Morgenster

Morgenster

De voormalige kleine plantage Morgenster, in de volksmond ook wel bekend als Mòrrustėr is gelegen ten noorden van Wishi, ten oosten van Veeris en ten westen van Gasparito. Hier stond vroeger een charmant buitenhuisje, gebouwd op een heuveltje in één van de rondom het Schottegat gelegen tuinen. Dit buitenhuisje is vele malen gerestaureerd en uitgebouwd en is tegenwoordig het atelier, expositie- en werkruimte van de ijzerkunstenaar Giovanni Abath.

Strubbelingen bij de schutterij

De geschiedenisboeken vermelden Morgenster in augustus 1821, tijdens ‘strubbelingen bij de schutterij’. De recent benoemde gouverneur Paulus Roelof Cantz’laar wil bezuinigen op het garnizoen door deze te combineren met de Dienst der schutterij in verband met bewaking van onder andere de stadspoort en de bastions. Bij de installatie van deze landelijke schutterij waren er ongeregeldheden op 9 augustus te Kirindongo (oost divisie), op zondag de 12e bij Morgenster ( middendivisie) en tenslotte ook bij Fontein ( (Westdivisie). De manschappen weigerden de eed omdat men het reglement niet begreep. Na uitleg werd deze alsnog afgelegd en fungeerde de schutterij nog onder de naam Stedelijke schutterij. Geleidelijk aan werden de trainingen gestaakt, kreeg men geen nieuwe uniformen en werden bovendien het garnizoen en de politiemacht beter georganiseerd. Uiteindelijk behield de schutterij alleen nog een decoratieve functie bij belangrijke ceremoniële aangelegenheden voordat het geheel verdween in 1902.

Planken huisje

Aan het begin van de 19e eeuw stond de locatie bekend als planken huisje refererend naar de kleine houten woningen op de gronden van de tuin Morgenster. Deze woningen  stonden waarschijnlijk op stukjes terrein dat door de plantage-eigenaar aan zijn slaafgemaakten  is gegeven.

De reiziger/ schrijver Maarten D. Teenstra schreef toen dat men vanaf het Planken huisje de nabijgelegen wijk Bethlehem kon bereiken.

Op de achtergrond van de planken huisjes stond op een heuveltje het landhuisje dat naar verluidt als tussenstop fungeerde voor reizigers die van Bándabou naar Bándariba trokken of omgekeerd. Morgenster werd ook te huur of te koop aangeboden als ‘tuintje’ of als ‘buitenhuis’.

Zo werd het in 1859 ten verkoop aangeboden als ’goed ingericht huis met bijgebouwen’. Ook waren er bij de verkoop inbegrepen 2 trekpaarden en een paard rijtuig. In de daaropvolgende jaren werd het huis regelmatig te huur aangeboden, maar verdwenen de bijgebouwen.

Zusters

De kapelaan en latere Monseigneur Kieckens kwam in 1855 met het plan voor een nieuw ziekenhuis en er werd een collecte gehouden om het pand IJzerstraat no. 65 – nu in Kurá Hulanda gelegen- te kopen. Daarna werd weer gecollecteerd voor overtocht van de eerste zusters uit Breda die het ziekenhuis zouden bemannen. Volgens Brenneker kwamen die eerst op krachten op het landgoed Morgenster.

De auteur N. Römer-Kenepa schrijft echter dat de zusters Maria Ursula, Maria Dorothea en Maria Johanna uit den Helder vertrokken op 7 sept 1855 en na 45 dagen, namelijk op 22 oktober op Curaçao aankwamen. Zij zouden enige tijd in het Sint Martinus internaat voor meisjes, gelegen aan het huidige Brionplein gelogeerd hebben. Omdat het Brionplein dichter bij het ziekenhuis ligt, lijkt deze versie aannemelijker. Of zouden de pioniers van het Gasthuis daarnaast ook op het charmante landhuisje van Morgenster hebben gelogeerd? In ieder geval waren ze op 3 dec 1855 bij de officiële opening van de voorloper van het Sint Elisabeth Gasthuis.

Guido Vetter

Een bijzondere eigenaar van Morgenster was de Oostenrijkse architect Guido Odilo Vetter. Christel Monsanto schrijft dat hij in 1891 in Wenen werd geboren als zoon van een boekhandelaar/uitgever. Hij studeerde architectuur en won tijdens zijn studie een medaille voor het ontwerp van een hangar voor luchtschepen. Hij arriveert in 1938 met zijn gezin op Curaçao en komt dan in dienst van het katholieke vicariaat.

Vetter is de architect van zeven kerkgebouwen op Curaçao, namelijk Soto, Steenrijk, Coromoto, Sufisant, Buena Vista en   Lagun. De laatste door hem gebouwde, opmerkelijke kerk van Zuid Bonam (1963) is geïnspireerd door de historische woonhuizen in de stad.  Ook verbouwde hij de gevel van het voormalig bisschopspaleis op het Brionplein en ontwierp hij diverse scholen, hospitalen, kloosters en andere katholieke gebouwen op zowel Curaçao, Aruba, Bonaire als de bovenwinden.

Beslag op Morgenster

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden allen die een Duitse of Oostenrijkse nationaliteit bezaten, tussen 1940 en 1945 gedwongen geïnterneerd in kampen op Bonaire. De architect mocht zijn beroep niet meer uitoefenen en uit die periode zijn dus ook geen bouwwerken van hem bekend. Tijdens de internering werd Vetter’s landhuis, Morgenster, als één van zijn eerste bezittingen in beslag genomen en verkocht. En werd het interieur van het huis gestolen of vernield. Vetter had ook een woning op Weis Afó, nabij Rio Canario, waar nu het recherchebureau staat. Ook dat werd in beslag genomen. Zijn vrouw en kinderen vluchtten met behulp van het Rode Kruis via Panama naar Amerika. Pas op 16 sept 1948 werd Vetter weer met zijn gezin herenigd op Curaçao.

De ‘kerkenbouwer’ vertrok in 1967 voorgoed uit Curaçao en keerde naar zijn geboorteland Oostenrijk, waar hij op 17 oktober 1977 overleed.

Kippen op Morgenster

In 1964 werd Morgenster bewoond door de familie Casimiri die een kippenfarm bezat. Pedro Casimiri was manusje van alles bij het vicariaat en op zoek naar onderkomen voor zijn gezin. Van het vicariaat mocht hij op landhuis Habaai wonen op voorwaarde dat hij het huis zou onderhouden. Dat deed hij en begon toen ook met het houden van kippen: eerst 10 exemplaren dat geleidelijk aan uitgroeide tot 3000 stuks. Toen landhuis Habaai een nieuwe bestemming zou krijgen moest hij uitwijken naar een locatie met voldoende ruimte voor het pluimvee en bleek de nabijgelegen Morgenster de ideale locatie. Als later zijn kinderen gaan studeren en het landhuis te groot wordt voor hen, verruilt het echtpaar Morgenster voor een kleinere woning. Door ziekte raakt het pluimvee uitgedund en uiteindelijk houdt de kippenboer het voor gezien.

Kerkhof

Behalve de bijgebouwen verdween in de loop der jaren ook het kerkhofje dat eens bij Mòrrustėr lag. Volgens Pater Brenneker lag het op een kale vlakte op een heuveltje achter die van het landhuis. Daar werden vroeger mensen uit de buurt begraven en buurtbewoners kunnen zich nog herinneren dat hier een grote ijzeren kruis stond, duidelijk zichtbaar vanaf de hoofdweg. Maar in 1972 werd ook dit kerkhofje afgebroken en op die locatie staan nu appartementen. Ook verdwenen achter het landhuis zijn een grote put en een waterbak naast een tamarindeboom.

Rond 1972 stond Morgenster ook bekend als locatie voor een openluchttheater: daar kwam namelijk om de zoveel tijd de Cinetruck te staan waar onder andere cowboy- en Zorrofilms werden vertoond. Bezoekers moesten wel zelf stoelen meenemen.

MAN op Morgenster

De familie Beaujon was rond 1980 eigenaar van het pand dat toen bijna op instorten stond. Ten zuidoosten van het landhuis, in het ANAC-gebouw, was het partijkantoor van de MAN gevestigd. En wel op de eerste verdieping vanuit welke de partijleider, wijlen Don Martina, goed uitzicht had over het vervallen landhuisje. Het bouwval werd gekocht, gerestaureerd en in 1983 officieel geopend als ‘sede’, het partijgebouw, van de blauwe partij. Op het landhuis werden, vooral tijdens verkiezingstijd, vele feestjes georganiseerd. Ook de gebruikelijke “caravana’ vertrok met letterlijk veel toeters en bellen vanuit het inmiddels blauwgeverfde landhuis.

Vuur in Morgenster  

Twee jaar na de aankoop van het gebouw brak er brand uit in het pand en bleek de linkervleugel zodanig beschadigd dat het geheel moest worden herbouwd.

Bij de laatste restauratie van Morgenster is verbrand hout ontdekt dat nu als kunstwerk wordt tentoongesteld. Mogelijk was dit nog een overblijfsel van bovengenoemde brand.

Maar het landhuis werd rond 1990 ook gekraakt door twee broers uit Marchena die daar een autogarage hadden gevestigd. Bij gebrek aan elektriciteit werden er ‘savonds vuurtjes gestookt als verlichting. Wat mogelijk ook een verklaring is voor het verbrand hout in landhuis Morgenster.

Ten tijde van de MAN werden diverse gedeelten van het landgoed verkocht, met uitzondering van het terrein direct rondom het landhuisje. Zo staat de ‘hardware’ en ijzerwarenfabriek ten oosten van het landhuis op voormalig plantageterrein van Morgenster.

Vanaf 2016 had de MAN een nieuw onderkomen aan de Rooseveltweg en stond het landhuisje er weer verwaarloosd en vervallen bij.

Experience 7.1

Maar ziedaar! In september 2023 verrees de Morgenster weer in volle glorie: Bij de entree staat dan The Light Bearer, de Morgenster in de vorm van een levensgroot metalen beeld, de beschermheer van het project Experience 7.1.en door Giovanni Abath naar eigen gelijkenis is vervaardigd. De veelzijdige kunstenaar en zijn vrouw hadden het landhuis gekocht en gerestaureerd om hier zijn atelier en galerie te vestigen.

De cijfers 7.1 staan voor zijn naam, de 7de en de eerste letter van het alfabet (GA), het is de artiest zijn ‘handtekening’ en zelfs de ijzeren reus, de Morgenster, is precies 7.1 meter hoog.

Bronnen:
  1. Monsanto : Guido Vetter ( 1891- na 1965 ) De archiefvriend , dec 2023, jaargang 29, no. 4
  2. van Ditzhuijzen: Kas di Shon, plantation houses of Curaçao;
  3. Brenneker Sambumbu no. 9;

Dr J Hartog: Curaçao van kolonie tot autonomie deel 2

M.D.Teenstra: De Nederlandsche West-Indische Eilanden;

N.C. Römer-Kenepa: Sint Elisabeth Hospitaal 1855-2005, 150 jaar van zorg en toewijding.

J.Thissen- Rojer: Curaçao Art®️ www.curacao-art.com.

Met dank aan: Christel Monsanto, François van der Hoeven, André Rancuret, Giovanni & Angelica Abath-Delgado, Indirah Peny, Aishel Commenencia, Jeroen Heuvel, Maiky Eustatia en het Mongui Maduro Library.