Ronde Klip

Ronde Klip

Het meest opvallende aan de voormalige plantage Ronde Klip is het plantagehuis dat gebouwd is in een unieke monumentale classicistische stijl. Het oudste gedeelte bestaat uit twee verdiepingen en dateert uit 1860. De meest recente aanbouw is de indrukwekkende royale opgang naar het terras en het front dat op zes pilaren steunt en in 1904 is gebouwd.

Het was, na Santa Barbara, de grootste plantage in de oostdivisie, wel 825 hectare groot en werd al in 1725 genoemd in verband met het ’privilege voor het weiden van vee’. Ronde Klip had een ruime veestapel, men verbouwde er aloë maar katoen was, vooral rond 1820, het belangrijkste product dat de plantage opleverde.

Ronde Klip ligt aan de noordkust, ten westen van Santa Catharina, eveneens een voormalige katoenplantage. De plantages werden vroeger weleens samengevoegd en eens was Hermina Adriana Price van Santa Catharina getrouwd met dokter Jacob Bennebroek Forbes, toenmalige eigenaar van Ronde Klip.

De plantage was wel 40 jaar lang in het bezit van de familie Forbes. Zowel dokter Waters Forbes en zijn zoon en eveneens arts, Jacob waren zeer katholiek gezind: gedurende meer dan vijf jaar werden er stenen van Ronde Klip losgehakt en in processie op het hoofd naar Santa Rosa vervoerd voor de bouw van de kerk. Ook stonden de Forbessen toe dat hun tot slaaf gemaakten elke week bijeenkwamen voor godsdienstonderricht van pastoor Putman van Santa Rosa. De Forbessen verkochten het landgoed in 1875 aan Jacob Naar.

Broeders en Sophia Loren 

In 1937 wilde monseigneur Verriet Ronde Klip aankopen om hier een werkkamp voor jongens te vestigen. Hij besloot later dit plan op Brakkeput uit te voeren in samenwerking met de Kruisvaarders van Sint Jan – alias Brudernan di Brakapoti- die zich daar hadden gevestigd.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om in het landhuis een luxueus hotel te vestigen, maar achteraf bleek het toch te ver van de stad en de zee te liggen.

Landhuis Ronde Klip was in 1979 het decor voor de verfilming van Fire Power, een Britse thriller met in de hoofdrollen Sophia Loren, James Coburn, O.J. Simpson en Eli Wallach. Het plantagehuis raakte jaren later in verval. Het is in 2002 weer gerestaureerd en ontving hiervoor zelfs een architectuurprijs.

Seru Mandinga

De plantage is vernoemd naar het markante herkenningsteken, de Ronde Klip, een opvallende ronde kalksteenheuvel (129 m hoog) die vanaf het noorden gezien rond is, maar vanuit het zuiden meer een ovale vorm heeft. Het wordt in de volksmond Ronduklé of ook Seru Mandinga genoemd naar een stam in West Afrika die bekend staat om ijzersterke en strijdvaardige mannen. Op de heuvel werden s’avonds grote mandinga krabben gevangen. Ook in Ronde Klip ligt de Buraku di Mandinga, dat naar men zegt door tot slaaf gemaakten is gegraven.

Ronde Klip heeft een kooraalstenen kap – één van de oudste op Curaçao. Door deze kap wordt het een getuigeberg genoemd: de platte koraalkap is het bewijs dat het eiland eens onderwater heeft gelegen. De rest van de heuvel bestaat uit lavaformatie. De kalkstenen kap is een geliefde plaats voor leguanen die daar graag hun eieren leggen.

Aan de voet van Ronde Klip werd klei, bind- en kleurmiddel opgegraven ten behoeve van de pottenbakkerijen op Tra’i Seru en Kirindongo.

Fosfaat

Aan de west-en zuidkant van de heuvel, direct onder de top, bevinden zich drie korte horizontale proefmijngangen en tenminste één mijnput. Deze zijn in de 19e eeuw gegraven door  de Ronde Klip Mining Company van John Godden. Deze Engelse mijningenieur werd eerder al miljonair dankzij fosfaat dat hij te Santa Barbara en op Klein Curaçao exploiteerde. In die tijd was fosfaat- dat als kunstmest werd gebruikt – het witte goud op Curaçao en men zocht ook op Ronde Klip tevergeefs naar deze grondstof. Van de drie mijngangen op de heuvel zijn er twee begaanbaar, waarvan een langer is dan 30 m.

Ze zijn waarschijnlijk met behulp van springstof gegraven. De Archeologische werkgroep vond op het plateau achter het landhuis ruïnes van twee opslaghuisjes waar explosieven werden bewaard. De gebouwtjes zijn van kalksteen opgetrokken en met maar één ingang en geen ramen. Op de plantage werd springstof ook gebruikt bij kalksteenwinning op het hoogterras.

Hofjes

Ronde Klip is één grote vruchtbare vallei waar vroeger al diverse kunuku’s waren aangelegd in verband met de diverse rooien die door het gebied lopen. En nog steeds bestaat de plantage voornamelijk uit gronden waarop actief landbouw wordt uitgeoefend.

In het oosten van het landgoed ligt een zeer vruchtbaar terrein dat vroeger grote watermeloenen opbracht die per pick up moesten worden afgevoerd.

Het hofje dat bij het landhuis hoort, ligt ten westen van het plantagehuis. Het is door de tropische storm Tomas in 2010 geheel verwoest en is tegenwoordig nog in gebruik als kampeerterrein voor jongeren. De shons van Ronde Klip hadden hun eigen begraafplaats, nabij het hofje en tussen vier pokhout bomen (wayaká), een plek waar nu padvinders kamperen. Ook het landhuis was eens toegewezen aan de padvinderij omdat de overheid er geen bestemming voor had.

Oude namen

De achtereenvolgende opzichters, vitó, van Ronde Klip hielden een boek bij waarin jarenlang alles over de plantage werd opgeschreven: hoe de locaties aan hun namen kwamen, wat en waar er gesmokkeld werd, hoeveel tot slaaf gemaakten er dagelijks werden geslagen en waarom. De laatste shon van Ronde Klip heeft echter het boek, samen met wat huisraad van het landhuis, in brand gestoken.

Dankzij Brenneker zijn een deel van de oude namen toch nog bewaard gebleven, zoals Rooi di Hermaanchi (een vis) aan de noordkust in Ronde Klip en Jaujau dat ten zuiden van het landhuis ligt en steenachtige grond betekent. Ten noorden van het landhuis ligt een dam met de naam Kípido en een stuk grond dat Malpais werd genoemd.

Het gebied achter Ronde Klip no.6 zou vroeger Kurá di katibu worden genoemd en resten hiervan zouden nog zichtbaar zijn.

Boka di Hala Canoa is een grote inham aan de noordkust en in het westen van Ronde Klip.

Indrukwekkende grot

Langs het landhuis loopt een zandweg die naar de zee leidt. Op deze weg zijn twee ruïnes te vinden van de huisjes waar zeer waarschijnlijk explosieven werden bewaard in verband met de mijnactiviteiten op de Ronde Klip heuvel.

De grot van Ronde Klip is een van de grootste op het eiland en heeft- voor zover bekend -het grootste aantal indianentekeningen. Door werkgroepleden zijn in 1989 maar liefst 69 tekeningen geregistreerd. Sommige wat vervaagd, maar de meesten zijn nog goed te zien.

Ook zijn er in 1951 proefopgravingen in de grot gedaan maar zijn er verder geen artefacten van de oorspronkelijke bevolking aangetroffen. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn dat de grot door hen wel gebruik, maar niet bewoond werd.

De grot is wijd en hoog, je kunt er rechtop in lopen en het is mooi verlicht en geventileerd door de verschillende natuurlijke vensters. Het ligt op de oude plantage in de vlakte tussen het Midden- en Laagterras, op flinke afstand van de heuvel Ronde Klip.  

Bronnen:

Verslagen inclusief foto’s: Archeologische Werkgroep: Ronde klip, deel 1 en 2

Foto Mijningang: Noraly Lovert

Overige Bronnen:

  1. D.Huygers en L.Ezechiëls Landhuizen op Curaçao
  2. Gill: Een eeuw architectuur op Curaçao.
  3. Hartog: Geschiedenis van de Nederlandse Antillen deel 3
  4. Brenneker: Sambumbu diverse edities
  5. Ministerie S.O.A.W.: Buurtprofiel Ronde Klip

Met dank aan François van der Hoeven, Andre Rancuret, Mongui Maduro Library ,  Historisch Archief en Openbare Bibiotheek