San Nicolas

San Nicolas

San Nicolas is niet echt een bario ta noemen, want: geen woonkern, kerk of scholen. Alleen het landhuis staat hier eeuwenlang op eenzame hoogte. Toch de moeite waard om er eens aandacht te besteden, want ooit was het:

De grootste zoutproducent van Curaçao

Op San Nicolas, gelegen aan de Santa Martha baai, werden, vooral in droge jaren, aanzienlijke ‘zoutoogsten’ behaald. Het is één van de kleinste plantages in het westen van Curaçao (339 ha) maar was met 26.000 vaten per jaar in de jaren 80 van de negentiende eeuw en ook nog in 1910 de belangrijkste zoutleverancier van het eiland.  

In die tijd kwam ruim 90% van de zoutproductie op Curaçao uit de Santa Martha baai: Plantage Groot Santa Martha leverde 20.000 vaten per jaar en Klein Santa Martha 6000 stuks. Zout was het witte goud en ‘zoutruzies’ tussen eigenaren van San Nicolas en de naaste buren – Groot-en Klein Santa Martha-waren niet van de lucht. Zout dat in de grensgebieden van de plantages lag, was hiervoor de aanleiding.

Twee-derde van de inkomsten van de plantage was afkomstig van het zout en San Nicolas had hierdoor een hoge taxatiewaarde. Bij de uitgang van het binnenwater, Boka Santa  Martha, stond nog lang de ruïne van een zoutschuur.

Panoramisch uitzicht

San Nicolas was reeds in 1696 aangelegd op de gehele westelijke oever van de Santa Marthabaai. Het plantage-landschap is heuvelachtig, hoewel geen enkele heuvel hoger is dan 100 m. Met 82 m is Seru di Jantji gelegen ten noordwesten van het landhuis en aan de noordgrens met Pos Spaño, de hoogste top. Jantji is waarschijnlijk iemand die daar in de buurt woonde.

Ook ten noordwesten van het landhuis ligt Seru di Kalki, 76 m hoog. Seru Bo Kuki ligt aan de kust, ten westen van het landhuis. ‘Bo kuki’ betekent: “Je krijgt je zin”, “Je wordt op je wenken bediend”. Het is ruim 71 m hoog en ligt ten westen van Playa Franki. Verder zijn er verschillende verhogingen die het golvend landschap bepalen. Het eenzame landhuis van San Nicolas is op zo’n verhoging met een ruim terras gebouwd met een uniek en panoramisch uitzicht op de Santa Marthabaai. De oostelijke grens van de plantage wordt gevormd door het binnenwater van deze baai waardoor San Nicolas voor zeker 50 procent omgeven is door water. Het wordt verder begrensd door de voormalige plantages Pos Spañó en Groot Santa Martha.

Franki

San Nicolas ligt aan de zuidwestelijke kust van Bándabou, maar heeft, hoewel het aan de kust ligt, maar weinig  stranden. Het bekendste is Playa Franki, een klein en beschut strandje met koraalstenen, ten zuid-westen van het landhuis. Dan is er ook nog Boka Santa Martha, beter bekend als Coral Cliff, verwijzend naar het eerste hotel dat daar werd gebouwd.

Slavenbel

Het huis bestaat uit een hoge kern met galerijen langs de lange zijden. De keuken is op de zuidwesthoek van het terras gebouwd. De brede regenbak met zadeldak is aan de oostzijde met daarnaast op de zuidoosthoek een badhuisje oftewel badpaviljoentje – waar men zich-met regenwater- kon wassen.

Opvallend detail is de pilaar op het terras waarop vroeger de slavenbel was gemonteerd. Deze werd gebruikt om de nieuwe werkdag in en uit te luiden. Zowel de pilaar als de bel zijn nog vrijwel intact wat uniek is op Curaçao. Bij het landhuis zijn verder veekoralen en schuren.

San Nicolaas leverde naast zout ook divi divi peulen voor gebruik in de leerlooierij en het bereiden van inkt, indigo en verfhout. Verder werd er ook veeteelt bedreven.

In 1902 werd bij het graven van een put steenkool gevonden. Curaçao begon zich net te ontwikkelen als kolenstation, dus de verwachtingen waren hoog gespannen, maar helaas bleek- na deskundig onderzoek- ontginning niet rendabel.

Maria Niemand

In haar bundel, Verhalen uit het Verleden, vertelt Els Langenfeld over een opmerkelijk liefdesverhaal dat zich rond 1750 in de afgelegen contreien van San Nicolas afspeelde: De vrije mulattin, Maria Niemand, woonde toen daar en de shon van de plantage in die tijd, Adolph Cratz, was zeer verliefd op haar.  In 1753 schonk hij haar en haar 4 kinderen een gedeelte van de het perceel Lange tuin, dat toen nog bij San Nicolas hoorde. Ook schonk hij haar de slaafgemaakte jongen Fernando. Zowel het stuk grond als deze jongen zijn na Cratz’ dood aan Maria en haar kinderen overgedragen en zij noemde het stuk grond Sint Eustatius oftewel Statie of Statia.

Maria trouwde later met Johan Andreas Schaup en hij gaf haar  vier kinderen zijn achternaam. Het huwelijk duurde niet lang maar scheiden kon men toen niet: men bleef ‘gesepareerde echtelieden’ maar de gezamenlijke boedel werd wel verdeeld en ieder ging zijn eigen weg.

Maria kocht in 1778 plantage Zorgvliet of Korporaal nabij Jan Kock, inclusief inventaris bestaande uit 3 slaafgemaakten, 166 geiten, 45 schapen en enkele vuurhouten meubelstukken. Van haar moeder, de vrije negerin Dominga van Vadertje erfde Maria in 1790 het stuk grond Matancia vlakbij plantage Wakawa en ook bezat ze in Otrobanda een ruim woonhuis aan de noordzijde van de Roodeweg, oud nummer 126.

Maria overleed in 1799 en liet 100, pesos achter voor de armenkas van elk van de drie kerken op Curaçao.

De gebroeders Schaup

In 1800 kochten haar zonen, Jurriaan en Jan Hendrik Schaup het tuintje Statia uit de boedel van hun moeder. Jan Hendrik had een jarenlange verhouding met Mariana, een slaafgemaakte vrouw dat ‘tot zijn bezit’ hoorde. Zij kregen 4 kinderen en 2 kleinkinderen en traden later voor de wet in het huwelijk.

Jan Hendrik overleed rond 1831, Mariana erfde onder andere het stuk grond Statia. Wegens hoge medische kosten in verband met haar ziekte en daaropvolgende begrafenis werden alle bezittingen geveild, met uitzondering van het tuintje Statia dat de woonplaats bleef van haar kinderen en kleinkinderen. Dat bleef zo tot 1869 toen de familie vanwege tekort aan financiën ook dit stuk grond moest verkopen.

Shon Cai Winkel

Terug naar San Nicolas. De plantage werd in 1942 door de bekende Curaçaose zakenman C.N.-, Shon Cai- Winkel gekocht en gebruikt als buitenverblijf. Cai betaalde 25.000 gulden voor het landgoed en het traditioneel witte landhuis werd roze-rood geschilderd. Dat zat namelijk zo: Een desastreuze brand had eens zijn winkelpand in de stad verwoest, maar Cai won de hoofdprijs uit de loterij en de kleur van het winnende lot was roze-rood. Dus werd de nieuwgebouwde zaak in Punda Casa Rosada genoemd en werden voortaan alle bezittingen van de familie Winkel rood geschilderd.  Zo dus ook de stadswoning van Cai Winkel, het enige twee-verdiepingsmonument aan de Scharlooweg, achter de bioscoop. Dat overigens nog steeds rood wordt geschilderd.

Cai was ook de oprichter van VKC, het vrijwilligerskorps van Curaçao en in verband daarmee staat zijn borstbeeld bij de ingang van Fòrti in Punda. Waarom hier? Rafael Simon Urbina, tegenstander van president Juan Vicente Gomez in Venezuela was op Curaçao – Rio Canario- ondergedoken. Op 8 juni 1929, om 21.15 uur, overviel hij samen met een groep revolutionairen Fort Amsterdam, met het doel aan wapens te komen voor zijn strijd. Bij de overval op Forti werden drie militairen door de Venezolanen gedood en ook werden de gouverneur en het politiehoofd als gijzelaars meegenomen. Wel was het de gouverneur gelukt om kort daarvoor de Venezolaanse regering te laten waarschuwen dat Urbina onderweg was, waardoor de aanslag alsnog mislukte. De gijzelaars waren de volgende ochtend terug.

De aanval op Forti was aanleiding voor Cai Winkel om het Vrijwilligerskorps op te richten zodat Curaçao intern beter verdedigd kon worden en men niet al te afhankelijk was van het verre Nederland. (zie ook page Rooi Canarie).

In 1980 werd plantage San Nicolas verkocht en zou het omgetoverd worden in een toeristisch project met onder andere een jachthaven en vakantievilla’s, maar dit plan strandde.

Locaties in San Nicolas:

Sint Eustatius of Statia ligt in het noorden van San Nicolas;

Sintón is een plaats aan de kust, ten zuidoosten van Boca San Nicolas, waar de rotsblokken in zee uitsteken.

Mawela (mamma, oma) is een plaats aan de kust, ten westen van de inham.

Seru Spanjo, dat dicht bij de zee ligt, heeft een grot met opening in het oosten waar, naar verluidt, mensenbeenderen zijn gevonden en resten van oud aardewerk. Voor brua zocht men hier naar botten en men wist met zekerheid te vertellen dat hier boze geesten huizen.

Bronnen:

Renkema, W. Het Curaçaose plantagebedrijf in de 19e eeuw

Langenfeld, E.: Verhalen uit het verleden

Ozinga, M.D.: Monumenten van Curaçao in woord en beeld.

Brenneker, P.: Sambumbu, diverse edities

Soest,J. van: Olie als water

Met dank aan Frensel Mercelina, Jeroen Heuvel, François van der Hoeven,de Werkgroep Archeologie en Mongui Maduro Library.