Mundo Nobo - deel 1
In The West Indies Room van het Curaçaos Museum hangt deze opvallende kaart van het Caribisch gebied en Amerika, te beschouwen als de nieuwe wereld, Mundo Nobo. Het is een kunstwerk in glas en lood, vervaardigd door W. Bogtman voor the World Exhibition te New York in 1939.
Vanuit Mundo Nobo is jarenlang het hele eiland van water en elektra voorzien. Vanuit hier zijn ook diverse brandjes geblust: hier staat de oudste brandweerkazerne van Curaçao. Verder is hier ook het eerste vliegtuig te zien dat ooit vanuit Nederland naar Curaçao vloog. Ook zijn van oudsher vele medische instellingen in en rondom de wijk geconcentreerd en hebben diverse organisaties hier één van hun eerste volkswoningenbuurten gebouwd.
Verder is er ook een concentratie van kerkgenootschappen en zijn de drie belangrijkste begrafenisondernemingen op het eiland in of nabij Mundo Nobo gevestigd: Zou dit met de naam van de bario te maken hebben?
Eensaamheyt
Mundo Nobo, vroeger ook Mundo Novo, Mundo Nova, De Nieuwe Werelt, D’Nieuwe Waareld of De Eensaamheyt genoemd, ligt ten westen van Otrobanda, ten zuidoosten van Plantersrust en ten noorden van het Rif. Het stond bekend als ‘ het kanoekje of buitenplaats met opstallen aan de zuidzijde van de Roodeweg.”
Het werd ‘De Eensaamheyt’ genoemd omdat het afgelegen en onbewoond was. En de Roodeweg was vroeger een knoekstraatje bestaande uit rode rotsbodem, veroorzaakt door ijzerverbindingen in de grond en het was begroeid met zuilcactussen.
Landhuis
Niet geheel duidelijk is of Mundo Nobo ooit een landhuis heeft gehad. Hoewel de nauwkeurige kaart van Werbata uit 1911 geen landhuis op Mundo Nobo aangeeft, vermeldt de auteur M.A. Visman dat ‘het eeuwenoud plantagehuis van Mundo Nobo verdwenen is door stadsuitbreiding’. Pater R. Nooijen vermeldt in de vroegere periodiek La Union, Johannes de Veer ( 1736-1794 ) directeur van de West Indische Compagnie als eigenaar van het landhuis Mundo Novo aan de Rodeweg.
Nooijen vertelt verder dat tijdens de Franse overval in 1800 de fransen hun hoofdkwartier in dit huis vestigden. Ook bij de Engelse inval in 1803, zijn bij het landhuis Mundo Nobo negen slaafgemaakten en diverse stukken vee gestolen van de familie de Veer. Abraham de Veer, een zoon van Johannes en geboren op Curaçao was tijdelijk, van 1803 tot 1804, benoemd als gouverneur van het eiland.
Ook Ribca van David Gomes Casseres, weduwe en boedelhoudster van haar man Salomon de Castro was eens eigenaar van de plantage. Oude documenten vermelden dat ze in een geschil verwikkeld was met de huurder van het terrein en beheerder van de drie regenbakken die een deel van de huur – 45 peso’s per maand – moesten opbrengen.
Proeftuin
De auteur Maarten Douwes Teenstra bezocht in 1830 de plantage Mundo Novo van de heer A. Hellmund met op de poort het grafschrift van Columbus. Hij schrijft: “ Echter in plaats van Otro Mundo (andere wereld) leest men Mundo Novo ( Nieuwe Wereld) waarnaar dit buiten (huis) werd genoemd” aldus Teenstra. In een advertentie in de Curaçaose Courant van 1850 wordt het huis Mundo Novo door de familie Hellmund te koop aangeboden.
In 1852 is Mundo Nobo eigendom van de overheid, met uitzondering van de omheinde particuliere begraafplaats aan de Roodeweg dat eigendom is van de familie Hellmund. Het ligt nog steeds op de grens van Mundo Nobo, op de hoek Roodeweg/ Boerhaavestraat.*
Documenten uit 1871 geven aan dat de grond destijds nog steeds van het gouvernement was en dat dit doorliep tot aan de begraafplaatsen aan de zuidkant van de weg.
In 1911 werd door het Gouvernement Proeftuin Mundo Nobo opgezet waar onder andere met maissoorten en sisal werd geëxperimenteerd. Ook aan de overkant van Mundo Nobo, in Baraltwijk werd mais uitgezaaid, beide experimenten echter zonder bevredigend resultaat.
Militair ziekenhuis
De Nederlandse strijdmacht bouwde In 1853 en 1854 een militair ziekenhuis op Mundo Nobo: het militair hospitaal, volgens het Buurtprofiel ook Mundo Novo genoemd, met daarnaast het drie verdiepingen hoge gebouw voor officieren, nu bekend als het Quarantaine gebouw.
De instelling beschikte over een eigen steiger aan het Rifwater (thans Pater Eeuwensweg) zodat de zieken met een bootje hier naartoe werden vervoerd. In 1892 werd het ziekenhuis te klein en verhuisde het naar Plantersrust.
Een ander militair gegeven is dat in 1913 een Kruithuis werd gebouwd op Mundo Nobo. Naarmate de bario meer en meer bewoond raakte verhuisde het Kruithuis naar Klein Kwartier en werd het Kruithuis te Mundo Nobo het eerste klasgebouw van de latere ambachtsschool ten westen van winkelcentrum Colon.
Quarantaine locatie
Door haar afgelegen ligging bleek Mundo Nobo ook uiterst geschikt als quarantaine locatie. Het voormalig militair ziekenhuis werd na 1892 gebruikt ten behoeve van gele koortslijders evenals het drieverdieping gebouw dat nog steeds het Quarantaine gebouw wordt genoemd.
Het woord quarantaine komt van het Italiaanse quaranta giorni dat verwijst naar de veertig dagen dat men tijdens pestepidemieën geïsoleerd werd om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen.
In dit gebouw werd tijdens de WO2, namelijk van november 1941 tot mei 1945, een interneringskamp gevestigd waar joodse vluchtelingen, allen vrouwen en kinderen, werden ondergebracht.
Onder beheer van de Politie Sport Vereniging, de PSV, werd het gebouw later ingericht als sociaal activiteitencentrum, de Soos. Activiteiten zoals ping pong, bingo, biljart en domino vonden, evenals de feestjes, vooral ‘savonds plaats omdat de centrale locatie van de vereniging, de Vaersenbaai dan gesloten was. Het Quarantainegebouw oftewel ‘Soos’ staat tegenwoordig op de monumentenlijst.
Medisch middelpunt
Opvallend is de concentratie van medische instellingen in en rondom Mundo Nobo. Naast bovengenoemde militaire ziekenhuizen was ook het monumentaal pand aan de van Leeuwenhoekstraat 15, schuin voor het Curaçaos museum een medische faciliteit: Volgens de voormalige oogarts Jules van Bochove die hier zijn praktijk had, bestond dit historisch gebouw oorspronkelijk uit barakken. Het werd begin twintigste eeuw gebouwd als dependance van het quarantainegebouw ertegenover. Dienstverlening was vooral gericht aan het algemeen publiek en het bleef nog jarenlang in gebruik als onderkomen voor diverse gezondheidsdiensten, waaronder ook de jeugdgezondheidsdienst DSH, Departamentu Salú Hubenil.
Vroegere buren van Mundo Nobo waren het leprozengesticht op het Rif en het krankzinnigengesticht Monte Cristo aan de noordelijke oever van het Rifwater. Deze zijn beiden later geconcentreerd te Zakitó, nabij Mundo Nobo. Ook het Sint Elisabeth Gasthuis ligt hier vlakbij waarvan bij de bouw rekening werd gehouden met de heilzame zeewind van het nabijgelegen voormalige Rifwater. Tenslotte ligt ook het nieuwe CMC, Curacao Medical Centre, dichtbij Mundo Nobo.
Wijkontwikkeling
Mundo Nobo ontwikkelde zich als wijk pas rond 1920 toen de overheid hier volkswoningen liet bouwen in verband met detachering van militaire politie op Curaçao. Deze huizen kwamen ten zuiden van de Roodeweg, op het voormalig quarantaineterrein te staan. Hier woonden gehuwde Nederlandse militaire politieagenten, gestationeerd voor 6 jaar met eventuele verlenging tot 12 jaar. Verschillende van hun kinderen keerden later terug naar Curaçao en bleven hier wonen.
Ook de Rooms Katholieke Volksbond, een door de overheid gesubsidieerde bouwonderneming, bouwde rond 1930 huizen aan de Piscaderaweg welke rond 1935 werden uitgebreid met huurkoopwoningen in de Johan de Laetstraat. In 1939 koos ook de stichting Ambtenarenwoningbouw Mundo Nobo als woonplek voor haar leden. Begin jaren 40 bouwde de overheid ook volkswoningen in het middelste gedeelte van de wijk en verbouwde men ook het voormalige militair ziekenhuis te Plantersrust om tot zeven particuliere wooneenheden.
Vanaf 1945 werd bij Mundo Nobo het drinkwaterfabriek van de Landswatervoorzieningsdienst, de LWD, gebouwd. In 1950 verhuisde de oude vestiging vanuit de Penstraat naar Mundo Nobo en ook de LWD liet woningen voor haar personeel bouwen in de directe nabijheid van hun werkplek. Aldus zijn in de wijk diverse soorten volkswoningen te zien. Hierdoor kwam er een sterke groei op gang en verschenen er meerdere particuliere middenstandwoningen aan de rand van Mundo Nobo.
Kerken
De wijk was rond 1960 bijzonder levendig door de vele sociale en sportactiviteiten die zich vooral concentreerden op en rond het sportveld dat midden in de wijk is gelegen.
Dit sportcomplex, vernoemd naar Teófilo Cuales, was beroemd om haar tennistoernooien en stond in de volksmond bekend als ‘Tennisbaan’. Teófilo Cuales is de stamvader van onder andere diverse bekende journalisten op Curaçao.
Opvallend in Mundo Nobo is de diversiteit aan kerkgenootschappen. De militaire politie in Mundo Nobo bouwde in 1936 een eigen Gereformeerde kerk van Curaçao in de wijk. In 1951 werd aan de Beeckstraat een kerk ingewijd door de Evangelische Broedergemeente oftewel Moravische Broeder Gemeente. Kerkleden waren voornamelijk van Surinaamse afkomst.
Verder werd ook de eerste Adventistenkerk op Curaçao in deze bario gebouwd, dichtbij de katholieke kerk, gewijd aan La Birgen di Coromoto. De ingang van katholieke kerken ligt traditioneel op het westen. Zo ook die van Coromoto, maar bij een verbouwing is die naar het oosten verplaatst. Het kruis op het dak duidt nog op de vroegere entree.
Ook in latere jaren vestigden zich nog diverse kerkelijke organisaties in de wijk, waaronder de Cornerstone Foundation van Joël Osteen dat opvalt vanwege de zogenaamde Engelse ‘shillings’ op het dak van het kerkgebouw.
Politieagent als brandweerman
De Brandweercentrale van Curaçao stond vanaf het begin al op Mundo Nobo en was gecombineerd met de politiedienst. De politiehuizen in de van Kraayenhofstraat en de Jacob Binckestraat stonden dichtbij de brandweerkazerne en bij branduitbraak ging het alarmsirene te Mundo Nobo af waarbij dienstdoende agenten als brandweerlieden moesten uitrukken met de brandwagen. Pas na de onlusten van 30 mei 1969 werden brandweer en politie van elkaar gescheiden en werd officieel de brandweer in 1975 als autonome afdeling ingesteld, inclusief de afdeling rampenbestrijding.
De VKC
Naar aanleiding van de overval van de Venezolanen onder leiding van Urbina op het Waterfort en ontvoering van de toenmalige gouverneur, werd in 1929 door Carel ‘Shon Cai’ Winkel, het Vrijwilligerskorps Curaçao, de VKC, opgericht. Winkel was van mening dat Nederland te ver weg lag en dat Curaçao zichzelf moest kunnen verdedigen.
Het hoofdkantoor van de VKC was gevestigd in het Quarantainegebouw en verhuisde in 1963 naar de nabijgelegen kazerne in de van Leeuwenhoekstraat, recht tegenover het Curaçaos museum. Tom Josefa, voormalig VKC-lid, vertelde dat het kantoor op de bovenverdieping van de kazerne was gehuisvest, met in de benedenverdieping een wapenkamer en een ruimte waar de uitrustingen werden bewaard. De VKC bleef nog tot 1984 in het gebouw, waar tegenwoordig een begrafenisonderneming is gehuisvest. Alle drie grootste begrafenisondernemingen op Curaçao hebben trouwens hun rouwkamers in Mundo Nobo en omgeving.
Trainingen van de VKC werden op het terrein van de huidige Sociale Verzekeringsbank, SVB, te Sufisant in verband met de faciliteiten van de marinierskazerne aldaar en ook bij het Quaraintainegebouw te Mundo Nobo, gehouden. Elke zondag-ochtend werd te Mundo Nobo de vlaggenparade gehouden waarbij de commandant een toespraak hield.
“Eenmaal in het vrijwilligerskorps is niets meer vrijwillig”, aldus Josefa. “Men is verplicht orders, trainingen en cursussen te volgen en kan ten tijde van oorlog van uniform veranderen en als militair worden ingezet.” De VKC is tegenwoordig in de marinierskazerne te Sufisant ondergebracht.
Curaçaos Museum
Het voormalig militair hospitaal werd in 1947 verbouwd als huisvesting voor het Curaçaos Museum. Hier staat onder andere de oudste eettafel op het eiland en het grootste carillon in het Caribisch gebied bestaande uit 47 klokken en dat ingewijd werd in 1951.
In het paviljoen in de tuin van het museum staat de gerestaureerde cockpit van de Snip, het eerste KLM-vliegtuig dat in 1934 vanuit Nederland naar Curaçao vloog. In 7 dagen, 19 uur en 20 minuten om precies te zijn, met tussenstop in Suriname.
En in de West Indies Room hangt de kaart van West Indië die de Nederlandse overzeese gebieden – in die tijd inclusief Suriname- aangeeft. Het is een kunstwerk in glas en lood, vervaardigd door W. Bogtman voor the World Exhibition te New York in 1939.
Drukkerij
Ook op Mundo Nobo staat Drukkerij de Stad, één van de oudste op het eiland, waar alle kranten op Curaçao, behalve de Amigoe worden gedrukt. Op deze plek stond eerst een handelsondernemimng van Singer Naaimachines en een opslagplaats voor meubels. Het werd op 22 november 1929 gekocht door de familie Jonkheer die hier een drukkerij vestigde en in 1963 de, voor die tijd moderne – offsetdruk introduceerde.
‘Scheidelaar te Mundo Nobo’
Onlosmakelijk verbonden met Mundo Nobo is de naam Scheidelaar. In 1850 kwamen de twee broers Jan en Hendricus Scheidelaar uit Deventer aan op Curaçao. De Scheidelaars waren later belast met het opzetten van olietanks in de haven van Willemstad en Venezuela. In 1919 verkocht de familie kerosine van de raffinaderij en in 1927 kwam het pompstation aan de Roodeweg, dat nog steeds door de derde generatie van de familie wordt beheerd. Ook de gebouwen direct naast het pompstation, waaronder een monumentaal pand met fraaie gevelversiering zijn eigendom van de familie.
*Zie ook Mundo Nobo 2: De kerkhoven aan de Roodeweg en Plantersrust.
Bronnen:
Ministerie S.O.A.W.: Buurtprofiel Mundo Nobo;
M.D.Teenstra:Beknopte beschrijving van de Nederlandsche overzeesche bezittingen;
R.Cecilia: Kompilashon ruta Historiko Mundu Nobo;
M.A.Visman: De herkomst van onze streek- en plantagenamen
R.Nooijen: Historia di Landhuis Habaai,La Union ;
J. van Soest:Olie als water
Met dank aan: André Rancuret, Christel Monsanto, Ruthson Cecilia, Emlyn Pietersz, en François van der Hoeven.