San Pedro en Karké
Een idyllisch landweggetje tussen de vele zuilcactussen leidt vanaf de Weg naar Westpunt naar de kleine voormalige plantage San Pedro die, vanwege haar ligging en twee bronnen, veel weg heeft van een oase temidden van een woestijn.
San Pedro, vroeger ook wel Sint Pieter genoemd, is een voormalige kleine plantage van 3 hectare. Het ligt aan de noordkust aan de inham dat Boca San Pedro wordt genoemd. San Pedro wordt in het zuiden begrensd door Ascencion, in het oosten door de Vlakte van Hato, in het noorden door de woeste zee aan de noordkant en in het westen door Boca Ascencion en Patrick.
Geschiedenis
San Pedro is door archeologisch onderzoek aangemerkt als voormalig woonplaats van de Caiquetios-indianen. Dit heeft alles te maken met de twee natuurlijke zoetwaterbronnen die aan de voet van het het middenterras ontspringen waaardoor het ook in latere jaren mogelijk was om enige land-en tuinbouw te bedrijven. De bronnen geven het hele jaar door water en er is een bevloeiingssysteem op aangesloten om de omringende omgeving vruchtbaar te maken.
Het afgelegen landgoed is in het verleden in het bezit geweest van vooraanstaande families op Curaçao, zoals van Uytrecht, Ellis, Alvares Correa, Rojer en Naar maar moest vaak gedwongen worden geveild in verband met misoogsten. Het landhuis – waarvan nu alleen restanten van de fundering en wat muurdelen te zien zijn - was vrij klein en werd vlakbij de tweede bron gebouwd. Deze bron zit in en rotsspleet en het water stroomt over de rotsen naar beneden.
De familie Koeijers
San Pedro is voor het laatst verkocht aan Jan Hendrik (Jehender) Pieter Koeijers en wel op 15 july 1861 voor fls 2000,- Jehender, alias Papa Hein werd op 4 december 1814 op Curaçao geboren, naar men vermoedt uit Brabantse ouders. Hij was nogal fors van gestalte, trouwde met Anna Jansen, een donkere schone en zij kregen negen kinderen. Zij zoon Jacob trouwde met de indiaans-joodse Anna Iseik. Door deze mengeling van rassen vertoonden hun afstammelingen opvallende uiterlijke kenmerken: Zo komen er vrouwen in de familie voor met typische indiaanse kernmerken, maar met blond haar en lichtgekleurde ogen. Anna, alias Anita Iseik was een kruidenvrouw en latere generaties op San Pedro hebben deze traditie in ere gehouden.
Jehender bepaalde per testament dat San Pedro voor altijd in het bezit zou blijven van zijn nakomelingen. En zo geschiedde: In 2012 herdacht men het feit dat San Pedro al 150 jaar in handen van de familie was.
Pieter Koeijers wordt Pieters Kwiers
Volgens de oude regels van San Pedro moesten de vrouwen als ze trouwden, weggaan uit San Pedro, hun echtgenoten mochten geen mede-eigenaar worden van de plantage. Mannelijke afstammelingen mochten wel blijven wonen als ze getrouwd waren.
Jehender is de voorvader van allen op Curaçao die de achternamen Koeijers, Koejers, Koeyers of Kwiers dragen. Evenals die met de achternaam Pieters – Kwiers, die afgeleid is van Jan Hendrik Pieter Koeijers: een kleinkind van Koeijers vroeg in 1953 goedkeuring aan de koningin om de combinatie van de voor-en achternaam van zijn opa te mogen gebruiken als achternaam.
In het dorpje San Pedro zijn diverse scenes opgenomen van de film Boka Sarantongo van wijlen Pacheco Domacassé.
De vlakte van San Pedro
De Vlakte van San Pedro is eigenlijk een verlengde van de Vlakte van Hato die bij Hato begint en langs het middengedeelte van de noordkust naar het westen loopt. Deze rotsachtige vlakten zijn samen 15 kilometer lang, waarvan 80% onderdeel is van Hato, de overige 20% hoort bij San Pedro.
De vlaktes worden aan de ene kant geflankeerd door de woeste zee met schuimende blauwe golven - en aan de andere kant door grijs middenterras met grote gapende gaten en grotten. En witte beachrocks, rode aarde en groene, diep gebogen struiken, verslagen door de sterke wind.
Para mira
Opvallend zijn de vier kale heuvels, eigenlijk duinen, ten noorden van San Pedro. Ze bestaan uit kalkzand en zijn gedurende duizenden jaren versteend geraakt door de heersende weersomstandigheden. De bekendste duin is de Seru di Paramira, dat letterlijk Sta stil en kijk betekent.
De locatie tussen Hato en San Pedro is uniek om het feit dat hier de drie locaties liggen waar op Curaçao permanent helder zoet water uit natuurlijke bronnen stroomt, namelijk te Hato, Roi Rincon dat net achter het vliegveld ligt en bij San Pedro.
Kueba Bos di San Antonio (Kueba di Sarantongo)
Deze middelgrote grot op de vlakte van San Pedro is ondiep, met flinke druipsteenformaties en één wel heel bijzondere waardoor vrouwen geïnspireerd werden om het ‘de mannengrot’ te noemen. Kueba di Sarantongo heeft, evenals het de nabijgelegen rotspartij Kompa i koma als achtergrondlocatie gefungeerd tijdens filmopnames van Almacita di Desolato van Felix de Rooy en Boka Sarantongo van Pacheco Domacassé.
Kueba di misa
De kleine Kueba di Misa – oftewel kerkgrot – ligt ook vlakbij San Pedro en kenmerkt zich door de formatie van flinke druipstenen aan de wanden die aan een kathedraal doen denken. Kueba di Misa wordt ook wel Kueba drenta sali oftewel erin, eruit- of ‘ vóór het zingen de kerk uit ‘ of Kueba bira rònt genoemd, omdat het weinig diepgang heeft vergeleken met de andere grotten op de Vlaktes. Het is in feite een kleine grot waarin je een rondje kunt lopen om een druipsteenpilaar, de wijwatersbak, en er weer uit loopt.
Een peter en meter zouden een baby gaan dopen, maar kregen onderweg ruzie waardoor ze in steen veranderden: Kompa i Koma, de enorme rotsblok dat in tweëen is gespleten en met een klein rotsstukje – de baby- in het midden. Kompa en koma waren vroeger namen voor peter en meter bij het doopsel.
Kueba di Indjan (Kueba di Brua)
Ook op de Vlakte van San Pedro ligt de Kueba di Indjan, een grote vrij brede en diepe grot dat ver naar achter loopt. Door de diepte is het erg donker, de ideale woonplek dus voor vleermuizen.
De ingang van druipsteengrotten zijn niet altijd duidelijk te zien vanaf de weg, maar die van Kueba di Indjan juist wel dankzij de opvallende evergreen, die vlak naast de ingang groeit: De Dam Machu, een zeer exclusieve boom dat naast deze locatie, voorzover bekend alleen nog op de Christoffelberg en bij de fosfaatmijn te Ascencion te vinden is. Dam Machu groeit alleen in een waterrijke en vochtige omgeving en is goed bestand tegen verdamping, dankzij haar dikke, leerachtige blaadjes. De lange wortels van de Dam Machu hebben zich een weg geboord door de westelijke rotswanden van de Kueba di Brua en vormen een decoratief gordijn tussen de rotsspleten.
De grot heet Kueba di Indjan omdat indianen en hun nazaten te San Pedro de locatie gebruikten voor hun rituelen en gebeden in verband met genezing van ziektes en om regen voor hun kunuku en veestapel. Ook werd het als schuilplaats gebruikt bij hevige regenbuien.
De grot is echter ook populair gworden voor brua-hekserij- praktijken en het bedrijven van andere rituelen waardoor de naam Kueba di Brua de oorspronkelijke naam Kueba di Indjan heeft verdrongen en ook de oorspronkelijke betekenis van de grot in vergetelheid dreigt te raken.
Het is verreweg de meest populaire druipsteengrot op de Vlakte van Hato en San Pedro.
Porta di Garoshi
Ten oosten van de Kueba di Indjan ligt de Porta di Garoshi, de karrenpoort dat,met drie opgangen, van het hoogterras naar het laagterras leidde. Het begint in Tera Korá, dat rond 1911, een dorpje was en werd door de bewoners aangelegd om op de vruchtbare gedeelte van de vlakte landbouw te kunnen bedrijven. Maar ook vissers maakten er dankbaar gebruik van om aan de kust te kunnen vissen. De opgangen van de Porta di Garoshi zijn al jaren niet meer onderhouden en overwoekerd door de mondi, waardoor ze niet meer zichtbaar zijn.
Cinote (Aven)
Rechts van de Kueba di Indjan loopt een weggetje bezaaid met bolcactussen naar de Cinote of Aven: een indrukwekkende 18 meter diepe kuil dat gevormd is door oplossende werking van water. De cinote is, voor zover bekend, de enige op Curaçao.Naar verluidt zouden slaafgemaakten vroeger voor straf hierin zijn geworpen.
Tranké Mandinga
Hoe dichter je bij San Pedro komt via de Vlaktes van Hato en San Pedro, des te meer de rode grond zichtbaar wordt. En krijg je ook gezelschap van de koeien van San Pedro die zich tegoed doen aan de weinige groene vegetatie in de omgeving.
Direct na de tiende en laatste windmolen kom je bij hoopjes grote brokken koraalsteen: Tranké Mandinga, de scheidingsmuur tussen de vlaktes van San Pedro en Hato. Tranké betekent afscheiding en Mandinga is (een lid van) de bevolking van het Afrikaanse land Mali.
Boca di San Pedro
Boca di San Pedro is een brede inham aan de noordkust, dicht bij San Pedro. Het westelijk gedeelte bestaat uit vrij schoon zand, gevolgd door een gedeelte waar afval uit de zee -zoals grote boomstammen - aan land wordt gedeponeerd. In het meest oostelijke gedeelte van de inham zie je de rode klei dat, vanonder het laagterras, bloot is komen te liggen.
Zwangere zee en abortus
Dit gedeelte van de baai staat bekend als Buraku di awa di San Pedro. Bij ruwe zee slaan de golven tegen de uitlopers van het rotsplateau en stromen over het laagterras in het kleine baaitje achter de rotsen dat in een natuurlijke whirlpool verandert. Als je direct onder de rotsen gaat staan krijg je ook nog een verkwikkend stortbad over je heen. De beste periode om dit te ervaren is ‘ora laman ta priñá’ wanner de zee zwanger is. En dat is ze tussen de maanden december en juni.
Bij Boca di San Pedro groeit de Tabako di piskadó, dat op tabak lijkt als het gedroogd is en gebruikt wordt voor het opwekken van abortus.
Nabij Boca San Pedro is de hefboom naar het dorpje van San Pedro waar je na betaling van vijf gulden langs Krakeel naar boven kunt rijden naar de Weg naar Westpunt.
San Pedro is tot op de dag van vandaag nog steeds eigendom van de familie Koejers, Koeijers /Koeyers/ Pieters Kwiers.
Krakeel (Karké)
Teofiel Pamphilio Koeyers, alias kompa Fil, een kleinkind van Jan Hendrik Pieter Koeijers, trok naar het gedeelte van San Pedro dat dichter bij de Weg naar Westpunt lag en Krakeel of Karké werd genoemd.
Krakeel-ook Karké genoemd in 1884- ligt tegenover de weg naar Soto. Brenneker schrijft dat het woord Krakeel zijn oorsprong in een of andere ruzie maar bijzonderheden hierover zijn niet bekend.
Het huidige Karké no. 49, een knoekhuisje, is de woning dat Teofiel Koeijers in 1910 met behulp van familie en vrienden bouwde. Men gebruikte hiervoor klei dat op het terrein zelf werd afgegraven, stenen uit de omgeving en maisstengels voor het dak. Water werd nog elke dag per ezelskar bij San Pedro gehaald. Teofiel trouwde op 4 juni 1913 met Bernarda Catharina Daantje, Ma Camé en het echtpaar betrok toen het huis Karké no. 49.
Zij kregen acht kinderen, vijf jongens en drie meisjes, waarvan een groot deel van de nakomelingen nog op Krake wonen. Bij Karké no. 49 stonden later twee regenbakken, een oven, een kleine mangazina voor de oogst, dat later als een schuurtje werd gebruikt voor gereedschappen. Ook was er wat vee. Het eten werd buiten gekookt op houtskool en de oven was er om brood te bakken dat in het winkeltje bij het huis werd verkocht. Deze werd beheerd door de vrouw des huizes, Shon Camé, die naast brood onder andere ook witte rum verkocht.
Het familiehuis, het gele koenoekoe huisje naast het weggetje naar San Pedro is sinds 1993 niet meer bewoond en op 10 oktober 1999 hebben kleinkinderen samen met nog 3 in leven zijnde kinderen van het echtpaar, Fundashon Kompa Fil en Ma Camé opgericht om het huis op te knappen en de nodige onderhoud te blijven verrichten. Karké no. 49 is nu ingericht als familiemuseum.
Krakeel
Het particuliere gedeelte van Krakeel behoort nog tot San Pedro en was omringd door een slavenmuur, waarvan gedeelten door bewoners zijn gesloopt om hun huizen te bouwen. Een ander gedeelte van Krakeel is openbaar terrein en loopt tot aan de Kloof. In de loop der jaren trokken ook andere familieleden vanwege de grote isolatie van San Pedro naar de grote weg – de Weg naar Westpunt. Voor wat betreft drinkwatervoorziening maakte de gehele bevolking van Krakeel toen gebruik van Pos Shimaron (=put van de weggelopen slaafgemaakte).Dit was een natuurlijke wateropslagplaats in Siberie tegenover Krakeel dat nu is opgedroogd.
Bronnen:
- Werkgroep Archeologie: diverse verslagen
- W.Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19e eeuw
- P. Brenneker - Sambumbu- diverse edities
- P. Wagenaar - Hummelink - Grotten van de Nederlandse Antillen
Met dank aan: Frensel Mercelina, Iris Martina- Koeyers, Esther Silvano-Koeyers, John Dohmen en de Werkgroep Archeologie.