Noordkant
Op het midden terras van de voormalige plantage Noordkant en op de grens met plantage Hato ligt de Gròt di Norkán – Grot van Noordkant, met een oppervlakte van 12.490 vierkante meter de grootste grot op Curaçao.
Kenmerkend voor de grot is de naar alle kanten uitgestrekte ruimte op kruiphoogte, afgewisseld door plekken waar je wel kunt staan. Ook zijn er ‘kamers’ met een gat in het ‘dak’, waarvan de twee grootste tevens toegang tot de grot verschaffen.
Geen pretje
De Gròt di Norkán is meer dan tweemaal zo groot als die van Hato, die 4900 vierkante meter is en als bezienswaardigheid wordt geëxploiteerd.
Bij de Kueba di Noordkant is dergelijke exploitatie niet mogelijk. Het is ook zeker geen pretje: van buitenaf moeilijk bereikbaar en van binnen weinig ruimte door het lage plafond waardoor men – soms ook in het donker- met door uitwerpselen van vleermuizen bedekte gangen moet kruipen. Uitwerpselen van de vleermuizen kunnen bovendien de gevreesde ‘grottenziekte’ – een soort longinfectie, veroorzaken. Omdat de grot zich naar alle kanten uitstrekt is navigatie niet eenvoudig en de GPS werkt natuurlijk niet onder de grond!
In de Gròt di Norkan werd eens holenfosfaat gevonden, exploitatie bleek echter niet rendabel. Oude gereedschappen zoals boorbeitels, stangen en een krik die mijnwerkers in de grot hebben laten liggen, herinneren nog aan dit avontuur.
Aan de voet van het midden terras tegenover de grot ligt een ‘ verzonken bos’ met een reusachtige manzaliñaboom.
Indianen
Uit onderzoeken door Pater Paul Brenneker en de bioloog H.E. Cooman in 1958 en 1959 blijkt dat Noordkant mogelijk een indianenwoonplaats is geweest. In tegenstelling tot andere plantages aan de noordkust, zoals Sint Joris en Hato, is hier geen archeologisch onderzoek gedaan naar eventuele overblijfselen van de inheemse bevolking. Maar de belangrijkste en meest visrijke ‘boca’- inham- van Noordkant draagt wel de indiaanse naam ‘Shankúri’.
Norkán
De voormalige plantage Noordkant, in de volksmond Norkán, ligt aan de woeste noordkust van Curaçao. Het wordt in het oosten en het zuidoosten begrensd door Brievengat en door Schelpwijk en Rancho in het zuiden. Het adres van het landhuis is Rancho z/n. Het grenst in het noorden aan de kust en in het westen aan plantage Hato. Met 593 hectare grond behoorde het tot één van de grotere plantages in de vroegere oost divisie van het eiland.
Veeplantage
Plantage Noordkant is aangelegd op het laag- en op de rand van het midden terras. Op het hoog terras, dat verder naar het westen ligt en waarvan de oorspronkelijke naam Seru di Waterloo is, staan de villa’s van Sunset Heights.
Noordkant is vanaf het begin waarschijnlijk door de directeuren van de West Indische Compagnie, de WIC, of hun relaties als plantage aangelegd.
Rond 1700 was hetin ieder geval een vee plantage van de WIC met slaafgemaakten en een uitgebreide veestapel met hoornvee, schapen en geiten. De WIC probeerde in 1707 en 1710 de plantage te verkopen, echter zonder resultaat. Tot 1795 bleef WIC eigenaar van Noordkant en zij verhuurde de plantage aan planters zoals Pieter de Mey – naar wie Pietermaai is vernoemd – die hier plantte en ook wat vee hield.
Noordkant behield door de jaren heen steeds het karakter van een vee-plantage. Zo wordt in een advertentie van 18 juni 1820 aangekondigd dat de plantage geveild zal worden en dat het privilege heeft voor het houden van koeien, geiten en schapenkoralen.
Landbouw op rotsbodem
Men is na aanleg van de plantage meteen begonnen met de ontwikkeling van het terrein voor de landbouw. Ondanks de overwegend rotsachtige bodem had de plantage toch twee zeer vruchtbare stroken landbouwgrond, één ten westen van het landhuis en de andere aan de voet van het midden terras. Langs de rotswand van dit midden terras ligt namelijk een vrij dikke vruchtbare humuslaag op de ondergrond van kalksteen. De Werkgroep Archeologie vond in 2011 hier een voor zover bekend, unieke ronde waterbak, gezien de bouwwijze daterend uit tenminste de 19e eeuw. Van recentere datum lagen hier onder andere ook restanten van een ploeg en een niet nader geïdentificeerde landbouwmachine.
Landhuis Noordkant
Het landhuis is vrij klein, eenvoudig en karakteristiek, met mooi uitzicht op de woeste zee aan de noordkust. Het middelste gedeelte, met zadeldak is wellicht het oudste deel, waarschijnlijk daterend van vóór 1800. Op de façade van de topgevel van dit centrale gedeelte staat 1857 gegraveerd, waarschijnlijk het jaar waarin het landhuis werd verbouwd.
Het heeft een frisse zolder met 4 ramen, een aanbouw in het zuiden en in het noorden de keuken, met schoorsteen en aangebouwde regenbakgebouw. De regenbak is op zijn beurt via een aquaduct verbonden met een grote iets verderop gelegen grote mangazina met zadeldak. Aldus liep van het landhuis en de magazina al het water naar dit regenbakgebouw. Kennelijk heeft men bij de bouw van het landhuis veel aandacht besteed aan de opvang van regenwater. De mangazina staat ten noorden van het landhuis met daarvoor 2 putten die echter verborgen gaan achter begroeiing.
Het landhuis heeft verder een open binnenplaats op het noordoosten waar een mangoboom extra schaduw geeft.
Twee kerkhoven
Landhuis Noordkant werd rond 1980 nog gerestaureerd. De ramen en deuren met traditionele shutters werden vervangen door boogvormige openingen die nooit zijn dichtgemaakt. Het leegstaande landhuis werd rond 1990 nog beschilderd voor het organiseren van Halloween parties.
In de zuidwesthoek staan nog enkele duidelijk herkenbare veekoralen en aan de zuidkant van het landhuis staat nog een tweede mangazina.
Ten noorden van het landhuis heeft, zeer dichtbij, een kerkhof gestaan. De plaats heet nog steeds Santana. Daar staat ook de Piedra di Santana, de kerkhofsteen. In het westelijk deel van dezelfde plantage, bij Soleana, lag nog een kerkhof.
De oude toegangsweg naar het landhuis loopt vanaf de Gosieweg naar het noorden toe en is tevens de grensweg tussen Rancho en Schelpwijk. Plantage Noordkant is echter privéterrein.
Eigenaars
Volgens de auteur Els Langenfeld kocht Abraham Pinedo, eigenaar van Koningsplein, de plantage Noordkant op 16 januari 1811. Zijn weduwe verkocht de plantage al op 20 maart 1812 aan Constantinus Schotborgh. En op 6 december 1821 verkocht Constantinus Schotborgh de plantage weer aan de weduwe van Abraham Pinedo, Ribca oftewel Rebecca. Zij beheerde vanaf toen weer beide plantages. In 1828 wordt zij nog als eigenaar vermeld en heeft dan 31 slaafgemaakten aan het werk, waarvan 7 a 8 te Koningsplein en de rest bij Noordkant dat een veel grotere plantage was. In 1830 verkocht zij Noordkant aan Mozes de Marchena jr.
Familie de Windt
Mozes de Marchena verkoopt in 1831 de plantage aan Alexander Evertsz die tevens als district meester benoemd werd voor het district Noordkant. Hij moest een keer bij de fiscaal komen oftewel: Hij werd gearresteerd, maar waarvoor is niet bekend. Evertsz verkocht de plantage in 1838 aan Elisabeth Mercelina de Windt en Hendrik Daniël de Windt plus Mozes de Marchena jr. Deze laatste verkocht in 1844 zijn aandeel in de plantage aam Elisabeth Mercelina de Windt. Opvallend is het feit dat dezelfde families het landgoed verkopen en dan weer terugkopen. Totdat het in 1838 in handen kwam van de familie de Windt en tot nu toe, anno 2026 in hun bezit is gebleven.
Naar verluidt vestigde de stamvader van de familie de Windt, Willem, zich op plantage Koningsplein nadat hij betrokken was geweest bij de Slag bij Waterloo (1815). Hij had een gezin bestaande uit 12 zonen en een dochter. Vanuit Koningsplein kocht de familie, behalve Noordkant, onder andere ook de voormalige plantages Waterloo (!) – nu bekend als Sun Valley en Sunset Heights- Rancho en Rooi Canarie met Suffisant. Samen uiteindelijk één enorm groot aaneengesloten gebied in de toenmalige midden divisie van Curaçao.
Parochie Santa Rosa
De katholieke Hendrik Daniël en zijn zusters Elisabeth Mercelina en Helena Paulina waren actieve leden van de parochie van Santa Rosa, waartoe Noordkant toen nog behoorde. Hendrik Daniël- ‘Hein’ was persoonlijk goed bevriend met pastoor Putman van Santa Rosa en hielp niet alleen met het inzamelen van geld voor de bouw van een kerk, hij stuurde in 1838 ook materiaal, slaafgemaakten en vervoermiddelen om Putman te helpen bij de bouw. Volgens de kerkboeken van Santa Ana was hij rond 1820 getrouwd met Theodora Damoe, oftewel D’Amour, een Française uit Haïti.
Het landhuis werd in 1982 nog bewoond door de familie de Windt die ook een steenbrekerij beheerde. Bij het sluiten van de steenbrekerij waarvan de ruïnes nog ten noordwesten van het landhuis te zien zijn, verliet men het landhuis met achterlating van onder andere het gehele meubilair. De ‘set di sala’, zitkamerset werd door jongens uit Schelpwijk op ezelsruggen weggedragen en staat nu in het kleine museum Labizjan te Tera Kòrá.
Laurens, een zoon van Hendrik Daniël en Maria Damoe, was de laatste bekende eigenaar van Waterloo. Bij de ingang van de nieuwe wijk Sun Valley ligt nog het kerkhofje van deze familie, de tot nu toe, laatste eigenaars van Noordkant.
De boka’s van Plantage Noordkant
De boca’s die op Noordkant liggen zijn van oost naar west: Boka Santu Pretu, een inham met zwart zand, dat op de grens met plantage Brievengat ligt en die zeer visrijk is;
Shankúri, een indiaanse naam voor één van de meest visrijke plekjes aan de Noordkust met grote scholen aasvis waardoor vele diepzeevissen en ook haaien dichtbij de kust komen. Opvallend bij Shankúri is dat er veel zand onder de zeespiegel, ligt waardoor het water een heel aparte, bijzondere kleur blauw heeft dat zich zichtbaar van de omgeving onderscheidt. Het vele zand vormt de perfecte hang out voor bepaalde vissoorten;
Skonde Friu,–bescherming tegen de kou- wordt door Brenneker ook als belangrijke visplaats genoemd. Het is minder productief dan Shankúri en tegenwoordig minder bekend bij de rotsvissers van Noordkant.
Opmerkelijke namen
Drie opmerkelijke namen voor de drie baaien van Noordkant.
Maar ook op andere locaties van de voormalige plantage komen opvallende namen voor waarvan de betekenis niet altijd bekend is. Brenneker heeft ze hoe dan ook gedocumenteerd en ongeveer van oost naar west liggen dan:
Costa di Norkan –de Kust van Noordkant – het meest oostelijk deel van de plantage dat ten oosten van Boka di Santu Pretu ligt. Ook Karké en Hoffie Ariba liggen aan de noordkust in het oosten van de plantage. In het laag gelegen deel in het oosten ligt Cunucu largu, lange knoek.
Aan de noordkust liggen verder Plata hundu (diep bord) Bou di Plata -onder of ten westen van het bord -en Awa Blanku (wit water). Ook Lugá maluku ( lastige plek) ligt aan de kust, dichtbij Buraku di piskechi, een hol aan de noordkust , ten westen van Awa Blanku. Piskechi is een kleine vis. Ook aan de noordkust, dichtbij Lugá Maluku ligt Banki* di robekki, het Roodbekvisje.
Marsbanker werd ‘Masbangu’
En Buraku di Masbangu is een inham aan de noordkust. Masbangu is verbastering van ‘marsbanker’ een kleine vissoort dat in scholen rondzwemt, vaak in treknetten wordt gevangen en als lekkernij geldt voor vele eilandbewoners. Ten westen van Buraku di Masbangu en ten noordoosten van het landhuis, ligt een kale plek dat Kabes limpi–kaal hoofd- wordt genoemd.
Ten noorden van de knoek en ook ten noorden van het landhuis ligt Laba Cueru waar waarschijnlijk dierenhuiden werden schoongemaakt. Noordkant was tenslotte een veeplantage. Ook Labadera – wasplaats-, ligt aan de kust
Aan de noordkust in Noordkant liggen ook diverse heuveltjes van steen met een kruis als teken dat daar iemand, vaak een kustvisser, verdronken is.
Ook tekenend voor de kust bij Noordkant zijn dwaallichten en geluiden van geesten: slaafgemaakten die zelfmoord wilden plegen kwamen daarvoor vaak naar de noordkust, dus ook naar Noordkant.
Ten westen van Noordkant
In het westen van de plantage liggen de heuvel Seru di Gandjiu en de locaties Ca’i Martins (huis van Martinus) en Pos blanku oftewel Witte put, een klein natuurlijk waterreservoir. Ten noorden van Pos blanku ligt Pos di Wau en verder ook Tanki Merikano, waar Amerikanen en tank hadden gebouwd.
Ook in het westen en aan de kust liggen Bordo meimei– middelste rotsrand- en Banki Plat. Tenslotte liggen in het uiterste westen van de plantage de locaties Shankuri en Tumbánga.
Dichtbij het landhuis
Ma Keke ligt ten noordwesten van het landhuis. Ten westen van het landhuis liggen Tanki di Pos Sabana, een natuurlijke waterreservoir en Serka di Hoeki.Ten zuidoosten en ten zuidwesten van het landhuis liggen respectievelijk Cueba chiki, Kleine grot en Cueba grandi – Grote grot oftewel de Gròt di Norkán
De heuvelrug
Ook de heuvelrug in Noordkant heeft verschillende namen, zoals Tera blanku, Witte aarde, een deel van de heuvelrug in het midden en het zuiden van Noordkant, aan het begin van de weg naar het landhuis. Seru di Pietermaai is het deel van de heuvelrug, waar de weg afdaalt naar het landhuis en refereert aan de voormalige huurder van de plantage, Pieter de Mey. Peiladó,–uitkijkpost- en Soleana zijn delen van de heuvelrug, respectievelijk ten oosten en ten westen van het landhuis.
Noordkant te koop
De plantage staat tegenwoordig- augustus 2026 – te koop als “ Zeldzaam stuk Curaçao aan de ruige noordkust, met een oppervlakte van circa 569 hectare en ruim 7 kilometer aaneengesloten kustlijn tussen de weg naar Playa Kanoa en de Weg naar Shut.
Het is Eigendomsgrond, totaal 5.684.670 m2, met geldende conserveringsbestemmingskader en de vraagprijs is XCG
7 .000.000 onder voorbehoud van rechterlijke toestemming”.
*Een ‘banki’ is een lager gelegen, uitstekend rots aan de kust waar men bij eb op kan staan om te vissen. Anders dan de naam doet vermoeden kun je hier dus niet zitten zonder risico te lopen door een onverwachte hoge golf te worden meegesleurd.
Bronnen:
- Verslagen Archeologische Werkgroep: Plantage Noordkant
- Nooijen, N: de geschiedenis van plantage Koningsplein
- Nooijen, N: Van Bellefaas Martis tot Angel Obia
- van Ditzhuijzen, J.:Landhuizen van Curaçao
- Renkema W.J.: het Curaçaose plantagebedrijf in de negentiende eeuw.
- Brenneker, P.: Sambumbu, diverse edities
- Domicillie Real Estate
- Langenfeld, E .& van der Lee,T: Inventaris eigenaars van plantages, landhuizen en tuintjes van Curaçao.
Met dank aan: André Rancuret, Frensel Mercelina, François van der Hoeven, de Archeologische Werkgroep, Jeroen Heuvel en Mongui Maduro Library.