Sòrsaka

Sòrsaka

Mango. Dat zou een meer passende naam zijn geweest voor deze voormalige plantage, die ten westen van Mango. Dat zou een meer passende naam zijn geweest voor deze voormalige plantage, die ten westen van Jantiel ligt. Tussen de zovele fruitbomen die hier stonden zal er zeker ook Zuurzak hebben gestaan, Sòrsaka en Zuikertuintje stonden in het verleden tenslotte bekend als de fruithofjes van Curaçao.

Toch is het niet bekend is of op Sòrsaka veel zuurzak werd geplukt, vast staat wel dat hier in een goed jaar wel 50.000 mango’s werden geoogst. Duizenden mango’s werden dagelijks naar de stad verzonden a fls 0.50 a fls 2,- per 100 stuks en in 1902 was er zelfs enige uitvoer naar New York!

Maar goed, Sorsaka is dus de naam, afgeleid van Soursack Thuin zoals het reeds in 1655 werd genoemd door de Nederlandse bezetters. Geheel linksonder in de omheining van het landhuis aan de westkant, staat de naam nog geschreven als Zorzaka en wordt het in oude documenten ook wel geschreven als Soursack Thuin, (1655) Suursak (1826) Soorzak, Soorsack of Sorsáca.In de volksmond nog altijd Sòrsaka.

Superfood

De Sòrsaka, zuurzak oftewel Annonamuricata is een kleine boom met grote glimmende, heerlijk geurende (heilzame) bladeren en grote donkergroene vruchten met zacht smakelijk wit vruchtvlees. Wordt tegenwoordig beschouwd als superfood dat onder andere kankercellen doodt en ontsteking bestrijdt.

Het landgoed Sòrsaka was volgens Brenneker van oudsher een traditionele indianenwoonplaats later dus ook de naam van één der oudste plantages van Curaçao. Het ligt ten zuid-westen van Jan Tiel, ten oosten van Bottelier en ten zuiden van Scherpenheuvel.

Slavenkamp

Vanaf 1640 werd bij plantage Sòrsaka het belangrijkste, geheel ommuurde kamp voor slaafgemaakten opgezet. Het idee om hier een ‘entrepot’ op te zetten kwam van Peter Stuyvesant, toentertijd directeur van Curaçao en ook de initiatiefnemer voor het vestigen van slavenhandel op Curaçao. Slaafgemaakten die de afmattende zeereis van 2 maanden nog goed hadden overleefd werden in de haven vanuit het ruim gehaald en meteen verkocht. De rest moest vanaf de haven over de Penstraat naar het ommuurde kamp te Zuurzak lopen, waar ze op krachten konden komen alvorens te worden doorverkocht, veelal naar Vela de Coro in Falcón, Venezuela, of naar Cartagena, Colombia.

Sint Joris en Hato

Blijkens een correspondentie, gedateerd 10 April 1688 van directeur Kerckrinck aan de West Indische Compagnie blijkt dat slaafgemaakten van Zuurzak, bij gebrek aan ruimte, ook op een reservekamp op Sint Joris gelegerd konden worden. Brenneker schrijft dat “ook Hato als ‘entrepot’ werd gebruikt als Zuurzak vol was. Plantage-eigenaren konden daar hun keus maken: slaafgemaakten uit Angola werden vanwege hun bouw als terreinbewerkers aangekocht, die uit Elmina werden vanwege hun grote zindelijkheid als huisbedienden of ambachtslaven gekozen”.

Het tegenwoordige Rio Canario was een grote rancho waar vee werd gefokt dat melk en vlees moest leveren voor het slavenkamp te Sòrsaka.

Productie

Uit een toen bestaand privilege voor het weiden van vee blijkt dat Sòrsaka nog vóór 1725 bestond als plantage. Zo had men in 1722 een goede indigo oogst en Sòrsaka stond, evenals de nabijgelegen plantages Bottelier, Scherpenheuvel en Janwé, bekend als leverancier van putwater.

De al eerdergenoemde zeer productieve fruittuin werd, evenals die van Zuikertuin, herhaaldelijk geplunderd door militaire manschappen ‘‘totdat één der misdadigers ter exempel terechtgesteld werd” en later zelfs de doodstraf werd ingesteld voor het stelen van fruit uit beide hofjes.

In 1838 was Abraham Henriquez eigenaar van Sòrsaka, één van de weinige planters die de opbrengst van zijn plantage bijhield. Zo vond men nog enige boeken met aantekeningen van fruit die hij naar de stad had verzonden en ook hield hij een veekoralen-boek bij.

De familie Gorsira

Het landhuis is, in zijn oorspronkelijke stijl, één van de oudste op het eiland. Het werd diverse malen verbouwd, zoals door de vermogende Michael Brown Gorsira die het landhuis een romantisch tintje gaf: er werd een zwanenpark aangelegd met fonteinen, zwanenmeer, siervijvers, ornamenten en de bekende brug in het kusthofje van het landgoed.

Gorsira was één van de laatste van zakenlieden uit de stad die in de 19e eeuw het landgoed als royale buitenwoning hadden gekocht omdat het dicht bij de stad lag. Het bouwjaar van het landhuis, 1725, en de herbouw in 1876 is door Gorsira, op een gedenksteen aangegeven. Hij verplaatste de entree, vroeger aan de oostzijde gelegen, naar de tegenwoordige westzijde. Het huis bestaat uit een centraal gedeelte met een grote zaal waarop haaks twee vleugels zijn aangebracht. Hierdoor is een patio met uitzicht op het westen gevormd.

Gedurende de tweede Wereldoorlog waren Amerikaanse militairen op het eiland gestationeerd. Het landhuis werd in die tijd bewoond door de hoogste Amerikaanse militairen die hier hun feestjes en recepties organiseerden.

Het landhuis

Het landhuis ligt op een plateau met aan de voorzijde nog de stevige oude muur van het slavenkamp. Het voornaamste gedeelte hiervan zijn wel de twee karakteristieke uitkijktorens aan de zuidzijde van het plantagehuis, aangebracht ter bescherming van het slavenkamp tegen aanvallen van Fransen en Engelsen.

Het landhuis is in 1977 drastisch gerestaureerd en was van 1978 tot 2010 ingericht als ambtswoning van de voormalige gezaghebbers van Curaçao. Het is voor het laatst weer gerestaureerd in 1991, maar sinds oktober 2010 is het onbewoond en sterk verwaarloosd.

Den Dunki

De plantage Sòrsaka was rond de 19 e eeuw 140 hectaren groot. Bij de verkaveling van terreinen is het oude hoofdgebouw met omgeving behouden evenals het kusthofje van de plantage, dat van oudsher den Doenki/ Dunki werd genoemd.

Betekenis van dit woord is onbekend. Pater Brenneker schrijft in Sambumbu no. 3 : "Doenki is een plaats in het zuiden van de knoek Zuurzak". Den Dunki zou dus "In Doenki/Dunki" betekenen, maar daarmee weten we de betekenis nòg niet.

Het is tegenwoordig een natuurpark en ligt aan het eind van de rooi (waterloop) dat vlakbij de rotonde van Santa Rosa begint en dwars door (Skèrpènè (Scherpenheuvel) en Sòrsaka naar het binnenwater van Jan Tiel loopt. Daar liggen ook de zoutpannen van Jan Tiel, eens de belangrijkste ‘zoutplantage’ op Bandariba.

Bres di Sòrsaka

Kenmerkend voor den Dunki is een monumentaal gebouwde boogbrug, daterend uit de tijd van de familie Gorsira. Dit rustieke bruggetje is in 1876 mogelijk gebouwd met gele ijsselsteentjes die in de 17e en 18e eeuw als ballast met zeilschepen vanuit Nederland zijn meegenomen en koraal stenen die aan de zuidkust te vinden zijn. De brug is gebouwd over een rooi in Sòrsaka, ten zuiden van het landhuis en werd in de volksmond Bres di Sorsaca genoemd.

De naam slavenbrug zoals het wordt genoemd in toeristen- folders en door toeristengidsen is misleidend: het bruggetje is pas na de afschaffing van slavernij gebouwd. Het werd in 2015 door de Stichting Maritieme Archeologie Curaçao geconsolideerd.

Den Dunki wordt sinds 2010 beheerd door Stichting Uniek Curaçao en is zeer geliefd onder wandelaars, sporters, gezinnen en overige recreanten.

Naast de uitgespaarde gedeelten voor het landhuis en het natuurpark is op het resterende voormalige plantageterrein van Sòrsaka verder een luxueuze villawijk verrezen.

Locaties in en nabij Sòrsaka:

  • Tera abou, dat in het oosten van Sòrsaka ligt;
  • Ook Klein Zuurzak ligt ten oosten van Sòrsaka en ten zuiden van Scherpenheuvel, in de volksmond:Sòrsaka chikí
  • Wan Pedro is een plek in Sòrsaka, ten zuiden van het bruggetje;
  • Langa langa ligt aan de Caracasbaaiweg, ten noordoosten van Zuurzak

Uit Sambumbu van Pater Brenneker:

“Pa Chandi had de gewoonte zich in een boom te Langa Langa bij Sòrsaka te verstoppen. Wanner een vrouw met volle mand met boodschappen uit de stad aan kwam lopen, sprong hij uit de boom, nam de mand af en ging ervandoor. Bij hen thuis lag een hele stapel manden. Maar eens kreeg hij ‘s avonds geen eten omdat hij per ongeluk zijn eigen vrouw had beroofd. En vanaf toen was het ook afgelopen met zijn roofpraktijken”.

Bronnen:

J. Hartog: Curaçao, zijn geschiedenis in het kort;

D. Huijgers en L.Ezechiëls: Landhuizen van Curaçao en Bonaire;

P. Brenneker: Sambumbu, diverse edities;

J. van Ditzhuijzen: Kas di Shon, plantation houses of Curaçao;

M. A. Visman: De geschiedenis van plantage Groot Sint Joris;

W. Renkema: Het Curaçaose plantagebedrijf in de 19 e eeuw.

Met dank aan: François van der Hoeven, Frensel Mercelina, Donate Philbert en de Archeologische Werkgroep.

*Zie ook de komende uitgave Curaçao, Konosé bo isla, deel 3, een uitgave van Uniek Curaçao, voor een uitgebreide routebeschrijving met bezienswaardigheden in Den Dunki.