Zeelandia

Zeelandia

Het landhuis van deze oorspronkelijke waterplantage staat op een heuveltje en is uit de verte duidelijk zichtbaar bij het tegenwoordige industrieterrein. Het landgoed ligt in het voormalige Ruiterkwartier.
Zeelandia is in fases gebouwd: het oudste deel is het langwerpige paviljoen dat in oost-westelijke richting ligt en dateert uit de tweede helft van de 18e eeuw. Het middengedeelte dat in noord-zuidelijke richting loopt is van recentere datum. Ook staan hier nog diverse bijgebouwen en verder een opvallend groot en langgerekt paviljoen dat later is bijgebouwd.

Koeien
Op plantage Zeelandia werd wat aan land- en tuinbouw gedaan en ook waren hier Amerikaanse ploegen tewerkgesteld in 1851 en 1855. Verder was er een nopalerie aangelegd in 1838 in verband met cochenilleteelt. Cochenille is een schildluissoort dat graag op de nopal-cactus groeit en zich met een pluizig laagje bedekt. Van binnen bevat het echter rood pigment, cochenille of karmijnrood genaamd, een natuurlijke kleurstof dat vroeger zeer populair was in de textielindustrie.
In de 2e helft van de 18e eeuw verkreeg men op Zeelandia ook een privilege voor het weiden van koeien en verder had men enige zoutpannen in het oostelijk gedeelte van het Schottegat. Evenals de land -en tuinbouw brachten deze niet veel op en was Zeelendia in de eerste plaats een waterplantage en daarna een buitenhuis van welgestelde stadsbewoners.

Seru Hulanda
Hollandia, Hollandse Berg of Seroe Hoelanda ligt ten oosten van Zeelandia en is een geschenk van de eigenaar van Zeelandia aan zijn trouwe slaafgemaakte koetsier. De fransman Jean Rodier was van 1761 tot 1782 directeur van ‘Curaçao en onderhorige eilanden’. Na zijn termijn als bewindvoerder kocht hij Zeelandia en leefde van 1781 tot 1787 als planter. Zijn vrouw, Elisabeth Ellis kwam uit een bekende plantersfamilie en bleef op de plantage wonen nadat haar man overleden was in 1787.
Brenneker verhaalt dat de bejaarde koetsier met Rodier meeging op zijn reis naar Nederland en bij terugkeer het stukje grond met bijbehorende heuvel kreeg dat hij, ter herinnering aan zijn verblijf in Nederland, Seru Ulanda noemde.
Een andere versie luidt dat Rodier in verband met ziekte naar Nederland zou gaan en zijn koetsier wilde meenemen. Deze zag echter op tegen de reis: hij voelde zich te oud en vreesde dat hij drie maanden heen en drie maanden terug niet zou overleven. Rodier schonk hem daarop een stuk grond met een heuvel ten oosten van Zeelandia, cadeau. Als aandenken van de reis van zijn meester naar Nederland noemde hij zijn nieuw verworven eigendom ‘ Seru Ulanda’ en gaf hij de eigendomspapieren in bewaring aan Daniel specht, eigenaar van Koraal Specht. Deze heeft echter de schenkingsacte verloren, waardoor de grond later eigendom werd van het gouvernement. Mogelijk is deze koetsier Domingo Marchena, die in documenten als eigenaar van Seru Ulanda werd genoemd. Marchena trad als collectant op voor pastoor Putman voor de bouw van de nieuwe kerk van Santa Rosa.

Opmerkelijke eigenaars
Ook Gerardus Balthasar Bosch, die diverse publicaties over de eilanden op zijn naam heeft staan, was in 1823 eigenaar van Zeelandia. Hij kwam op 20-jarige leeftijd naar Curaçao waar hij van 1825 tot 1836 als predikant werkte. Hij was de oprichter van de Vereniging der Lutherse en gereformeerde gemeente in 1823. Hij stierf in april 1839 te Arnhem en vermaakte fls 400,- aan de armenkas in Curaçao.
Een andere eigenaar was C.L. van Uytrecht die Zeelandia kocht toen hij nog een ambtenaar was. Hij werd een bekende planter en was ook eigenaar van andere plantaadjes zoals Bicento, Papaya en San Pedro maar ook van uitgestrekte plantages, zoals Ascencion en Santa Cruz.
Zeelandia bleef vanaf 1855 vrij lang als buitenverblijf in het bezit van de zakenman Samuel E.L. Maduro Jr en nazaten. Het was in 1857 38 hectaren groot en getaxeerd op fls 12000,- .
Het landgoed werd in 1935 verkaveld ten behoeve van huizenbouw: Door woningnood in de hoofdstad begon de trek naar de periferie van de stad waardoor nieuwe bevolkingsconcentraties ontstonden op Zeelandia en van Engelen.

Seniorentehuis
Bij de viering van het 300 jarig bestaan van protestantse gemeente werd het landhuis in 1936 ingericht als seniorentehuis voor mannen: Het koningin Wilhelmina tehuis. Hierbij werden vertrekken bijgebouwd ten behoeve van de keuken en badkamers. Tevens werd, ten noordwesten van het landhuis het langgerekt gebouw in noord-zuidelijke richting gebouwd. Het is voorzien van 18e -eeuwse gevel-architectuur geïnspireerd op die van landhuis Brievengat.
In 1950 was in het landhuis een kraamkliniek gevestigd en in 1966 werd een inzamelingsactie georganiseerd voor een zeer dringende restauratie.

Havenfaciliteiten
Zeelandia was ook het middelpunt in de discussie over de constructie van nieuwe havenfaciliteiten – inclusief industrieterrein en vrije zone- in het oostelijk deel van het Schottegat. Rond 1947 lag het plan op tafel om een boulevard van Saliña naar Groot Kwartier aan te leggen met Zeelandia als uitgangspunt omdat het dichter bij Saliña zou liggen. Door de hoge kosten en omdat men een binnenmeer vrij wilde laten, is het Zeelandiaplan 400 meter in westelijke richting verschoven, richting Koningsplein.

Countryclub
Zeelandia was in latere jaren een countryclub met vergaderzalen, bibliotheek en telecommunicatiefaciliteiten voor de offshore sector. In 1999 is het landhuis wederom gerestaureerd en diende het als locatie voor een restaurant. Van de oorspronkelijke 39 hectare is tegenwoordig alleen het terrein rondom het landhuis nog over, na aanleg van het industrieterrein en een complex met (aanleun) woningen voor senioren in het zuidwesten van de plantage, de verkaveling ten behoeve van villawijken en het Zeelandia Office Park van het Algemeen Pensioenfonds Curaçao ten oosten van het landhuis.
Zie ook: Het Ruiterkwartier