Zjaro

Zjaro

Zjaro -vroeger ook Sjaroo genoemd- is tegenwoordig een woonwijk ten zuidwesten van de voormalige plantage Plantersrust. Het hoorde afwisselend, zoals in 1853, wel en soms weer niet bij Plantersrust. Zjaro ligt verder ten westen van Mundu Nobo en ten zuiden van en aan de voet van Seru Pretu, vroeger ook wel Seru di Sjaroo genoemd.

Joseph Jareau

De voormalige kleine plantage uit de 18 e eeuw is vernoemd naar de Franse zakenman Joseph Jareau die zich in 1747 op Curaçao vestigde. Hij woonde achter de huidige Coromoto kerk, op de plek die nog steeds leeg staat in de wijk. In zijn winkel in de stad, Moda de Paris, verkocht hij kleding en schoenen uit Martinique en Guadeloupe. Daarna verdween de man spoorloos en ondanks een zoektocht, dat zelfs naar Frankrijk leidde, bleef hij onvindbaar.

Rond 1800 werd het perceel, dat aan de voet van Seru Pretu ligt, overgedragen aan de Rooms Katholieke kerk. In 1835 werd hier een plantaadje aangelegd door Pirovano die pastoor was van de Santa Annakerk in Otrobanda. Hij stond bekend als iemand die opkwam voor de rechten van slaafgemaakten. Pirovano noemde het plantaadje Bellevue, een naam die echter snel in vergetelheid raakte want de volksmond bepaalde dat het ’Zjaro’ zou blijven.

Maar refererend naar Pirovano kreeg de Seru Pretu, naast Seru di Sjaroo een nieuwe alias, namelijk ‘de Priesterberg’.

Engelsen die op 1 januari 1807 te Piscadera waren geland, vestigden hun hoofdkwartier in het huis van pastoor Pirovano te Zjaro en in een voormalig woonhuis te Plantersrust.

Guido Vetter

In 1953 wordt, in opdracht van het vicariaat, de huidige kerk van Coromoto gebouwd door de Oostenrijkse architect Guido Vetter die ook diverse andere kerken op Curaçao heeft ontworpen, zoals die van Steenrijk, Soto, Sufisant en Zuid Bonam.

Verder is Zjaro de wijk waar Monseigneur Wim Ellis geboren en getogen is. Zijn voormalig huis staat op een heuvelrand in de wijk. Ellis heeft ook als pastoor gediend bij de Misa di Coromoto, dat op de grens staat met de wijk Mundo Nobo. De kerk ligt aan het einde van de Zjaroweg, de weg waar nu de uitvaartonderneming El Consolador ligt. De Zjaroweg scheidt het lagergelegen Mundo Nobo van Zjaro het hoger gelegen gedeelte achter de kerk, met uitzicht over het Rifgebied, Zakitó, de haven en Willemstad.

Seru di Sjaroo

Zjaro ligt aan de voet van Seru Pretu ( Zwarte berg) die zijn naam dankt aan de steile oostzijde dat nogal zwart is. Seru Pretu is 135 m hoog. Het verschijnt op de Kadasterkaart van 1962 voor het eerst als ‘Jarreau’ en veranderde qua spelling op de kaarten van 1982 en 1993 in ‘Zjaro’. In het gebied rond Seru Pretu zijn diverse nissen in de rotswand te vinden en ook zijn er volgens de Archeologische Werkgroep diverse kalksteen sculpturen te bewonderen.

De heuvel kon vroeger alleen beklommen worden door een trap aan de noordzijde, in 1952 aangelegd in Australië, een kunuku bij Wishi aan de noordelijke voet van Seru Pretu. De trap was ten behoeve van onderhoud van de zendmasten voor radio-en telefoonverkeer. Tegenwoordig staat op de heuvel ook een radarpost van de Kustwacht. De trap is jaren geleden van bovenaf afgesloten tegen vandalisme.

Door de bouw van grote watertanks in de buik van de heuvel, is er aan de zuidzijde een brede, geasfalteerde weg aangelegd.

Aloë en tambú

Zjaro stond in het verleden vooral bekend als aloëplantage, waarvan de productie naar Aruba werd vervoerd. Dat zal waarschijnlijk ook de reden zijn geweest waarom de meeste straten in de wijk vernoemd zijn Arubaanse bario’s.

Ook stond Zjaro bekend om zijn vele vissers maar ook de visverkoopsters die ook in nabijgelegen wijken zoals Wishi, Baraltwijk en Mundo nobo, hun waar aanboden.

Zjaro is ook een bario di tambú, waar het zingen van tambú soms van generatie op generatie werd doorgegeven en waar traditioneel ook tambúfeesten werden georganiseerd.

Cilindergraven 

Aan de oostelijke voet van Seru Pretu, bij de grens tussen Zjaro en Santa Helena lag volgens Pater Brenneker een vrij groot oud kerkhof. Omdat het op een helling lag is het door het neerstromende regenwater sterk gehavend, maar toch telt het drie graven die – jaren geleden – nog vrij intact waren. Brenneker: “Deze cilindergraven, zijn vervaardigd van natuursteen en kalk. Ook lagen er resten van zes a zeven andere graven, die allen zuiver oost-west lagen.

In de meest zuidoostelijke ligt een priester begraven, zo zegt een bejaarde man van zijn grootvader te hebben vernomen. Er lag ook en losse steen met inschrift, maar deze is verdwenen.

De twee meest noordelijke cilindergraven, dragen een geheimzinnig opschrift: Beiden hebben in spiegelbeeld de letters SB en een duidelijk teken dat op en weegschaal lijkt. Volgens diezelfde oudere man liggen Sabelita en Simeon daar begraven” aldus Brenneker.

Volgens bewoners van Zjaro liggen op het kerkhofje zusters die ervoor kozen in de wijk te worden begraven waar ze hun hele leven hadden gewerkt.

Het kerkhof dateert vermoedelijk uit de 18 eeuw en de graven zijn zeker ouder dan 1820: toen werd het namelijk verplicht gesteld om overledenen te begraven op de officiële kerkhoven en mocht alleen bij uitzondering nog begraven worden op privé begraafplaatsen.

Krabben

Tegen de helling van Seru Pretu, in de kunuku Australië en ook op de Veerisberg ving men vroeger tijdens de regentijd en met behulp van fakkels, veel krabben. Volgens Pater Brenneker werden deze door velen als een lekkernij beschouwd en brachten in die tijd goed geld op: kleine krabben kostten 12,50 of 15 cent en grote krabben wel een kwartje.

Ten zuiden van Seru Pretu, nabij Zjaro ligt het stukje grond Sasso, eens eigendom van mejuffrouw C.R. Sasso.

Bronnen:

  • Renkema: Het Curaçaos plantagebedrijf in de 19e eeuw.
  • Soest:Olie als water
  • Brenneker: Sambumbu, no 6.
  • Werkgroep Archeologie: Verslag over Seru Pretu

Met dank aan Irene Dick, Edwin Borgschot, Unidat di Bario, Fred Chumaceiro, François van der Hoeven en Frensel Mercelina.