmatig tambúfeesten worden georganiseerd. De naam Sterke Yerke verwijst naar het vlot waarmee een groep vrienden uit Leeuwaarden naar Bonaire waren afgereisd. Naar verluidt was Yerke een man die ankers van wel 600 kilo kon verplaatsen. Het vlot liep stuk op de riffen van Bonaire maar de vrienden overleefden het avontuur en het vlot werd naar Curaçao overgebracht.

De eigenaar van het hofje, John Heronimo- Shon Moi- Martus las graag over avonturen en besloot in 1985 de naam Plantage Nacho te veranderen in Hardin Sterke Yerke. Het ‘hofje’ was daarvóór eigenlijk een echte plantage van ruim 2000 vierkante meter met vele kokosbomen. Hier staan nog diverse putten van soms wel 60 meter diep waarvan het water nog gebruikt wordt op de locatie.

Hanchi di viudo

De meeste straten in Montaña Rei zijn vernoemd naar geneeskrachtige kruiden zoals Lamungras-, Tebenk-, Welensali- en Saucoweg.

Mampurituweg heet ook wel Hanchi di viudo: Vier moeders stierven hier op nogal jonge leeftijd, maar mede door zeer actieve organisaties in de wijk zoals de Jongewacht, Verkennerij (voorlopers van de Scouting) en de Antilliaanse Meisjes Gilde, AMG, zijn hun kinderen naar verluidt toch goed terechtgekomen. De AMG was trouwens in Montaña opgericht.

Bushaltes en chauffeurs

Kwam je met de bus naar Montaña dan waarschuwde je de chauffeur dat je bij Kas di Seter te Recompensa, de openbare put, bij Dora Kleinmoedig of bij de klok zal uitstappen. Mensen hadden vroeger geen klok thuis en de overheid had bij Sterke Yerke een grote klok geïnstalleerd dat nog jaren als landmark diende.

De openbare put oftewel Pos di Gobièrnu zoals eerder vermeld in Montaña Rei deel 1, stond niet ver van de grote klok vandaan. Bepaalde gezinnen hadden een kruiwagen met ijzeren wielen en jongeren moesten na schooltijd een paar keer op en neer rijden om hier water te halen. En Dora Kleinmoedig was een bekende persoonlijkheid in de bario, waarover straks meer.

De buschauffeurs hadden opmerkelijke namen zoals Fils baha na awa, die eens te water was beland, waarna bijna niemand nog in zijn bus durfde te stappen. Andere waren Enrique Ròbu, Joe Chikί, Punjèjè, Felí Merengue en twee chauffeurs die het liefst alleen maar dames in hun bus meenamen: Djo Meisje en Charles Graanoogst alias: Schatje ga je mee?

Zoete buurtbewoners

Naast het gebouw van de Antilliaanse Meisjes Gilde, de AMG, woonde Clema. Zij zat op de zondagochtend buiten bij de kerk en na de Heilige Mis kon je bij haar terecht voor lokaal gemaakte lekkernijen. Ook thuis verkocht ze snoepgoed ‘na bentana’ - aan het raam. Ze zat daar zelf niet, de bak met snoepgoed stond daar en jongelui mochten snoep uitkiezen en het geld daar achterlaten.

Ook Maria Elía, Ulita en Bótó verkochten snoepgoed, Ulita was ook resadó, iemand die het gebed leidt bij bijvoorbeeld begrafenissen. De dames zaten elke zondag nabij de uitgang van de kerk met het uitgestalde snoepgoed. Je ging als kind elke zondag zeer gemotiveerd naar de kerk, echter niet zozeer voor de heilige mis: Je kreeg namelijk wat kleingeld mee voor de collecte en voor het kopen van snoep na de kerkdienst. Geld in je handen als kind, dat was al heel wat En dan was het ook nog de kunst om zo min mogelijk in de collecte te doen om zoveel mogelijk over te houden voor het snoep.

In de Bruscaweg woonden Jay en Rosa die de beroemde kuki di blachi -koek in de vorm van boomblaadjes - bakten. In december stond er een file in de straat vanwege de vele liefhebbers die hun traditionele kerstbrood kwamen kopen.

Op de hoofdweg in de bario, naast het ‘landhuisje’ woonde Mosa di Keti die na schooltijd waterijsjes – li- verkocht aan schoolkinderen en tijdens de schoolpauze ook belegde broodjes aanbood.

Martina, Wewe en Tuti

Ook Martina Sonjè verkocht snoepgoed in Montaña en tegenover de kerk bij de familie Cannister stond het winkeltje van Wewe die ook lekkernijen verkocht.

Millicent Ofemia -Estwick, beter bekend als Tuti, was afkomstig uit Barbados. Ze werkte op Cuba, waar ze Pablo Ofemia- Mau- ontmoette, die daar vanuit Curaçao in de rietsuikervelden kwam werken. Ze trouwden en kregen een dochter Davis-later bekend als Dora Kleinmoedig – Ofemia. Tuti maakte lokaal snoepgoed zoals tentalaria, kokada, panseiku en had ook kauwgum en snoepjes. Ze rangschikte alles in een houten bak, bond er een doek omheen en droeg dit op haar hoofd naar de schoolplein of bij de kerk voor de verkoop.

Dora Kleinmoedig

Ook haar dochter Dora stond bekend om het maken van snoepgoed die door haar dochter huis aan huis werden verkocht. Dora bakte ook taarten en hartige hapjes en ook gaf ze kookles in het buurtcentrum van Montaña.

Dora kwam op haar 15e samen met haar ouders vanuit Cuba naar Curaçao, kreeg toen naailes van de zusters en leverde kleding af aan winkels in Punda voor de verkoop. Ook had ze vele bruidsjurken en kleding voor communiekantjes op haar naam staan. Dora’s huis was door haar vele activiteiten, een landmark in Montaña Rei.

Opmerkelijke buurtbewoners

Een andere Baluarte di bario- steunpilaar in de wijk- was Rosa of Roos Martis, ook bekend als Yoyo. Ze was heel actief in de kerkelijke activiteiten in de wijk en zo bezocht ze de zieken om heilige hostie toe te dienen.

Haar man Eddy, in zijn jeugd bekend als Eddy di Djadja, was kampioen dammen in de wijk. Jongeren probeerden elke dag weer van hem te winnen, echter zonder resultaat.

De timmerman Ismaël was zeer bekend in de wijk, vele daken van huizen in Montaña zijn door Kai Petrona aangelegd en ook Benasio Isenia stond bekend als een alom gerespecteerde politieman in de wijk.

Politiepost

Montaña is één van de weinige wijken waar altijd een politiepost stond. De allereerste politiepost was een houten gebouw dat op palen was gebouwd.

Links van de politiepost, aan het eind van de Stakamahachiweg, lag een plek waar altijd olie,munten en limoenen lagen, waarschijnlijk gebruikt voor brua- praktijken, maar alle munten werden altijd meegenomen door de buurtkinderen.

Ook stond bij de politiepost een gratis publieke telefoon waar jongemannen urenlang met hun vriendinnen stonden te praten.

Ten oosten van e politiepost en ter hoogte van het kerkplein ontwikkelde zich het commercieel centrum van Montaña. Zo stond hier een Toko Fruteria die verschillende malen van eigenaar verwisselde en was het ook eens eigendom van de vakbondsleider Amabel Schoop.

Schuin voor het kerkplein stond ook een winkel van de buschaufeur Charles Graanoogst. Later kwam hier ook de eerste bakkerij op Bándariba, Panaderia Antiliana en een supermarkt van Chano Margaretha uit het naburige Rooi Santu. De bakkerij stond tot enkele jaren geleden nog bekend als één van de weinige locaties waar je nog echte pan franses punt’i tete-tepelbroodje- kon kopen.

Ten oosten van de kerk staat een huis dat veel weg heeft van een landhuis en met en omheining van zuilcactussen. Het was eigendom van de Zusters van Schijndel en werd verhuurd aan Piet Singer die hier en boerderijtje, een slagerij en een toko had.

Plantaadjes

Twaalf voormalige kleine plantages maken nu deel uit van de bario Montaña Rei: Fortuna bij Montagne, Gustavia, Mariposa, San Hose, San Mango, Sosiegu bij Beurs, Speransa Ariba, Sint Anthonie, Sint Johannes, Sint Theresa, Transvaal en Zuid Choloma.

Zo markeert het tegenwoordige Kaya Oregano de plek waar het voormalige Maripos(i)a lag. Het ligt ten noorden van de kerk en betekent nachtpitje, vlindertje.

Sosiego - ten westen van Beurs gelegen, was de sociale ontmoetingsplaats in Montaña. In een tijd waarin moderne communicatiemedia ontbraken ontmoette men elkaar hier om de laatste nieuwtjes uit te wisselen en discussies te voeren.

Gustavia ligt in het zuidoosten van Montaña en is de naam van een stadje op Sint Barthelemy

Transvaal ligt ten zuidoosten van Montaña, dicht bij Casa Grandi.

Speransa Ariba ligt ten noorden van de kerk van Montaña

Sint Theresa is een wijkje dat altijd particulier terrein is gebleven en waarop 3 huizen staan. Het ligt ten noorden van Montaña Rei op de weg naar Choloma, de plantage waar aan het begin van de 20e eeuw het eerste struisvogelpark op Curaçao, Albertina was gevestigd. De vogels werden voor hun veren gekweekt, welke in die tijd bepalend waren in het modebeeld. De naam Choloma is van indiaanse oorsprong: Cholon ma zou het geluid zijn van een voorwerp dat in vloeistof valt.

San Hosé is een plaats ten oosten van Montaña en ten zuiden van Choloma

Andere locaties in en nabij Montaña volgens Sambumbu:

Seru di Poeshi, een heuvel ten noordwesten van de kerk van Montaña, 36 m hoog;

Soledat is en plaats ten noorden van Montaña en Beurs, op de weg naar Santa Rosa;

Rotterdam is een plaats ten noorden van de kerk en ten zuiden van Klein Santa Rosa;

Mijn Wensch is een plaats ten noorden van de kerk van Montaña en ten zuiden van Merida. In de volksmond: Mijmens;

Njanja ligt ten noorden van Montaña en ten oosten van Seru di Weto. Het is de huisnaam van een vrouw;

Sabana di Baca ligt ten oosten van Montaña en ten westen van Seru Grandi en betekent koeienwei;

Seru Machu is een kaal heuveltje in Montaña ,ten zuidoosten van Seru Grandi, 50 meter hoog;

Gerst is een oude naam (1860) voor een plaats in Montaña ;

Anóbia is een knoek in Montaña Rei;

Seru di Seinpost is een heuvel ten zuiden van de Weg naar Montaña, 103 meter;

San Juan is een plaats in het zuidoosten van Montaña en ten noordoosten van Transvaal;

Wiilams is een plaats ten zuidoosten van Montaña, ten westen van Transvaal en ten zuiden van Gustavia.

Cas(a) Grandi en Kima Kalki

De voormalige kleine plantage Cas Grandi behoort niet tot de zone van Montaña Rei maar had een bijzondere sociale betekenis voor haar bewoners: het was hun recreatiegebied, men ging er fruit plukken, jagen, picknicken en wandelen.

Aangezien Montaña niet aan water grensde - het ligt er 3 kilometer vandaan- leerden veel jongeren zwemmen op Brakkeput, bij Kima Kalki, een gedeelte van het Spaanse Water waar vroeger een kalkoven stond.

Een oude gezegde luidt:’’Solo a sali Djan na Montaña’’ en betekent: Djan heeft zich verslapen (letterlijk: 'Djan was nog te Montaña toen de zon opkwam). 

Bronnen:

  • Ministerie S.O.A.W., Sociaal Kennis Centrum: Buurtprofiel Montaña di Rei;
  • Paul Brenneker: Sambumbu, diverse edities;
  • Els Langenfeld :Verhalen uit het verleden;
  • Gerard van Buurt en Sidney M. Joubert:Stemmen uit het verleden;
  • Ruud en Inge Janknegt: Curaçaose hofjes

Met dank aan: Frensel Mercelina, Lionel Cordilia, Christel Monsanto, Ephraim Balentien, Deanix Martis, Lucille Berry-Haseth, Lidia Francisca, Elvio Guillermina, Jeroen Heuvel, François van der Hoeven, Vladimir de Palm en Unidat di bario.

Lees ook de page Montaña Abou