Nieuw Nederland / Monte Verde

Nieuw Nederland / Monte Verde

De gronden die tegenwoordig Nieuw Nederland heten, maakten sinds 1923 deel uit van Monte Verde. De krant Amigoe van 16 juni 1923 vermeldt de aankoop van de uitgestrekte gronden van Monte Verde door de Dominicaanse zakenman Leopoldo Camarena. Junnes Sint Jago verhaalt in zijn essay ‘De opkomst van de Curacaosche wijk Nieuw Nederland’ dat Camarena zich aan het begin van de twintigste eeuw op Curaçao had gevestigd als agent voor de bekende dominicaanse sigaretten van het merk La Fama. Hij werd dankzij dit agentschap een vermogend man zodat hij het toen zeer uitgestrekte Monteverde kon kopen en deze omdoopte tot ‘Villa La Fama’. Het terrein is hoog en fris gelegen met uitzicht op zee en geheel Pietermaai. De naam La Fama leeft volgens Junnes Sintjago nog steeds voort in een buurt boven Chère Asile, een zijstraat van de Grebbeliniweg. Brenneker omschrijft La Fama als “een wijk ten oosten van het Katholieke Kerkhof op Berg Altena dat ook Villa La Fama of San Hose wordt genoemd.”

Monte Verde
Monte Verde was toen een veel groter gebied dat behalve Chèr Asil, ook de gronden bekend als Rusthof, de perceelen van den Vianenweg, Saartje, Foei, Payen en ….. Stuyvesant besloeg en nu Nieuw Nederland worden genoemd.
Cornet of Coronet en Pietermaai Pariba vielen daarbuiten. Duidelijk is dat het toenmalige Monte Verde gezien werd als een wijk buiten de stad, terwijl Pietermaai Pariba nog wel als onderdeel van de stad werd beschouwd.
De naam Monte Verde schijnt door de zusters van Simon Bolivar aan de toenmalige ‘groene heuvel’ te zijn gegeven. De zussen waren uit Venezuela gevlucht en woonden in het octagon bij het latere Avila beach Hotel, met uitzicht op deze locatie.

Leopoldo Camarena
Junnes Sint Jago verhaalt verder dat vanwege de vestiging van de olieraffinaderij in 1915 en ten gevolge daarvan de grote toestroom van immigrantenarbeiders, een nijpend gebrek aan woningbouwterrein nabij de stad was.
Camarena had grootse plannen : Hij wilde het gehele terrein,waarop al 200 huisjes stonden en gezinnen woonden,in kleine perceeltjes verkavelen en deze  verhuren voor de bouw van kleine woningen. Ook zouden er sportterreinen komen met onder andere een tennisbaan en baseball veld. Verder moesten er goede wegen komen, een project dat door de overheid werd ondersteund met plannen voor aanleg van de Stuyvesantweg, Chère-Asileweg, Koppelstraat en een verlenging van de Oranjestraat. De overheidsondersteuning was vooral bedoeld om zo snel mogelijk het tekort aan bouwkavels op te lossen. In plaats van de overheid waren het vroeger namelijk particulieren die hun grond verhuurden aan arme mensen voor het bouwen van goedkope huisjes. Er waren geen straten, alleen huisnummers. De particulier werd hiervoor door de overheid betaald, maar een planmatig verkavelingsplan hiervoor was toen geen vereiste.

Den Bònt
Camarena speelde in op de enorme behoefte aan bouwterreinen en probeerde het zo te regelen dat de overheid, naast de infrastructuur ook volkswoningen op zijn terrein zou bouwen. En hoewel de overheid niet op particuliere gronden investeerde, lukte het hem gedeeltelijk toch via een omweg: rond 1936 bouwde de Curaçaosche Rooms-katholieke Volksbond, een door de overheid gesubsidieerde woningbouworganisatie, de huisjes van Den Bònt ten zuiden van de Oranjestraat.

Preis di famia
Door de toegenomen aantal inwoners zocht het bisdom ook naar een geschikt terrein om een kerk te bouwen en kreeg dit als schenking van de Dominicaanse zakenman. Dit, op voorwaarde dat de kerk gewijd zou worden aan La Virgen de Altagracia, patroonheilige van de Dominicaanse Republiek. De kerk is in 1950 ontworpen door de Oostenrijker Guido Vetter en op 9 mei 1952 geïnaugureerd door de Dominicaanse president Héctor Trujillo. Monseigneur Verriet mocht daarnaast nog een stuk grond erbij nemen voor de pastorie, maar toen hij ook voor de bouw van een school een stuk terrein wilde zei Camarena dat hij deze voor preis di famia- een vriendenprijs – mocht kopen.

Belastingachterstand
Leopoldo Camarena overleed te Curaçao op 3 augustus 1949 op de leeftijd van 74 jaar. Volgens Junnes Sint Jago bleek dat bij het overlijden van zijn weduwe Olimpia Nadal op 11 november 1966, geen erfgenamen waren aangewezen. De dichtstbijzijnde naaste persoon van het paar, Jose Leopoldo Enrique Bennebroek-Gravenhorst, had de nalatenschap nooit volledig aanvaard en na zijn dood, begin jaren 2000 bleek dat er een enorme belastingachterstand was van het kolossale terrein, in 2004 nog 41.841 vierkante meter groot. Het terrein werd dus door de overheid opgeëist en de bewoners konden nu eindelijk rekenen op verbetering van de leefomstandigheden in de wijk.

Achterstandswijk
Nieuw Nederland stond namelijk lange tijd bekend als een achterstandswijk, dichtbevolkt, met kronkelende stoffige zandweggetjes die gevuld waren met grote plassen water tijdens regenperiodes. Door het ontbreken van afrastering liepen kippen, geiten en varkens vrij rond.
Sanitaire voorzieningen ontbraken waardoor afwas en badwater over de straten stroomden en men om 5 uur ‘snachts met sanitaire kerosineblikken, koprá (emmers of tonnetjes) op het hoofd naar de zeekant liep om een en ander te lozen. Rond 1950 kon men deze ook tegen vergoeding van ‘dos plaka’ laten lozen door Shakalagalachi alias Shakalaga die op Parera woonde of Jonchi Bunchi , twee mannen die hiervan hun beroep hadden gemaakt.
De huizen bestonden meestal uit een eenvoudige woonkamer, een keuken en twee slaapkamers waar veel grote gezinnen samenwoonden.

Kleurrijke houten huisjes
Nieuw Nederland is dus, evenals de naburige wijken van de stad zoals Fleur de Marie en Sint Jago, ten gevolge van woningnood in de stad en werkgelegenheid in de haven en bij de raffinaderij, ontstaan. Het was oorspronkelijk een arbeiderswijk, met immigranten uit voornamelijk Engelssprekende eilanden zoals St Kitts, Jamaica, Antigua, Trinidad, Anguilla, Sint Maarten en Statia maar ook Portugezen, Venezolanen, Bonairianen, Surinamers en enkele Curaçaoënaars.
De Engelse bewoners introduceerden de kleurige houten woningen die in de wijk nog altijd dat typisch Caribisch sfeertje van de bovenwinden bepalen.
Monique Rosalina schrijft in haar boek Wooden houses of Curaçao dat de grootste concentratie van houten huizen op Curaçao in de wijken Nieuw Nederland, Coronet en Monte Verde te vinden is, en wel vanaf eind 19e eeuw.
In Nieuw Nederland stonden ook de typische chattel houses uit Barbados, die zonder spijkers ingeklapt konden worden en gemakkelijk verplaatsbaar waren. Maar er waren ook houten huizen op palen, gelijkend op Surinaamse huizen op neuten, (pilaren) waaronder de kinderen uit de wijk hun speelplek hadden. En vermeldenswaardig zijn ook de ‘kas di bleki’, gemaakt van platgeslagen kerosineblikken waarvan er nog drie in de wijk staan.
De Bonairiaan, traditioneel ‘man van de zee’ vestigde zich in de Penstraat (Zeewijk), zoals bijvoorbeeld, Simon Felida, naar wie Boka Simon is vernoemd en Ido van Dinter die een grote vissershut had gebouwd voor alle vissers bij ‘Hala Canoa’.
De mannen werkten bij de Isla of deden het laden en lossen van schepen in de haven en de vrouwen werkten vaak in de sjieke stadshuizen van Punda en Pietermaai en/of hadden een ‘bentana’. Naast visserij deed men tot 1925 ook aan landbouw en veeteelt en woonden er ambachtslieden zoals timmerlui, metselaars, ijzer-en goudsmeden en deed men aan huisnijverheid.

Smeltkroes
Hoewel de wijk een smeltkroes was van diverse culturen en godsdiensten vormde de bevolking een hechte sociale gemeenschap waarbij de arme gezinnen elkaar zoveel mogelijk hielpen. Zo was er veel sociale controle in de wijk, paste men op elkaars kinderen en werden er gezamenlijke vakantie- activiteiten georganiseerd, veelal in samenwerking met religieuze groeperingen die hier ruim vertegenwoordigd waren: de Zevende dag adventisten, Jehovagetuigen, Ebenezer church (Protestanten), Methodist Church, Anglicanen, Katholieken op Steenrijk en de Pentecostal Church die zorgdroegen voor sociaal-culturele activiteiten in de wijk. Interessant gegeven: De Soup Kitchen van de Ebenezer Church in de Oranjestraat, is een verbouwde regenbak. De kerk bestaat sinds 1929 en is vernoemd naar Obed Anthony, een methodiste lekenpredikant van Dominica die werkzaam was bij de Shell. Hij begon in Nieuw Nederland met huiselijke godsdienstoefeningen voor engelstalige protestante immigranten, meestal methodisten, die in de wijk woonden.
Kinderen waren voor onderwijs aangewezen op de Oranjeschool in de Oranjestraat dat voor min- of onvermogenden was bestemd maar bezochten soms ook scholen te Steenrijk of in de stad. Afstanden werden meestal te voet afgelegd, er waren maar weinig auto’s in de wijk.

Bentana’s
Nieuw Nederland telde vele ‘bentana’s- raamwinkeltjes- tienda di Tina, Linchi i Alim, Petra ku Hein en Joe Bata en minimarkets zoals Get Up, zo genoemd omdat de eigenaar de jongens verjoeg die op het terras van de winkel kwamen zitten. Ook was er de Surinaamse Lelin Fernandes, de portugese Manuel en de beroemde Diamonds Bakery, bekend van de pan franses di tete (tepels) en niet te vergeten Enriki Patu, een van de weinige zaken op Curaçao dat gespecialiseerd was in fietsonderdelen. Enriki kreeg die bijnaam vanwege zijn bepaalde manier van lopen. Hij verkocht ook brandstof en verder alles wat je maar bedenken kon. Nieuw Nederland had zelfs kruidenvrouwtjes: Rosa Daíta en ook Adelaida Morales die bijna 102 jaar oud werd. Beiden werden door cliënten van heinde en verre bezocht. Van Adelaida is in de Den Helderstraat een muurschildering onthuld aan de hand van Aemy Felicia- Niña Feliz- en gefinancierd door Curadoet 2023.
Vele van bovengenoemde winkels stonden in en rondom de Sittardstraat, welke dan ook als hotspot in de wijk werd beschouwd.

Bario den bario
Nabij de Sittardstraat, liggen de IJmuidenstraat en de Den Helderstraat. Deze straten lopen parallel: de voorkant van de huizen is in de IJmuidenstraat en de achteruitgang aan de Den Helderstraat. Deze omgeving in Nieuw Nederland wordt Sint Kitts genoemd: hier woonde oorspronkelijk een concentratie van immigranten afkomstig van dit eiland.
Volgens het wijkprofiel van het voormalige Kennis Centrum Curaçao, behoort Nieuw Nederland tot Berg Altena (tot en met de Sittardstraat). Maar Sint Kitts valt vanaf de Sittardstraat onder het wijkprofiel van Steenrijk. Sint Kitts werd altijd als een apart wijkgedeelte beschouwd, al is het officieel wel een deel van Nieuw Nederland.

Zie ook: Nieuw Nederland deel 2 , De Penstraat, De Oranjestraat , Cher Asil en La Fama

Bronnen:
Ministerie S.O.A.W: Wijkprofiel Berg Altena
M.Visman: De herkomst van onze streek- en plantagenamen
J. Sint Jago: artikel:’ De opkomst van de Curacaosche wijk Nieuw Nederland’.
J. Hartog: Journalistiek leven op Curaçao
Tessa Everts – afstudeerscriptie :Openbaar park en community garden in woonwijk St Kitts –
Pater Eeeuwens: Curaçao in 1804
J. van Ditzhuijzen, Napa 30 januari 2016
Dr William Charles de la Try Ellis – verzameld cahier
P. Brenneker: Sambumbu, diverse edities

Met dank aan: Junnes Sint Jago, André Rancuret, Rensley Victoria, Jeroen Heuvel, het Historisch Archief en Mongui Maduro Library.