Rooi Santu
Rooi Santu is gelegen ten noordoosten van Jan Thiel, oostelijk van Zuurzak, zuidelijk van Scherpenheuvel en ten zuidwesten van de wijken Hanenberg en Montaña Abou. Deze wijken komen wel voor op de kaart van Werbata uit 1911, in tegenstelling tot Rooi Santu dat dus een vrij jonge bario is.
Het ontwikkelde zich ten gevolge van de havenactiviteiten en bunkerfaciliteiten die de olieraffinaderij in 1927 had aangelegd aan de Caracasbaai. Dit was ten behoeve van tankers beladen met stookolie en andere zware olieproducten, vrachtschepen en ook grotere passagiersschepen die niet in de haven af konden meren. De havenwerkers te Caracasbaai kozen ervoor om in de buurt te wonen en zo ontstond rond 1930 onder andere de wijk Rooi Santu.
De naam Rooi Santu
Evenals de nabijgelegen wijken, Korporaal en Scherpemheuvel heeft ook Rooi Santu een glooiend landschap en dus ook vele waterlopen (rooien) die bij hevige regenbuien door de wijk stroomden. In de twee grootste rooien werden zelfs visjes, kreeftjes en fijn schoon zand werd meegevoerd.
Wilfrido Suares uit Rooi Santu vertelt: “Een belangrijke rooi liep vanaf de midden Seinpost naar het westen toe. Daar lag een grote dam achter Bakkerij de Zon en als die overliep stroomde het water verder over de huidige Caracasbaaiweg – tegenwoordig via buizen onder de weg – richting Zuurzak met als eindpunt de zoutpannen van Jan Tiel.
Een andere belangrijke rooi begon bij de heuvel met de watertanks in het oosten van Rooi Santu, op de grens met Hanenberg. Deze stroomde zuidwaarts, via Calabash, Flipi en Brakkeput Ariba naar het Spaanse Water.
Het opvallende aan deze rooien was dat ze onderweg heel fijn zand deponeerden dat direct gebruikt kon worden in de bouw. Dit zand werd onder andere opgegraven bij Flipi in het oostelijk deel van de bario en is de directe aanleiding voor de naam ‘Rooi Santu’, ” aldus Suares..
Kurá di baka
De eerste bewoners van Rooi Santu leefden voorts van landbouw en veeteelt, bestaande uit koeien, geiten en schapen. Bij gebrek aan veevoer in droge tijdens werd de bladcactus, de infrou verbrand en aan koeien gevoerd. Volgens oud gebruik zou de infrou ook de aanmaak van koeienmelk stimuleren. Opvallend was ook het aantal koeienkoralen voor zo’n kleine bario als Rooi Santu: wel 5 stuks: de kurá bij de families Suares en Margaretha, bij Ito, oostelijk van Suares dichtbij de bar van Keke, die van Mai, op de huidige parkeerplaats van ( en ten oosten van Club de Legio) en één ten oosten van de chinees en bakkerij de Zon. Bovendien lag vlak bij Rooi Santu ook de indrukwekkende Kurá di baka op Brakkeput Ariba.
Pos di Gobiernu
In het zuiden van Rooi Santu, vlak achter de bakkerij aan de kaminda Chano Margaretha, stond een openbare put:de Pos di awa di gobièrnu. Als het dagenlang regende raakte zelfs de put onder water, met gevaar dat men erin zou kunnen verdrinken. Ook kwam het voor dat bewoners op deze locatie letterlijk hun huis uit moesten zwemmen. Volgens de overlevering schreeuwden zij zo hard dat zelfs de fraters van Skèrpènè hen konden horen.
De aanhoudende regen vernielde een deel van de oogst maar door de zeer vruchtbare grond haalde men soms ook een overvloed aan oogst binnen. Een bekende kunukero die hier een hofje onderhield en ook groenten en vruchten verkocht was Rudy Melaan.
Koken op stenen
Rond 1930 en nog in 1960 had men de gewoonte om op hout te koken. Het hout werd vroeger in den Dunki bij Zuurzaak gesprokkeld en op het hoofd naar Rooi Santu gedragen. Daar werd gekookt ‘riba tres piedra’, op drie stenen in kringvorm waarin een houtvuurtje werd gestookt voor de pot met eten.
Het hout werd ook in de stad verkocht, evenals zelf verbouwde groenten en fruit zoals mispels, guyaba’s en granaatappels. Daarbij werd de afstand steeds te voet afgelegd.
Chano Margaretha
De hoofdweg in Rooi Santu is vernoemd naar wijlen Modesto-Chano- Margaretha, in de wijk geboren en getogen en de eerste parlementariër die Papiamento sprak in de Staten.
Chano was timmerman en fijnbankwerker en werkte via aannemers bij de olieraffinaderijen op Curaçao en Aruba. Hij heeft ervoor gepleit dat deze werknemers een ouderdom- pensioen kregen en sloot zich aan bij de Democratische Partij omdat dit een actiepunt was van de DP
Chano’s dochter Yvette vertelt dat haar vader zijn achterban aanmoedigde om naar zijn voordrachten in het parlement te luisteren. “Dat ging moeilijk aangezien daar alleen Nederlands mocht worden gesproken. En dus besloot Chano, tegen de toenmalige regels in, zijn voordracht in het Papiamento te houden. En bleef hij, ondanks terechtwijzing van de voorzitter, in de landstaal spreken” aldus Yvette Margaretha.
Ook had Chano een sterke ondernemersgeest en opende hij een supermarket, een bakkerij en andere ondernemingen in het nabijgelegen Montaña.
Club de Legio
Door jongeren uit de bario werd op 6 september 1953 het recreatiecentrum, Club de Legio opgericht waar danspartijen en andere sociale activiteiten werden georganiseerd. Chano Margaretha en zijn goede vriend wijlen Jose María (Djó) Luisa boden ondersteuning aan dit initiatief door een grote houten dansvloer te bouwen bij Luisa’s huis.
Later kwam een betonnen gebouw op het terrein van de familie ter vervanging van deze houten, overdekte dansvloer. De leden droegen zwart/witte kleding en bij bepaalde gelegenheden droegen groepjes vrouwen een bepaalde kleur waardoor bij een bepaald nummer alleen dames in het groen op de dansvloer waren te vinden waarna de dames in het rood aan de beurt waren.
Sinds een tiental jaren is de sociëteit nieuw leven ingeblazen door onder andere wijlen Djó Luisa jr waarbij leden maandelijks contributie betalen en bij feestjes en andere activiteiten gratis toegang hebben tot het clubgebouw.
Een andere sociale organisatie is de buurtvereniging FARS (Fundashon Adelanto Rooi Santu), dat vooral saamhorigheid en een gezond leefklimaat in de wijk nastreeft. Haar kantoor, recreatieruimte en sportvelden zijn gevestigd aan de Kaminda Chano Margaretha.
Ma Nènè
Chano Margaretha was de jongste zoon van Ma Nènè, ( (1874- 1976), een kraamvrouw die altijd klaarstond met goede raad en opvoedingsadvies aan buurtgenoten. Als zodanig werd ze beschouwd als Mama di Rooi Santu. Zij woonde met haar gezin aan de voet van de Midden Seinpost en had zelf 7 kinderen. Ze was ook visvrouw en liep met de vismand op het hoofd van Jan Tiel naar Punda om haar waar aan de man te brengen. Ook verkocht ze vruchten en had ze voor elk kwaaltje wel een kruidje.
Mina en Calabash
Zeer bekend in Rooi Santu was de Tienda di Mina, een slagerij waar ook andere levensmiddelen werden verkocht. Iets verderop ten oosten van Mina ligt Hòfi Calabash, vernoemd naar de oudste boom in het hofje. Het was, naast de verkoop van koeienmelk aan onder andere de shellwerknemers te Caracasbaai en aan schepen, een belangrijke inkomstenbron voor de famile Suares. De aangrenzende Cas Grandi was mondi en weidegrond voor hun koeien, geiten en schapen die daar los rondliepen en ‘savonds netjes terugkwamen naar de kurá in Rooi Santu.
Het hofje van 3000 vierkante meter was oorspronkelijk 1 hectare groot maar is nu gedeeltelijk verkaveld. In de hòfi is tegenwoordig een partycentrum gevestigd en er is nog altijd een maandelijkse versmarkt waar vruchten en groenten worden verkocht in de schaduw van de grote fruitbomen.
Flipi
Nog verderop, ten oosten van Calabash en grenzend aan Brakkeput, lag het watervanggebied en plantage Flipi. Vernoemd naar Felipe of Philip, een vroegere eigenaar van de grond, wiens graf ook hier op het terrein stond. Jongelui van toen die op het terrein kampeerden, vertellen dat het hier ‘snachts hevig spookte.
In Flipi stonden eens grote fruitbomen zoals tamarinde, mispel en schubappel en ook liepen hier vele koeien, schapen en geiten rond. Bij hevige regenval ontstond hier een riviertje met helder water dat maandenlang nog bleef stromen. En waar dus schoon zand werd opgegraven voor huizenbouw.
Het stuk grond werd door de overheid aan de Shell verkocht ten behoeve van pijpleiding naar de Caracasbaai. Met het vertrek van de oliegigant kwam het terrein weer in handen van de overheid en werd hier door de Fundashon Kas Popular en de Algemene Pensioenfonds Nederlandse Antillen een verkavelingsplan gerealiseerd. En veranderde de originele naam Flipi in Brakkeput Meimei.
Verderop, in de bocht ten oosten van Flipi en op de grens met Cas Grandi stond de Bar di Keke. Het was ook een restaurant dat zeer bekend was in de weide omgeving. Op die locatie staat nu onder andere een loterij– kantoortje.
Vlaggeseinen
De meest opvallende van de zovele heuvels in Rooi Santu is de Seru di Seinpost, ook wel Midden Seinpost of Seinpost van de midden divisie genoemd. Het is 102.71 m. hoog en dankt zijn naam aan een militair seinpost dat hier was gebouwd. Volgens een rapport van de Archeologische Werkgroep was de seinpost niet op de top van de heuvel maar twintig centimeter lager gebouwd op de noordelijke helling. Het was onderdeel van twee militaire waarschuwingssystemen uit begin 19e eeuw, waarbij, van oost naar west steeds dezelfde heuvels gebruikt. Deze waren onder andere: Batterij Oostpunt, de Oost Seinpost te Fuik, Midden Seinpost te Rooi Santu , Post Nederland op de Seru Koraal Specht, Fort Nassau en tenslotte naar het Waterfort en Fort Amsterdam in Willemstad.
Het eerste waarschuwingssysteem bestond ongeveer van 1796 tot 1826. Er werd gecommuniceerd door middel van kanonschoten en vlaggeseinen, reden waarom er een grote vlaggenmast stond op de Midden Seinpost. Vlak daarnaast staat nog de ruïne van een wachthuis, bestaande uit één kamertje maar van de historische seinpost zelf is er niets meer over.
Omstreeks 1830 werd een nieuw systeem geïntroduceerd: de voor die tijd heel moderne optische telegraaf. Dit is een hoge houten mast met drie dwarsbalken waaraan beweegbare ronde schijven waren bevestigd. ( zie foto). Bij de optische telegraaf werden minder uitkijkposten gebruikt dan bij het eerste systeem, namelijk Oost Seinpost, Midden Seinpost, Fort Nassau en het Waterfort. De optische telegraaf werd nog tot in de Eerste Wereldoorlog gebruikt en in 1940 definitief afgebroken. (zie ook bijgaande compositie-kaart).
Waar vroeger verdachte vaartuigen werden gesignaleerd heb je nu prachtig uitzicht op het Caracasbaai met het Spaanse Water, Montaña,(Abou),Santa Rosa, Scherpenheuvel , Zuurzak, Jan Tiel en Koraal Specht.
Beschermd monument
Op een oppervlakte van 1000 vierkante meter op de Midden Seinpost staat nog de fundering van optische telegraaf, ruïnes van militaire barakken en nog diverse archeologische onderdelen. Door de militaire en commerciële doeleinden in de 19e eeuw heeft de locatie een hoge cultureel-historische waarde en bovendien is het een historisch voorbeeld van de allereerste systemen voor lange afstand communicatie. Uitgaande van deze overwegingen zijn zowel de Midden – als de Oost Seinpost nu beschermde monumenten. De Midden Seinpost wordt door Uniek Curaçao onderhouden.
Bronnen:
Buurtprofiel Rooi Santu &i Verslag Archeologische Werkgroep: De Midden Seinpost
Met dank aan: Familie Suares, Yvette Margaretha, de Archeologische Werkgroep, Frensel Mercelina, François’ van der Hoeven, Rignald Sitoris en Unidat di Bario